Recht der Internationale Organisaties - Blois - Univiersiteit Utrecht

Hoofdstuk 21: Recht der Internationale Organisaties. 

Internationale organisaties = zijn permanente, door staten bij een verdrag opgerichte instituties, gericht op de verwezenlijking van bepaalde doelstellingen = gouvernementele internationale organisaties.  

Non-gouvernementele organisatie= door particulieren of particuliere organisaties opgerichte internationale instellingen. 

Indelingen  

Indeling a.d.h.v. bevoegdheid t.a.v. lidstaten: 

  • Intergouvermentele organisaties = beogen samenwerking tussen staten. Deze kunnen niet tegen hun wil in gebonden worden aan besluiten van de organisatie. Voor bindende besluiten is instemming van alle lidstaten vereist. 

  • Supranationale organisaties = kunnen lidstaten wel tegen hun wil gebonden worden aan besluiten van de organisatie. De staten hebben een deel van hun soevereiniteit overgedragen aan de organisatie. 

  • Sommige organisaties zijn in sommige opzichten intergouvernementeel, in andere opzichten supranationaal. 

Indeling a.d.h.v. doelstellingen: 

  • Algemene organisatie = heeft ruim omschreven doelstellingen (VN) 

  • Functionele organisatie = hebben veel beperktere doelstellingen. 

Indeling a.d.h.v. geografisch bereik: 

  • Mondiale organisatie = alle staten in de wereld kunnen lid worden. 

  • Regionale organisatie = bijvoorbeeld de EU. 

De Verenigde Naties (VN) 

Doelstellingen: 

  • Het handhaven van de internationale vrede en veiligheid! 

  • De ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen naties 

  • De internationale samenwerking op economisch, sociaal, cultureel en humanitair terrein. 

  • Het respect voor de rechten van de mens 

  • De harmonisatie van het optreden van de naties ter verwezenlijking van deze doelstellingen. 

Organen van de VN: 

  • De Algemene vergadering: 

  • Alle lidstaten hebben zitting 

  • Besluiten (resoluties) zijn niet bindend 

  • Resoluties die betrekking hebben op het intern functioneren van de VN zijn wel bindend, zoals het vaststellen van de begroting 

  • De veiligheidsraad: 

  • 15 leden waarvan 5 permanent. 

  • Taak = handhaving van de internationale vrede en veiligheid 

  • Besluiten zijn bindend. 

  • Bij inhoudelijke besluiten heeft elk permanent lid een vetorecht. Een van hen kan dus een besluit van de raad tegenhouden.  

  • Op het gebied van de handhaving van internationale vrede en veiligheid kan de raad besluiten tot het nemen van de lidstaten bindende maatregelen, zowel van niet-militaire als van militaire aard.  

  • Peace-enforcement; 

  • Peace-keeping: inzet van vredestroepen onder de VN-vlag, die de conflictpartijen met hun instemming uit elkaar houden. 

  • Het secretariaat 

  • Ambtelijke ondersteuning van de taakvervulling van de talrijke onderdelen van de VN. 

  • Leiding: Secretaris-Generaal. Ambtelijke functionaris + politieke rol. 

  • Het Internationaal gerechtshof 

  • De Economische en Sociale Raad. 

De Raad van Europa 

  • Samenwerking op sociaal, cultureel en juridisch gebied. 

  • Het lidmaatschap staat open voor Europese staten die de beginselen van de rechtsstaat (rule of law) en de rechten van de mens respecteren. 

  • Raad van Europa draagt een intergouvernementeel karakter. 

  • Bijvoorbeeld: Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. 

De Raad van Europa heeft drie organen: 

  1. Het comité van ministers 

  1. De parlementaire vergadering 

  1. Het secretariaat. 

De Europese Unie (EU) 

Taak: 

  • Het tot stand brengen van een integratie tussen lidstaten op sociaaleconomisch gebied. 

  • Steeds verdergaande politieke integratie. 

Voornamelijk supranationaal karakter. 

Ontwikkeling: 

  • In 1992 is het verdrag van de EU in Maastricht ondertekend (Verdrag van Maastricht). Drie pijlers: 

  1. Sociaaleconomisch terrein; 

  1. Buitenlandse en veiligheidsbeleid; 

  1. De politiële en justitiële samenwerking; 

  • Het is opgericht als overkoepelende structuur die de drie oorspronkelijke Europese Gemeenschappen omvatte. 

  • Doelstellingen: geleidelijke verbreding van vooral sociaaleconomische doelstellingen naar algemeen geformuleerde beginselen en doeleinden die het gehele spectrum van het politieke en maatschappelijke leven omvatten en waarvan het sociaaleconomische slechts een belangrijk onderdeel is. 

  • Drie beginselen: 

  1. Beginsel van bevoegdheidstoedeling: de Unie handelt slechts binnen de grenzen die haar door de lidstaten zijn toebedeeld. 

  1. Subsidiariteitsbeginsel: op de gebieden die niet tot de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen, treedt deze slechts op wanneer de met het beleid beoogde doelstellingen niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt. 

  1. Evenredigheidsbeginsel: de inhoud en vorm van het optreden van de Unie zal niet verder gaan dan nodig is om de doelstellingen van de verdragen te verzekeren. 

De taken en bevoegdheden van de EU laten zich indelen aan de hand van een globale driedeling (vastgelegd in Werkingsverdrag): 

  1.  Sociaaleconomisch beleid 

  1. Interne markt: een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd. 

  1. Douane-unie: voor handelsverkeer met landen buiten EU geldt een gemeenschappelijk buitentarief. 

  1. > op Europees niveau zijn er regels voor producten vastgelegd. 

  1. Buitenlands en veiligheidsbeleid 

  1. Douane-unie > gemeenschappelijke handelspolitiek noodzakelijk. 

  1. Algemene buitenlandse beleid en defensie. 

  1.  De ruimte van vrijheid, veiligheid en recht 

  1. Politiële en justitiële samenwerking 

  1. Grenscontrole, asiel en immigratie, burgerlijk procesrecht, grensoverschrijdende aspecten van familierecht, strafrecht en strafprocesrecht. 

Er zijn drie categorieën van bevoegdheden van de EU in relatie tot die van de lidstaten: 

  • De EU is exclusief bevoegd = de lidstaten hebben op dit gebied geen bevoegdheden meer 

  • Gedeelde bevoegdheid = de EU en de lidstaten hebben ieder hun eigen bevoegdheden 

  • Aanvullende bevoegdheid = lidstaten zijn zelf bevoegd. (Cultuur, sport, onderwijs). 

Organen van de EU 

1. Het Europees Parlement 

2. De Europese Raad 

3. De Raad van de Europese Unie 

4. De Europese Commissie 

5. Het Hof van justitie van de Europese Unie 

6. De Europese centrale bank 

7. De Rekenkamer. 

Het Europees Parlement: 

  • Rechtstreeks gekozen door de burgers van de lidstaten voor 5 jaar 

  • Aantal parlementariërs per lidstaat hangt af van de grootte van het land. 

  • Taken: 

  • Politiek toezicht houden op de commissie, (kan de Commissie in zijn geheel doen aftreden). 

  • Medewetgevende bevoegdheid (samen met de Raad). 

  • Het budgetrecht = het recht om de begroting vast te stellen. 

De Europese Raad: 

  • Staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten, voorzitter en voorzitter van de Commissie, hoge vertegenwoordiger van de Unie. 

  • Taken: 

  • Het geven van impulsen voor de nodige ontwikkelingen van de EU en het vaststellen van de algemene politieke beleidslijnen en prioriteiten 

De Raad van de Europese Unie: 

  • De ministers of staatssecretarissen van de lidstaten. 

  • Taken: 

  • Vaststelling van de wetgeving van de Europese Unie. 

  • De Raad ontwikkelt op verschillende beleidsterreinen van de EU het gemeenschappelijk beleid. 

  • De begroting vaststellen samen met het Parlement. 

  • Besluitvorming: 55% van de leden van de Raad die ten minste vijftien in aantal zijn en lidstaten vertegenwoordigen, waarvan de bevolking van de EU 65% moet zijn. 

De Commissie: 

  • Elke lidstaat 1 lid. 

  • Ambtstermijn is 5 jaar 

  • Leden zijn onafhankelijk van nationale regering 

  • Taken: 

  • Recht van initiatief (wetsvoorstellen indienen) op regelgevend terrein. 

  • In het algemeen komt er dus alleen maar een verordening van de EU tot stand wanneer de Commissie daartoe een voorstel doet. 

  • Toezicht houden op de naleving van het Europees recht. 

Het Hof van Justitie van de Europese Unie: 

  • De Rechterlijke instelling van de EU die bestaat uit: 

  • Het Hof van Justitie 

  • 1 rechter per lidstaat 

  • Het Hof wordt bijgestaan door advocaten-generaal: geven een onafhankelijk juridisch advies uit over het bij het Hof voorliggende zaken. 

  • Dit is het hoger beroep 

  • Competentie: 

  • Commissie/lidstaat kan een eventuele schending van Europees recht door een lidstaat voorleggen. 

  • Hof kan zich uitspreken over rechtmatigheid van handelingen van Europese instellingen. 

  • Prejudiciële procedure = Het Hof kan zich op verzoek van een nationale rechter uitspreken over de uitleg van een regel van het Europees recht. 

  • Wanneer er sprake is van een probleem met uitlegging/geldigheid. 

  • Kennisnemen van geschillen over door de instellingen toegebrachte schade. 

  • Het Gerecht 

  • Te minste 1 rechter per lidstaat 

  • Bevoegd om in eerste aanleg over een aantal categorieën van zaken uitspraak te doen 

  • m.b.t. rechtsvragen staat vervolgens beroep open bij het Hof van Justitie. 

  • Gespecialiseerde rechtbanken 

Europese Centrale Bank en Europees Stelsel van Centrale Banken vormen centrale pijlers van gemeenschappelijk monetair beleid van EU. De Rekenkamer bestaat uit onafhankelijke leden (1 uit elke lidstaat). De taak is alle rekeningen van ontvangsten en uitgaven van de EU te onderzoeken. 

Het Europees Recht: 

  • Primair Europees recht = de verdragen die de basis vormen van de Europese Unie (Werkingsverdrag, EU-verdrag) 

  • Het secundair Europees recht = het recht dat door de instellingen (de Raad en Parlement) gezamenlijk tot stand is gebracht op basis van de door het primaire Europees recht gegeven bevoegdheden. 

Verordening = heeft een algemene strekking. Zij is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat > soort wet in materiële zin. Een verordening hoeft en mag niet omgezet te worden in nationaal recht. 

Richtlijnen = is verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd is, doch aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten de vorm en middelen te kiezen. 

Besluiten = is bindend in al haar onderdelen. Het is geen algemene regel, maar een beslissing in een concreet geval. 

Europees recht en nationale rechtsorde 

  • De interne werking, rechtstreekse werking en voorrang van bepalingen (zie H20) vloeien voort uit dat recht zelf. 

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Check: more related and most recent topics and summaries
Check more: study fields and working areas
Check more: institutions, jobs and organizations

Image

Share: this page!
Follow: AnnevanVeluw (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
1235
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector