Vraag 1a
In een land zijn er 100 personen die elk eens per jaar in de gelegenheid verkeren om zichzelf met corruptie te verrijken. Een delict levert de delinquent een persoonlijk gewin op van € 2.000. Met zo’n delict wordt aan anderen een schade toegebracht van € 3.000. De (potentiële) delinquenten zijn risiconeutraal en beschikken ieder over een vermogen van € 10.000. Om corruptie te bestrijden heeft de overheid een beleid ontwikkeld, waardoor de pakkans uitkomt op 10%. Verder is op deze vorm van criminaliteit een forse geldboete gezet van € 4.000. De kosten van het realiseren van de pakkans bedragen € 2.500 per procent per jaar. De pakkans kan in stapjes van steeds 1% worden veranderd. De pakkans die zo wordt gerealiseerd is algemeen en geldt voor alle delinquenten. De tenuitvoerlegging van gevangenisstraf kost de overheid € 250 per persoon per dag. Voor een delinquent correspondeert een dag gevangenisstraf met een boetebedrag van € 200. Aangenomen mag worden dat als een delinquent gepakt wordt, de buit niet meer te achterhalen valt.
Wat wordt verstaan onder een efficiënt delict? Waarom zal het bij corruptie in het algemeen niet om efficiënte delicten gaan?
Vraag 1b
Hoeveel delicten worden er per jaar gepleegd? Leidt het door de overheid ontwikkelde criminaliteitsbeleid tot een Hicks-Kaldor-verbetering ten opzichte van de situatie waarbij de overheid de criminaliteit ongemoeid zou laten?
Vraag 1c
Stel dat aan iedere pleger van een delict, naast de genoemde geldboete, ook nog standaard de maatregel wordt opgelegd die verplicht tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van € 2.000. In hoeverre veranderen uw antwoorden onder b.?
Vraag 1d
Hoe zou de efficiënte aanpak van de criminaliteit eruit zien?
Vraag 1a
Bij corruptie gaat het in eerste instantie om geldbedragen die van de een naar de ander gaan en als zodanig (vestzak-broekzak) niets veranderen aan de maatschappelijke welvaart. Maar dat geldt niet voor de tegenprestatie, waarbij bepaalde deelbelangen in het geheim (blijkbaar omdat er maatschappijbreed geen draagvlak voor bestaat) worden voorgetrokken ten opzichte van alle andere. Dat doet afbreuk aan de maatschappelijke welvaart.
Vraag 1b
De boete van 4.000 kan iedereen betalen, gezien het vermogen. Het strafrisico is dus pakkans x strafmaat = 10% x 4.000 = 400, duidelijk kleiner dan het persoonlijk gewin van 2.000. De delicten zijn lonend, dus 100 delicten per jaar. Nee, want de gezamenlijke welvaart neemt af ten opzichte van de situatie zonder beleid. Er verandert niets in het aantal delicten, en er worden ook nog eens 10 x 2.500 = 25.000 kosten gemaakt voor het realiseren van de pakkans.
Vraag 1c
De maatregel kan, net als de boete, alleen worden opgelegd aan degenen die gepakt zijn. Het strafrisico neemt daardoor toe tot 10% x (4.000 + 2.000) = 600. De delicten blijven lonend, dus 100 delicten per jaar. De maatregel verplaatst vermogen van de delinquenten naar de schatkist; de gezamenlijke welvaart verandert echter niet.
Vraag 1d
Voor een efficiënt resultaat is het in principe het beste om het strafrisico af te stemmen op de schade van 3.000. [Omdat het in dit geval duidelijk is dat het om een inefficiënt delict gaat, zou ook kunnen worden volstaan met een strafrisico van 2.000, afgestemd op het persoonlijk gewin.] Vervolgens kunnen de opsporingskosten worden geminimaliseerd door de pakkans te beperken tot 1%. De strafmaat moet dan evenredig worden verhoogd, tot een geldwaarde van 300.000. Gezien het vermogen van 10.000 is een geldboete niet afdoende; er moet worden gedreigd met een aanvullende gevangenisstraf van 1450 dagen. Immers, het strafrisico is dan 1% x (10.000 + 200 x 1450) = 3.000. (Een enkele gevangenisstraf van 1500 dagen kan ook). Resultaat: - geen delicten, dus geen schade; - de potentiële delinquenten hebben geen baten, maar ook geen kosten vanwege straffen; - de overheid heeft alleen opsporingskosten van 1 x 2.500 = 2.500. Het totale maatschappelijke welvaartsverlies blijft beperkt tot 2.500, beter dan niets doen.