Artikelsamenvatting bij Etiology of child maltreatment van Belsky - 1993

Er zijn meerdere factoren te onderscheiden die bijdragen aan het ontstaan van kindermishandeling. Deze factoren kunnen historisch, hedendaags, cultureel of situationeel zijn. Tevens kunnen dit factoren zijn die te maken hebben met de ouders en met het kind. Verschillende modellen houden zich bezig met kindermishandeling, zoals psychologische modellen, sociologische modellen en sociaal-interactionele of effect-van-kind-op-verzorger modellen. Echter is geen van deze modellen passend. Daarom wordt tegenwoordig veel gebruik gemaakt van het ecologisch model van Bronfenbrenner. Hierbij is sprake van meerdere factoren op meerdere niveaus in de ecologie van de ouder-kindrelatie. Hierbij moet sprake zijn van een balans tussen risico- en protectieve factoren, die tevens de kans bepalen op het voorkomen van kindermishandeling. Als er meer risicofactoren dan protectieve factoren zijn, dan is de kans op kindermishandeling groter. Echter blijkt dat er geen enkele factor is die mishandeling kan voorspellen. Tegelijkertijd is er ook geen enkele oplossing en dit is een voordeel. Er zijn meerdere doelen waarop een interventie zich kan richt. Echter is nog niet bekend welke interventie het meest effectief zijn.

Binnen onderzoek wordt over het algemeen geen onderscheid gemaakt tussen verwaarlozing en misbruik, deze worden vaak samengenomen. Dit zorgt ervoor dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen de etiologie van misbruik en de etiologie van verwaarlozing. Daarnaast is er vaak sprake van comorbiditeit, wat inhoudt dat meerdere vormen van mishandeling samengaan. Ook kan er geen onderscheid in etiologie gemaakt worden door problemen met het definiëren. Een kind of een gezin krijgt label van een bepaalde vorm van mishandeling. Echter is niet duidelijk op welk gedrag dit label gebaseerd wordt. Daarnaast spelen er nog andere problemen. Etiologisch onderzoek is vaak niet in staat te voorspellen, er zijn steekproeven die een bias hebben en klein zijn en de controle groepen sluiten niet goed aan qua karakteristieken bij de interventiegroep. Ook heeft het onderzoek naar etiologie te maken met methodologische moeilijkheden die veroorzaakt worden door de beladenheid van het onderwerp dat onderzocht wordt en de mensen die eraan deelnemen.

De ontwikkelingspsychologische context: de bijdrage van de ouder en het kind

Ouderfactoren

De focus op ouderfactoren heeft zich voornamelijk gericht op de jeugd van mishandelende ouders, hun persoonlijkheid en psychologische middelen. Hierbij is voornamelijk onderzoek gedaan bij moeders, omdat zij de meeste tijd met hun kinderen doorbrengen. Echter als gekeken wordt naar de verhoudingen tussen vaders en moeders, blijkt dat vaders vaker kinderen fysiek mishandelen.

Ontwikkelingsgeschiedenis en intergenerationele overdracht

In de jaren ’70 werd vastgesteld dat ouders die mishandelen vaak zelf ook mishandeld zijn in hun jeugd. Alhoewel er veel ondersteunend bewijs is, gaan deze onderzoeken gepaard met beperkingen. Er wordt vaak gebruikt gemaakt van retrospectieve rapporten, kleine steekproeven en er zijn geen adequate controle groepen. Bij de goed uitgevoerde onderzoeken is er sprake van 30% intergenerationele overdracht, waarbij de spreiding tussen de 7% en 70% ligt. Dus slechts een derde van de ouders die mishandeld is, mishandelt zijn of haar eigen kind. Echter is de ontwikkelingsstatus in dit onderzoek niet meegenomen, waardoor er vanuit gegaan wordt dat kinderen die op dat moment niet mishandeld worden, nooit mishandeld worden. Dit is natuurlijk niet het geval, omdat deze kinderen hun hele jeugd het gevaar lopen mishandeld te worden.

Ook kan niet gesteld worden dat het merendeel van de mensen niet mishandeld is in hun kindertijd. Door de onbetrouwbaarheid van retrospectieve rapporten is zowel overschatting als onderschatting mogelijk. Het kan zijn dat ouders de mishandeling niet meer kunnen of willen herinneren. Ook hoeft het niet te betekenen dat als ouders een kind niet op jonge leeftijd mishandelen, dat zij nooit een kind zullen mishandelen.

Het overbrengen van kindermishandeling van de ene generatie op de andere kan gebeuren door middel van mechanismen van transmissie. Er wordt gesteld dat agressieve en antisociaal gedrag aangeleerd wordt in de kindertijd en geuit in de volwassenheid bij het uitoefenen van het ouderschap. Er kunnen verschillende types van leren worden onderscheiden, zoals modeling, directe reinforcement, coercion training en inconsistentie theorie. De inconsistentie theorie stelt dat neerwaartse spiraal, die ontstaat door wederzijds negatief gedrag, houvast biedt voor het kind.

Daarnaast blijken de ideeën die ouders hebben over discipline van invloed. Geloof in strikte, harde discipline medieert de link tussen de ervaring van harde discipline in de jeugd en het gebruik van harde discipline als ouder.

Ook kunnen de problemen met emotieregulatie, agressie en empathie door mishandeling in de jeugd voor een vijandige persoonlijkheid zorgen, wat vervolgens de oorzaak is voor kindermishandeling.

Er kan tevens gekeken worden vanuit een intern werkmodel. De ervaringen van de ouders die zij met hun eigen ouders hebben, zijn bepalend voor de interne representatie. Ouders kunnen responsief, afwijzend of ambivalent geweest zijn. Deze interne representatie bepaalt hoe open ouders zelf staan voor de signalen van hun kinderen. Ouders die afwijzend of ambivalent gedrag heb ervaren, hebben moeite om zich in te leven in hun kinderen en kunnen zich bedreigd voelen bij angstige gedragingen van het kind.

De cyclus van intergenerationele overdracht kan doorbroken worden. Dit kan bijvoorbeeld doordat ouders de negatieve ervaringen uit hun jeugd vergeten zijn of niet geïntegreerd hebben in hun interne representatie. De hechtingstheorie speelt hierbij een belangrijke rol. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat mishandelde ouders die zelf niet hun kinderen mishandelen vaker een emotioneel ondersteunende relatie hebben bijvoorbeeld met de niet-mishandellende grootouder of een echtgenoot. Deze ervaringen zorgen ervoor dat de gehechtheidsvorm kan veranderen. Diegene die een ondersteunende relatie hadden bleken ook goede schoolprestaties en ervaringen te hebben. Daarnaast lijkt aantrekkelijkheid een rol te spelen. Het is de uiterlijke aantrekkelijkheid, maar ook de sociale vaardigheden die hier mee gepaard gaan die ervoor zorgen dat zij een ondersteunende man vinden en daardoor de cyclus kunnen doorbreken.

Persoonlijkheid

Eerder werd gedacht dat mishandelende ouders last moesten hebben van mentale problemen of stoornissen. Echter is gebleken dat de meeste ouders die mishandelen hier geen last van hebben. Wel wordt gedacht dat persoonlijkheid een rol kan spelen. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat depressie, vijandigheid en angst correleren met kindermishandeling. Daarnaast speelt laag zelfvertrouwen een rol. Al deze aspecten kunnen verzameld worden onder het label neurotisch. Uit de genetica blijkt dat dit kenmerk erfelijk is.

Psychologische middelen

In de laatste onderzoeken is geprobeerd om er achter te komen hoe persoonlijke karakteristieken kunnen leiden tot mishandeling. Hierbij blijken twee aspecten belangrijk namelijk negatieve reacties en attributie stijl. Het blijkt dat mishandelde kinderen negatiever reageren op vijandige gebeurtenissen, zoals het huilen van een kind. Deze heftige reactie kan verklaren waarom mishandelde kinderen agressiever, met minder empathie en met afkeer reageren op bepaalde situaties. Echter alleen deze heftige reactie is niet genoeg om mishandeling te verklaren. Daarnaast speelt namelijk de attributie stijl van de ouder ook nog een rol. De attributie stijl bepaalt hoe mensen hun eigen gedrag en dat van anderen verklaren. Bij ouders die het succes van opvoeden eerder verklaren door externe factoren (bijvoorbeeld toeval) en minder aan interne factoren (bijvoorbeeld vaardigheden), is te zien dat zij heftiger reageren op vijandig gedrag van het kind. Naast deze attributie stijl is ook een oriëntatie op het affect van belang. Kindermishandeling kan niet verklaard worden door één factor, maar daar een combinatie tussen oorzaken zoals affectieve attributie, negatieve reactiviteit, negatieve affectieve persoonlijkheidskenmerken en problematisch kindgedrag.

Kindfactoren

Zoals eerder genoemd kan probleemgedrag van kinderen een rol spelen. Daarom zullen de verschillende aspecten van kinderen verder uitgelegd worden.

Leeftijd

Het aantal mishandelingsgevallen neemt af naarmate de kinderen ouder worden, waarbij jonge kinderen onder de drie jaar het vaakst slachtoffer zijn. Dit komt door verschillende redenen. Ten eerste is fysiek geweld makkelijk tegen hen te gebruiken. Daarnaast spenderen jonge kinderen veel tijd bij hun verzorger en zijn zij zowel fysiek als psychologisch afhankelijk van diegene. Ten derde zijn jongere kinderen kwetsbaarder, waardoor zij eerder verwondingen oplopen.

Daarnaast hebben jongere kinderen nog moeite met het reguleren van hun emoties waardoor het verliezen van deze controle een vijandige reactie bij de ouder op kan roepen. Tevens kunnen de pogingen naar autonomie voor weerstand zorgen bij de ouder.

Echter wordt de meeste kindermishandeling pas ontdekt als kinderen tussen de drie en de acht jaar oud zijn, want dan gaan veel kinderen naar school en komen zij in het zicht van beschermingsinstanties. Ook werd lange tijd de mishandeling onder tieners niet gerapporteerd omdat zij niet onder beschermingsinstanties vielen. Daardoor kan het lijken alsof mishandeling minder voorkomt onder ouder kinderen, maar dit hoeft dus niet zo te zijn.

Fysieke gezondheid

Er wordt gedacht dat het vroeg geboren worden van kinderen en een laag geboortegewicht kunnen bijdragen aan de kans op mishandeling. Vooral in het geval van een laag geboortegewicht is het zo dat kinderen er minder aantrekkelijk uit zien en huilen met een hoge toon. Echter is het onderzoek hiernaar niet eenduidig. Daarnaast moet gezegd worden dat het grootste gedeelte van deze kinderen niet mishandeld wordt. Dit zelfde geld voor kinderen met perinatal en neonatale problemen, gehandicapte kinderen en kinderen met een slechte fysieke gezondheid. Deze factoren kunnen echter wel bijdragen aan het ontstaan van kindermishandeling.

Gedrag

Het is mogelijk dat er sprake is van wederzijdse beïnvloeding tussen ouder en kind, waardoor het gedrag van het kind mishandelingsgedrag op kan roepen bij de ouder. Daarnaast is het natuurlijk ook mogelijk dat mishandeling het gedrag van het kind beïnvloed. Echter is het niet mogelijk om in onderzoek onderscheid te maken tussen oorzaak gevolg. Wel is dit op andere manieren te onderzoeken, namelijk door een mishandelende moeder te laten interacteren met het kind van een andere moeder. Hieruit blijkt dat storend gedrag van het kind inderdaad storend gedrag bij de ouder op kan roepen. Daarnaast kan er longitudinaal onderzoek uitgevoerd worden, waarbij gekeken wordt naar het gedrag van het kind voor en na de mishandeling. Uit dit onderzoek is gekomen dat het gedrag van het kind een gevolg is van de mishandeling. Ten slotte kan onderzoek gedaan worden door interventies te geven en te kijken of en hoe het gedrag van ouder of kind verandert. Na afloop van de interventie, gericht op de sensitiviteit en responsiviteit van de ouder, nam het probleemgedrag van het kind af. De ouder blijkt dus meer bij te dragen aan het ontstaan van mishandeling dan de kenmerken van het kind.

De naaste omgeving: Opvoeding en de ouder-kindrelatie

De kwaliteit van het opvoeden verschilt tussen mishandelende ouders en niet mishandelende ouders en daardoor wordt gedacht dat zij ook verschillen laten zien in de interactie met het kind. Echter is de vraag of dit veroorzaakt wordt door individuele factoren of door andere. Bij het bestuderen van de ouder-kind interactie is het ook de bedoeling verschillen te vinden tussen mishandelende en verwaarlozende ouders. Uit onderzoek is gebleken dat verwaarlozende ouders minder responsief waren en daarbij minder vaak de interactie begonnen en minder op initiatieven het kind reageerden.

Onderzoeken onder oudere kinderen liet zien dat er mindere sociale interactie was vanuit de ouder en zij minder prosociaal gedrag lieten zien. Deze ouders bleken zelfs negatiever te zijn dan misbruikende ouders. Voor misbruikende ouders geldt grotendeels hetzelfde, echter geven zij daarnaast weinig steun en controle, interveniëren zij veel en laten vijandig gedrag zien.

Misbruikende ouders laten meer negatief of vijandig gedrag zien. Echter worden deze verschillen niet in alle onderzoeken gevonden.

Ook de disciplineringsmethodes verschillen tussen mishandelende en niet mishandelende ouders. Mishandelende ouders maken vaker gebruik van fysieke straf en negatieve handelingen. Tevens hebben deze ouders verschillende soorten straffen voor verschillende misdragingen.

Deze manier van disciplineren zorgt samen met negatief affect en heftige emotionele reacties voor een grotere kans op kindermishandeling. Deze ouders worden zo opgewonden en gefrustreerd door het gedrag van het kind, dat hij of zij de controle kan verliezen bij het geven van een straf.

De bredere context

Gemeenschap en sociale steun

Sociale ondersteuning is goed voor het fysieke en psychologisch welzijn en kan daarnaast een buffer zijn voor stress. Een gebrek aan ondersteuning gaat dan ook gepaard met problemen in het ouderschap.

Mishandelende ouders hebben minder sociale ondersteuning en zijn hierdoor meer geïsoleerd. Tevens is de kwaliteit van de relaties die zij hebben minder. Door het gebrek aan steun zijn deze ouders strenger en afwijzender zijn naar hun kinderen toe. Het gebrek kan ook een gevolg zijn van verandering in het leven van deze ouders, bijvoorbeeld door verhuizing. Het is dus mogelijk dat deze ouders het sociale isolement zelf veroorzaken, bewust of onbewust. Zij maken minder gebruik van voorzieningen in de gemeenschap, nemen geen deel aan activiteiten in de buurt en bespreken hun problemen met niemand.

Tevens kan het gedrag van de ouder de sociale ondersteuning verminderen. Mishandelende ouders beschreven hun buurt als onvriendelijk en niet behulpzaam. Echter beschreven de buren de buurt juist als vriendelijk en behulpzaam. Het gebrek van wederkerigheid in de relaties van mishandelende ouders zorgt ervoor dat buren op afstand blijven. Daarnaast zorgt de mishandelende jeugd van deze mishandelende ouders er voor dat zij moeite hebben met het aangaan van relaties en op afstand blijven. Het idee dat de ouder heeft over de sociale ondersteuning draagt gedeeltelijk bij aan de mishandeling. Daarnaast speelt het gemeenschapsklimaat of de sociaal economische status van een buurt mee. Als er meer verschillende sociale groepen in een wijk wonen, dan is er minder sociale coherentie. Tegelijkertijd is er een groep waarin de sociaal economische status gelijk is, meer sociale cohesie.

Sociaal-culturele context

In Amerika spelen bepaalde sociaal-culturele aspecten mee bij kindermishandeling, zoals de houding die een maatschappij aanneemt ten opzichte van geweld, fysieke straffen, kinderen en de geschiedenis van de slavernij. Geweld is in Amerika een groot probleem. De mate waarin ouders dit geweld accepteren en tolereren, vergroot de kans op familiegeweld en daarmee op kindermishandeling. Daarnaast is het fysiek straffen van kinderen geoorloofd. In andere landen waar dit niet mag, zoals in Zweden, komt kindermishandeling minder voor. Daarnaast speelt het idee dat de maatschappij over kinderen heeft een rol. Er heerst het idee dat kinderen bezit zijn van hun ouders. Deze gedachte ontstond in de tijd van de Romeinse wetten, die opgeschreven zijn door Aristoteles. Deze culturele geschiedenis is nog steeds op de dag van vandaag van invloed op hoe er naar kinderen en hun rechten gekeken wordt. Zolang deze ideeën bestaan wordt het bestrijden van kindermishandeling moeilijk, omdat het zorgen voor kinderen hierdoor als niet belangrijk gezien wordt en de capaciteiten van de ouders overschreden wordt.

Als laatste speelt de geschiedenis die Amerika heeft met betrekking tot slavernij een rol. Het blijkt dat Afrikaans-Amerikanen hun kinderen vaker mishandelen dan blanke Amerikanen. In de tijd van de slavernij werden de opvoedingspraktijken aangepast om de kans op overleven te vergroten in de vijandige en harde omgeving waarin zij leefde. Tegelijkertijd zorgt het behoren tot een minderheid ervoor dat mensen meer moeite moeten doen om te overleven. Deze manieren van leven hebben hen geholpen de slavernij te overkomen en zijn doorgegeven aan latere generaties.

Evolutionaire context van kindermishandeling

In de huidige samenleving wordt mishandeling als iets afschuwelijks gezien. Mensen hebben het idee dat kinderen kwetsbaar zijn en verzorging nodig hebben. Echter in het dierenrijk wordt mishandeling als iets wat normaal is gezien. Vanuit een evolutionaire perspectief komen de belangen van de ouder niet altijd overeen met de belangen van het kind. Het belang van de ouders is reproductive fitness (het doorgeven van genen aan de volgende generatie) de manier om succesvol te zijn op biologisch gebied. Door een conflict tussen belangen kan er een echt conflict ontstaan met mishandeling als gevolg. Uiteindelijk gaat het belang van de groep boven het belang van het individu. Hierdoor is het mogelijk dat de ouder een jonger kind mishandeld of verwaarloosd om een ouder kind een grotere kans op overleven te geven. In dit perspectief wordt ervan uit gegaan dat ouders hun gedrag hebben aangepast om een grotere reproductive fitness te hebben, mishandeling de kans op reproductive fitness kan vergroten en dat de context het belang van een conflict bepaald.

Omstandigheden zoals instabiliteit, onvoorspelbaarheid en ontoegankelijkheid van de middelen die nodig zijn voor het behouden en produceren van leven zorgen ervoor dat mishandeling vaker voorkomt. Onder zulke omstandigheden is mishandeling een keuze om ervoor te zorgen dat oudere kinderen die een groter reproductief potentieel hebben, dus sneller kinderen zullen krijgen om hun genen door te geven. Mishandeling is daarbij een manier om de vraag van jongere kinderen om middelen neer te slaan om de middelen daarna optimaal te kunnen verdelen.

Problemen die vandaag de dag voor kindermishandeling kunnen zorgen zijn armoede, een laag inkomen, lage educatie en werkeloosheid. Er is sprake van een oorzakelijke relatie tussen het verliezen van een baan, gebrek aan werk of onvoldoende werk en kindermishandeling. Mishandeling ontstaat wanneer er meer middelen nodig dan aanwezig zijn. Met betrekking tot het onderwerp vruchtbaarheid, spelen ongeplande zwangerschappen, een grote familie en weinig tijd tussen de geboortes een rol bij het ontstaan van kindermishandeling. Jonge moeders die ongepland zwanger zijn geraakt, waarbij kleine tijd tussen meerdere kinderen zit en die een groter gezin krijgen, hebben het probleem dat dit ervoor zorgt dat de middelen minder en minder worden per individu. Daarnaast is de kans minder groot dat zij als alleenstaande moeders zullen trouwen en steun zullen ontvangen van een echtgenoot. Als laatste wordt de kans kleiner dat de moeder hulp krijgt van anderen. Hierdoor kan de stress te veel worden voor ouder, waardoor de kans op mishandeling groter wordt.

De vraag is of biologische banden ook een rol spelen bij kindermishandeling. Hierbij gaat het dan voornamelijk om stiefkinderen en stiefouders omdat zij geen genen delen. Alhoewel veel onderzoek deze relatie laat zien, geven niet alle onderzoeken hetzelfde resultaat. Een nadeel van de onderzoeken die gedaan zijn, is dat zij op zoek zijn gegaan naar hoofdeffecten, waardoor contextuele factoren niet zijn meegenomen. Contextuele factoren kunnen namelijk van invloed zijn op reciprocal altruism (belangeloos middelen uitwisselen) en daarmee op het ontstaan van mishandeling. Echter moet onderzocht worden of deze factoren een rol spelen bij mishandeling onder stiefouders en -kinderen. Hetzelfde geldt voor zieke, gehandicapte of andere kinderen die volgens de het evolutionaire perspectief een grote kans lopen om mishandeld te worden doordat de kans op voorplanting kleiner is. De contexten die de kans op mishandeling vergroten zorgen voor ecologische onstabiliteit.

De gevonden resultaten dat oudere kinderen minder vaak mishandeld worden dan jongere kinderen, kunnen tevens verklaard worden door het evolutionair perspectief. Oudere kinderen zullen sneller in staat zijn om zich te reproduceren, daarom is de kans groter dat zij een voorkeursbehandeling krijgen in tegenstelling tot jongere kinderen waarbij het langer zal duren voordat zij zich kunnen voortplanten. Echter is het onderzoek hiernaar niet eenduidig. Volgens de wet van gebrek (law of parsimony) zorgen karige omstandigheden voor een grotere kans op mishandeling.

Vanuit het evolutionair perspectief zou de leeftijd van de ouder, voornamelijk van de moeder, een rol moeten spelen. Wanneer een vrouw ouder wordt nadert zij de tijd waarin zij zich niet meer kan reproduceren. Op dat moment wordt het zorgen voor de jongere kinderen belangrijker, omdat zij na deze kinderen mogelijk geen kinderen meer kan krijgen. Hierbij zal de kans op mishandeling kleiner worden. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die bij een familielid of bekende woonde die zelf geen kinderen meer konden krijgen, minder vaak mishandeld werden dan kinderen die leefde bij jongere vrouwen die zich nog konden reproduceren.

Conclusie en toekomstige richtingen

Misbruik en verwaarlozing worden veroorzaakt door verschillende factoren op verschillende niveaus. Mishandeling ontstaat als er meer stressoren en meer risicofactoren dan protectieve factoren zijn. In de toekomst zal minder onderzoek gedaan moeten worden naar de hoofdfactoren en meer onderzoek naar factoren die bijdragen. Daarnaast zou apart onderzoek verricht moeten worden voor misbruik en verwaarlozing. Echter blijft dit moeilijk vanwege de comorbiditeit. Uit onderzoeken waarin deze vormen apart onderzocht werden, bleek dat er meer overeenkomsten waren dan verschillen. Daarnaast zou gekeken moeten worden of de factoren die bijdragen aan mishandeling verschillen per subpopulatie, dus tussen groepen met een andere etniciteit, herkomst en woonplaats (stedelijk of landelijk). Tevens zal het handig zijn als in de toekomst meer aandacht is voor de ernst van de mishandeling, omdat dit aspect mogelijk meer duidelijkheid kan geven over het ontstaan en voorkomen van mishandeling. Hierdoor kan mogelijk ook iets gezegd over de chroniciteit van mishandeling. Uit de weinige onderzoeken die hiernaar gedaan zijn, blijkt dat mishandeling vaak langdurig is, tenzij het kind onder de zorg van iemand anders. Ook kan toekomstig zich richten op de verschillende mishandelaren. In eerder onderzoek is onderscheid gemaakt in zes verschillende soorten mishandelaren, variërend van vijandig-agressief naar passief-afhankelijk. Daarnaast kan onderscheid gemaakt worden op basis van de verzorging die zij geven en de chroniciteit van de mishandeling. Vanwege de veelzijdige oorzaken, is het doel waarop preventie zich moet richten moeilijk te bepalen. Echter zijn er enkele factoren aan te wijzen die bijdragen, maar deze zijn moeilijk te voorkomen. Toekomstige preventie zal zich moeten richten op het plannen van zwangerschappen, educatie, werk en economische bijstand. Andere interventie en preventie moeten zich richten op het vergroten van de sociale en emotionele steun.

Daarnaast moeten er strategieën en tactieken ontworpen worden om mishandeling tegen te gaan. Deze programma’s moeten zich op meerdere factoren richten. Daarom stelt de schrijver twee programma’s voor. Ten eerste een programma waarbij het doel is armoede en slechte educatie onder ouders te verminderen. Dit wordt gedaan door meisjes om te zoveel tijd te testen op zwangerschap. Wanneer zij niet zwanger zijn, krijgen zij een bedrag geschonken op een spaarrekening. Het bedrag neemt toe als zij ervoor zorgen dat zij niet zwanger zijn. Uiteindelijk wordt het bedrag uitbetaald en krijgen zij extra geld als zij besluiten een vervolg opleiding te gaan doen. Mogelijk zal het ook jongens motiveren, omdat zij ook een geld bedrag zullen krijgen. Alhoewel er wordt verwacht dat deze oplossing veel voordelen met zich meebrengt, is nog niet uit onderzoek gebleken of deze manier van belonen helpt. Daarnaast zal deze methode ook nadelen met zich meebrengen, zoals een lager zelfvertrouwen en externe motivatie in plaats interne motivatie. Ondanks dit programma zullen er nog steeds meiden zijn die op jonge leeftijd zwanger worden. Daarom zou een algemeen programma die zich op alle vrouwen richt, kunnen helpen.

Daarnaast is er een bestaand programma dat zou kunnen helpen bij het verminderen van mishandeling, namelijk huisbezoeken door getrainde verpleegsters. Deze mensen kunnen ouders helpen met emotionele ondersteuning, educatie over gezondheid en opvoeding en kan het sociaal isolement helpen doorbreken.

Het is belangrijk dat de verpleegsters gemotiveerd en goed getraind zijn. Daarnaast moet geprobeerd worden een verpleegster van dezelfde etniciteit te hebben als de ouders die deelnemen. Ondanks de hoge kosten, zal dit programma veel langdurige voordelen hebben. Als laatste is het belangrijk dat kinderopvang van een hogere kwaliteit is en makkelijker toegankelijker is voor ouders. Dit zal de stress onder ouders verminderen en ten goede komen van de ontwikkeling van het kind.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Studiegids voor artikelsamenvattingen bij Kindermishandeling en verwaarlozing over de levensloop: een introductie aan de Universiteit Leiden

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2422
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector