Burgerlijk Procesrecht - UL - B3 - Oefententamen juni 2010


Vragen

Casus I

Frederik de Bolder (wonende te Amsterdam) is vermogensbeheerder, en beheert voor verschillende vermogende particulieren beleggingsportefeuilles. De kredietcrisis gaat evenwel ook niet voorbij aan De Bolder. Nadat hij jarenlang grote rendementen heeft behaald voor zijn cliënten, ziet hij vanaf het najaar van 2008 de waarde van de beleggingsportefeuilles fors dalen. Dit geldt ook voor de beleggingsportefeuille van het echtpaar Meyenfeldt (wonende te Baarn). Op advies van De Bolder heeft het echtpaar Meyenfeldt destijds belegd in het Moldau Fonds, een fonds dat zich met name richt op investeringen in Oost-Europa. Het grootste deel van het Moldau Fonds betreft een investering in autofabriek BORAT in Praag. De dalende autoverkoop ten gevolge van de economische malaise lijkt een belangrijke oorzaak te zijn voor de daling van de waarde van de beleggingsportefeuille. Het echtpaar Meyenfeldt meent dat De Bolder hun financiële belangen niet goed heeft behartigd, en wil door middel van een gerechtelijke procedure een schadevergoeding van € 1.500.000 verkrijgen (de waardedaling van de beleggingsportefeuille).

Vraag 1

Nadat de inleidende dagvaarding is uitgebracht, blijkt op de datum waartegen De Bolder is opgeroepen dat is gedagvaard tegen een niet-bestaande roldatum. Op welke twee wijzen zou dit nog kunnen worden hersteld?

Vraag 2

Stel dat in de inleidende dagvaarding niet is voldaan aan de substantiëringsplicht. Heeft dit ten gevolge dat de dagvaarding nietig is?

In het vervolg van de casus kunt u er vanuit gaan dat de dagvaarding op de juiste wijze is betekend en aangebracht op de in de dagvaarding genoemde roldatum. Nadat De Bolder voor antwoord heeft geconcludeerd, beveelt de rechter een comparitie van partijen. Daags voor de comparitie stuurt de advocaat van De Bolder nog een nagekomen productie toe aan de rechtbank. Het betreft een in de Tsjechische taal gestelde overeenkomst van 50 pagina’s, waaruit volgens de advocaat van De Bolder blijkt dat er juist een grote order bij BORAT is binnengekomen, op grond waarvan de verwachting bestaat dat de aandelen BORAT op korte termijn flink in waarde zullen stijgen. Volgens de advocaat van De Bolder moet met deze omstandigheid rekening gehouden worden in de onderhavige procedure. Het echtpaar Meyenfeldt stelt daarentegen dat zij te weinig tijd heeft gehad om van de overeenkomst kennis te nemen.

Vraag 3

Welke beslissing zal de rechter nemen met betrekking tot deze productie?

Tijdens de comparitie voert De Bolder aan dat hij zijn aansprakelijkheidsverzekeraar in vrijwaring wil oproepen, voor het geval dat hij in de hoofdzaak wordt veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan het echtpaar Meyenfeldt. Hij stelt daartoe tijdens de comparitie een vordering tot oproeping in vrijwaring in.

Vraag 4

Welke beslissing zal de rechter nemen met betrekking tot deze vordering?

Na afloop van de comparitie wijst de rechter een vonnis, waarbij aan het echtpaar Meyenfeldt wordt opgedragen te bewijzen dat tussen partijen is overeengekomen dat De Bolder de gehele beleggingsportefeuille van het echtpaar Meyenfeldt zou liquideren, zodra er ook maar van enige waardedaling sprake zou zijn. Het echtpaar Meyenfeldt beroept zich in dit verband op:

  1. de schriftelijke beleggingsovereenkomst, welke door beide partijen is ondertekend; en

  2. een schriftelijke verklaring van de zoon van het echtpaar Meyenfeldt (die aanwezig is geweest bij alle gesprekken die het echtpaar Meyenfeldt met De Bolder heeft gevoerd) waaruit blijkt dat bovenbedoelde afspraak omtrent het liquideren van de beleggingsportefeuille reeds tijdens het eerste gesprek is gemaakt. Deze verklaring is niet ondertekend.

Vraag 5

Welke bewijskracht komt in de onderhavige procedure toe aan de bewijsmiddelen sub (i) en sub (ii), en waarom?

Na de bewijslevering door het echtpaar Meyenfeldt komt de zaak wederom voor vonnis te staan. Twee jaar later heeft de rechtbank echter nog steeds geen vonnis gewezen.

Vraag 6

Aan de hand van welke criteria kan worden getoetst of er sprake is van een berechting binnen een redelijke termijn?

Stel dat de rechtbank een eindvonnis wijst, waarin de vordering van het echtpaar Meyenfeldt wordt toegewezen tot een bedrag van € 500.000, en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Dit eindvonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De Bolder is het met dit eindvonnis niet eens, en stelt daartegen tijdig en op de juiste wijze hoger beroep in.

Vraag 7

Kan het eindvonnis van de rechtbank door het echtpaar Meyenfeldt onmiddellijk ten uitvoer worden gelegd, gelet op het inmiddels door De Bolder ingestelde hoger beroep?

Blijkens de appeldagvaarding en de memorie van grieven wordt door De Bolder enkel gegriefd tegen de toewijzing van het bedrag van € 500.000.

Vraag 8

Kan het Hof ambtshalve een bedrag hoger dan € 500.000 aan schadevergoeding toewijzen? Zo ja, op basis waarvan? Zo neen, waarom niet?

Inmiddels zijn na het wijzen van het eindvonnis door de rechtbank vier maanden verstreken en dient het echtpaar Meyenfeldt in de appelprocedure de memorie van antwoord in te dienen. Zij vinden de hoogte van de toegewezen schadevergoeding te laag.

Vraag 9

Kan het echtpaar Meyenfeldt er nog voor zorgen dat de appelrechter over een hoger bedrag aan schadevergoeding oordeelt dan het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 500.000? Zo ja, waarom en op welke wijze? Zo neen, waarom niet?

Ondertussen gaat het niet goed met het bedrijf van De Bolder (een eenmanszaak). Zo is hij al enige tijd niet meer in staat om de maandelijkse huurbetalingen terzake het bedrijfspand in Utrecht dat hij van GoedVast B.V. (gevestigd te Rotterdam) huurt, te voldoen. GoedVast heeft in dat verband een vordering van € 20.000 op De Bolder, en wil in een gerechtelijke procedure ontruiming van het bedrijfspand en betaling van de achterstallige huurpenningen vorderen.

Vraag 10

Bij welke absoluut en relatief bevoegde Nederlandse rechter kan deze procedure aanhangig worden gemaakt? Bespreek in dit verband ook de subsectorcompetentie.

Stel dat de rechter in de procedure tussen GoedVast en De Bolder in het eindvonnis oordeelt dat het bedrijfspand moet worden ontruimd, en dat De Bolder € 20.000 aan GoedVast dient te betalen.
In het dictum van dat vonnis wordt evenwel abusievelijk een bedrag van € 200.000 toegewezen (een nul teveel, maar uit de overwegingen blijkt duidelijk dat een bedrag van € 20.000 bedoeld is).

Vraag 11

Wat kan De Bolder nog tegen laatstgenoemd vonnis ondernemen, anders dan het instellen van hoger beroep?

Casus 2

Klazien Medema en Jan Govers zijn ruim twintig jaar getrouwd. Op een kwade dag neemt Jan de benen. Na vijf maanden laat Jan haar weten dat hij in Arnhem woont. Klazien wil scheiden en besluit (eenzijdig) een echtscheidingsprocedure aanhangig te maken (1:150 BW).

Vraag 1

Met welk processtuk wordt deze procedure ingeleid?

Vraag 2

Wie behoort het processtuk in te dienen en is het fataal als het processtuk niet op de voorgeschreven wijze wordt ingediend?

In eerste instantie wilde Klazien niets meer met Jan te maken hebben en derhalve ook geen financiële tegemoetkoming van Jan. Gaandeweg de procedure verandert ze van gedachten. Zij wil dat Jan na de scheiding partneralimentatie gaat betalen.

Vraag 3

Kan de alimentieclaim alsnog aan de rechter worden voorgelegd? Zo ja, op welke wijze dient dit te geschieden? Zo neen, waarom niet?

Jan en Klazien hebben één dochter, Elize genaamd. Klazien wil dat Elize (10 jaar) voor de duur van het geding aan haar zal worden toevertrouwd.

Vraag 4

Kan deze regeling bij wijze van een voorlopige voorziening aan de rechter worden voorgelegd? Zo ja, op grond waarvan? Zo neen, waarom niet?

Jan laat niets van zich horen en verschijnt niet in de door Klazien geëntameerde procedure. Nadat op 15 december 2009 de op 2 december 2009 gewezen uitspraak aan Jan is betekend, krijgt hij spijt van zijn beslissing Klazien te verlaten.

Vraag 5

Kan hij nog tegen de rechterlijke uitspraak opkomen? Zo ja, hoe en tot wanneer heeft hij de tijd om dat te doen? Zo neen, waarom niet?

Casus 3

Op vrijdagavond 11 september 2009 wordt Maurice Boomen, een fitness-trainer, op het voetgangerspad geschept door een auto. De auto werd bestuurd door Frank Machielsen. Boomen heeft door het ongeval zijn beide benen verloren en ernstig hersenletsel opgelopen: hij is volledig arbeidsongeschikt.

U bent de advocaat van Boomen. Boomen stelt zich op het standpunt dat het ongeval geheel te wijten is aan Machielsen en houdt derhalve Machielsen aansprakelijk voor de schade die hij heeft geleden en nog zal lijden. U krijgt van Boomen opdracht om een procedure te entameren, waarin wordt geëist dat Machielsen wordt veroordeeld tot vergoeding van: de materiële schade; € 50.000, de immateriële schade; € 75.000, alsmede de inkomensschade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

Voordat u een procedure aanspant tegen Machielsen, ontvangt u informatie waaruit blijkt dat Machielsen eigenaar is van een zeiljacht dat op het ogenblik in de winterstalling van de firma Holland International Shipyard in Vlissingen ligt. U adviseert Boomen om beslag te laten leggen op dit schip.

Vraag 1

Welk soort beslag zal er gelegd worden, en waarom?

Vraag 2

Door wie wordt dat beslag gelegd?

Vraag 3

Wat is de ratio van het leggen van dit beslag en wat zijn de gevolgen van de beslaglegging?

Volgens de echtgenote van Machielsen is zij de eigenaresse van het in beslag genomen zeiljacht. Zij is buiten elke gemeenschap van goederen met Machielsen getrouwd. Het beslag is dus ten onrechte gelegd. Zij vraagt haar advocaat Weters actie te ondernemen.

Vraag 4

Wat kan advocaat Weters tegen het gelegde beslag ondernemen?

Antwoordindicatie

Vraag 1

Eerste herstelwijze:

Uit art. 125 lid 4 Rv volgt dat binnen twee weken na de in de dagvaarding vermelde (foutieve) roldatum een herstelexploot kan worden uitgebracht, waarin tegen een nieuwe (juiste) roldatum gedagvaard wordt.

Tweede herstelwijze:

Uit HR 22-4-2005, NJ 2006, 502 (Pots/Van den Hoek) vloeit voort dat dit verzuim ook kan worden hersteld doordat de zaak met (al dan niet stilzwijgende) toestemming van de wederpartij alsnog op de rol wordt geplaatst.

Vraag 2

Het antwoord is nee. Uit art. 120 lid 4 Rv blijkt dat de sanctie van nietigheid niet geldt met betrekking tot de substantiëringsplicht.

Vraag 3

Ingevolge HR 29-11-2002, NJ 2004, 172 (Dipasa Europe/Huyton) dient de rechter er (ook) ambtshalve op te letten dat partijen voldoende tijd krijgen voor een behoorlijke kennisname van de stukken en voldoende tijd krijgen voor een deugdelijke voorbereiding van verweer hiertegen. Dit vloeit (ook) voort uit het vereiste van hoor en wederhoor neergelgd in art. 19 Rv en/of art. 6 EVRM). De rechter zal de productie buiten beschouwing moeten laten nu niet aan dit vereiste is voldaan of hij zal een nieuwe termijn vast moeten stellen.

Vraag 4

Ingevolge art. 210 lid 1 Rv dient de gedaagde partij die meent gronden te hebben om iemand in vrijwaring op te roepen, en dat nog niet heeft gedaan vóór de dag waarop de hoofdzaak moet dienen, zulks te doen bij met redenen omklede conclusie vóór alle weren op de voor de conclusie van antwoord bepaalde roldatum. In casu wordt de oproeping in vrijwaring pas gevorderd tijdens de comparitie van partijen. De gedaagde is dus te laat. De rechter zal deze vordering dan ook afwijzen.

Vraag 5

Bewijsmiddel sub (i) beleggingsovereenkomst:

Op grond van art. 156 Rv betreft dit een onderhandse akte. Ingevolge art. 157 lid 2 Rv heeft de beleggingsovereenkomst dwingende bewijskracht. Bewijsmiddel sub (ii) schriftelijke verklaring zoon: Nu de verklaring niet is ondertekend, is geen sprake van een akte in de zin van art. 156 Rv. Ingevolge art. 152 lid 2 Rv heeft deze verklaring vrije bewijskracht.

Vraag 6

De criteria aan de hand waarvan kan worden getoetst of er sprake is van een berechting binnen redelijke termijn worden genoemd in EHRM 25-6-1987, NJ 1990, 231 (Capuano/Italië) en houden verband met het bepaalde in art. 6 EVRM.

Getoetst moet worden aan:

  • ‘the complexity of the case’;

  • ‘the conduct of the applicant’;

  • ‘the conduct of the judicial authorities’

Vraag 7

Ja, het vonnis is immers uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Op grond van art. 350 lid 1 Rv heeft een ingesteld hoger beroep in dat geval geen schorsende werking.

Vraag 8

Nee, dit is niet mogelijk. De appelrechter is namelijk gebonden aan hetgeen door partijen is aangebracht. Dit noemt men de negatieve zijde van de devolutieve werking.

Vraag 9

Indien het echtpaar Meyenfeldt haar gehele vordering in eerste aanleg ad € 1.500.000 in appel ter discussie wil stellen, dient zij incidenteel appel in te stellen. Uit art. 339 lid 3 Rv volgt dat incidenteel appel ook kan worden ingesteld nadat de termijn van beroep is verstreken en dat incidenteel appel wordt ingesteld bij de conclusie van antwoord. Het echtpaar Meyenfeldt kan aldus trachten te bewerkstelligen dat de appelrechter een hoger bedrag aan schadevergoeding toekent.

Vraag 10

Absoluut bevoegd:

De rechtbank op grond van art. 42 RO.

Subsectorcompetentie:

Het gaat in casu om een dagvaardingszaak zodat art. 93 sub c Rv van toepassing is. Het betreft immers een vordering met betrekking tot een huurovereenkomst. De kennisname van deze zaak behoort derhalve tot de competentie van de sector kanton.

Relatief bevoegd:

Ex art. 103 Rv is in zaken betreffende huur van bedrijfsruimte in de zin van art. 7:290 BW uitsluitend bevoegd de rechter binnen wiens rechtsgebied het gehuurde of het grootste gedeelte daarvan is gelegen. Dat is de rechter in Utrecht.

Vraag 11

Het gaat hier om een kennelijke verschrijving, welke zich leent voor eenvoudig herstel. Op grond van art. 31 Rv kan De Bolder de rechter (te allen tijde) verzoeken om het vonnis te verbeteren.

Casus 2

Vraag 1

De procedure dient te worden ingeleid met een verzoekschrift. Dit blijkt uit de redactie van onder meer art. 1:150 BW en art. 1:151 BW.

Vraag 2

Ex art. 278 lid 3 Rv, dient het verzoekschrift ondertekend te worden door een advocaat. De advocaat is dan degene die naast de ondertekening het verzoekschrift ter griffie indient,ex art. 278 lid 2 Rv.

Is het fataal als het processtuk niet op de voorgeschreven wijze wordt ingediend?

Nee, dat is niet fataal. De rechter biedt bij verzuim op basis van art. 281 lid 1 Rv de verzoeker gelegenheid binnen een door hem te stellen termijn dit verzuim te herstellen.

Vraag 3

Ex art. 283 Rv jo 130 lid 1 Rv is de verzoeker bevoegd schriftelijk het verzoek te veranderen en/of te vermeerderen, zolang de rechter nog geen eindbeschikking heeft gewezen. De alimentieclaim kan dus alsnog worden voorgelegd.

Vraag 4

Op grond van art. 821 lid 1 Rv, kan de verzoeker de rechter vragen om een voorlopige voorziening te treffen tot het tijdstip waarop een zodanige voorziening indien gegeven haar kracht verliest ingevolge art. 826 Rv. Ex art. 826 lid 1 b Rv doet zich in casu nog niet voor. Dus: een voorlopige voorziening kan nog worden verzocht.

Vraag 5

Op grond van art. 820 lid 1 Rv heeft Jan vanaf de dag van de betekening, drie maanden de tijd om hoger beroep in te stellen. Het hoger beroep dient uiterlijk ingediend te worden op 15 maart.

Casus 3

Vraag 1

Er is geen executoriale titel zoals staat omschreven in art. 430 Rv. Dit betekent dat er een conservatoir beslag wordt gelegd op het schip/jacht ex art. 728 Rv.

Vraag 2

Dit geschiedt door een deurwaarder ex art. 702 lid 1 Rv jo 565 lid 1 Rv.

Vraag 3

Ratio:

Verzekering van verhaal na veroordeling van Machielsen tot betaling van de schadevergoeding.

Gevolg:

Een vervreemding, bezwaring, onderbewindstelling, verhuring enzovoorts kan niet tegen de beslaglegger (Boomen) worden ingeroepen ex art. 728a lid 1 Rv jo 566 lid 2 Rv. Dit noemt men ook wel de blokkerende werking van het beslag.

Vraag 4

Advocaat Weters kan in dat geval opheffing van het beslag vorderen in kort geding ex art. 705 lid 1 Rv.

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Use the menu above every page to go to one of the main starting pages
  3. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up
  4. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  5. Search tool : 'quick & dirty'- not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is also available at the bottom of most pages

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Follow the author: Law Supporter
Check more of topic:
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
Image

Op zoek naar een uitdagende job die past bij je studie? Word studentmanager bij JoHo !

Werkzaamheden: o.a.

  • Het werven, aansturen en contact onderhouden met auteurs, studie-assistenten en het lokale studentennetwerk.
  • Het helpen bij samenstellen van de studiematerialen
  • PR & communicatie werkzaamheden

Interesse? Reageer of informeer