Hoe kunnen daders geïdentificeerd worden door getuigen? - Chapter 15

Wat komt er in dit chapter aan bod?

Er wordt vaak gediscussieerd over de identificatie van een dader. Wanneer er geen forensisch bewijs beschikbaar is (dat is er meestal niet), zoals DNA, dan zal er tijdens een rechtszaak geëvalueerd moeten worden hoe accuraat de identificatie van de ooggetuige is. Onderzoek heeft uitgewezen dat de verkeerde identificatie een grote rol speelt bij 75% van de onterechte vonnissen. Veel mensen die schuldig zijn verklaard, terwijl ze eigenlijk onschuldig waren, zijn vrijgesproken na nieuw DNA bewijs. De geschiedenis wijst uit dat veel ooggetuigen echt zeker zijn van hun zaak, maar blijkbaar kunnen er toch fouten gemaakt worden. Het is echter wel moeilijk om de mogelijkheid op verkeerde identificatie te minimaliseren. Daarnaast moet de identificatie op een goede manier tijdens de rechtszaak worden gebruikt en de limieten van de identificatie die ooggetuigen maken moeten worden herkend.

In dit chapter wordt eerst uiteengezet welke problemen zich bij daderidentificatie door getuigen kunnen voordoen. Vervolgens wordt ingegaan op de verschillende identificatie procedures: de show-up of confrontation en de meer open line-ups. Daarna worden de factoren behandeld die een invloed hebben op de betrouwbaarheid van het geheugen van ooggetuigen. Dit zijn schattingsvariabelen, waarop men geen invloed heeft, en de systeem variabelen, die wel te beïnvloeden zijn. Tenslotte worden de fouten die altijd gemaakt zullen blijven worden, behandeld. Het belang om hier rekening mee te houden wordt benadrukt.

Welke problemen kunnen zich voordoen in identificatie en geheugen?

Om herinnerd te kunnen worden, moet informatie eerst gecodeerd worden door de ooggetuigen op de plaats delict. Een ooggetuige kan zich een bepaald aspect van de gebeurtenis wellicht niet herinneren omdat hij/zij geen aandacht heeft geschonken aan de relevante details en het daarom niet gecodeerd is in het geheugen. De informatie moet opgeslagen worden, zonder dat een deel ervan verloren gaat of veranderd wordt. Het menselijke geheugen is een actief proces van het reconstrueren van een gebeurtenis van incomplete informatie die gecodeerd is in het geheugen. Beschikbare informatie zal gebruikt worden om actief de gebeurtenissen te evalueren. Deze informatie kan de voorkennis van de getuige, verwachtingen en assumpties bevatten. Gaten vullen we in met assumpties over wat er gebeurd zou moeten zijn. De persoon die zich iets probeert te herinneren is zich zelf niet bewust van dit proces en zal geen onderscheid kunnen maken tussen informatie die daadwerkelijk is herinnerd en nieuwe informatie. Verwachtingen worden gehaald uit het geheugen voor alledaagse dingen (dit noemen we scripts) of stereotypes. Wanneer we ons dingen proberen te herinneren, kunnen we ook informatie gebruiken die we hebben gekregen na de gebeurtenis. Deze informatie kunnen getuigen bijvoorbeeld krijgen door de vragen van een inspecteur of door andere getuigen.

Ooggetuigen worden gevraagd om herinneringen over een bepaalde tijd, plaats en uiterlijke kenmerken omhoog te halen. Herinneringen van die dag kunnen door elkaar gehaald worden. Zo heeft de getuige op de dag van de gebeurtenis een Opel gezien en hij/zij kan dan foutief denken dat die auto aanwezig was op de plaats delict. Dit wordt de bron attributie fout genoemd (source attribution error). Het coderen wordt beïnvloed door de mate waarmee aandacht is besteed aan het relatieve ding en de mate van de cognitieve verwerking van het ding. Hoe meer aandacht er aan een ding besteed wordt, hoe meer details er over dit ding herinnerd kunnen worden. De mate waarin iemand zich een gebeurtenis kan herinneren kan afhankelijk zijn van de aanwijzingen die aanwezig zijn tijdens het ophalen van de herinnering. De aanwijzingen die het handigst zijn hierbij, zijn dingen die ook aanwezig waren tijdens de gebeurtenis. Wanneer getuigen gevraagd worden zich het gezicht van de dader te herinneren, dan zijn er visuele herinneren nodig. Het is echter lastig om visuele herinneringen, vooral die van gezichten, op te noemen. Het is namelijk moeilijk om elk gezicht op een unieke manier te beschrijven. Wanneer getuigen zich het gezicht van een dader proberen te herinneren, vertrouwen ze op herkenning. De politie kan enkele verdachten in een rij laten staan en de ooggetuige vragen of hij/zij iemand herkent. Er is wel een negatieve kant hieraan en dat is dat de getuige iemand herkent omdat hij/zij een gezicht ziet dat bekend voorkomt. Het impliciete geheugen zorgt er voor dat een gezicht bekend lijkt, zonder te weten wanneer het gezicht gezien werd.

Welke identificatie procedures zijn er?

De meest simpele identificatie procedure is om de getuige toe te staan om de verdachte of een foto van de verdachte te laten zien en te vragen of het de dader is. Dit wordt een show-up in de Verenigde Staten genoemd en een confrontation in het Verenigd Koninkrijk. Het wordt het vaakst gebruikt op of vlakbij een plaats vlak nadat er een misdaad is gerapporteerd en er niet genoeg rechtvaardiging is om een verdachte te arresteren. Dit wordt ook wel een street identification (straat identificatie) genoemd in het Verenigd Koninkrijk. Het probleem aan deze procedures is dat er niet vast gesteld kan worden of een getuige een vergissing maakt. Deze procedure is erg suggestief, want de getuige zal vast denken dat de persoon die aan hem/haar wordt gelaten zien, de verdachte van de politie is. Hierdoor zal de getuige wellicht eerder geneigd zijn om te denken dat hij/zij de verdachte daadwerkelijk heeft gezien. Een betere procedure is het laten zien van een groep mensen aan de getuige en vragen of hij/zij iemand herkent. De getuige kan wellicht niemand herkennen, de verdachte herkennen of iemand die de misdaad niet heeft gepleegd herkennen. Deze zogenaamde line-ups worden vaak in het VK en de VS gebruikt. Veel van deze line-ups zijn vervangen door video identificatie. Dit is eigenlijk hetzelfde principe, alleen krijgen de getuigen een video van mensen te zien.

Wat zijn schattingsvariabelen?

Schattingsvariabelen zijn factoren die de betrouwbaarheid van het geheugen van ooggetuigen kunnen beïnvloeden en die niet gecontroleerd kunnen worden door het justitiële systeem. In veel landen wordt er rekening gehouden met het feit dat er goede en slechte ooggetuige identificatie gemaakt kan worden. In Engeland is er het zogenaamde Turnball guideline opgesteld. Hierin staat waar juryleden rekening mee moeten houden, met betrekking tot de getuigenissen van getuigen. Ook wordt hierin gezegd dat rechters aan juryleden moeten vertellen dat een overtuigende getuige toch vergissingen kan maken en dat verdachten die dezelfde identificatie maken allemaal ook een vergissing kunnen maken. In de Turnball guidelines staan factoren die invloed zouden kunnen hebben op de oordelen. Zo kan het langer blootgesteld zijn aan de ene persoon ervoor zorgen dat je je hem/haar beter herinnert dan de andere persoon. Uit een studie is gebleken dat getuigen die een persoon 45 seconde mochten bekijken die persoon eerder aanwezen uit een line-up dan een persoon waar ze 12 seconden naar gekeken hebben. Ook het bekijken van mensen onder verschillende lichtsterktes kan ervoor zorgen dat sommige gezichten beter onthouden worden dan anderen. Ook de afstand tot de personen/foto’s zorgt er voor dat sommige gezichten beter onthouden worden dan anderen.

Wanneer een getuige geconfronteerd wordt met een getrokken mes of pistool, dan zal zijn/haar aandacht getrokken worden door het wapen (weapon focus). Hierdoor zal er minder aandacht geschonken worden aan de andere dingen van de scene. Ooggetuigen kunnen daarom het wapen goed beschrijven, maar het gezicht van de dader bijvoorbeeld niet. De aanwezigheid van een wapen kan er ook voor zorgen dat de getuige stress ervaart en hierdoor zijn/haar attentie niet goed kan verdelen. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen met minder stress een meer accurate identificatie kunnen geven dan mensen met meer stress. Een andere factor die een rol kan spelen is de etniciteit. Ooggetuigen zijn minder accuraat in het herkennen van daders die niet dezelfde etnische achtergrond hebben als zij zelf. Meer ervaring met mensen met een andere etnische achtergrond kan dit effect verminderen. Ook de leeftijd kan een rol spelen in het herkenningsproces. Studies hebben uitgewezen dat oude mensen minder vaak correcte responsen maken in tests van gezichtsherkenning. De identificatie nauwkeurigheid nam af rond het 50ste levensjaar. Een ander factor die al eerder besproken is, is zelfvertrouwen. Getuigen die zelfvertrouwen uitstralen, komen beter over op juryleden en rechters. Hun accuraatheid hangt echter niet samen met hun zelfvertrouwen. Een grootschalig onderzoek heeft uitgewezen dat de verdachte een grotere kans had op het geïdentificeerd worden als de getuige jonger dan 30 jaar was, de verdachte een witte Europeaan was, de getuige een gedetailleerde omschrijving gaf, een snelle beslissing nam bij de line-up en als de getuige de verdachte langer dan een minuut zag bij de plaats delict. Naarmate de tijd tussen het delicten het identificatieproces meer verstreek, werden er ook minder accurate identificaties gemaakt.

Wat zijn systeem variabelen?

Het justitiële systeem kan invloed uitoefenen op enkele aspecten van identificatie procedures. Deze invloed wordt uitgedrukt in systeem variabelen. De effecten van het presenteren van line-ups in verschillende media en het manipuleren van de rijkheid van verschillende kenmerken is verbazingwekkend genoeg relatief klein. Een mogelijke reden hiervoor is dat gezichten goed waargenomen kunnen worden van een foto met goede kwaliteit. Het extra toevoegen van kleur heeft dus geen of weinig extra voordelen. Live line-ups, video line-ups of foto’s produceren geen substantiële verschillen in de prestatie van identificatie. De video line-up heeft echter wel voordelen. Zo hoeft de getuige bijvoorbeeld niet heel lang te wachten totdat alle personen uit de line-up bij elkaar gebracht zijn en gepresenteerd worden. Bij live line-ups kunnen verdachten afwezig zijn, omdat ze gewoon niet zijn komen opdagen. Video line-ups gaan veel sneller. Meerdere getuigen kunnen in afzonderlijke kamer op hetzelfde tijdstip de videobeelden bekijken. Bij live line-ups moeten getuigen een voor een naar de line-up kijken en dit duurt langer. Video line-ups zijn dus efficiënter. Getuigen moeten goede instructies krijgen. Veel getuigen denken dat een van de personen uit de line-up de dader moet zijn geweest, want de politie moet toch wel een verdachte in de line-up hebben gestopt. Zelfs als ze iemand niet herkennen, dan proberen ze toch wel iemand uit te zoeken omdat ze denken dat de dader er tussen moet zitten. De politie moet daarom zeggen dat de verdachte er wel of niet bij kan zitten. Een getuige mag gerust zeggen dat hij/zij niemand herkent. Dat is beter dan de verkeerde aanwijzen.

Nog een maatregel is om blinde administratie te gebruiken. De persoon die de line-up presenteert aan de getuige, mag bij blinde administratie ook niet weten wie de verdachte is. De identiteit van de verdachte weten kan er voor zorgen dat hij/zij onbewuste hints geeft aan de getuige. Zo kan de persoon als hij/zij weet wie de verdachte is langer kijken naar de foto van de verdachte. Ook kan het eerder gezien hebben van een foto en vervolgens het zien van die persoon bij de line-up er voor zorgen dat er een verkeerde identificatie wordt gemaakt. Door het zien van de foto wordt de persoon herkenbaar bij de line-up en de getuige kan onterecht denken dat hij/zij hem herkent van de plaats delict. Wanneer een gezicht wordt geïdentificeerd door een getuige, dan zullen zij toegewijd raken aan de identificatie en zullen naar alle waarschijnlijkheid het gezicht weer identificeren. In een line-up moeten meerdere personen worden gebruikt. Een goede manier om te kijken of de getuige echt de verdachte herkent, is door mensen in de line-up te gebruiken die op de verdachte lijken.

Waar kan het fout gaan bij de identificatie door getuigen?

Na alle waarschuwingen te hebben gekregen, worden er toch fouten gemaakt in het identificeren van een verdachte. Volgens sommige onderzoekers komt dit door het nemen van een relatieve identificatie in plaats van een absolute identificatie. Een absolute identificatie is als je echt denkt dat de verdachte de persoon is die je hebt gezien tijdens een misdaad. Er zijn echter ook getuigen die kijken naar alle personen in de line-up en de persoon die het meest lijkt op de persoon die ze zagen tijdens de misdaad eruit kiezen. De methode van sequentiële presentatie van line-up is ontworpen om dit te verhelpen. Hierbij worden foto’s of mensen een voor een gepresenteerd en de getuige moet bij elke foto/persoon zeggen of hij/zij de dader was. De getuige krijgt niet te horen hoeveel foto’s er in totaal komen en de persoon die de foto’s presenteert weet ook niet wie de verdachte is. Getuigen krijgen geen tweede kans en mogen niet terug kijken naar een foto. Zo’n presentatie zorgt voor meer conservatieve antwoorden. Een laatste factor waar agenten rekening mee kunnen houden, is dat ze geen positieve feedback op de identificatie moeten geven. Zo moeten ze niet zeggen dat iemand anders ook dezelfde persoon aangewezen had. Dit kan namelijk het vertrouwen van de identificatie vergroten en de getuige zal eerder weer dezelfde persoon aanwijzen.

Tegenwoordig gaan veel landen ook over op het identificeren via bewakingscamerabeelden. Mensen zijn echter wel gauw vatbaar voor misleiding door camerabeelden. Mensen zijn erg goed in het herkennen van bekende individuen. Zo kunnen ze gemakkelijk hun familieleden, vrienden en collega’s herkennen via bewakingsbeelden, zelfs als de beelden een lage kwaliteit hebben. Men is echter wel slecht in het matchen van beelden van een onbekende persoon. Uit onderzoek is gebleken dat mensen behoorlijk wat fouten maken wanneer ze gevraagd wordt om camerabeelden te matchen aan het gezicht van een verdachte. Het identificeren van deze type video’s is erg onbetrouwbaar, tenzij de persoon de verdachte op de beelden kent. Onderzoekers lieten beelden van hoge kwaliteit zien van een aantal personen. Er werden gezichten en lichamen laten zien van verschillende perspectieven en de proefpersonen moesten de beelden matchen met een persoon die in die kamer stond. Een op de vijf getuigen maakte een vergissing onder ideale omstandigheden! Wanneer mensen de kans kregen om met elkaar te praten over de personen die op de beelden te zien waren, waren ze beter in het identificeren van de personen. Betere camerabeelden en vooral automatische gezichtsherkenning in aan elkaar verbonden camera's kunnen helpen om deze menselijke fouten te voorkomen.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvatting van Forensic Psychology: Crime, Justice, Law, Interventions van Davies en Beech - 3e druk

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Psychology Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2621
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector