Wat is de rol van ethiek en politiek in sociaal onderzoek? - Chapter 6
Er bestaan verschillende kwesties en discussies over ethiek waar alle sociale onderzoekers mee te maken hebben. Ethische kwesties vormen een essentieel onderdeel van het onderzoeksproject. Met name het toegenomen gebruik van online data in sociaalwetenschappelijk onderzoek heeft ethische gevolgen. Als onderzoeker moet je je bewust zijn van de ethische principes met betrekking tot sociaal onderzoek. Hoe moet je bijvoorbeeld omgaan met de personen met wie je het onderzoek uitvoert? De focus zal in dit hoofdstuk liggen op de principes omtrent de relatie tussen onderzoeker en participant. Aanvullend kijken we naar de 'politiek' van onderzoek. Hiermee wordt niet gedoeld op politieke partijen of bestuur, maar op hoe de uitoefening van macht invloed kan hebben op het ontwerp, de inhoud en het delen van ons onderzoek.
- Welke ethische leidraden zijn er?
- Hoe wordt in de literatuur gedacht over ethiek?
- Welke schendingen van ethische principes doen zich voor bij het uitvoeren van sociaal onderzoek?
- Wat zijn de knelpunten bij het maken van ethische beslissingen?
- Welke ethische kwesties spelen bij online data?
- Wat is de rol van 'politiek' in sociaal onderzoek?
Welke ethische leidraden zijn er?
De ‘British Sociological Association (BSA)’ en de ‘Social Research Association (SRA)’ zijn organisaties die zich bezighouden met het formuleren van richtlijnen met betrekking tot ethiek in sociaal onderzoek. Hun ethische codes zijn openbaar en erg nuttig, omdat zij aangeven wat de 'best practices' zijn onder studenten. Ze helpen bij het identificeren van de ethische kwesties die kunnen opdoemen. Enkele handige ethische codes zijn 'Statement of Ethical Practice' (BSA), Ethical Guidelines (SRA), Code of Ethics and Conduct (BPS), Code of Ethics (ASA), Framework for Research Ethics (ESRC), Internet Research: Ethical Guidelines, Ethical Guidelines and Collated Resources for Digital Research (BSA), Social Media Research: A Guide to Ethics en Global Code of Conduct for Research in Resource-Poor Settings. In de laatste code ligt de focus op rechtvaardigheid, eerlijkheid, respect en zorg in onderzoek dat zich afspeelt in een setting met hoge en lage inkomens. Hierin wordt de machtsverhouding tussen onderzoeker en onderzochte expliciet erkend.
Naast de ethische codes van professionele organisaties, moet je tevens bekend zijn met de richtlijnen van je universiteit of hogeschool. De meeste instellingen hebben richtlijnen over praktijken die als ethisch onacceptabel worden beschouwd. Meestal zijn deze gebaseerd op de codes van professionele organisaties. Een ethische benadering is bijvoorbeeld van belang als je participanten de taal niet goed machtig zijn of kinderen zijn. Daarnaast kunnen privacyregels binnen de EU invloed hebben op de manier waarop je data opslaat. Om aan bepaalde vereisten te voldoen, moet je soms uitgebreid en gedetailleerd beschrijven hoe je te werk gaat. Het komt voor dat de ethische commissie van je instelling om een onderzoeksvoorstel vraagt waarin je aan moet geven of je gebruik gaat maken van procedures of activiteiten die ethisch problematisch kunnen zijn. Er kan van je verlangd worden dat je een ethiek-formulier opstelt en/of invult. Hierop staat bijvoorbeeld de vraag of sprake is van potentiële schade, ongemak, fysieke of geestelijke risico's voor de onderzoeksparticipanten. Als je antwoord 'ja' is, moet je een volledig verslag indienen over je onderzoek en de reden voor het gebruik van de ethisch dubieuze praktijken. Voordat je goedkeuring krijgt, kan de commissie verschillende keren om meer informatie verzoeken. Hou hier dus rekening mee in je planning.
Hoe wordt in de literatuur gedacht over ethiek?
Wat betreft ethiek in sociaal onderzoek geldt dat schrijvers verschillende standpunten innemen over ethische kwesties en dat de prominentie van deze kwesties verandert in de loop der tijd. Ethische kaders zijn bijvoorbeeld veranderd door de toegankelijkheid van social media data. De discussie over ethiek in sociaal onderzoek in de literatuur is vaak frustrerend vanwege vier redenen:
Auteurs verschillen in wat zij ethisch acceptabel vinden;
In de jaren '60 was er weinig aandacht voor ethische kwesties. Dat is een groot verschil met nu: ethiek staat tegenwoordig centraal in discussies binnen sociaal onderzoek. Sommige 'oude' onderzoeken zouden vandaag de dag nooit uitgevoerd worden.
Discussies over de ethiek gaan vaak gepaard met extreme voorbeelden van studies die ethisch niet verantwoord zijn. Hierdoor worden de subtielere onethische gevallen, die vaak voorkomen en waarmee rekening moet worden gehouden, niet besproken.
Deze beruchte voorbeeldstudies gaan vaak gepaard met specifieke onderzoeksmethoden (zoals misleiding en geheime observaties). Hierdoor wordt geïmpliceerd dat ethische problemen alleen of vooral berusten op sommige methoden.
Welke standpunten hebben schrijvers over ethiek?
In de literatuur over ethiek binnen sociaal onderzoek komen vijf standpunten naar voren:
Universalisme: ethische regels mogen nooit geschonden worden. Schendingen zijn moreel verkeerd en beschadigen sociaal onderzoek.
Situatie-ethiek: dit is de tegenhanger van universalisme, ook wel principieel relativisme genoemd. Elk geval moet apart bekeken worden. Er zijn twee uitingen: 'het eindresultaat rechtvaardigt de middelen' (zonder het overtreden van de ethische regels was niets geleerd over een bepaald sociaal verschijnsel) en 'geen keuze' (soms kan iets niet onderzocht worden zonder misleiding, bijvoorbeeld als toegang nooit zou worden verkregen als de bedoeling van de onderzoeker bekend was). Soms is het niet mogelijk om informed consent te verkrijgen van alle participanten, bijvoorbeeld vanwege het grote aantal (miljoenen Twitteraars).
Overtredingen van ethische regels komen vaak voor. De gedachte is dat bijna al het onderzoek elementen bevat die ethisch bedenkelijk zijn. Dit komt voor wanneer participanten niet alle details over het onderzoek ontvangen of onderling onderscheid wordt gemaakt. Als een onderzoeker compleet eerlijk is over zijn activiteiten, dan zullen ze proberen bepaalde gedragingen te vermijden. Oneerlijkheid levert eerlijke data op.
'Alles mag'. Misleidingen door sociale onderzoekers zijn onbeduidend als je het vergelijkt met misleiding door machtige instellingen in de huidige samenleving (massa media, politie, industrie). Zo beschrijft Douglas (1976) in zijn boek verschillende tactieken ter misleiding van anderen om hun vertrouwen te winnen en ze aan te moedigen zich bloot te stellen aan de onderzoeker. Weinig onderzoekers hangen deze visie aan.
Deontologische versus gevolgenethiek. Volgens de eerste stroming zijn bepaalde gedragingen op zichzelf goed of verkeerd. In geval van gevolgenethiek wordt gekeken naar de consequenties van een gedraging. De deontologische benadering heeft de voorkeur in sociaal onderzoek. Zo is bijvoorbeeld misleiding van participanten of het niet bieden van de mogelijkheid om informed consent te geven moreel verkeerd.
Welke schendingen van ethische principes doen zich voor bij het uitvoeren van sociaal onderzoek?
Schendingen van ethische principes kunnen volgens Diener en Crandall (1978) onderverdeeld worden in vier categorieën: schade aan deelnemers, een gebrek aan ‘informed consent’ (in het vervolg 'geïnformeerde toestemming'), privacyschending en misleiding. Overlap komt vaak voor, het ontbreken van geïnformeerde toestemming zonder misleiding is lastig in te denken.
Wat wordt bedoeld met 'schade aan deelnemers'?
Onder ‘schade’ valt fysieke schade, schade aan de ontwikkeling, een verlies van eigenwaarde, het induceren van stress en angst en het laten uitvoeren van verwerpelijke taken. In veel gevallen is daadwerkelijke of potentiële schade duidelijk, maar over bijvoorbeeld social media onderzoek bestaat discussie. Meestal is de informatie die mensen online zetten voor een specifiek publiek, ook al is het openbaar voor iedereen. Hoe zou iemand het vinden als zijn bericht in een nationale krant is terug te vinden, zeker wanneer het om een gevoelig onderwerp gaat (denk aan hatelijke inhoud of illegaal drugsgebruik)? Zelfs het gebruik van zeer openbare data (van bijvoorbeeld openbare Twitter-accounts) kan dus schade opleveren.
Een kernpunt in de bescherming van deelnemers tegen schade betreft de vertrouwelijkheid en beveiliging van verslagen. Dit betekent tevens dat je ervoor moet zorgen dat individuen anoniem blijven bij de presentatie van je bevindingen. Dit punt is gerelateerd aan privacyschending en specifieker: het vertrouwelijk omgaan met de verkregen data. In kwantitatief onderzoek is het relatief makkelijk om data anoniem te verwerken, maar bij kwalitatief onderzoek is dat lastiger. Het is bijvoorbeeld moeilijk (maar niet onmogelijk) om veldnotities zo te presenteren dat de persoon of de plek niet geïdentificeerd kan worden. Afgezien van het deontologische argument met betrekking tot intrinsieke onjuistheid van het schenden van vertrouwelijkheid is er ook het consequentialistische argument dat stelt dat dit het vertrouwen in de toekomstige generatie onderzoekers kan schaden. Het kan soms moeilijk te beoordelen zijn wat het mogelijke effect is op deelnemers.
Hoe moeten onderzoekers vermijden dat schade aan henzelf wordt toegebracht?
Het principe dat onderzoek het toebrengen van schade moet vermijden heeft ook betrekking op de onderzoeker zelf. Je moet beseffen dat het onderzoeken van illegaal gedrag (geweld, drugsgebruik, seksuele misdrijven etc.) risicovolle situaties kan opleveren. Daarnaast kunnen persoonlijke kenmerken de interactie met deelnemers beïnvloeden. Je geslacht kan een situatie opleveren waarin je voorzichtig te werk moet gaan (een jonge vrouw die onderzoek doet in een 'mannenwereld'), maar ook een minderheidsachtergrond kan een risico zijn (als je racisme onderzoekt en in contact komt met deelnemers met een intolerante visie). Een ander risico betreft het alleen te werk gaan. Sommige instellingen hebben hier een specifiek beleid voor (alleen in publieke settings data verzamelen, zorgen dat een collega weet waar je bent en wat je doet, altijd een mobiele telefoon bij je hebben).
Op 25 mei 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming in werking getreden. Hierin is geregeld hoe persoonlijke en gevoelige data moet worden verzameld, gebruikt en opgeslagen. Artikel 5 refereert aan het doen van academisch onderzoek. Omdat het verzamelen van persoonlijke en/of gevoelige data in de meeste sociale onderzoeksprojecten voorkomt, is het belangrijk met je begeleider te bespreken of je handelt volgens de regels. Denk aan databeveiliging en de archivering van identificeerbare informatie.
Wanneer ontbreekt 'geïnformeerde toestemming'?
Dit onderwerp is het meest besproken in de discussie over ethiek en sociaal onderzoek met een focus op vermomde of bedekte observatie of bedekt onderzoek, waarbij de werkelijke identiteit van de onderzoeker verborgen blijft. Bij deze vorm van observatie krijgen de deelnemers niet alle informatie die zij nodig zouden kunnen hebben bij het besluiten of ze wel of niet willen deelnemen aan het onderzoek: ze doen mee, of ze nu willen of niet.
Het principe van geïnformeerde toestemming houdt tevens in dat zelfs als mensen weten dat zij gevraagd zullen worden voor deelname, zij volledig moeten worden geïnformeerd over het onderzoeksproces. Zij moeten ervan bewust zijn dat ze op elk moment om iedere reden kunnen weigeren mee te doen of zich terug kunnen trekken. Informatie die hun bereidheid tot deelname kan beïnvloeden mag niet worden achtergehouden. De onderzoeker moet uitleggen waar het onderzoek over gaat, wie het uitvoert en financiert, waarom het wordt uitgevoerd en hoe het wordt verspreid en gebruikt. Ook in andere gevallen (waar de deelnemers wel bewust zijn van deelname en toestemming hebben gegeven) kan sprake zijn van een gebrek aan geïnformeerde toestemming doordat zij niet volledig op de hoogte zijn gebracht van de aard van het onderzoek en de mogelijke gevolgen voor hen als deelnemer (zoals bij Milgram’s studie). Volgens Homan (1991) is het implementeren van geïnformeerde toestemming makkelijker gezegd dan gedaan:
De onderzoeker kan simpelweg niet alles over het onderzoek vertellen, omdat er een grote kans is dat de antwoorden van de respondenten daardoor beïnvloed worden.
In etnografisch onderzoek krijgt de etnograaf met heel veel mensen te maken. Het is praktisch onmogelijk om van iedereen geïnformeerde toestemming te krijgen, omdat dat erg zou interfereren met de dagelijkse context.
Alhoewel schendingen van het principe van geïnformeerde toestemming (en privacy) met name in geval van geheim onderzoek in het algemeen veroordeeld worden, wordt deze methode nog wel gebruikt. De BSA laat ruimte voor ethische geheime observaties, in bepaalde omstandigheden kan hiervoor een rechtvaardiging bestaan. Er ontstaan problemen wanneer participanten hun gedrag veranderen zodra ze weten dat ze bestudeerd worden of wanneer een gebied in het sociale leven niet toegankelijk is voor sociale wetenschappers. Het observeren van personen in niet-publieke ruimtes of experimentele manipulatie die hiervan niet op de hoogte zijn, zou alleen mogen plaatsvinden wanneer het onmogelijk is om met gebruik van andere methodes essentiële data te verkrijgen. Het lastige hiervan is hoe een onderzoeker moet bepalen of dit het geval is. De leidraad wijst daarnaast op het belang van anonimiteit wanneer geïnformeerde toestemming niet kan worden verkregen. In het ideale geval proberen onderzoekers na afronding van het onderzoek toestemming te verkrijgen.
De situatie is nog ingewikkelder wanneer het online onderzoek betreft. Dit kan plaatsvinden in diverse settings (e-mailverkeer, chat rooms, social media etc.). In hoeverre heeft men in deze settings privacy en hoe makkelijk is het om geïnformeerde toestemming te verkrijgen? Hoe zeker is het dat de onderzoeker de 'echte' identiteit van de participanten kan vaststellen? Wanneer is misleiding of geheime observatie toegestaan? Hoe moet worden omgegaan met identificeerbaarheid? Met name in geval van social media kanalen bestaat er wrijving tussen hetgeen onderzoekers 'kunnen' doen en wat zij 'zouden moeten' doen. Volgens Beninger en anderen (2014) gaven hun onderzoeksparticipanten aan moeite te hebben met het bijhouden van de constant veranderende voorwaarden van Facebook en Twitter. De vele updates en omvang van de voorwaarden vormden een drempel voor hun begrip van de werking van de platformen. Mensen gaven aan de voorwaarden te hebben geaccepteerd zonder deze te hebben gelezen. Dit roept de vraag op of het accepteren van de gebruikersvoorwaarden telt als 'geïnformeerde toestemming'. Er is wat bewijs dat mensen steeds bewuster worden van de noodzaak om te begrijpen waar ze mee instemmen.
De geïnformeerde toestemming wordt conform standaard gebruik verkregen met behulp van formulieren. In geval van een online vragenlijst moeten deelnemers meestal een hokje aanvinken als bevestiging dat zij de onderzoeksinformatie hebben gelezen en begrepen. Voordelen van het geïnformeerd toestemmingsformulier: participanten krijgen de mogelijkheid zich volledig te informeren over het onderzoek en de onderzoeker heeft schriftelijk bewijs. Een nadeel ervan is dat het vaak meer bezorgdheid opwekt bij de respondenten dan dat er aanvankelijk was. Daarnaast kan de richting van kwalitatief onderzoek flexibel en spontaan zijn, wat het lastig maakt om specifieke informatie te verstrekken over de aard van het onderzoek en de mogelijke gevolgen ervan voor de deelnemers. Zie voor een voorbeeld het conceptformulier van UK Data Service (UKDS), waarin rekening is gehouden met de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Wanneer is sprake van privacyschending?
Het recht op privacy is een belangrijk principe en moet dus beschermd worden door de onderzoeker. Schendingen ervan in het kader van onderzoek worden gezien als onacceptabel. Privacy is gekoppeld aan de geïnformeerde toestemming, omdat de respondent zijn/haar privacy hierdoor voor een bepaalde tijd opgeeft. Uiteraard geeft de respondent de privacy niet volledig op, aangezien hij/zij altijd mag afzien van het beantwoorden van vragen (bijvoorbeeld over inkomen, geloof of seksuele activiteit) of van het hele onderzoek om welke reden dan ook.
Geheime observaties worden gewoonlijk beschouwd als privacyschendingen, omdat participanten niet de mogelijkheid krijgen de inbreuk op hun privacy te weigeren. De privacykwestie houdt tevens verband met anonimiteit en vertrouwelijkheid (schade aan deelnemers). Het opnemen van informatie en bijhouden van verslagen komt in alle onderzoeksmethoden voor. Wat betreft online data heeft dit betrekking op de vindbaarheid van de quotes, zelfs als een pseudoniem is gebruikt. De voorwaarden van Twitter verlangen dat het offline tonen van tweets altijd gebeurt onder vermelding van de gebruikersnaam en de tweets mogen niet aangepast worden. Het komt ook voor dat studenten anonimiteit beloven terwijl dit niet mogelijk is. Bijvoorbeeld als in een online vragenlijst wordt gevraagd om het e-mailadres van de deelnemer zodat deze mee kan doen aan een prijsverloting. Het unieke e-mailadres wordt in dezelfde map opgeslagen als de rest van de antwoorden, waardoor ze niet langer anoniem zijn.
Wat wordt bedoeld met 'misleiding'?
Misleiding vindt plaats wanneer de onderzoeker zijn/haar werk presenteert als iets anders dan dat het werkelijk is. Het experiment van Milgram is hier van een voorbeeld van (de deelnemers dachten dat zij echte elektrische schokken uitdeelden). Misleiding komt in verschillende graduaties voor, omdat onderzoekers benieuwd zijn naar natuurlijke reactie van deelnemers. Voorbeelden zijn het plaatsen van neppe datingadvertenties, leraren laten geloven dat bepaalde kinderen waarschijnlijk bovengemiddeld zouden presteren, zich voordoen als iemand met anorexia etc. Het ethisch bezwaar tegen misleiding kent vaak twee vormen: allereerst is het onaardig om mensen te misleiden. Daarnaast kan het onderzoekers afschilderen als vervelende bemoeials die mensen misleiden voor hun beroep. Dit heeft een negatief effect op de medewerking van respondenten in de toekomst (en de financiering van onderzoek). Een groot probleem met betrekking tot dit aspect is dat misleiding eigenlijk in elk onderzoek wel voorkomt en de grens tussen acceptabele en onacceptabele misleiding hierdoor soms moeilijk te bepalen is.
Wat zijn de knelpunten bij het maken van ethische beslissingen?
Hierboven hebben we de vier belangrijkste ethische principes besproken. Dit maakte duidelijk dat het vasthouden aan deze principes in de praktijk niet zo makkelijk is. Dit komt mede door de verschillende standpunten over wat ethische en onethische praktijken zijn binnen onderzoek. De scheidslijn hiertussen is lastig te trekken.
Enkele knelpunten zijn: sommige mensen zijn bekend met de status van de onderzoeker, onderzoekers interviewen leden van dezelfde sociale of demografische groep als waar zij toe behoren, in geval van etnografisch onderzoek is het de vraag of een onderzoeker anderen accuraat kan informeren over de aard van het onderzoek (onderzoeksvragen zijn te breed of te specifiek), onderzoekers die gebruikmaken van social media data kunnen het lastig vinden om te bepalen wat zich in het publieke dan wel privédomein bevindt en wat gevoelige inhoud is, soms vinden geïnterviewden bepaalde vragen teveel een opinie opdringen of het discussiëren in een focusgroep te stressvol. Er zijn dus veel manieren waarop een sociale onderzoekers zich schuldig kan maken aan misleiding of het niet vragen van geïnformeerde toestemming. Ethische codes geven advies over praktijken die duidelijk ongepast zijn, maar niet over marginale gebieden van ethische besluitvorming.
Daarnaast komt het soms voor dat er een botsing plaatsvindt tussen hetgeen ethisch wenselijk is en het meest praktisch is. Geïnformeerde toestemming verzekeren door middel van een formulier kan bijvoorbeeld de bereidheid tot deelname aan een vragenlijst verminderen.
Ook het soort participant en de mate van kwetsbaarheid kan gevolgen hebben voor de ethische besluitvorming. Dit is met name het geval als er kinderen bij betrokken zijn. Ook de aard van de data kan van invloed zijn. Met betrekking tot secundaire data, online data en visuele data gelden andere ethische vraagstukken.
Welke ethische kwesties spelen bij secundaire data?
Secundaire data is al eerder verzamelde data. Dit soort data wordt gewoonlijk in kwantitatief onderzoek gebruikt. Het gebruik van door iemand anders verzamelde data kan veel tijd besparen en dus verstandig zijn. Als de data toegankelijk is via een website, zal de onderzoeker die de data hierop heeft geplaatst toestemming hebben om de data te delen met anderen. Als je gebruik wilt maken van secundaire data en je hebt voor het gebruik ervan een licentie verkregen, moet je onthouden dat deze licentie alleen voor jouzelf geldt. Je begeleider moet dan zelf ook toegang aanvragen.
Welke ethische kwesties spelen bij online data?
Online data betreft niet alleen social media data, maar heeft ook betrekking op blogs, e-mail, discussiegroepen, chatrooms etc. Elk soort platform heeft eigen voorwaarden en werkt op een eigen manier. Sommige data zijn publiek (Twitter), andere privé (Whatsapp) of zitten ergens in het midden (Facebook). Al deze kanalen kunnen worden gebruikt door onderzoekers, maar je moet reeds in het begin van je onderzoek nagaan of je toegang kunt krijgen tot de verlangde data, te beginnen met de ethische verwachtingen van de kanalen. Hebben zij een bepaald beleid over privacy en de openbaarheid van berichten? Kunnen gebruikers instellingen aanpassen zodat hun uitwisselingen privé worden? Hoe meer een platform bekend staat als publiek, hoe minder rekening hoeft te worden gehouden met vertrouwelijkheid en anonimiteit.
Het AoIR biedt een handig overzicht met overwegingen inzake het uitvoeren van online onderzoek en het gebruik van online data. Andere duidelijke richtlijnen over het uitvoeren van ethisch online onderzoek zijn lastig te vinden. Halford (2018) identificeert vijf factoren die online data onderscheiden van andere data wat betreft ethiek:
Online data zijn reeds tot stand gekomen. Traditiegetrouw genereren onderzoekers nieuwe data met het oog op hun onderzoeksvragen. Online data bestaat onafhankelijk van onderzoek. In geval van secundaire (online) data is het niet mogelijk te garanderen dat toestemming is gegeven.
Online data vallen buiten onze controle. In geval van data verkregen middels een interview, focusgroep of vragenlijst kunnen we vertrouwelijkheid beloven. We kunnen de data beveiligen. Deze controle is er niet over online data. Het blijft voor het publiek zichtbaar, dit maakt anonimiseren lastig.
Online data zijn niet permanent. Een deelnemer heeft normaliter het recht op terugtrekking, maar wat betekent dit voor iemand die zijn online post verwijdert of aanpast? Hoe kunnen we persoonlijke data accuraat en up to date houden?
Onze aannames over schaal en granulariteit zijn niet toepasselijk op online data. De hoeveelheid beschikbare data maakt het lastig om een relatie met participanten te hebben. Ethiek wordt vaak besproken in verband met een individu, maar wat is de relatie tussen een Facebook-like en de individu die op de like-knop heeft gedrukt?
Allerlei disciplines hebben interesse in online data. Sociaal onderzoek is niet meer het exclusieve domein van sociale wetenschappers. Andere disciplines maken uitgebreid gebruik van online data en kunnen andere ethische visies hebben over wat publieke data is en hoe ermee om moet worden gegaan.
Welke ethische kwesties spelen bij visuele data?
Onderzoeksmethoden waarbij gebruik wordt gemaakt van visuele data zoals foto's worden steeds populairder. Volgens goed gebruik krijg je geïnformeerde toestemming van degene die op de foto staat, maar dit is niet altijd mogelijk. Sommige personen staan op de achtergrond en zijn niet vindbaar voor de onderzoeker. Ook kan het belang van een foto pas later duidelijk worden en is het dan niet meer mogelijk toestemming te vragen. Dit kan opgelost worden door gezichten onherkenbaar te 'pixelen'.
Een ander potentieel ethische dilemma kan ontstaan in geval van 'foto-elicitatie'. Deelnemers wordt gevraagd zelf foto's te maken en deze dan te bespreken. Als hier andere personen op verschijnen, ben je voor de geïnformeerde toestemming afhankelijk van de onderzoeksparticipant. Ook kan het onduidelijk zijn waarvoor de foto's worden gebruikt en welke gevolgen deze hebben.
Wat is de rol van 'politiek' in sociaal onderzoek?
Met 'politiek' wordt in dit kader gedoeld op status, machtsverhoudingen, machtsgebruik en niet op bestuur en politieke partijen. Ook deze thema's kunnen ethische problemen opleveren.
Sociaal onderzoek vindt nooit plaats in een moreel vacuüm: de onderzoeker (met normen en waarden, voorkeuren, verwachtingen, neigingen en interesses) heeft veel invloed op zijn/haar onderzoek. Geheel objectief is een onderzoek dus nooit. Sommige auteurs over sociaal onderzoek pleiten zelfs voor 'bewuste partijdigheid': onderzoekers zouden zich deels moeten identificeren met degenen die zij bestuderen. Er zijn veel manieren waarop sociaal onderzoek beïnvloed kan worden door politiek:
Een kant kiezen. De visie van de onderzoek over de wereld kan ertoe leiden dat een kant wordt gekozen. Dit vormt de benadering en methode. Dit kan onvrijwillig plaatsvinden (omdat gaandeweg sympathie is ontstaan) of opzettelijk (omdat hun politieke of ideologische standpunt de motivatie voor het onderzoek was en zij meer aandacht voor het onderwerp willen vragen). Het idee van partijdigheid is ontwikkeld in feministisch onderzoek.
De financiering van onderzoek: de organisatie die het onderzoek financiert zal voornamelijk zoeken naar resultaten die hun product of visie ondersteunen.
Toegang krijgen tot een onderzoeksomgeving: Reiner (2000) suggereert dat organisaties (zoals de politie) vaak moeilijk doen over het verlenen van toegang omdat ze zich zorgen maken over hoe ze gepresenteerd zullen worden.
Werken in de onderzoeksomgeving: eenmaal in de organisatie is het boeken van vooruitgang hierbinnen een politiek proces op zich (mede vanwege de afhankelijkheid van medewerking).
Werken in een team: als onderzoek wordt gedaan in teams, is er binnen deze teams vaak sprake van een politiek spel: hoe verhouden de mensen zich tot elkaar, wie vindt wat, etc.
Het publiceren van bevindingen: er wordt soms veel weerstand geboden tegen de publicatie van het onderzoek.
Het hebben van expertise met betrekking tot bepaalde onderzoeksmethodes: de politicologie van de methoden zoals benoemd door Savage (2010). Sociale wetenschappen, met name sociologie, hebben in Engeland een zekere geloofwaardigheid, omdat onderzoekers van oudsher claimen expertise te hebben in het gebruik van bepaalde onderzoeksmethoden. Inmiddels worden de methodes ook door anderen gebruikt en is er meer aandacht voor nieuwe soorten data. Heroverwogen moet worden over welke vaardigheden en competenties een moderne wetenschapper moet beschikken.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2687 keer gelezen
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 2604 keer gelezen
- Insurance for emigrants, expats and living abroad: international insurance for expats and emigrants
- Insurance for activities abroad: Backpacking Travel abroad Intern abroad Study abroad Volunteer abroad Work abroad
- Insurance: ACS Globe Traveller Caremed Insurances Expatriate Travel Insurance IMG’s GlobeHopper World Nomads Insurance SafetyWing Insurance JoHo Special ISIS verzekering NL/BE Working Nomad verzekering NL/BE More about Insurance for abroad
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results








