Pedagogy and education - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 19681 keer gelezen
Autonomie is een belangrijk begrip binnen het onderwijs in liberale democratieën. Echter is het niet altijd duidelijk wat er wordt bedoeld met autonomie binnen de literatuur. In dit artikel wordt een afwijkende conceptualisatie van autonomie beschreven. Ook wordt er beschreven wat de belangrijke implicaties zijn van autonomie voor in de klas en wordt er ingegaan op de liberale theorie.
Binnen de liberale theorie is autonomie een belangrijk begrip. Autonomie werd vaak beschreven als een vorm van zelfwetgeving waarin de enige bron die bepaalde wat iemand wel/niet deed gebaseerd was op zijn eigen rede. De vraag is echter hoe men dan bepaalt welke redeneringen wel/niet goed zijn. Meestal zijn deze standaarden extern en dus gebaseerd op publieke overtuigingen. Het individu moet dan nog wel zelf bepalen of hij/zij het hier mee eens is. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat iemand een specifieke religie aanhoudt en niet goed in staat is om andere geloofsovertuigingen te evalueren. Dit zou dan betekenen dat deze individu niet goed in staat is om een eigen, autonome keuze te maken met betrekking tot religie. Samengevat kan er worden gesteld dat, om een actie of een keuze als autonoom te beschouwen, er moet worden voldaan aan de volgende criteria:
Deze standaarden zijn gebaseerd op het rechtssysteem in vele landen, die ervan uitgaat dat mensen rationele wezens zijn. Voor het maken van goede keuzes zijn er ook andere dingen belangrijk, zoals kennis van de context waarbinnen men een keuze maakt, en een redelijke kennis van de mogelijke opties. Als een persoon niet weet welke mogelijke opties er zijn dan kan deze persoon ook niet een geïnformeerde beslissing maken. Daarom zijn er extra standaarden, zoals:
Samengevat is autonome besluitvorming gebaseerd op de principes van het rechtssysteem en rationaliteit, moraliteit, redelijkheid en realiteit en op de persoonlijke waarden en normen van de persoon over wat een goed leven inhoudt.
De uiteindelijke conceptualisering van autonomie in dit artikel is dus gebaseerd op de liberale theorie. Wanneer men deze conceptualisering van autonomie vergelijkt met vorige conceptualiseringen, dan zijn er een aantal verschillen op te merken. Ten eerste is deze liberale conceptualisering van autonomie gebaseerd op acties, keuzes, en oordelen: elke actie moet bestaan uit deze onderdelen. Dit is anders dan wanneer de term wordt gebruikt om iemand zijn of haar persoonlijkheid aan te duiden. Ook is moraliteit een belangrijk onderdeel van deze term. Om te bepalen of een actie wel/niet autonoom is kan dus ook worden gekeken naar of de actie wel of niet moreel is. Met moreel wordt dan bedoeld dat de actie niet schadelijk is voor anderen en dat het past bij principes zoals eerlijkheid, rechtvaardigheid, en gelijkheid. Een kritiekpunt zou kunnen zijn dat dit niet is wat de meeste mensen denken wanneer zij de term horen, namelijk een vorm van zelfwetgeving. Overeenkomsten tussen deze term en vorige conceptualiseringen is dat autonomie zich op een continuüm bevindt: mensen kunnen dus verschillen in de mate van autonomie in hun acties en beslissingen.
Volgens de huidige conceptualisering van autonomie houdt het leren van autonomie in dat men de benodigde vaardigheden, kennis en disposities aanleert om autonome keuzes te maken. Er wordt dan vanuit gegaan dat studenten in staat zijn of in staat kunnen zijn om te leren hoe zij goede keuzes voor henzelf kunnen maken, dat zij het recht hebben op het maken van de beslissingen en dat onderwijs hen hierop moet voorbereiden en hen keuzes ook moet respecteren. Het maken van autonome keuzes is afhankelijk van een aantal intellectuele middelen, zoals:
De middelen die nodig zijn om goede beslissingen te maken, zoals goede gewoonten van geest. Hieronder vallen vijf middelen, zoals kennis van de standaarden over goed denken en goede prestaties, achtergrondkennis van de context waar de keuze op is gebaseerd, kennis van kritische concepten en vocabulaire, en kennis van verschillende strategieën en heuristieken om informatie te onderzoeken en keuzes te maken.
Kennis van de standaarden van autonome keuzes en acties. Hiermee wordt bedoeld dat men keuzes baseert op principes die redelijk zijn voor veel mensen, dat men nadenkt over de consequenties van zijn of haar keuzes op anderen, dat men keuzes maakt op basis van het recht om voor henzelf te kiezen, dat men andere keuzes overweegt, en dat men keuzes maakt op basis van zijn of haar doelen. Daarnaast is het belangrijk dat men probeert deze standaarden te behalen door middel van het maken van keuzes.
Bewustzijn van verschillende manieren van leven. Als men echt een goede keuze wil maken over wat het beste zou zijn voor zijn of haar leven, dan is het belangrijk dat deze persoon ook kennis heeft van alle mogelijke manieren van leven. Dit kan op verschillende manieren bereikt worden. Door middel van onderwijs kunnen studenten bijvoorbeeld leren om zich te verplaatsen in anderen en om vanuit andermans perspectief naar het leven te kijken.
Er wordt vaak benoemd dat studenten op zo’n manier opgeleid moeten worden dat zij veelzijdig inzetbaar zijn op het gebied van werk. Het klopt dat studenten door het aanleren van verschillende vaardigheden meer keuzes en opties hebben. Als studenten bijvoorbeeld leren om te typen, dan kunnen zij later ervoor kiezen om een baan te kiezen waarin dit belangrijk is en dit vergroot hun opties. Echter kan onderwijs ook juist een tegengesteld effect hebben. Zo is er bijvoorbeeld weinig vrijheid in keuze voor leerlingen die graag artiest of filosoof zou willen zijn; ook zij moeten voldoen aan het curriculum. Het is dus niet heel makkelijk voor het onderwijs om studenten alle mogelijke keuzes te bieden. Wel kan men zich erop richten om studenten te leren hun eigen keuzes te maken. Een ander discussiepunt binnen het onderwijs gaat over de rol van de ouders. Mogen zij alles beslissen over hun kinderen en wat zij leren? Dit is een belangrijk discussiepunt. In 1983 waren er families die niet wilden dat hun kind de boeken van Mozert zou lezen, omdat dit inging tegen hun geloof. Eén van de scholen stemde hiermee in en kozen voor andere boeken. Dit was dus gebaseerd op de keuze van de ouders en niet van de kinderen zelf; er was dus sprake van een gebrek aan autonomie in de kinderen. Volgens dit artikel is het net zo belangrijk om kinderen aan te leren autonome keuzes te maken als dat het belangrijk is om hun te leren lezen en schrijven. Het kan namelijk zo zijn dat ouders vroeger het geen goed idee vonden om hun kinderen te leren lezen en schrijven, omdat zij bang waren dat dit hun kinderen perspectieven zou opleveren die zij niet wilden. Dit is echter niet meer het geval en het verbieden van leren lezen en schrijven aan kinderen om de ouders te dienen zou nu niet meer gehonoreerd worden. Hetzelfde geldt voor andere keuzes: kinderen hebben het recht op onderwijs dat hen leert om autonome keuzes te maken. Ouders mogen dit niet verbieden, want dit betekent dat zij de mogelijkheden voor ontwikkeling in hun kinderen beperken.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results