De pedagogische civil society in praktijk: Een studie naar de effecten van de activiteiten binnen het programma Allemaal Opvoeders - Kesselring et al. - 2015 - Artikel


Vanaf begin 2015 hebben gemeenten de verantwoordelijkheid voor de hulp aan jeugdigen en hun opvoeders. Hierbij is het doel om meer nadruk op preventie te leggen. Een ander doel is demedicalisering, dit is het voorkomen van onnodig problematisen en etiketteren van opvoedvragen. Deze doelen worden geoperationaliseerd door het programma Allemaal Opvoeders (AlOp). 

Wat is Allemaal Opvoeders?

De opvoeding van jeugdigen ligt niet alleen bij de ouders, maar ook andere volwassenen spelen hierin een belangrijke rol, zogenaamde medeopvoeders. Wanneer ouders en medeopvoeders zich gezamenlijk inzetten voor het groot- brengen van jeugdigen, spreken we van de “pedagogische civil society”. Het hoofddoel van Allemaal Opvoeders is om de pedagogische civil society te versterken. Kenmerkerd van de AlOp is de bottom-up werkwijze, waarbij activiteiten worden georganiseerd door de gemeenten. Hierbij wordt er gewerkt volgens een contactladder die bestaat uit vier opeenvolgende treden: ontmoeten, dialoog, buurtklimaat en netwerkvorming. De resultaten van deze activiteiten worden onderzocht aan de hand van twee onderzoeksvragen:

  1. Met welke activiteiten hebben de pilotgemeenten vormgegeven aan de gedachte achter Allemaal Opvoeders en wat waren de operationele doelen van deze activiteiten?
  2. In hoeverre zijn deze doelen gerealiseerd?

Welke methode is gebruikt?

De onderzoeksgroep werd gevormd door de (mede)opvoeders die deelgenomen hebben aan een activiteit binnen de pilotgemeenten. De onderzoeksgroep bestaat uit mannen en vrouwen en zowel ouders als mensen zonder kinderen. 

Bij elke activiteit is er een doelrealisatiemeting afgenomen die is opgesteld op basis van de operationele doelen die vooraf geformuleerd zijn. Deze doelen zijn gescoord met de Goal Attainment Scaling (GAS), waarbij de respondenten bij elk doel aangeven in hoeverre dat voor hen persoonlijk behaald is. De gemiddelde GAS-score per doel is gekregen door de individuele scores van de respondenten op het betreffende doel op te tellen. Per activiteit is ook nog het percentage behaalde doelen berekend.

Wat zijn de resultaten?

Er zijn in totaal 26 activiteiten ontwikkeld en uitgevoerd. Elke activiteit is gecategoriseerd binnen een van de vier treden van de contactladder:

  • 9 ontmoetingsactiviteiten, waarvan een voorbeeld de huiskamer is waar opvoeders en hun kinderen op bezoek kunnen gaan.
  • 6 dialoogactiviteiten, bijvoorbeeld de opvoedparty's waarbij een opvoedvraag behandeld worden.
  • 7 buurtactiviteiten, bijvoorbeeld respect waarbij buurtbijeenkomsten en werkgroepen gevormd zijn om de buurt te verbeteren. 
  • 4 netwerkactiviteiten, bijvoorbeeld het moedercomité waarbij tien Marokkaanse moeders samenkomen om opvoedkwesties te bespreken.

Bij elke activiteit zjn de doelen geformuleerd die vervolgens herformuleerd zijn naar een ik-vorm. Elk doel wordt gecategoriseerd binnen de vier treden. De doelen die in alle categorieën toegepast worden, werden benoemd als deel A. Enkele doelen overlapten met slechts 2 of 3 categorieën en zijn daarom in een deel B genoemd. In deel C zijn de doelen benoemd die uniek zijn binnen een bepaalde categorie. 

Hoe scoren de doelen per categorie?

In de eerste categorie, ontmoeten, valt op dat zeven van de negen doelen een positieve gemiddelde score behalen. Van de dialoogactiviteiten behaalt vijf van de negen doelen een positieve gemiddelde score. In de derde categorie, de buurtactiviteiten, behalen zes van de negen doelen een positieve gemiddelde score. Tot slot, als we kijken naar het profiel van netwerkactiviteiten blijkt dat alle negen doelen gerealiseerd zijn. 

Wanneer er specifiek naar de doelen gekeken wordt, kunnen hieruit verschillende conclusies getrokken worden. Ten eerste blijkt dat contact tussen (mede)opvoeders bijdraagt aan herkenning en reflectie op het eigen opvoedend handelen, aangezien alle doelen die hierop betrekking hebben een positieve gemiddelde score behaalden in alle vier de categorieën. Verder blijkt dat buurtactiviteiten minder expliciet gericht zijn op het ondersteunen van opvoeding. Wel lijken buurtactiviteiten indirect steun te bieden bij het opvoeden. Ontmoetings-, buurt- en netwerkactiviteiten dragen bij aan het ontstaan van nieuwe- of het intensiveren van bestaande contacten. Tot slot blijkt dat het geven van tips alleen binnen netwerkactiviteiten een positieve score behaalt. 

Wat zijn de opbrengsten van de activiteiten afzonderlijk?

Op basis van het percentage behaalde doelen en de spreiding tussen de doelen, zijn de activiteiten onderverdeeld in: activiteiten met een relatief hoge opbrengst, activiteiten met een gemiddelde opbrengst en activiteiten met een relatief lage opbrengst. Van de 26 activiteiten behaalt 50% een relatief hoge opbrengst, 19% behaalt een gemiddelde opbrangst en 31% een relatief lage opbrengst. Bij de helft van de activiteiten zijn de doelen dus grotendeels behaalt. 

Wat draagt de huidige studie bij?

Het doel van deze studie was om inzicht te verkrijgen in de resultaten van de activiteiten binnen het programma Allemaal Opvoeders (AlOp). Zonder definitieve oordelen te kunnen geven over de effectiviteit van de programma-activiteiten, geeft deze studie wel handvatten om tot verdere methodiekontwikkeling te komen. Uit de doelrealisatiemetingen blijkt daarnaast dat sommige type activiteiten effectiever zijn voor het bereiken van de doelen dan andere. Deze studie laat zien dat activiteiten gericht op het versterken van het contact tussen (mede)opvoeders, informele steun bij het opgroeien en opvoeden van jeugdigen kunnen faciliteren. 

 

 

 

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.