Pedagogy and education - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 19675 keer gelezen
Dit hoofdstuk gaat over politiek-culturele polarisatie in de afgelopen decennia. Polarisatie is een multidimensionaal begrip wat gaat over een toenemende verdeeldheid in de hele bevolking, toenemende verschillen in gemiddelde posities van bevolkingsgroepen en een sterker wordende samenhang tussen politiek-culturele tegenstellingen. De volgende vragen worden behandeld in dit hoofdstuk:
Deze vragen worden beantwoord door middel van enquêtedata.
We gebruiken bevolkingsenquêtes uit twee langlopende onderzoeken: het onderzoek Progressiviteit en conservatisme uit 1970 en de daarop gebaseerde onderzoeken Culturele veranderingen in Nederland (cv) van 1975 tot en met 2012 en de Nationale Kiezersonderzoeken (nko) van 1986 tot en met 2012, die steeds rond Tweede Kamerverkiezingen zijn gehouden.
Voor een periode meer dan veertig jaar kunnen we drie politieke tegenstellingen meten:
Om deze vraag te beantwoorden, wordt er gekeken naar de trends op drie polarisatiematen: een maat voor spreiding, een maat voor de neiging tot tweetoppigheid van verdelingen en de samenvattende polarisatiemaat. Een hogere waarde op deze maten indiceert meer polariteit. Bij pro-nivellering zijn er geen statistisch significante trends te signaleren, bij politiek zelfvertrouwen wijzen twee van de drie indicatoren op toenemende polarisatie. Bij antiautoritarisme en de links-rechtszelfplaatsing zijn de indicaties tegenstrijdig. De kortste samenvatting van ontwikkelingen in beide onderzoeken is dat er in de afgelopen decennia geen veelomvattende politiek-culturele polarisatie is geweest in de zin van over de hele linie toenemende tegenstellingen tussen individuele Nederlanders.
Om deze vraag te beantwoorden, wordt er gekeken naar de sociaal meest zichtbare tweedelingen van man en vrouw, jong en oud, lager- en hogeropgeleiden en onkerkelijken en kerkelijken. In acht gevallen verschillen groepen in beide jaren significant van elkaar. In vijf daarvan in dezelfde richting: in beide jaren zijn in vergelijking met hun tegen- polen ouderen, lageropgeleiden en kerkelijken autoritairder, plaatsen kerkelijken zich rechtser in de politiek en hebben jongeren meer politiek zelfvertrouwen. In drie gevallen is er echter sprake van een omkering.
Daarnaast zijn er nog regressieanalyses uitgevoerd met interactietermen, waarvan drie sekseverhoudingen verschillende uitkomsten laten zien. Alle drie de verhoudingen zijn meer polariserend: vrouwen verwijderen zich van mannen in egalitaire, antiautoritaire en linkse richting. Daarnaast gaan ouderen zich meer van jongeren onderscheiden door hun nivelleringsvoorkeur. Hogeropgeleiden meer van lageropgeleiden door een linksere positionering en door meer politiek zelfvertrouwen. Kerkelijken waren in de hele periode autoritairder en rechtser dan onkerkelijken, maar het verschil werd kleiner.
Samenvattend is er op basis van Culturele veranderingen en Nationale Kiezersonderzoeken wel aanleiding om polarisatie tussen bevolkingsgroepen te signaleren: vrouwen zijn linkser en worden dat nog meer; ouderen zijn meer voor nivellering en worden dat nog meer, lageropgeleiden worden rechtser.
De resultaten van het onderzoek Culturele veranderingen laat een stabiel patroon zien: wie meer politiek zelfvertrouwen heeft, is iets minder pro-nivellering en duidelijk meer antiautoritair. Deze relatie is niet te zien in de resultaten van de Nationale Kiezersonderzoeken vanaf 1986. Het politieke zelfvertrouwen is groter naarmate men meer voor de multiculturele samenleving en voor het eu-lidmaatschap is.
Samenvattend is er geen algehele versterking van de samenhang tussen inhoude- lijke tegenstellingen en tegengestelde houdingen tot de politiek. Wel wijzen beide onderzoeken erop dat nieuwe politieke tegenstellingen (autoritair-libertijns, globaliseringskwesties) wel en oude tegenstellingen (nivellering, euthanasie) nauwelijks of niet samenhangen met politiek zelfvertrouwen.
Op politiek gebied lijkt dat niet het geval, ten minste wanneer we onderscheid maken tussen links en rechts. Buiten het politieke domein kunnen we wel iets zeggen over de mate waarin sociale tegenstellingen worden gepercipieerd. Gemiddeld ziet men vanaf 2006 meer grote tegenstellingen dan in 1987, maar de vermelde tweedelingen vertonen geen parallelle veranderingen. Dus Nederlanders zijn in de afgelopen decennia minder (partij)politieke polarisatie gaan zien maar wel vaker grote sociale tegenstellingen.
Hieronder de antwoorden op de vier onderzoeksvragen op een rij:
Deze resultaten wijzen erop dat we ons geen zorgen hoeven te maken over een toenemende politiek-culturele polarisatie in Nederland. De polarisatie tussen jong en oud is interessant, hiertussen zijn de verschillen groter geworden met betrekking tot inkomensnivellering en links-rechtszelfplaatsing. De verschillen tussen bevolkingsgroepen zijn gemengd. De samenhang met politiek zelfvertrouwen blijkt voor beide globaliseringskwesties sterker dan voor oude strijdpunten. Bij de nieuwe strijdpunten zien we meer polarisatie dan bij de oude strijdpunten.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden


Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results