Wat zijn de thema's en perspectieven binnen de ontwikkelingspsychologie? - Chapter 1 - Exclusive
Wat zijn de thema's en perspectieven binnen de ontwikkelingspsychologie? - Chapter 1
...........Read more
Samenvattingen per hoofdstuk bij de 2e druk van Developmental Psychology van Leman et al.
Wat zijn de thema's en perspectieven binnen de ontwikkelingspsychologie? - Chapter 1
...........Read moreOntwikkelingspsychologen proberen twee vragen te beantwoorden. Ten eerste, hoe kan verandering in de ontwikkeling worden beschreven? Ten tweede, hoe kan verandering in de ontwikkeling worden verklaard? De taak van theorieën binnen de ontwikkelingspsychologie is om coherente en plausibele antwoorden op deze vragen te vinden. Theorieën genereren ook testbare hypotheses of voorspellingen over het gedrag van kinderen. Sommige theorieën blijven langer bestaan dan anderen. Meestal proberen deze theorieën een bredere vraag te verklaren dan theorieën die snel worden verworpen. Een andere mogelijke reden waarom een theorie langer bestaat dan een andere kan het gebruik van een nieuwe invalshoek zijn. Het is niet ongebruikelijk dat tegengestelde theorieën naast elkaar bestaan. Tegengestelde theorieën bestaan vaak naast elkaar, omdat ze ieder een ander deel van een groter fenomeen verklaren.
Filosofen dachten al na over vragen over de psychologische ontwikkeling ver voor het begin van de psychologie als wetenschappelijke discipline. Een belangrijke vraag onder filosofen in de zeventiende eeuw was of mensen de wereld moesten ervaren om het te kunnen waarnemen en te begrijpen. Aan de ene kant waren er filosofen die vonden dat de mens als een onbeschreven blad werd geboren. Dit houdt in dat baby’s niets van de wereld begrijpen, omdat ze er nog niet mee in aanraking zijn geweest. Aan de andere kant stonden filosofen die dachten dat de geest een soort orde aan de omgeving oplegt om het te kunnen begrijpen. Dit debat lijkt sterk op het nature-nurture debat.
Behaviorisme is een tak van de psychologie die de rol van leren in menselijk gedrag benadrukt. Deze tak was prominent in het begin van de twintigste eeuw. Behavioristen vinden dat veranderingen in gedrag veroorzaakt worden door ervaring en dat deze veranderingen in gedrag geleidelijk en doorlopend plaatsvonden. Er waren twee manieren van leren die zij belangrijk vonden. Ten eerste de klassieke conditionering: een manier van leren waarbij twee stimuli herhaaldelijk samen voorkomen totdat individuen op een onbekende stimulus hetzelfde reageren als op de bekende stimulus. Dit werd als eerste ontdekt door Pavlov. Ten tweede de operante conditionering: een manier van leren waarbij nieuw gedrag wordt aangeleerd in reactie op een specifieke stimulus. Operante conditionering gebeurt door het manipuleren van de consequentie van het gedrag. Thorndike en Skinner deden hier veel onderzoek naar. Ze ontdekten dat beloning de waarschijnlijkheid dat het gedrag zich zal herhalen verhoogt (positive reinforcement). Straf verkleint daarentegen de kans dat bepaald gedrag zich zal herhalen (negative reinforcement).
Aan het begin van de twintigste eeuw kwam het grootste tegengeluid ten opzichte van de behavioristen van de ‘maturationisten’. Zij beargumenteerden dat de manier waarop de vaardigheden van kinderen zich ontwikkelden voor een groot gedeelte afhangen van de genen. Belangrijke maturationisten, zoals Darwin, Gesell en McGraw, onderzochten de banen waarin bepaalde vaardigheden zich ontwikkelden. Ze observeerden dat vaardigheden zich in een bepaalde volgorde leken te ontwikkelen. Om deze redenen beargumenteerden de maturationisten het bestaan van ‘biological timetables’. Deze timetables stonden vast in de genen van onze soort. Het is belangrijk om te beseffen dat zowel behavioristen als maturationisten onderling verschillen in de mate waarop ze de nadruk leggen op nature of nurture.
Volgens de psychodynamische theorie gaat ontwikkeling in discrete stadia en wordt ontwikkeling voornamelijk bepaald door biologische aandrijvingen die zich vormen door contact met de omgeving. Het wordt ook bepaald door de interactie tussen de drie componenten van de persoonlijkheid, namelijk het id, ego, superego. Deze drie veranderen tijdens de ontwikkeling van het kind.
Volgens Freud verloopt de ontwikkeling van de persoonlijkheid in vijf fases:
Volgens Freud heeft de manier waarop het kind door de orale, anale en fallische fase gaat een grote invloed op de emotionele ontwikkeling en op de persoonlijkheid in de volwassenheid. Freud’s exacte standpunt van vroege ervaring op de ontwikkeling wordt niet overgenomen door ontwikkelingspsychologen, maar vroege ervaringen worden wel als erg belangrijk gezien binnen de ontwikkelingspsychologie. Erikson zag ontwikkeling als een opeenvolging van acht fases verspreid over het hele leven. Elke fase wordt gekenmerkt door persoonlijke en sociale taken die het individu moet volbrengen. Dit is de psychosociale theorie.
Volgens de ethologische theorie moet gedrag gezien en begrepen worden in de context waarin het zich voordoet. Het gedrag moet ook gezien worden als het hebben van waarde voor de overleving. Het is van belang om rekening te houden met de omgeving en de behoeften van het kind tijdens verschillende fases in de ontwikkeling. De doelen van ethologen zijn om gedetailleerde beschrijvingen en classificaties van gedrag te ontwikkelen. Dit proberen ze te bereiken door voornamelijk kinderen te observeren in hun natuurlijke omgeving. Ethologen zien dat kinderen ook leren door in contact te zijn met hun omgeving, dus volgens ethologen komt gedrag van kinderen niet alleen voort uit hun biologische opmaak.
Ethologen hebben zich vooral gericht op gedrag in kinderen dat uniek is voor mensen en dat een belangrijke rol kan spelen bij het overleven door ervoor te zorgen dat anderen in hun behoeften voorzien.
Onderzoekers die geïnteresseerd zijn in de ontwikkeling van de cognitie proberen de ontwikkeling van interne, mentale processen te beschrijven.
Volgens de social learning theory leren kinderen niet alleen via klassieke en operante conditionering, maar ook via het observeren en imiteren van anderen. Dit wordt observational learning genoemd. Door onderzoek te doen naar leren via observatie en imitatie werd duidelijk dat cognitie hierbij een belangrijke rol speelt. Kinderen imiteren het gedrag van anderen niet blind en automatisch, maar ze selecteren specifiek gedrag om te imiteren en hun imitatie hangt af van hoe ze de informatie verwerken. Volgens Bandura zijn vier cognitieve processen van belang als het kind nieuw gedrag wil leren door het observeren van iemand anders:
De Piagetiaanse theorie is een cognitieve ontwikkelingstheorie die het kind ziet als actief zoekend naar nieuwe informatie. Piaget observeerde twee belangrijke dingen tijdens zijn werk voor Binet in het ontwikkelen van een IQ-test voor kinderen. Ten eerste viel het hem op dat kinderen van dezelfde leeftijd de neiging hadden om dezelfde antwoorden verkeerd te hebben. Ten tweede viel het hem op dat de fouten van kinderen van een bepaalde leeftijd op een systematische manier verschillen van de fouten gemaakt door jongere en oudere kinderen. De sleutel om het denken van kinderen te begrijpen was volgens Piaget niet door te kijken of ze de juiste antwoorden gaven, maar door te kijken hoe ze tot die antwoorden kwamen. Piaget introduceerde een constructionistische theorie om de intellectuele ontwikkeling te beschrijven. Piaget dacht dat de manier waarop kinderen denken kwalitatief verandert met het opgroeien en dat het verschilt van de manier waarop volwassenen denken.
Een van de grootste kritieken op de benadering van Piaget is dat hij niet genoeg rekening hield met de sociale omgeving van het kind. De sociocultural theory legt de nadruk voornamelijk op de invloed van sociale en culturele ervaringen op de ontwikkeling van het kind. Sociale interactie wordt met name gezien als een belangrijke aansturing van de ontwikkeling.
Een groep van moderne theorieën over de cognitieve ontwikkeling gaan er vanuit dat cognitieve vaardigheden aangeboren zijn. Een andere groep beargumenteerd dat mensen niet alleen bepaalde mentale structuren erven, maar dat mensen ook aangeboren kennis hebben van specifieke aspecten van onze wereld.
Evolutionaire psychologie is een benadering die stelt dat belangrijke componenten van het psychologisch functioneren evolutionaire veranderingen weerspiegelen. Daarnaast stellen ze dat componenten van het psychologisch functioneren van cruciaal belang zijn voor het voortbestaan van de soort.
De informatie verwerkingsbenaderingen zijn theorieën over ontwikkeling die zich richten op de informatiestroom door het cognitieve systeem van het kind en met name op de specifieke handelingen die het kind uitvoert tussen de input- en de outputfase.
De benadering probeert te begrijpen hoe de cognitieve processen die een volwassene gebruikt zich over de levensloop ontwikkelen.
Neo-Piagetiaanse theorieën over de cognitieve ontwikkeling herinterpreteren Piaget’s concepten vanuit een informatieverwerkingsperspectief. Case is de belangrijkste voorstander van dit idee. Hij stelt dat kinderen in iedere discrete ontwikkelingsfase een complexere executieve controle structuur verwerven. Dit is zogezegd een blauwdruk of een plan van aanpak voor het oplossen van een bepaald type probleem. Deze structuur bestaat uit drie componenten:
Er zijn verschillende modellen die de ontwikkeling proberen te beschrijven. Zo veronderstellen connectionistische modellen dat je een netwerk van betekenissen hebt, waarvan iedere ‘knoop’ (concept) met allerlei lijntjes is verbonden met anderen knopen. Er wordt geprobeerd om deze modellen met de computer te simuleren. Er wordt gedacht dat dergelijke netwerken vergelijkbaar zijn met de neuronale netwerken in de hersenen. De modellen proberen inzichtelijk te maken hoe een zekere input getransformeerd kan worden tot output en welke cognitieve berekeningen hierbij worden gemaakt. Ontwikkeling wordt in dit perspectief gezien als het versterken van verbindingen tussen verschillende knopen, zoals in de hersenen synaptische verbindingen tussen neuronen worden versterkt. Deze modellen benadrukken de invloed van de omgeving, de input die het individu krijgt en hoe het netwerk zich ontwikkelt. Wat dat betreft lijkt dit perspectief sterk op het behaviorisme. Tegelijkertijd probeert het ook uit te leggen waarom er soms een plotselinge, kwalitatieve verandering optreedt. Wat dat betreft lijkt het perspectief weer meer op de Piagetiaanse theorie. Een ander model omvat Bayesiaanse modellering. Dit is een vorm van computationele modellering die berust op voorwaardelijke probabilistische relaties tussen informatie-items. Bayesiaanse modellering wordt gebruikt om de ontwikkeling van het begrip van kinderen over de relaties tussen vele dingen te modelleren. Tot slot zijn er dynamische systemen. Dit is een studiegebied in de wiskunde dat probeert complexe systemen met veel inputs die op ingewikkelde manieren met elkaar in wisselwerking staan te beschrijven. Ontwikkelingspsychologen hebben geprobeerd de ontwikkeling op deze manier uit te leggen.
Recentelijk is er meer aandacht gekomen voor hersenontwikkeling. De relatie tussen ontwikkeling en hersengroei kan op twee manieren bekeken worden. Volgens de maturatiebenadering groeien onze cognitieve vermogens naarmate de relevante hersenstructuren groeien. Deze ontwikkeling is relatief onafhankelijk van de omgeving en grotendeels bepaald door erfelijkheid. Volgens de interactieve specialisatie benadering (Johnson) zijn hersendelen aanvankelijk nog niet gespecialiseerd in bepaalde taken. Door interactie met de omgeving raken gebieden steeds verder gespecialiseerd.
Welke onderzoeksmethoden worden er gebruikt binnen de ontwikkelingspsychologie? - Chapter 3
...........Read moreHoe ontwikkelt het kind zich fysiek? - Chapter 4
...........Read moreWat gebeurt er biologisch gezien tijdens de ontwikkeling? - Chapter 5
...........Read moreHoe verloopt de perceptuele en sensomotorische ontwikkeling? - Chapter 6
...........Read moreHoe verloopt de emotionele ontwikkeling en hechting? - Chapter 7
...........Read moreHoe verloopt de taalontwikkeling bij kinderen? - Chapter 8
...........Read moreHoe wordt cognitie bestudeerd binnen de ontwikkelingspsychologie? - Chapter 9
...........Read moreHoe ontwikkelen de cognitieve functies van kinderen? - Chapter 10
...........Read moreHoe ontwikkelt intelligentie bij kinderen? - Chapter 11
...........Read moreWelke invloed heeft de sociale omgeving op de ontwikkeling van het kind? - Chapter 12
...........Read moreHoe ontwikkelt de sociale identiteit van een kind? - Chapter 13
...........Read moreHoe ontwikkelen kinderen moreel besef en gedrag? - Hoofdstuk 14
...........Read moreWat houdt ontwikkelingspathologie in? - Chapter 15
...........Read moreHoe ontwikkelen volwassenen zich verder? - Chapter 16
...........Read moreJoin with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden


Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results