Hoorcollege Persoonlijkheidsstoornissen

Sheetnotes 19/20

Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege? 
In dit hoorcollege worden verschillende
persoonlijkheidsstoornissen behandeld. Dit sluit aan met H12 van het boek Abnormal Psychology: An integrative approach.

Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
Alle onderwerpen komen terug in de literatuur.

Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
Er worden geen recente ontwikkelingen besproken. Echter wordt er wel ingegaan op hoe de huidige classificatie van de DSM-5 tot stand is gekomen.

Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
De term egosyntoon komt vaak terug op het tentamen.

Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen? 
Er worden geen tentamenvragen behandeld. 

Hoorcollege aantekeningen 19/20

Criterium DSM-5 persoonlijkheidsstoorniss

 

  1. Een duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedrag dat duidelijk afwijkt van wat binnen de cultuur van de betrokkene wordt verwacht.
  2. Het duurzame patroon is inflexibel en komt tot uiting in een breed scala van persoonlijke en sociale situaties.
  3. Het duurzaam patroon veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren of in het functioneren op andere belangrijke terreinen.
  4. Het patroon is stabiel en van lange duur, en het begin ervan kan worden herleid tot op zijn laatst de adolescentie of de jongvolwassen leeftijd.
  5. Het duurzaam patroon kan niet beter worden verklaard als een uiting of gevolg van een andere psychische stoornis.
  6. Het duurzaam patroon kan niet worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel (een drug of medicatie) of aan een somatische aandoening (zoals een schedeltrauma). 

Kenmerken persoonlijkheidsstoornissen

  • Chronisch disfunctioneren
  • Begin uiterlijk op jongvolwassen leeftijd
  • Disfunctionele patronen (denken, voelen, handelen) op vrijwel alle levensgebieden
  • Gedrag is voor de persoon egosyntoon = ik-eigen (i.p.v. egodystoon = jezelf niet vinden passen bij de stoornis)
  • Geeft lijdensdruk of beperking in functioneren
  • Aanmelding GGZ vaak niet vanwege PS, maar door een crisis of andere mentale stoornis (depressie of paniekstoornis)

Epidemiologische gegevens

Prevalentie in de gewone bevolking 10% en in de GGZ 60.4%. Voor sommige PS-en geldt dat symptomen afnemen wanneer men ouder wordt. Men ik vaker gescheiden of leeft allen. Er zijn meer PS-en te vinden in de steden dan op platteland. Men heeft meer en heftiger life-events meegemaakt. Bij sommige PS-en speelt gender een rol (sommige stoornissen worden sneller gediagnosticeerd bij mannen of vrouwen omdat het daarbij ‘past’). Behandeling is moeilijk, vanwege egosyntoon (ik ben zo), alloplastic (= die ander moet veranderen en niet ikzelf moet veranderen) en tegenoverdracht (antisociaal of manipulatief gedrag).

Clusters

In DSM-5 zijn er 10 PS en die worden ingedeeld in 3 clusters:

  • Cluster A = vreemd of excentriek gedrag (paranoïde, schizoïde of schizotypische PS). De schizotypische PS komt qua negatieve en positieve symptomen overeen met schizofrenie en is dan ook een voorloper voor schizofrenie. Bij schizoïde PS zijn er geen wanen en hallucinaties. 
  • Cluster B = dramatisch, emotioneel, grillig, impulsief gedrag (antisociaal, borderline, histrionische of narcistische PS)
  • Cluster C = angstig of vreesachtig gedrag (vermijdende, afhankelijke of dwangmatige PS)

Geschiedenis indeling DSM-5

De assen zijn weggehaald in de DSM-5, er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen as-I en as-II. De persoonlijkheidsstoornissen zijn geen wezenlijk andere stoornis dan de andere stoornissen in de DSM-5.

  • Voordeel van categorisch model: gemakkelijk en je kan aan de behoefte van de patiënt doen om het te laten weten wat hij heeft. 
  • Voordeel dimensionaal model: meer informatie over ieder individu, meer differentiatie tussen mensen (mensen kunnen wel dezelfde stoornis hebben, maar toch andere kenmerken) en minder arbitrair dan het ja/nee systeem. 

Bij het originele voorstel van de DSM-5 zouden de persoonlijkheidsstoornissen ingedeeld worden in een dimensionaal model. PS-en bestaan uit constellaties van extreme posities op trek-dimensies (traits). Er waren 6 traits: negatieve emotionaliteit, introversie, antagonimse, disinhibitie, compulsiviteit en schizotypie. Deze traits waren in te delen bij een bepaald type, bijvoorbeeld hoog in antagonisme en disinhibitie leidt tot een antisociaal type. Dit was erg complex en er ontstond veel commotie, omdat je niet meer beoordeeld werd met een stoornis, maar met bepaalde niveaus van traits. Daarom hebben ze dezelfde clusters aangehouden zoals in de DSM-4. 

Persoonlijkheidsstoornis cluster A

Vreemd of apart gedrag. De kenmerken die horen bij deze stoornissen lijken op de symptomen die men ook bij de psychotische stoornis schizofrenie opmerkt (maar minder heftig). Vaak zijn het mensen die alleen leven of wonen en zeer weinig contact met anderen hebben. Ze leven geïsoleerd en zullen niet snel hulp zoeken. 

  • Paranoïde-persoonlijkheidsstoornis

Mensen zijn achterdochtig in een situatie waarin anderen niet achterdochtig zijn. Ze voelen zich minderwaardig en kwetsbaar, isoleren zich en vertonen achterdochtig gedrag, hebben woede en angst voor verraad en heeft een link met de positieve symptomen van schizofrenie. Mensen met deze stoornis vertrouwen andere niet snel, dus gaan ook niet snel in behandeling. Ouders wantrouwen anderen. Als behandeling wordt cognitieve therapie gegeven om de verkeerde assumpties over anderen te vervangen. 

  • Schizoïde-persoonlijkheidsstoornis

Een geïsoleerd persoon die veel op zichzelf is. Ze hoeven geen relatie met anderen. Ze komen koud over en lijken voor kritiek/complimenten ongevoelig. Hebben overeenkomst met psychotische stoornis in de negatieve symptomen, niet in de positieve symptomen. Ze zijn lastig om mee om te gaan, hebben gebrek aan gevoel. Opvoeding was misbruikt of verwaarloosd. Mensen vragen zelden hulp. Als behandeling wordt sociale vaardigheidstraining aangeboden. 

  • Schizotypische-persoonlijkheidsstoornis

Positieve en negatieve symptomen van psychotische stoornis. Mensen die een genetische kwetsbaarheid hebben voor schizofrenie hebben meer positieve en negatieve schizotypische kenmerken. Men voelt zich een vreemdeling, anderen worden gezien als onbetrouwbaar en bedreigend. Men voelt angst, depressie of somberheid. Houdt zich bezig met de gedachte “als ik iets naars denk of voel, dreigt er gevaar”. Verwerpende opvoeding zonder emotioneel contact. De stoornis wordt vaak behandeld wanneer men voor depressie of angst komt. Als behandeling wordt er een combinatie van antipsychotica, cognitieve gedragstherapie en sociale vaardigheidstraining aangeboden.  

Persoonlijkheidsstoornis cluser B

Mensen met een Cluster B persoonlijkheidsstoornis zijn impulsief, onverantwoordelijk en vinden het moeilijk om met hun emoties om te gaan. 

  • Borderline-persoonlijkheidsstoornis

Deze mensen zijn soms stabiel, soms onstabiel. Ze hebben een lage eigenwaarde en leeg gevoel. Het risico op suïcide is hoog en gaat vaak samen met depressie. Patiënten zijn impulsief, er kan sprake zijn van automutilatie. Ze voelen zich slecht en hulpeloos. Ze zien anderen als onbetrouwbaar en afwijzend. Ze durven hun gevoelens niet te laten zien. Willen over alles controle. Emoties die ze voelen zijn wanhoop, jaloezie, woede, angst en depressie. Tijdens de opvoeding sprake van trauma, verlating of verwerping. 

  • Antisociale-persoonlijkheidsstoornis

Onverantwoordelijk, impulsief gedrag. Geen empathie naar slachtoffers, overtreden sociale normen zonder spijtgevoelens. Deze stoornis vertoont gelijkenissen met psychopathie en met norm overschrijdende gedragsstoornis. Men voelt zich een eenling en sterk. Ze zien anderen als kwetsbaar en te exploiteren. Vertoont gedrag als aanvallen, manipuleren en liegen. Voelt veel woede en weinig angst en spijt. Tijdens de opvoeding misbruikt, verwaarloosd of getraumatiseerd. Moeilijk te behandelen vanwege manipulatie en zelfbeeld. Hoge risicokinderen krijgen een training om probleemgedrag te voorkomen. 

  • Narcistische-persoonlijkheidsstoornis 

Men vindt zichzelf erg belangrijk en hebben weinig aandacht voor anderen. Ze vertonen veel competent gedrag. Ze voelen vaak woede, trots en jaloezie. Tijdens de opvoeding zijn ze erg verwent en opgehemeld. Behandeling met CGT. 

  • Histrionische-persoonlijkheidsstoornis 

Vertonen theatraal gedrag en drukken hun emoties overdreven uit. Zijn zich veel bezig met uiterlijk en kleden en vertonen verleidelijk gedrag. Ze willen niet in het spotlicht staan, daar voelen ze zich niet comfortabel. Ze voelen zich aantrekkelijk en worden bewonderlijk gezien. Ze overdrijven, charmeren en zoeken veel aandacht. Hebben emoties zoals woede, trots, jaloezie. Tijdens de opvoeding misbruikt, verwaarloosd of getraumatiseerd. Behandeling is weinig succesvol.

Persoonlijkheidsstoornis cluster C

Kenmerkend voor mensen die lijden aan een cluster C persoonlijkheidsstoornis is dat ze angstig zijn. Bang om relaties aan te gaan of juist mensen te verliezen. Ze vermijden conflictsituaties en hebben moeite met zelfstandig in het leven staan. 

  • Afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis

Ze leunen veel op anderen en hebben verlatingsangst. Ze voelen zich hulpeloos en incompetent en zien anders als steunend. Ze hechten zich veel aan anderen. Ze voelen zich angstig en somber. Tijdens de opvoeding zijn ze verwaarloosd of hebben ze een ouder veloren.

  • Ontwijkende-persoonlijkheidsstoornis

Ze zijn gevoelig voor de mening van anderen. Angst verhindert hen om een relatie aan te gaan. Ze hebben een lage eigenwaarde en voelen zich kwetsbaar en incompetent. Ze zien anderen als kritisch en vernederend. Ze vermijden anderen. ze voelen angst, schaamte, depressie en verdriet. Ze hebben een verwaarloosde opvoeding gehad. Behandeling is gelijk met angststoornis en daarnaast sociale vaardigheidstraining en systematische desensitisatie. 

  • Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis 

Ze willen alles op de juiste manier doen en door de details worden ze verhinderd om de klus daadwerkelijk te klaren. Ze voelen zich verantwoordelijk en competent en zien anderen juist als incompetent. Ze zijn erg perfectionistisch en willen alles ordenen en controleren. Ze voelen angst, irritatie, spijt en teleurstelling. Tijdens de opvoeding hebben ze hoge eisen gekregen van hun ouders. Behandeling met CGT. 

 

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: more related
Biopsychosociale Perspectieven op Psychopathologie - Hoorcollege aantekeningen 19/20
Check: how to help
Share: this page!
Follow: Britt van Dongen (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
3737
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector