Casus
Er wordt Lindqvist ten laste gelegd dat zij inbreuk heeft gemaakt op de Zweedse wettelijke regeling inzake de bescherming van persoonsgegevens door de openbaarmaking op haar website van persoonsgegevens betreffende een aantal personen die evenals zij als vrijwilliger werken in een gemeente van de Protestantse kerk van Zweden.
Lindqvist had noch haar collega’s van het bestaan van die pagina’s op de hoogte gesteld noch hun toestemming gekregen. Toen zij vernam dat de bedoelde internet pagina’s door een aantal van haar collega’s niet op prijs werden gesteld, heeft zij ze verwijderd.
De toepasselijke bepaling is Richtlijn 95/46.
Lindqvist ontkend dat zij een strafbaar feit had gepleegd. Zewerd veroordeeld tot betaling van een geldboete, hiertegen heeft zij bij de verwijzende rechter beroep ingesteld.
Hof
Het in artikel 3 lid 1 van richtlijn 95/46 gebezigde begrip persoonsgegevens omvat volgens de definitie van artikel 2 sub a, daarvan iedere informatie betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Hieronder valt vanzelfsprekend iemands naam tezamen met zijn telefoonnummer of gegevens over zijn werksituatie en zijn liefhebberijen ( r,o. 24)
De handelingen worden ten minste gedeeltelijk geautomatiseerd verricht,
Verder wordt er het Hof gevraagd of de bepalingen van de richtlijn 95/46 in het onderhavige geval een beperking bevatten die in strijd is met het algemene beginsel van vrijheid van meningsuiting of met andere in de EU geldende rechten en vrijheden.
De lidstaten beschikken bij omzetting van de richtlijn over handelingsvrijheid.
De grondrechten hebben een bijzonder belang, de vrijheid van meningsuiting van Lindqvist moet worden afgewogen tegen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen wier gegevens door Lindqvist op haar website zijn geplaatst.
De sancties moeten het evenredigheidsbeginsel in acht nemen.