Wanneer het gesprek een krachtmeting wordt
In conflicten zie ik het vaak gebeuren: het gesprek gaat steeds minder over de kwestie zelf en steeds meer over wie het langst kan volhouden. Standpunten verharden, mensen herhalen hun argumenten en luisteren wordt moeilijker. Niet omdat partijen onredelijk zijn, maar omdat ze hun belangen willen beschermen en geen andere manier zien om dat te doen.
Op dat moment verandert overleg in een krachtmeting. En juist daar lopen veel gesprekken vast.
Waarom onderhandelen op wilskracht zelden werkt
Wanneer beslissingen vooral worden genomen op basis van wie toegeeft en wie druk uitoefent, ontstaat er bijna altijd een ongelijke uitkomst. De één geeft toe om van het conflict af te zijn, of de ander drukt zijn zin door. In beide gevallen blijft er iets hangen: twijfel, frustratie of het gevoel dat het eigenlijk niet klopt.
Die onderstroom komt later vaak terug. In nieuwe discussies, in het niet nakomen van afspraken of in een blijvend gevoel van onrecht. Dat maakt afspraken kwetsbaar, zelfs als ze op papier logisch lijken.
Wat objectieve criteria in mediation betekenen
In mediation werk ik daarom niet alleen vanuit standpunten, maar ook vanuit objectieve criteria. Dat zijn maatstaven die niet van één van de partijen zijn, maar die helpen om een beslissing redelijk te onderbouwen.
Denk aan wat gebruikelijk is in vergelijkbare situaties, eerdere afspraken, professionele richtlijnen, wettelijke kaders of praktische haalbaarheid in het dagelijks leven. Het gaat niet om één juiste waarheid, maar om een gezamenlijk referentiepunt dat het gesprek richting geeft.
Welke maatstaaf passend is, bepaal je zelf. Door het gesprek hierop te richten, verschuift de vraag van wie krijgt gelijk naar waar baseren we dit op.
Wat er verandert als je zo werkt
Die verschuiving heeft merkbare gevolgen. Allereerst ontstaat er meer rust. Mensen hoeven zichzelf niet meer te verdedigen alsof hun hele positie ter discussie staat. Het gesprek wordt minder persoonlijk en daardoor veiliger.
Daarnaast verbetert de kwaliteit van de afspraken. Besluiten die zijn gebaseerd op gedeelde maatstaven voelen eerlijker en blijken beter uitvoerbaar. Ze zijn minder afhankelijk van goodwill en houden daardoor langer stand.
Tot slot helpt deze manier van werken om vastgelopen gesprekken weer in beweging te krijgen. Wanneer partijen niet langer tegenover elkaar staan, maar samen naar dezelfde vraag kijken, ontstaat er vaak meer ruimte voor oplossingen dan vooraf werd gedacht.
Hoe dit er in de praktijk uitziet
In mediation betekent dit dat ik regelmatig expliciet stilsta bij de vraag waarop partijen hun beslissingen willen baseren. Soms spreken we eerst af welke uitgangspunten we redelijk vinden, voordat we concrete oplossingen bespreken. Dat lijkt misschien omslachtig, maar het voorkomt later veel herhaling en discussie.
Ook als partijen het oneens blijven, verandert de aard van het conflict. Het gaat niet meer over macht, maar over onderbouwing. Niet over winnen of verliezen, maar over wat het best past bij de situatie.
Wat objectieve criteria niet zijn
Objectieve criteria zijn geen truc om druk te verpakken als redelijkheid. Ze werken alleen als er echte bereidheid is om open te kijken naar verschillende maatstaven en om argumenten serieus te nemen, ook als ze niet meteen in het eigen voordeel zijn.
Juist daarin schuilt hun kracht. Niet in toegeven, maar in het verplaatsen van het gesprek naar een niveau waarop besluiten beter te dragen zijn.
Stevig blijven zonder te hoeven duwen
Wat ik mensen in mediation vaak zie ervaren, is dat deze manier van werken hen steviger maakt in plaats van zwakker. Vasthouden aan redelijkheid blijkt uiteindelijk krachtiger dan vasthouden aan een standpunt. Het biedt houvast zonder dat iemand hoeft te trekken of te duwen.
Voor mij is dat de kern van werken met objectieve criteria in mediation: het helpt mensen om afspraken te maken die niet alleen mogelijk zijn, maar ook kloppen. Voor nu én voor later.