De keuzes die je maakt in de forensische diagnostiek kunnen grote gevolgen hebben.
Forensische psychodiagnostiek: alle diagnostische beslissingen met een juridisch component (strafrecht, civielrecht, jeugdrecht).
Een expert kan beslissen onder onzekerheid door middel van helder onderbouwde keuzes, repliceerbaar onderzoek, begrijpelijke presentatie gegevens en onderbouwde conclusies.
De empirische cyclus is niet altijd geheel bruikbaar in alledaagse forensische praktijk.
In Nederland zijn er verschillende registraties die forensische psychodiagnostiek verrichten (bijvoorbeeld forensisch psycholoog / orthopedagoog; NRGD).
Doelen forensische psychodiagnostiek:
- Stellen van diagnose volgens DSM-5 die het probleemgedrag verklaart
- Factoren in kaart brengen
- Aanbevelingen voor behandeling
- In strafrechtelijke zaken: toerekeningsvatbaarheid en recidiverisico bepalen
TBS: behandeling van psychiatrische problematiek bij gevaar op herhaling voor zelf of anderen. Kan in termijnen van twee jaar onbeperkt verlengd worden.
Manieren om diagnostiek te verrichten:
- Screening: met korte vragenlijst kijken of er risico is op problemen. Nadelen: sociale wenselijkheid, eigenbelang cliënt, verstoord besef van zelf? Voordelen: gestandaardiseerd, alleen cliënt kent eigen gedachten, valide.
- Risicotaxatie: score op recidiverisico, hier hangt het strafadvies en behandelplan van af.
- Testdiagnostiek: bijvoorbeeld IQ-tests, gestandaardiseerde instrumenten met normgroepen. Je hoeft niet te wachten op spontaan gedrag, maar daardoor ook geen ecologische validiteit.
- Gestructureerde observaties: geeft veel informatie, goed te operationaliseren. Maar: arbeidsintensief, alleen voor zichtbaar gedrag.
- Interviews/anamneses (auto-anamnese, hetero-anamnese)
- Dossierinformatie
- Fysiologische metingen
Vroeger bestond er bij de risicotaxatie een lange traditie van ongestructureerd oordelen door deskundige. Er lag een nadruk op de categorische indeling.
De test-hertest van een klinisch oordeel is niet altijd goed: verschillende deskundigen geven verschillende diagnoses.
Valkuilen van de klinische blik zijn:
- Beoordelaars zijn het oneens
- Beoordelingen komen niet overeen met gestructureerde assessments
- Grote rol verwachtingen en vooroordelen beoordelaar
- Zelfoverschatting van kwaliteit oordeel
Dus: niet uitsluitend gebruik maken van een klinische blik: alleen voor hypothesevorming en niet voor hypothesetoetsing. Inmiddels zijn er vele risicotaxatie instrumenten.
Adrian Raine: 'Als iemand hersenbeschadiging heeft en geen controle meer over zijn/haar gedrag heeft, verdient die dan minder straf? Of een langere gesloten behandeling wegens blijvend gevaar?'
Om goede en volledige forensische diagnostiek te verrichten gebruik je nooit één informatiebron, gebruik je informatie van de slachtoffers, gebruik je betrouwbaar en valide testmateriaal, SW-schalen en je klinische indruk.
Om een goede werkrelatie op te bouwen is het belangrijk om:
- De cliënt de ruimte geven voor zijn verhaal
- Transparant te communiceren
- Te zoeken naar autonomie binnen kaders
- Toekomstgericht te werken
Bij FO diagnostiek gaat het om complexe problematiek. Toepassing van het hypothese-toetsend model is daardoor beperkt mogelijk. Dit vraagt om systematisch onderzoek van risico-en beschermende factoren om aangrijpingspunten te vinden voor passende interventie.
Als je deze aantekeningen handig vond, volg dan gelijk mijn WorldSupport account! Dit kan door rechts naast deze samenvatting op '+ Follow' te klikken. Wordt erg gewaardeerd :)