Europees Recht - RUG - Oefententamen 2016/2017

Open vragen bij oefententamen

Open vraag 1 – Decentrale selectie

Terah Graesin, die de Nederlandse nationaliteit bezit, woont al jaren met haar familie in Ierland. Ze zit in het eindexamenjaar van het Ierse equivalent van het vwo (ook zes jaar) en hoopt hierna diergeneeskunde te gaan studeren aan de Universiteit Utrecht (“UU”). Net als alle andere universiteiten in Nederland selecteert de UU alle diergeneeskundestudenten via decentrale selectie. Dit betekent dat er geen loting meer plaatsvindt, maar dat alle studenten moeten “solliciteren” om diergeneeskunde te kunnen studeren.

Voor de decentrale selectie hanteert de UU twee “routes” om je aan te melden: route A en route B. Route A is uitsluitend toegankelijk voor eindexamenkandidaten die in mei van het jaar van deelname aan de decentrale selectie meedoen aan het volledig centraal schriftelijk vwo-eindexamen en nog niet eerder hebben deelgenomen aan de decentrale selectie in Utrecht. Mocht dit niet op een student van toepassing zijn, dan doorloopt deze de decentrale selectie via route B. Bij route A word je geselecteerd op basis van je overgangscijfers van 5-vwo naar 6-vwo en een motivatiebrief. Studenten die gemiddeld een 7,5 staan voor de vakken wiskunde, natuurkunde, scheikunde en biologie worden bij een overtuigende motivatiebrief direct toegelaten. Bij route B moeten studenten deelnemen aan twee toetsingsdagen, waar zij een aantal toetsen moeten maken. Daarna wordt door middel van een ranking bepaald welke studenten toegelaten worden.

Terah krijgt te horen dat zij alleen aan route B kan deelnemen, omdat route A slechts openstaat voor scholieren die een vwo-opleiding volgen. Hier is voor gekozen omdat de UU op deze manier het niveau van studenten efficiënt kan beoordelen, en zo de kwaliteit van de diergeneeskundeopleiding kan waarborgen. Zij volgt in Ierland echter de vereiste vakken voor route A. Bovendien is haar gemiddelde voor deze vakken op dit moment gelijkwaardig aan een 8 op het vwo. Ze is zeer teleurgesteld dat zij zich niet via route A kan aanmelden en claimt dat haar vrij verkeersrechten geschonden worden.

Terah gaat bij het College van Beroep voor de Examens (“CBE”) van de UU in beroep tegen het besluit om haar niet toe te laten tot route A. Het CBE bestaat uit een onafhankelijke advocaat (die als voorzitter optreedt), een staflid van de UU en een student-lid. Leden worden benoemd voor de duur van drie jaar. Na het indienen van een beroep vindt een zitting plaats, waar de partijen hun positie nader kunnen toelichten.

De UU voert op de zitting aan dat deze situatie buiten de reikwijdte van het vrij verkeersrecht valt, omdat de EU geen bevoegdheden heeft op het gebied van onderwijs. Het CBE overweegt om een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie.

Adviseer de UU over de vraag of er hier sprake is van een schending van het vrij verkeersrecht (70 punten). Geef daarnaast aan op welke wijze de UU het toelatingssysteem zou kunnen aanpassen om de kans op een schending van het vrij verkeersrecht te verkleinen (10 punten). Beoordeel ten slotte of het CBE bevoegd is om een prejudiciële vraag te stellen (20 punten).

Antwoordsuggesties bij open vragen

Open vraag 1 – Decentrale selectie

I. Beoordelingskader (max. 10 punten)

(i) Onderwijs aan een publieke universiteit wordt niet als dienst beschouwd (Morgan en Bucher). Het is geen economische activiteit. Daarom moet deze casus beoordeeld worden onder Artikel 20-21 VWEU.

(ii) Er heeft harmonisatie plaatsgevonden in Richtlijn 2004/38/EG. Deze richtlijn ziet echter op de rechten van Unieburgers die zich naar een andere lidstaat begeven dan de lidstaat waarvan zij de nationaliteit bezitten (Artikel 1). Aangezien Terah vanuit Ierland terug wil reizen naar Nederland, en zij de Nederlandse nationaliteit bezit, is de Richtlijn niet op haar van toepassing.

(iii) Het argument van de UU dat, omdat de EU geen bevoegdheid heeft om onderwijs te harmoniseren, het vrij verkeersrecht niet van toepassing is klopt niet. De manier waarop de lidstaten hun onderwijssysteem hebben georganiseerd moet nog steeds onder het vrij verkeersrecht beoordeeld worden.

II. Grensoverschrijdend element (max. 5 punten)

Hoewel het om een Nederlands burger gaat die zich tegen Nederland wil beroepen op het vrij verkeersrecht, is er wel degelijk sprake van een grensoverschrijdend element (Waalse Regering). Het gaat hier om een Nederlandse scholiere die, na in Ierland haar middelbare school te hebben gedaan, in Nederland wil gaan studeren.

III. Rechtstreekse werking (max. 5 punten)

De UU is een openbare universiteit en onderdeel van de Staat (Marshall). Het gaat hier dus om verticale rechtstreekse werking. Artikel 20-21 VWEU hebben verticale rechtstreekse werking.

IV. Beperking (max. 15 punten)

Studenten die een VWO opleiding volgen kunnen makkelijker toegang krijgen tot de diergeneeskundestudie aan de UU. Route A is gunstiger dan Route B, omdat je hierbij geen toetsen hoeft af te leggen. Dit is een vorm van indirecte discriminatie. Hoewel de regel geen direct onderscheid maakt op basis van nationaliteit, is het veel waarschijnlijker dat Nederlandse scholieren een VWO opleiding volgen dan buitenlandse scholieren (Groener).

Door Route A alleen open te stellen voor VWO scholieren, discrimineert de UU dus indirect jegens buitenlandse scholieren.

V. Rechtvaardigingsgrond (max. 15 punten)

De UU stelt dat deze beperking nodig is om het niveau van studenten efficiënt te kunnen beoordelen, en zo de kwaliteit van de diergeneeskundeopleiding te waarborgen. Rechtvaardigingsgronden mogen niet van economische of administratieve aard zijn. Als het alleen maar om het gemak van beoordelen zou gaan (efficiëntie), kan de UU zich dus niet op een rechtvaardigingsgrond beroepen. Het waarborgen van de kwaliteit van de diergeneeskundeopleiding gaat echter verder. Omdat het om indirecte discriminatie gaat, kan er zowel onder het Verdrag als op basis van objectieve rechtvaardigingen gerechtvaardigd worden. Hier valt de rechtvaardigingsgrond niet onder de Verdragsgronden. Het waarborgen van de kwaliteit van de diergeneeskundeopleiding is een objectieve rechtvaardigingsgrond.

VI. Evenredigheid (max. 20 punten)

(i) Is het uitsluiten van niet-VWO studenten van Route A geschikt om de kwaliteit van de diergeneeskundeopleiding te waarborgen? Nee, omdat je op deze manier niet-VWO studenten uitsluit op basis van een criterium dat niets zegt over hun kwaliteit.

(ii) Is het uitsluiten van niet-VWO studenten van Route A noodzakelijk om de kwaliteit van de diergeneeskundeopleiding te waarborgen? Nee, omdat je op minder ingrijpende manieren inzicht kan krijgen in het niveau van niet-VWO studenten. Zo kan er een inhoudelijke vergelijking worden gemaakt tussen hun opleiding en de VWO opleiding. Dit bewijs kunnen buitenlandse studenten zelf verkrijgen bij een onafhankelijke instantie: er hoeft geen onderzoek door de UU plaats te vinden.

(iii) Weegt het belang van het waarborgen van de kwaliteit van de diergeneeskundeopleiding zwaarder dan het vrij verkeer van studenten? Nee, omdat de concurrentiepositie van buitenlandse studenten t.o.v. Nederlandse studenten op deze manier ernstig verzwakt wordt.

VII. Aanpassing systeem (max. 10 punten)

Studenten die kunnen aantonen dat zij een gelijkwaardige opleiding aan het VWO volgen, en dat hun gemiddelde cijfer bovendien gelijk of hoger is aan een 7,5 op het VWO, kunnen toch aan Route A deelnemen. Bovendien moet zij aantonen dat hun Nederlands voldoende is.

VIII. CBE (max. 20 punten)

(i) Om een prejudiciële vraag te stellen onder Artikel 267 VWEU moet een rechterlijke instantie aan een aantal voorwaarden voldoen (zie Dorsch): permanent karakter en onafhankelijk; verplichte rechtsmacht; procedure op tegenspraak en verplichte toepassing van regels van het recht.

(ii) Het feit dat leden voor een periode van drie jaar worden benoemd betekent niet dat het CBE als college geen permanent karakter heeft. Bovendien vindt een procedure op tegenspraak plaats. Het grootste probleem ligt hier in de onafhankelijkheid: hoewel er een onafhankelijk voorzitter is, is de meerderheid van het college staflid of student-lid van de EUR. Die institutionele afhankelijkheid van de EUR maakt dat het CBE niet afhankelijk is en dus geen prejudiciële vraag kan stellen.

Meer TentamenTests - Vraag 2 t/m 3 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft) 

 

Exclusive section of this page (for members with extra services and online access)

Image

Access: 
Public

Image

Join: WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check: how to help
Share: this page!
Follow: Law Supporter (author)
Add: this page to your favorites and profile
Statistics
3027
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector