Causal Inference in Field Experiments - College 5

      College 5: Gerandomiseerde experimenten

     Theorie achter randomisatie

  • Klassiek experiment:

      •    Regel van de enkele variabele

        •   Experiment: waarvan je het effect wilt weten moet je variëren. Kan vanalles zijn
        •   Meten: meet de afhankelijke variabele (het effect) in alle condities
        •   Ceteris paribus: houd de rest constant
      •    Maar ‘de rest’ is heel veel…
  • Gerandomiseerd experiment:
      •    Theorie van random assignment (RA)
        •   Random toewijzing maakt behandelgroepen gelijk op verwachte (!) waarden van alle (!) mogelijke pretests (= ‘de rest’)
        •   De behandeling is dus het enige systematische verschil tussen condities
        •   Daarom geeft random toewijzing een unbiased schatting van het gemiddelde behandeleffect
        •   Random toewijzing vermindert geloofwaardigheid van alternatieve verklaringen voor een behandeleffect

     Randomisatie methodes

  • Toewijzing aan condities is compleet probabilistisch. Iedereen heeft dezelfde kansen van toewijzing aan de groepen (die hoeven niet per se even groot te zijn).
  • Random toewijzing van units aan condities ≠ random sampling (RS) van units van een populatie:
      •    Random toewijzing = subsamples die gelijk zijn aan elkaar
      •    Random sampling = sample gelijk aan populatie
  • Random toewijzing gaat selectie bias tegen, niet maturatie of history etc.:
      •    Het beschermt tegen de voornaamste effecten van deze dreigingen (door ze constant te houden over behandelingen), maar
      •    Het beschermt niet tegen dreiging x behandeling interacties (bijv. selectieve attrition)
  • Gelijke sample sizes? à gebalanceerd design geeft de beste algemene power voor het design, maar ongebalanceerd design kan meer power geven voor specifieke vergelijkingen
  • Sample sizes forceren: random methodes kunnen leiden tot ongeplande sample sizes. Dat kan gehanteerd worden.
  • Vergelijkbare subsamples?
      •    Verschillende pretest gemiddelden: random toewijzing zorgt ervoor dat verwachte waarden voor alle mogelijke verstorende variabelen gelijk zijn, niet dat geobserveerde variabelen gelijk zijn. Groepsverschillen zijn nog steeds mogelijk. Strategieën daartegen:
        •   Preventie: matching of stratifying (k = aantal groepen)
          • Matching: paren/groepen maken (n=k) van vergelijkbare proefpersonen. Dan random toewijzing binnen elk paar/groep
          • Stratifying: de onderzoeksgroep in strata verdelen (n > k). Dan random toewijzing binnen elk stratum
          • Limitaties:
            •    Geldt alleen voor de gekozen variabelen. ‘De rest’ is nog steeds te veel
            •    Onbruikbaar als de gekozen variabelen ongerelateerd zijn aan de uitkomst
            •    Complexer in quasi-experimenten
            •    Meest bruikbaar vóór de randomisatie
        •   Correctie achteraf: randomisatie overdoen of ANCOVA (k = aantal groepen)
          • Randomisatie overdoen: random samples doen van overgerepresenteerde groep(en). à lagere N à minder power
          • Statistische controle (ANCOVA): corrigeer voor mogelijke invloedvariabelen met verschillende pretest gemiddelden
          • Limitaties:
            •    Preventie is beter
            •    Elke variabele waarvoor gecontroleerd wordt kost 1 of meer error df
            •    Hangt sterk af van hoe sterk de ANCOVA-assumpties zijn (lineairiteit, parallelliteit)
  • Units en hogere orde units
      •    Individuen komen vaak in ‘aggregaten’ (schoolklassen, districten, organisaties, patiënten van dezelfde clinicus).
      •    Individuele units binnen een aggregaat zijn mogelijk niet onafhankelijk door gedeelde invloeden van het aggregaat naast de behandeling
        •   à ANOVA negeert dit à doe MultiLevel Analysis (MLA)
      •    Randomisatie van aggregaten: vaak een probleem met power. Oplossingen:
        •   Meer aggregaten à geven meer extra power dan extra units binnen aggregaten
        •   Randomiseer aggregaten binnen homogene blokken of strata
  • Designs met random toewijzing:
      •    Basic design: behandel v.s. controle groep          R    X     O

                                                                                               R            O

                      Twee behandelingen: A en B (met of zonder controlegroep)

                       Met of zonder pretest: handig voor attrition na randomisatie of tijdens behandeling

                      Randomisatie voor of na pretest: na = matching

                      Factorieel design: factor A (A1 vs. A2) gekruist met factor B (B1 vs. B2) geeft een 2x2 design

                      Voordelen:

          • Meer power
          • Effecten van behandelcombinaties (voornaamste effecten A & B)
          • Interactie-effecten (A modereert effect van B)
      •    Nested designs: behandeling geven binnen bestaande groepen
      •    P. 269 tabel 8.2: condities geleidend met random toewijzing
      •    P. 276: niet prettige condities voor random toewijzing

     Praktische problemen

  • Ethische en legale aspecten:

      •    Codes, informed consent, commissies (CEP)
      •    Redenen om niet een behandeling aan een persoon te geven:
        •   Als schadelijke of lange termijneffecten nog onbekend zijn
        •   Bij schaarse bronnen
      •    Alternatieve oplossingen: varieer de dosis van de behandeling zodat iedereen iets krijgt
      •    Het experiment afbreken voor ethische redenen, zoals negatieve bijwerkingen of grote verschillen in effectiviteit, is vaak in medisch onderzoek
  • Behandel implementatie:
      •    Problemen:
        •   Menselijke redenen waarom random toewijzing niet lukt
        •   Niet de hele interventie krijgen
        •   Iets anders krijgen dan de behandeling
        •   Behandeling ook in de controlegroep
      •    Aspecten van behandel implementatie:
        •   Bezorging (handleidingen, protocollen, training)
        •   Recept (communicatie)
        •   Behandelovereenkomst
      •    Mensen in de controlegroep zoeken soms zelf behandeling: check wat ze tussen pretest en posttest doen
  • Efficacy vs. effectiveness: in welke mate behandeling werkt bij:
      •    Optimale condities: efficacy
      •    Realistische condities: effectiveness
  • Data analyse dat implementatie data bevat
      •    Intent-to-treat analysis: alsof iedereen de toegewezen behandeling kreeg
      •    Niet iedereen kreeg de hele behandeling
      •    QED (= geen random toewijzing aan verschillende categorieën): analyse van het effect van de behandeling afmaken, moet gemeten worden
      •    Instrumentele variabele analyse (later)?
  • Attrition na random assignment
      •    Definitie van attritie:
        •   Het verlies van response data van participanten door het skippen van items of het stoppen van participeren in de studie
        •   Consequenties: minder power, systematische bias als de attrition correleert met de behandeling
      •    Voorkomen van attritie: veel werk, zie p. 327 tabel 10.1
      •    Data-analyse met attritie: zie p. 335, tabel 10.2

              Gerandomiseerde experimenten

      •      Theorie achter randomisatie
      • Klassiek experiment:
          •    Regel van de enkele variabele
            •   Experiment: waarvan je het effect wilt weten moet je variëren. Kan vanalles zijn
            •   Meten: meet de afhankelijke variabele (het effect) in alle condities
            •   Ceteris paribus: houd de rest constant
          •    Maar ‘de rest’ is heel veel…
      • Gerandomiseerd experiment:
          •    Theorie van random assignment (RA)
            •   Random toewijzing maakt behandelgroepen gelijk op verwachte (!) waarden van alle (!) mogelijke pretests (= ‘de rest’)
            •   De behandeling is dus het enige systematische verschil tussen condities
            •   Daarom geeft random toewijzing een unbiased schatting van het gemiddelde behandeleffect
            •   Random toewijzing vermindert geloofwaardigheid van alternatieve verklaringen voor een behandeleffect

     Randomisatie methodes

  • Toewijzing aan condities is compleet probabilistisch. Iedereen heeft dezelfde kansen van toewijzing aan de groepen (die hoeven niet per se even groot te zijn).
  • Random toewijzing van units aan condities ≠ random sampling (RS) van units van een populatie:
      •    Random toewijzing = subsamples die gelijk zijn aan elkaar
      •    Random sampling = sample gelijk aan populatie
  • Random toewijzing gaat selectie bias tegen, niet maturatie of history etc.:
      •    Het beschermt tegen de voornaamste effecten van deze dreigingen (door ze constant te houden over behandelingen), maar
      •    Het beschermt niet tegen dreiging x behandeling interacties (bijv. selectieve attrition)
  • Gelijke sample sizes? à gebalanceerd design geeft de beste algemene power voor het design, maar ongebalanceerd design kan meer power geven voor specifieke vergelijkingen
  • Sample sizes forceren: random methodes kunnen leiden tot ongeplande sample sizes. Dat kan gehanteerd worden.
  • Vergelijkbare subsamples?
      •    Verschillende pretest gemiddelden: random toewijzing zorgt ervoor dat verwachte waarden voor alle mogelijke verstorende variabelen gelijk zijn, niet dat geobserveerde variabelen gelijk zijn. Groepsverschillen zijn nog steeds mogelijk. Strategieën daartegen:
        •   Preventie: matching of stratifying (k = aantal groepen)
          • Matching: paren/groepen maken (n=k) van vergelijkbare proefpersonen. Dan random toewijzing binnen elk paar/groep
          • Stratifying: de onderzoeksgroep in strata verdelen (n > k). Dan random toewijzing binnen elk stratum
          • Limitaties:
            •    Geldt alleen voor de gekozen variabelen. ‘De rest’ is nog steeds te veel
            •    Onbruikbaar als de gekozen variabelen ongerelateerd zijn aan de uitkomst
            •    Complexer in quasi-experimenten
            •    Meest bruikbaar vóór de randomisatie
        •   Correctie achteraf: randomisatie overdoen of ANCOVA (k = aantal groepen)
          • Randomisatie overdoen: random samples doen van overgerepresenteerde groep(en). à lagere N à minder power
          • Statistische controle (ANCOVA): corrigeer voor mogelijke invloedvariabelen met verschillende pretest gemiddelden
          • Limitaties:
            •    Preventie is beter
            •    Elke variabele waarvoor gecontroleerd wordt kost 1 of meer error df
            •    Hangt sterk af van hoe sterk de ANCOVA-assumpties zijn (lineairiteit, parallelliteit)
  • Units en hogere orde units
      •    Individuen komen vaak in ‘aggregaten’ (schoolklassen, districten, organisaties, patiënten van dezelfde clinicus).
      •    Individuele units binnen een aggregaat zijn mogelijk niet onafhankelijk door gedeelde invloeden van het aggregaat naast de behandeling
        •   à ANOVA negeert dit à doe MultiLevel Analysis (MLA)
      •    Randomisatie van aggregaten: vaak een probleem met power. Oplossingen:
        •   Meer aggregaten à geven meer extra power dan extra units binnen aggregaten
        •   Randomiseer aggregaten binnen homogene blokken of strata
  • Designs met random toewijzing:
      •    Basic design: behandel v.s. controle groep          R    X     O
  • R            O

    o   Twee behandelingen: A en B (met of zonder controlegroep)

    o   Met of zonder pretest: handig voor attrition na randomisatie of tijdens behandeling

    o   Randomisatie voor of na pretest: na = matching

    o   Factorieel design: factor A (A1 vs. A2) gekruist met factor B (B1 vs. B2) geeft een 2x2 design

    §  Voordelen:

          • Meer power
          • Effecten van behandelcombinaties (voornaamste effecten A & B)
          • Interactie-effecten (A modereert effect van B)
      •    Nested designs: behandeling geven binnen bestaande groepen
      •    P. 269 tabel 8.2: condities geleidend met random toewijzing
      •    P. 276: niet prettige condities voor random toewijzing

     Praktische problemen

  • Ethische en legale aspecten:

      •    Codes, informed consent, commissies (CEP)
      •    Redenen om niet een behandeling aan een persoon te geven:
        •   Als schadelijke of lange termijneffecten nog onbekend zijn
        •   Bij schaarse bronnen
      •    Alternatieve oplossingen: varieer de dosis van de behandeling zodat iedereen iets krijgt
      •    Het experiment afbreken voor ethische redenen, zoals negatieve bijwerkingen of grote verschillen in effectiviteit, is vaak in medisch onderzoek
  • Behandel implementatie:
      •    Problemen:
        •   Menselijke redenen waarom random toewijzing niet lukt
        •   Niet de hele interventie krijgen
        •   Iets anders krijgen dan de behandeling
        •   Behandeling ook in de controlegroep
      •    Aspecten van behandel implementatie:
        •   Bezorging (handleidingen, protocollen, training)
        •   Recept (communicatie)
        •   Behandelovereenkomst
      •    Mensen in de controlegroep zoeken soms zelf behandeling: check wat ze tussen pretest en posttest doen
  • Efficacy vs. effectiveness: in welke mate behandeling werkt bij:
      •    Optimale condities: efficacy
      •    Realistische condities: effectiveness
  • Data analyse dat implementatie data bevat
      •    Intent-to-treat analysis: alsof iedereen de toegewezen behandeling kreeg
      •    Niet iedereen kreeg de hele behandeling
      •    QED (= geen random toewijzing aan verschillende categorieën): analyse van het effect van de behandeling afmaken, moet gemeten worden
      •    Instrumentele variabele analyse (later)?
  • Attrition na random assignment
      •    Definitie van attritie:
        •   Het verlies van response data van participanten door het skippen van items of het stoppen van participeren in de studie
        •   Consequenties: minder power, systematische bias als de attrition correleert met de behandeling
      •    Voorkomen van attritie: veel werk, zie p. 327 tabel 10.1
      •    Data-analyse met attritie: zie p. 335, tabel 10.2

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Check: more related and most recent topics and summaries
Check more: study fields and working areas
Check more: institutions, jobs and organizations

Image

Share: this page!
Follow: VivianDeGraaff (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
1088
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector