Welke soorten interviews komen voor in kwalitatief onderzoek? - Chapter 19

Het interview is vanwege de flexibiliteit de meest gebruikte onderzoeksmethode in kwalitatief onderzoek.  Met de term 'kwalitatief interview' wordt vaak gedoeld op de verschillende manieren waarop onderzoekers praten met hun deelnemers. De twee voornaamste typen kwalitatieve interviews zijn het ongestructureerde interview en het semigestructureerde interview. 

Wat is een kwalitatief interview?

Wat zijn de verschillen tussen het gestructureerde interview en het kwalitatieve interview?

Bij het kwalitatieve interview:

  1. … is de aanpak veel minder gestructureerd. Het is flexibel en dynamisch van aard. In het kwantitatieve interview is alles veel meer gestructureerd om de betrouwbaarheid en validiteit van de metingen te verhogen, omdat onderzoek wordt gedaan naar specifiek vastgestelde variabelen.

  2. … is er veel meer ruimte, aandacht en interesse voor het perspectief van de geïnterviewde (als direct gevolg van punt 1), daarom worden hierin meer open vragen gebruikt. In kwantitatief onderzoek worden vooral gesloten vragen gehanteerd.

  3. … wordt een spontane discussie juist aangemoedigd, omdat het inzicht biedt in wat de geïnterviewde ervaart als belangrijk en relevant. In het gestructureerde kwantitatieve interview wordt dit juist afgekapt.

  4. … kan de interviewer behoorlijk afwijken van het oorspronkelijke lijstje met vragen. Hij/zij kan de formulering en volgorde van de vragen aanpassen, maar ook nieuwe vragen verzinnen die dieper ingaan op dat wat de geïnterviewde net heeft verteld. Hierdoor is het interview heel flexibel. In het gestructureerde interview is hier geen ruimte voor, omdat het de standaardisatie en dus de betrouwbaarheid en validiteit aantast.

  5. … wil de interviewer informatierijke, gedetailleerde antwoorden. Dit kan het interviewproces tijdrovend maken (transcriberen, coderen, analyseren), maar de data weergeeft wel beter inzicht in de visies van de deelnemers. In het gestructureerde interview moeten de antwoorden snel te coderen en verwerken zijn.

  6. … kan de geïnterviewde meerdere keren geïnterviewd worden. Een gestructureerd interview vindt maar één keer plaats (tenzij het een longitudinaal onderzoek is).

Welke typen kwalitatief interview zijn er?

Het kwalitatieve interview kan de vorm aannemen van een ongestructureerd interview of een semigestructureerd interview.

In een semigestructureerd interview heeft de onderzoeker een ‘interviewgids- of schema’ waarin de te stellen vragen staan. Een effectief schema bevordert een open manier van vragen stellen en moedigt de geïnterviewde aan een gedetailleerd antwoord te geven. De vragen hoeven niet in de precieze volgorde zoals zij in het schema staan te worden gesteld. De onderzoeker kan aanvullende vragen verzinnen om dieper in te gaan op de antwoorden van de geïnterviewde. De geïnterviewde heeft wat vrijheid in hoe hij of zij zal antwoorden. Meestal wordt gevraagd om een verhaal te vertellen op basis van een eigen levenservaring. De vragen moeten daarnaast zo ontworpen zijn dat zij een andere volgorde mogelijk maken, mocht de deelnemer vooruitlopen op een aantal vragen. Het blijft belangrijk dat de onderzoeker alle vragen uit het schema stelt en vergelijkbare bewoordingen gebruikt, zodat de antwoorden van respondenten met elkaar vergeleken kunnen worden. 

In een ongestructureerd interview, veelvoorkomend in etnografisch onderzoek, gebruikt de onderzoeker hoogstens een geheugenhulpmiddel zoals een korte lijst met aanwijzingen om zichzelf te herinneren aan bepaalde onderwerpen. Soms stelt de onderzoeker maar één vraag en gaat hij/zij vervolgens in op wat de geïnterviewde vertelt. Dit lijkt heel veel op een normaal gesprek.

Beide processen zijn dus flexibel en bij beiden ligt de nadruk op het ontdekken van hetgeen de geïnterviewde beschouwt als belangrijk bij het uitleggen en begrijpen van gebeurtenissen, patronen en gedragsvormen. Ze moeten niet worden gezien als tegenpolen, in beide gevallen wordt geen gebruikgemaakt van een vaststaand schema en verloopt het proces van dataverzameling dynamischer dan het geval is bij kwantitatieve interviews. 

Hoe bereid je het afnemen van een kwalitatief interview voor?

Ondanks dat kwalitatieve interviews geen vaste structuur hebben, is een zorgvuldige voorbereiding toch vereist. De onderzoeker moet kiezen welk type interview (ongestructureerd of semigestructureerd) gebruikt gaat worden, vragen voorbereiden en enkele belangrijke praktische zaken in overweging nemen.

Kies je voor een semigestructureerd of een ongestructureerd interview?

Welke type interview je kiest is afhankelijk van meerdere dingen, waaronder het methodologisch kader, de onderzoeksvragen en de analysetechnieken. Als de onderzoeker het onderzoek start met een redelijk duidelijke focus in plaats van een erg algemeen idee, zal gekozen worden voor het semigestructureerde onderzoek. Dit is ook het geval wanneer meerdere personen het veldwerk gaan uitvoeren (zorgt voor een meer consistente interviewstijl) en als het project een multiple-case studie inhoudt. Een ongestructureerd interview heeft de voorkeur wanneer de onderzoeker bang is dat zelf het meest basic interviewschema voorkomt dat inzicht wordt verkregen in de wereldvisie van de geïnterviewden. 

Waar moet je rekening mee houden bij het samenstellen van de interviewgids?

Ga je een semigestructureerd interview voorbereiden, dan moet een interviewgids- of schema worden samengesteld. Hierin wordt meestal verwezen naar de kwesties die de onderzoeker wil voorleggen. Je moet verzekeren dat de deelnemers de vragen kunnen begrijpen vanuit hun oogpunt. Het gebruik van theoretische termen zal hier niet aan bijdragen. 

Het formuleren van vragen voor de interviewgids verloopt in de volgende stappen: algemeen onderzoeksgebied, specifieke onderzoeksvragen, interviewonderwerpen, formuleren interviewvragen, herzien en/of aanpassen interviewvragen, pilot, nieuwe kwesties identificeren, interviewvragen herzien, gids afronden.

Enkele tips:

  • Zorg voor een bepaalde volgorde van de te behandelen onderwerpen, zodat de vragen goed op elkaar aansluiten. Wees wel bereid om deze volgorde aan te passen als dit beter uitkomt tijdens het interviewen.

  • Zorg dat je de vragen zo formuleert dat ze je helpen om de onderzoeksvragen te beantwoorden, maar formuleer ze niet te specifiek.

  • Gebruik begrijpelijke, relevante vocabulaire en geen ingewikkelde zinsbouw.

  • Stel geen suggestieve vragen die de geïnterviewde een bepaalde kant op sturen.

  • Vraag naar relevante contextuele informatie van algemene aard (naam, leeftijd, geslacht etc.) en specifieke aard (positie in bedrijf, aantal jaren werkervaring etc.).

Je moet je bij het opstellen van de gids afvragen wat je moet weten om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Je kunt de focus in het interview bijvoorbeeld leggen op waarden (van de geïnterviewde, groep of organisatie), overtuigingen, gedrag, formele en informele rollen, relaties, plaatsen en locaties, emoties, verhalen en ontmoetingen. 

Welke soorten vragen zijn er?

Volgens Kvale (1996) zijn er negen verschillende soorten vragen. De meeste kwalitatieve interviews zullen deze bijna allemaal bevatten.

  1. Introducerende vragen. Voorbeeld: "Hoe begon je interesse in…?", "Heb je ooit…?"

  2. ‘Follow-up’ vragen (vragen om toelichting). Voorbeeld: "Wat bedoel je daarmee?" of simpelweg "Jaaa..?" 

  3. ‘Probing’ vragen (directe vragen die vissen naar uitleg). Voorbeeld: "Jij zei eerder dat jij liever niet X. Kun jij vertellen waarom jij liever niet Xt?"

  4. Specificerende vragen. Voorbeeld: "Wat zei/deed jij toen?", "Hoe voelde je je daarbij?"

  5. Directe vragen. Deze kun je het best bewaren tot het einde om sturing te voorkomen. Voorbeeld: "Vind je het moeilijk om continu te lachen naar de klanten?"

  6. Indirecte vragen (vragen die niet direct gaan over de geïnterviewde zelf). Voorbeeld: "Hoe denken de meeste werknemers over het management?" en vervolgens "Is dat ook hoe jij erover denkt?"

  7. Gestructureerde vragen (geven sturing aan het interview). Voorbeeld: "Ik zou nu graag verder gaan met een ander onderwerp, is dat goed?"

  8. Stiltes: introduceer pauzes zodat de geïnterviewde de kans heeft om zijn/haar antwoorden te overdenken en er eventueel wat aan toe te voegen.

  9. Interpreterende vragen (verduidelijk de interpretatie om misverstanden te voorkomen). Voorbeeld: "Bedoel je dat jouw managementrol moest veranderen van een aanmoedigende naar een meer directe rol?", "Kan gezegd worden dat je suggereert dat je het niet erg vindt om altijd vriendelijk te zijn tegen klanten, maar dat je dit lastig vindt als ze zich onplezierig of veeleisend gedragen?"

Het type vraag kan ook afhangen van de fase van het kwalitatieve interview. Charmaz (2002) maakt onderscheid tussen drie soorten vragen:

  1. Aanvankelijke open vragen, zoals “Welke gebeurtenissen hebben geleid tot…?”, “Hoe zag jouw leven eruit voordat…?”

  2. Tussenliggende vragen, zoals “Hoe voelde je je bij…?”, “Wat vind jij het meest interessantst aan werken in deze organisatie?”

  3. Afsluitende vragen, zoals “In hoeverre is jouw visie op … veranderd?”, “Welk advies zou je nu geven aan…?” en “Als je alles opnieuw mocht doen, zou je dan kiezen voor een baan bij deze organisatie?”

Welke praktische voorbereidingen moet je treffen?

Naast het voorbereiden van de interviewgids, moet je ook de praktische kwesties in overweging nemen die van invloed kunnen zijn op de richting van je en het verloop van het interview. Zorg dat je bekend met de setting waarin de geïnterviewde leeft en werkt zodat je de antwoorden beter kunt begrijpen en conceptualiseren. Probeer de geïnterviewde te laten zien dat je een goede reden hebben om het onderwerp te onderzoeken: waarom is het belangrijk, waarom is men geselecteerd voor het interview etc. Maak gebruik van kwalitatief goede opnameapparatuur en weet hoe dit werkt! Creëer een stille en privé ruimte, zodat er geen ruis staat op de opnameapparatuur en de geïnterviewde niet bang hoeft te zijn om gehoord te worden door iemand anders.

Hoe neem je een kwalitatief interview af?

Het afnemen van een interview is niet alleen maar het oplezen van vragen, het vereist zelfs veel vaardigheid.

Over welke kwaliteiten beschikt een effectieve interviewer?

Hoe effectiever je bent als interviewer, hoe waardevoller de verzamelde data zal zijn. Kvale (1996) heeft een aantal kwaliteiten op een rijtje gezet die iemand een succesvol interviewer maakt. Hieraan ten grondslag ligt dat de interviewer een goede luisteraar moet zijn: actief en alert zijn. Iemand die niet goed luistert, mist de belangrijke punten en stelt nutteloze vragen. Daarnaast moet een interviewer zoveel als mogelijk flexibel en niet-veroordelend zijn: niet laten zien dat je het eens of oneens bent met de geïnterviewde. Een interviewer moet niet alleen luisteren, maar ook letten op het gedrag van de geïnterviewde. Reageert deze gespannen op een vraag? Vanuit een ethisch oogpunt mag er niet te veel druk worden uitgeoefend en moet men bereid zijn een serie vragen weg te laten. 

Volgens Kvale (1996) is een succesvolle interviewer:

  • Deskundig (volledig bekend met de focus van het interview).

  • Structurerend (geeft het doel van het interview doel, begint en eindigt op passende wijze, informeert of de geïnterviewde vragen heeft).

  • Duidelijk (stelt simpele, korte vragen en gebruikt zo min mogelijk jargon).

  • Rustig (laat mensen uitpraten, geeft ze tijd om na te denken, staat pauzes toe).

  • Gevoelig (luistert aandachtig naar wat is gezegd en hoe het is gezegd, is empathisch richting de geïnterviewde)

  • Open (reageert op hetgeen belangrijk is voor de geïnterviewde en is flexibel).

  • Sturend (weet wat hij uitgezocht wilt hebben en leidt het gesprek die richting is)

  • Kritisch (is bereid om in te gaan tegen wat de geïnterviewde heeft gezegd)

  • Onthoudend (refereert aan wat de geïnterviewde eerder heeft gezegd)

  • Interpreterend (verduidelijkt en breidt de betekenis van de antwoorden van de geïnterviewde uit). 

Aan dit lijstje kunnen twee kwaliteiten worden toegevoegd: gebalanceerd (praat niet te veel en niet te weinig) en ethisch-gevoelig (verzekert dat de geïnterviewde waardeert waar het onderzoek over gaat en welke doelen het dient en dat de geïnterviewde begrijpt dat de antwoorden vertrouwelijk zullen worden behandeld).

Interviewen kan extreem informatierijke data opleveren, maar het is ook veeleisend. Als het nieuw is voor studenten, is het aan te raden pilot interviews te doen. Niet alleen om te testen hoe het interview loopt, maar ook om ervaring op te doen. Denk bijvoorbeeld aan het comfortabel raken met stiltes laten vallen. Als je voor het eerst een interview gaat afnemen, moet je vijf uitdagingen in gedachte houden: 

  1. Onverwacht gedrag van de geïnterviewde of omgevingsproblemen. Onervaren onderzoekers voelen zich snel ongemakkelijk door verrassende of shockerende reacties of gedragingen, of door geluiden van buitenaf. Onthoud dat het misschien niet volgens plan zal verlopen, je kunt niet overal controle over hebben, maar je kunt proberen de impact te beperken. 

  2. Het opdringen van eigen verwachtingen en vooroordelen. Bij het lezen van de transcripten valt het studenten soms op hoe duidelijk deze naar voren komen in de manier waarop de vragen werden gesteld.

  3. Focus houden. Soms wordt het lastig gevonden om 'probing' of follow-up vragen te stellen of om verduidelijking te vragen zonder het onderwerp van onderzoek uit het oog te verliezen. 

  4. Omgaan met gevoelige kwesties. Soms raken geïnterviewden van streek, wat een negatieve impact op het verloop van het interview heeft. De meeste studenten vinden echter dat zij hier redelijk goed mee omgaan. 

  5. Transcriptie. Velen vinden dit lastiger en tijdrovender dan zij hadden verwacht. 

Welke alternatieve interviewmethoden zijn er?

Een standaard kwalitatief interview betreft het stellen van gesproken vragen en wordt face-to-face uitgevoerd op één locatie. Er zijn ook alternatieve methodes: door gebruikmaking van vignet-vragen en foto's als basis voor een discussie, het gebruik van een mobiele telefoon (interview onderweg) en het interview op afstand (telefoon, e-mail, online berichten, videobellen). 

Wat geldt ten aanzien van het gebruik van vignet-vragen en foto's?

Alhoewel het kan voorkomen dat je algemene vragen wilt stellen, kunnen deze het beste vermeden worden. Volgens Mason (2002) leidt dit er vaak toe dat de geïnterviewde vraagt of jij wilt verduidelijken wat je bedoelt. Als je bijvoorbeeld vraagt: "Hoe denk je dat je wordt beïnvloed door advertenties?", zal hierop gevraagd worden: "Op welke manier?". Vignet-vragen zijn nuttig, omdat deze een specifieke situatie schetsen die leidt tot een meer gefocuste discussie. Vignetten zijn korte beschrijvingen van een gebeurtenis die meestal voor het interview bedacht worden. Ze kunnen worden opgelezen of overhandigd op een kaartje. Het presenteren van een concreet en realistisch scenario stelt de onderzoeker in staat te beoordelen hoe bepaalde contexten gedrag beïnvloeden. 

Een andere manier die het stellen van vragen vergemakkelijkt is door het gebruik van foto’s (‘foto-opwekking’) tijdens een interview. Dit is volgens Harper (2002) nuttig zijn om een aantal redenen. Ten eerste kunnen foto’s helpen om een betekenisvolle context toe te voegen aan een discussie, omdat het soms moeilijk is voor de geïnterviewde om zich te relateren aan de onderzoeksvraag. Ten tweede kunnen foto’s van bekende settings en objecten de geïnterviewde visueel stimuleren om na te denken over dingen die hij/zij normaliter vanzelfsprekend vindt. Ten derde kan de visuele stimulatie ervoor zorgen dat de geïnterviewde zich gebeurtenissen of mensen herinnert waaraan hij/zij anders niet had gedacht. Het gebruik van foto’s hoeft niet per se tot een superieur interview te leiden. Soms roept het niets op bij de geïnterviewde en resulteert het dus niet in interessante data. 

Wat geldt ten aanzien van het interview via de mobiele telefoon?

Er is een groeiende interesse voor de ontwikkeling van methodes die het mogelijk maakt mensen te bestuderen die 'in beweging zijn'. Dit heeft geleid tot de mobiele interviewmethode. Deelnemers worden geïnterviewd terwijl zij rondbewegen in hun eigen omgeving, het wordt ook wel het 'lopende interview' genoemd en heeft een aantal voordelen. Zo vergroot het de controle die de geïnterviewde heeft over de richting van het interview. Het legt de focus meer op wat de geïnterviewde als belangrijk beschouwt in zijn/haar omgeving en het is nauwer verbonden met het alledaagse leven etc. Het idee is dat het deelnemers laat nadenken over de betekenis van plaatsen voor hen. 

Wat geldt ten aanzien van het telefonisch interview?

Het telefonisch interview is vrij gewoon in kwalitatief onderzoek, maar wordt niet in veel gebieden gebruikt. Het voordeel hiervan is dat het goedkoper is dan een face-to-face interview. Deze methode is met name handig wanneer deelnemers ver uit elkaar wonen of de veiligheid van de interviewer een overweging is. Ook kan het effectiever zijn als er gevoelige gevragen gesteld moeten worden. Wat betreft de antwoorden lijkt er weinig verschil te zitten in de interviewmethode: de kwaliteit van data verkregen via een telefonisch interview is in de regel niet lager. Nadelen zijn dat sommigen geen of beperkte toegang hebben tot een telefoon, het niet effectief is voor lange interviews (het is makkelijker voor een geïnterviewde om een telefonisch interview te beëindigen), de lichaamstaal kan niet bestudeerd worden, er kunnen zich technische problemen voordoen en de interviewer kan geen materiaal door het observeren van de setting verzamelen.

Wat geldt ten aanzien van het online interview en het interview via de e-mail?

Een andere populaire methode is het interview per e-mail of online berichtuitwisseling. Dit geeft de geïnterviewde veel controle over zijn/haar deelname, wat handig is wanneer iemand bijzonder druk is. Dit komt vaak voor bij hogergeplaatste personen. Daarnaast kan het gebruikt worden wanneer de inhoud van het interview erg gevoelig is of de geïnterviewde qua locatie lastig te bereiken is voor een face-to-face interview. Bovendien zijn de antwoorden reeds uitgetypt en is transcriberen dus niet nodig. Wel bestaat het risico dat de deelnemer plots stopt met de uitwisseling wanneer het interview gedurende een lange periode plaatsvindt. Anderzijds lijkt de grote mate van controle juist te zorgen voor een langdurige inzet. Tevens kan de onderzoeker makkelijker teruggaan naar de geïnterviewde voor verdere vragen, dat is lastiger in geval van een face-to-face-interview. Het is belangrijk dat de interviewer berichten blijft sturen naar de geïnterviewde ter verzekering dat diens reacties significant en behulpzaam zijn. 

Wanneer je werkt in een niet-synchronische modus (in geval van e-mailen vindt het vragen en antwoorden niet plaats op hetzelfde moment), moet je overwegen of je de alle vragen in één keer verstuurt of één voor één (na elke reactie de volgende). In het eerste geval bestaat het risico dat respondenten alle vragen doorlezen en alleen reageren op de vragen die ze interessant vinden of waar zij voor hun gevoel een nuttig antwoord op hebben. Eén voor één is waarschijnlijker betrouwbaarder. Het versturen van een klein aantal vragen per keer zorgt voor minder druk om snel te reageren, verschaft de mogelijkheid om doordachte reacties te geven (kan wel wat aan spontaniteit inboeten) en geeft de interviewer een betere gelegenheid om te reageren op de gegeven antwoorden. Beoogde respondenten zijn sneller geneigd akkoord te gaan met deelname als om hun instemming wordt gevraagd voorafgaand aan het versturen van de vragen en als zij informatie over de interviewer krijgen (bijvoorbeeld door een verwijzing naar zijn website). Het ongevraagd verzenden van de vragen kan als spam worden gezien. 

Curasi (2001) vergeleek 24 interviews per e-mail en 24 face-to-face interviews met elkaar en kwam tot de volgende bevindingen:

  • Face-to-face interviewers zijn beter in staat een verstandhouding met de respondenten te onderhouden.

  • Het voltooien van een online interview vergt meer inzet en motivatie, maar de antwoorden zijn daardoor vaak wel gedetailleerder en weloverwogen.

  • In geval van online interviews is het minder goed mogelijk invloed te hebben op het succes van het interview, omdat zij op afstand plaatsvinden. Aanpassing naar aanleiding van signalen die de geïnterviewde geeft is niet mogelijk zoals die kunnen worden opgepikt in een face-to-face interview.

  • Antwoorden van online geïnterviewden hebben de neiging beter overwogen en grammaticaal correct te zijn, omdat zij meer tijd hebben om na te denken over de antwoorden en deze voor verzending kunnen verbeteren. Dit hoeft niet per se een voordeel te zijn, er gaat hiermee ook spontaniteit verloren.

  • Vervolgonderzoek kan in beide gevallen worden uitgevoerd.

Daarentegen ontdekte Curasi dat de minst gedetailleerde antwoorden voortkwamen uit een online interview. Dit, en de andere verschillen, kunnen te maken hebben met het feit dat het ene interview in gesproken vorm geschiedt en het andere in getypte vorm. De directheid van face-to-face interviews maakt het mogelijk om verbale en non-verbale signalen te geven (aan beide zijden), wat zorgt voor een betere interactie en verdere informatie.

Een belangrijk probleem voor veel interviewers is het betrokken houden van de geïnterviewden wanneer de vragen één voor één of twee voor twee worden verzonden. Respondenten neigen de interesse te verliezen. Het regelmatig contacteren en het zorgen voor een toegankelijke en begrijpelijke stijl kan dit verhelpen of de respondenten zelfs weer terughalen. 

Wat geldt ten aanzien van het interview via videobellen?

Door apps en software zoals Microsoft Teams, Zoom, Whatsapp, Facetime en Google Hangouts neemt het gebruik van interviews door middel van videobellen steeds meer toe. De meeste onderzoekers hebben hier positieve ervaringen mee. Het stelt de interviewer en geïnterviewde in staat elkaar te zien, is flexibeler dan face-to-face interviews, besparen tijd en geld, door het gemak zijn mensen sneller geneigd deel te nemen, er zijn minder veiligheidsrisico's voor beide partijen (zeker wanneer het interview 's nachts plaatsvindt) en het is niet bewezen dat het onderhouden van een verstandhouding lastiger is vergeleken met face-to-face interviews.

Er zijn echter ook enkele beperkingen. Zo kunnen technologische problemen optreden, de kwaliteit van de verbinding kan wisselend of slecht zijn (slechte opnames zijn lastig te transcriberen), de antwoorden moeten getranscribeerd worden, de respondenten kunnen beïnvloed worden door de zichtbare eigenschappen van de interviewer (geslacht, etniciteit, leeftijd), het is mogelijk minder betrouwbaar omdat geïnterviewden zich makkelijker kunnen terugtrekken op het laatste moment en het kan lastiger zijn mensen over te halen een videogesprek in plaats van en telefoongesprek te voeren. Videobellen als interviewmethode heeft echter grote potentie en de nadelen nemen af naar mate mensen bekender worden met de software en het wifi-bereik verbetert. 

Hoe moeten kwalitatieve interviews worden opgenomen en getranscribeerd?

De meeste kwalitatieve interviews worden opgenomen. Met transcriberen wordt gedoeld op het omzetten van gesproken materiaal naar geschreven materiaal. Dit precies is niet altijd even simpel. Hoe we spreken is niet hetzelfde als hoe we schrijven. 

Opnemen en transcriberen is essentieel voor benaderingen waarin veel aandacht is voor taal, zoals de gespreksanalyse en de verhaalanalyse, maar ook onderzoekers die gebruikmaken van kwalitatieve interviews en focusgroepen zullen dit proces doorlopen. Kwalitatieve onderzoekers zijn vaak niet alleen geïnteresseerd in wat de mensen zeggen, maar ook in de manier waarop de mensen iets zeggen. Heritage (1984: 238) noemt de volgende voordelen: het corrigeert de natuurlijke beperkingen van ons geheugen en onze interpretaties van hetgeen mensen mogelijk hebben gezegd, het maakt een grondigere beoordeling van hetgeen gezegd is mogelijk, de antwoorden kunnen herhaaldelijk worden beoordeeld, andere onderzoekers kunnen de data eveneens onderzoeken (secundaire analyse), het helpt beschuldigingen van beïnvloeding door waarden en vooroordelen te weerleggen en het maakt het mogelijk dat de data hergebruikt kan worden op andere manieren. Hieraan kan worden toegevoegd dat het opnemen en transcriberen van het interview zorgt voor een volledige concentratie op het interview, waardoor deze effectiever is. De interviewer wordt niet afgeleid door het opschrijven van antwoorden of het maken van notities. 

De meeste interviews worden tegenwoordig digitaal opgenomen. Deze opnames hebben een hoge geluidskwaliteit, achtergrondgeluiden kunnen eruit gefilterd worden en onderzoekers kunnen bladwijzers toevoegen zodat zij makkelijk kunnen navigeren naar bepaalde onderdelen die onduidelijk of juist erg interessant zijn om deze nogmaals te beluisteren. Het proces van transcriberen kan erg veel tijd in beslag nemen. Stemherkenningssoftware is een optie, maar vaak niet perfect, dus meestal vindt het handmatig plaats. Dit betekent luisteren en regelmatig pauzeren om alles exact uit kunnen typen. Voor elk gesproken uur moet je rekenen op 5-6 uur transcriptiewerk. Ook moet je rekening houden met een grote hoeveelheid woorden die je moet verwerken voor de analyse. Wacht daarom niet met de data-analyse tot alle interviews zijn afgenomen en getranscribeerd. 

Bij het transcriberen moet elk woord letterlijk worden overgenomen. Kun je een deel van het interview niet goed verstaan, geef dan aan in het transcript dat woorden of zinnen ontbreken. Het raden of verzinnen van een missend onderdeel is geen optie. Een andere kwestie is dat mensen zelden volledige zinnen uitspreken of zichzelf vaak herhalen. Je kunt de neiging hebben het interview hierop aan te passen voor een beter begrip of een kortere tekst. Dit is echter misleidend en zal de lezer doen vermoeden dat de geïnterviewde niet daadwerkelijk zo vloeiend heeft gesproken. Hierdoor kunnen twijfels over de nauwkeurigheid van je bevindingen ontstaan. 

De belangrijkste uitdagingen die je in gedachte moet houden zijn: overweeg de noodzaak voor en kosten van kwalitatief goede opnameapparatuur, zorg voor een stille en geschikte ruimte voor het interview, denk na over opslagruimte (.wav-bestanden zijn enorm), beveiliging van opnames en transcriptie (gebruik tweetraps wachtwoordbescherming) en compatibiliteitsproblemen tussen software en bestanden. Het gebruik van opnameapparatuur kan de respondenten zelfbewust of verontrust maken. De meesten gaan akkoord met opname, maar het komt voor dat sommigen weigeren. Ook problemen met de opnameapparaat of de interviewlocatie kunnen opname onmogelijk maken, maar het is aan te raden om het interview toch door te laten gaan. 

Hoe rond je een kwalitatief interview af?

Dit kan op een aantal manieren. Meestal is het goed "Nou, ik denk dat dit alles is waarover ik het wilde hebben, zou jij mij nog iets willen vragen?" of iets vergelijkbaars te zeggen. Daarna kun je de geïnterviewde eraan herinneren wat er met de data zal gebeuren en bevestigen of in de toekomst nogmaals contact mag worden opgenomen. Maak na afloop van het interview notities over het verloop van het interview (was de geïnterviewde spraakzaam, meewerkend, nerveus etc.), waar het interview plaatsvond, lichaamstaal, andere gevoelens over het interview (zijn er nieuwe, interessante invalshoeken uit voortgekomen?) en de setting (druk/rustig, weinig/veel mensen in de nabijheid, gebruik van digitale apparaten). Dit helpt je de contextuele details te herinneren bij het uitvoeren van de analyse. 

Wat houden het levensgeschiedenis-interview en mondelinge geschiedenis interview in?

Twee speciale soorten interviews binnen kwalitatief onderzoek zijn het levensgeschiedenis-interview en het mondelinge geschiedenis interview.

Het levensgeschiedenis-interview wordt geassocieerd met de levensgeschiedenismethode, ook wel de biografische methode genoemd, waarbij de geïnterviewde uitgenodigd wordt om heel gedetailleerd terug te blikken op zijn of haar leven. Vaak wordt dit gecombineerd met het bestuderen van persoonlijke documenten zoals dagboeken, foto’s en brieven. Uit dit interview zal blijken hoe de geïnterviewde de wereld om zich heen heeft geïnterpreteerd, begrepen en gedefinieerd (Faraday en Plummer, 1979). Het interview is ongestructureerd en probeert het hele leven te omvatten. Deze methode werd pas populair vanaf de jaren ’90, mogelijk omdat een steekproef van één persoon soms wordt beschouwd als beperkt generaliseerbaar. De methode heeft echter duidelijke voordelen voor kwalitatieve onderzoekers. Het toont ondubbelzinnig hoe iemand tegen het leven aankijkt, hoe gebeurtenissen in het leven zich ontvouwen en onderling verbonden zijn. Laub en Sampson (2004) ontwikkelden een soort levensgeschiedenis-kalender van het leven van 52 delinquenten waarop belangrijke keerpunten zoals het huwelijk, militaire dienst, verandering van baan, echtscheiding etc. werden aangegeven. Ze vroegen de deelnemers hun eigen leven te beoordelen (zagen ze een verbetering of verslechtering vanaf hun jeugd, adolescentie of vroege volwassenheid?) en keerpunten als ook de relatie met criminele activiteiten zelf te evalueren. Hierdoor kregen de auteurs een beter begrip van hoe keerpunten in iemands leven invloed hebben op de waarschijnlijkheid van het continueren of afstand nemen van criminaliteit.

Volgens Plummer (2001) zijn er drie soorten levensverhalen:

  1. Naturalistische levensverhalen: verhalen die opkomen wanneer mensen terugblikken op hun leven door bijvoorbeeld een autobiografie of sollicitatiebrief te schrijven.

  2. Onderzochte levensverhalen: verhalen waarom onderzoekers vragen met een sociaal wetenschappelijk onderzoeksdoel in gedachten. De meeste onderzoeken zijn hierop gebaseerd.

  3. Reflexieve en recursieve levensverhalen: levensverhalen die onderkennen dat een verhaal altijd een constructie is waarin de interviewer geïmpliceerd is.

Volgens Atkinson (2004) wordt een levensverhaal meestal verteld binnen twee of drie sessies van elk één á anderhalf uur. Hij heeft een catalogus opgesteld met vragen die gesteld kunnen worden om zo het hele levensverhaal in kaart te kunnen brengen. Zo begint hij met vragen over de geboorte, de ouders en de jeugd, daarna volgen vragen over de culturele setting en tradities ("Verschilde jouw familie van die van anderen in jouw omgeving?"), sociale factoren (worstelingen tijdens de jeugd), opleiding (beste herinneringen uit de schooltijd), liefde en werk, historische gebeurtenissen of periodes, pensionering, het 'innerlijke leven' en spiritueel bewustzijn, belangrijke levensthema's en eindigt hij met de visie op de toekomst en afsluitende vragen. Een levensgeschiedenis interview kan een belangrijk hulpmiddel zijn in een verhalende analyse waarbij de nadruk ligt op een opeenvolging van gebeurtenissen.

Een mondeling toegelicht geschiedenis interview is iets specifieker van aard, omdat de geïnterviewde gevraagd wordt om te reflecteren op specifieke gebeurtenissen of periodes uit het verleden. De nadruk ligt iets minder op het individu of het persoonlijke leven en meer op de specifieke gebeurtenissen. Ook deze methode wordt vaak gecombineerd met andere bronnen zoals documenten. Het grootste probleem bij beide soorten interviews is de ‘bias’ door geheugenproblemen.

Wat zijn de voordelen en beperkingen van het interview in kwalitatief onderzoek in vergelijking met participerende observatie?

Aangezien het kwalitatieve interview en participant observatie de twee prominentste methodes van dataverzameling zijn, is het interessant hun voordelen en beperkingen te beoordelen.

Voordelen observatie:

  • Door continue observatie zal de onderzoeker beter in staat zijn om de wereld te zien door de ogen van degene die hij/zij observeert;

  • Door het continue observeren wordt de oorspronkelijke formele en informele taal geleerd opdat de onderzoeker precies begrijpt hoe en wat bedoeld wordt;

  • Er komt veel aan het licht over afwijkende en verborgen activiteiten die niet aan de oppervlakte zouden komen door er expliciet naar te vragen;

  • De onderzoeker houdt veel rekening met de context;

  • Vanwege de ongestructureerde aard en flexibiliteit van de participant observatie is het waarschijnlijker dat onverwachte gebeurtenissen of problemen meegemaakt worden;

  • De dataverzameling vindt plaats in de natuurlijke omgeving, oftewel, er is een naturalistische setting waaraan een interview (hoe informeel dan ook) niet aan kan tippen.

Voordelen kwalitatief interview:

  • Veel onderwerpen zijn simpelweg niet observeerbaar. Soms kom je alleen iets te weten als je daarnaar vraagt;

  • Gebeurtenissen kunnen gereconstrueerd worden door de geïnterviewde te laten terugblikken op bepaalde situaties. Dit kan met alleen observeren niet;

  • Een kwalitatief interview zal niet snel leiden tot ethische problemen. Sommige onderwerpen kunnen wel geobserveerd worden door bijvoorbeeld gebruik te maken van een verborgen microfoon of camera, maar dit is vaak ethisch onverantwoord;

  • Kwalitatief interviewen is minder ingrijpend in het leven van mensen dan participant observatie;

  • Eén van de voordelen van participant observatie is dat het vaak longitudinaal van aard is. Echter, het onderzoek duurt bijna nooit langer dan twee á drie jaar. Interviews passen makkelijker in een longitudinaal onderzoeksdesign, omdat interviews makkelijker te managen zijn dan herhaaldelijke bezoekjes aan de respondenten.

  • De te behandelen onderwerpen zijn breder dan bij participant observatie;

  • Er is een specifiekere focus dan bij participant observatie.

Welke methode is beter? Elke onderzoeksmethode is geschikt voor het onderzoeken van bepaalde kwesties en vraagstukken en ongeschikt voor andere. Een vergelijking is eigenlijk niet nodig, omdat participant observatie meestal wordt toegepast in etnografisch onderzoek waarin tevens gebruikt wordt gemaakt van interviews.

Image

Access: 
Public

Image

Check more: click and go to more related summaries or chapters

Samenvatting van Bryman's Social Research Methods van Clark e.a. - 6e druk

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help

Image

 

 

Contributions: posts

Help others with additions, improvements and tips, ask a question or check de posts (service for WorldSupporters only)

Image

Image

Share: this page!
Follow: Social Science Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
2765
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector