Vraag 1
Een Scheveningse strandtenthouder heeft een nieuwe keuken besteld bij een Italiaanse producent van professionele kwaliteitskeukens. Voor de strandtenthouder is het van groot belang dat de keuken aan het begin van het seizoen bedrijfsklaar is. De producent verwacht geen enkel probleem te hebben met tijdige levering. De partijen komen overeen dat de producent in geval van te late levering een schadevergoeding van € 5.000 zal betalen aan de strandtenthouder voor elke dag dat hij te laat levert. Door logistieke problemen dreigt de producent toch niet op tijd te kunnen leveren. Zonder extra inspanningen zal de levering 5 dagen te laat plaatsvinden. Indien de strandtenthouder 5 dagen later dan gepland zijn deuren kan openen, kost hem dat naar verwachting € 20.000. Door het maken van extra kosten, zoals het inhuren van snel transport, zou de producent toch tijdig kunnen leveren. Die extra kosten bedragen € 22.500. Door hoge transactiekosten vindt geen heronderhandeling over het contract plaats.
Vraag 1a
Beredeneer of de producent maatregelen zal nemen om tijdig te kunnen leveren.
Vraag 1b
Welke consequenties heeft de beslissing van de producent voor de maatschappelijke welvaart? Stel dat de producent een mogelijkheid ziet om zich op overmacht te beroepen waardoor hij bij te late levering toch geen schadevergoeding zou hoeven te betalen. De producent denkt een kans van 20% te hebben op het winnen van een rechtszaak over de te betalen schadevergoeding. De strandtenthouder is ook niet helemaal zeker van de uitkomst en denkt een kans van 80% te hebben op het winnen van een door hem aangespannen rechtszaak. De proceskosten bedragen € 2.500.
Vraag 1c
Als de producent te laat levert en de strandtenthouder vervolgens met het aanspannen van een rechtszaak dreigt, hoe zal dit geschil dan eindigen?
Vraag 1d
Zal, gegeven het antwoord bij c., de producent maatregelen nemen om tijdig te kunnen leveren?
Vraag 2
T is een particuliere transportonderneming die streeft naar winstmaximalisatie. T vervoert met tankwagons gevaarlijke stoffen over het spoorwegnet. Er bestaat een risico dat er iets mis gaat. De kans daarop is gelukkig zeer klein, maar als het mis gaat kan de schade aanzienlijk zijn. De verwachte schade hangt samen met de voorzorgsmaatregelen die T neemt. Die voorzorgsmaatregelen kunnen worden samengevat in het zorgniveau dat waarden kan aannemen van 0 tot 100 procent. Figuur 1 geeft de verwachte schade en de kosten van zorg voor alle mogelijke zorgniveaus. De lijn die als hoogste eindigt, zijn de totale kosten. De middelste lijn zijn de kosten van zorg. De laagste lijn is de verwachte schade.


Figuur 1
Vraag 2a
Stel dat er voor het vervoer van gevaarlijke stoffen een systeem van risicoaansprakelijkheid geldt. Welk zorgniveau zal transportonderneming T dan kiezen? Leg uit dat dat het efficiënte zorgniveau is.
Vraag 2b
Onder welke omstandigheden kan een systeem van schuldaansprakelijkheid transportonderneming T prikkelen tot de keuze van het efficiënte zorgniveau? Geef een korte toelichting.
Met het beschikbare materieel kan T per dag maximaal 5 ritten uitvoeren. De brutowinst van T, d.w.z. het verschil tussen de opbrengst en de directe kosten van het transport (personeel, materieel, energie), is afhankelijk van het aantal ritten en wordt gegeven door de onderstd. Door prijsdiscriminatie toe te passen. Zie boek pp. 241-242. MOJO zou de winst kunnen optimaliseren als ze alle 50.000 kaartjes zou kunnen verkopen en aan iedere belangstellende een individuele prijs op maat in rekening zou kunnen brengen waarbij het consumentensurplus (vrijwel) volledig wordt afgeroomd. De transactiekosten daarvan zijn prohibitief hoog. Immers, MOJO zou van iedere koper moeten weten hoeveel deze maximaal zou wil betalen, en vervolgens met iedere koper een contract moeten afsluiten waarin is vastgelegd dat het kaartje niet mag worden doorverkocht aan iemand anders. Praktisch wel uitvoerbaar is het creëren van verschillende rangen met elk een eigen prijs.aande tabel. In deze brutowinst zijn de verwachte schade en de eventuele kosten van zorg nog niet meegenomen. De verwachte schade en de kosten van zorg per rit worden gegeven door figuur 1.
| Aantal ritten per dag | Brutowinst per dag in euro’s |
| 1 | 200 |
| 2 | 310 |
| 3 | 390 |
| 4 | 440 |
| 5 | 470 |
Vraag 2c
Voor welk aantal ritten kiest T als er een systeem van schuldaansprakelijkheid zou gelden met een rechtens vereist zorgniveau van 60%?
Vraag 2d
Wat is het efficiënte aantal ritten? Leg uit waarom het antwoord onder c. al dan niet samenvalt met het efficiënte aantal ritten.
Vraag 1a
Bij te late levering moet de producent een schadevergoeding betalen ter grootte van 5×5.000 = 25.000. Dat is meer dan de kosten van 22.500 om tijdig te kunnen leveren. Hij kiest dus voor tijdige levering.
Vraag 1b
De beslissing van de producent is nadelig voor de maatschappelijke welvaart, omdat de kosten van het vermijden van schade (22.500) groter zijn dan de vermeden schade (20.000).
Vraag 1c
De strandtenthouder kan geloofwaardig dreigen, immers de netto-opbrengst van een rechtszaak is voor hem 0,8 × 25.000 − 0,2 × 2.500 = 19.500. De producent kan dan kiezen tussen een schikking (kosten 19.500) of een rechtszaak. Voor de producent zijn de kosten van een rechtszaak gelijk aan (1 − 0,2) × (25.000 + 2.500) = 22.000. De producent stuurt dus aan op een schikking, voor een bedrag van 19.500.
Vraag 1d
Het schikkingsbedrag van 19.500 is lager dan de kosten van het vermijden van schade, zodat de producent te laat zal leveren en het geschil zal eindigen in een schikking.
Vraag 2a
Omdat T bij risicoaansprakelijkheid altijd aansprakelijk is voor de eventuele schade, draagt T de volledige kosten, S+K. T kiest voor het minimum van de S+K-curve. Dat wordt bereikt bij een zorgniveau van 60%. Het efficiënte zorgniveau wordt bereikt als de maatschappelijke kosten van zorg en schade minimaal zijn. Die maatschappelijke kosten van zorg en schade worden gegeven door S+K, en zijn het laagst bij een zorgniveau van 60%.
Vraag 2b
Schuldaansprakelijkheid prikkelt tot de keuze van het efficiënte zorgniveau als i. de rechtens vereiste norm gelijk is aan het efficiënte zorgniveau van 60%, of ii. de rechtens vereiste norm hoger is dan 80%. Zie verder boek pp. 165-168.
Vraag 2c
Bij een rechtens vereiste norm van 60% heeft T alleen zorgkosten van 60 per rit; de schade S blijft bij de slachtoffers.
| Aantal ritten per dag | Bruto winst | Kosten van zorg voor rekening van T | Netto winst van T |
| 1 | 200 | 60 | 140 |
| 2 | 310 | 120 | 190 |
| 3 | 390 | 180 | 210 |
| 4 | 440 | 240 | 200 |
| 5 | 470 | 300 | 170 |
T kiest voor maximale winst, dus 3 ritten.
Vraag 2d
Bij het efficiënte zorgniveau van 60% zijn de maatschappelijke kosten van zorg en schade gelijk aan 90 per rit.
| Aantal ritten per dag | Bruto winst | Maatschappelijke kosten van zorg en schade | Netto bijdrage aan welvaart |
| 1 | 200 | 90 | 110 |
| 2 | 310 | 180 | 130 |
| 3 | 390 | 270 | 120 |
| 4 | 440 | 360 | 80 |
| 5 | 470 | 450 | 20 |
Antwoord vraag
De maatschappelijke welvaart is het beste gediend met 2 ritten per dag. T kiest bij c. niet voor het efficiënte aantal ritten omdat hij geen rekening hoeft te houden met de schade. De verwachte schade van 30 per rit blijft voor rekening van de slachtoffers. Daarom zal T te veel ritten ondernemen. [T haalt bij 3 ritten weliswaar een winst van 210, maar de schade voor de slachtoffers is 3 x 30 = 90, zodat de netto bijdrage aan de welvaart uitkomt op 120. En dat is minder dan de 130 bij het efficiënte aantal van 2 ritten.]