Hoorcollege 1: Ontwikkelingspsychopathologie
Psychopathologie is een gebied binnen de psychologie. Het doel ervan is over het algemeen om ‘te proberen te begrijpen’. Hieronder valt zowel de essentie van psychopathologie als hoe stoornissen zich voordoen en zich ontwikkelen over de tijd heen. Kort gezegd is ontwikkelingspsychopathologie de studie van normale ontwikkeling die in sommige gevallen is ontspoord. Hierbij wordt de oorzaak onderzocht en wordt de ontwikkeling van het afwijkende gedrag nader bekeken. De oorzaak van het afwijkende gedrag kan zowel te vinden zijn in de persoon zelf, zowel als in de omgeving. Men moet zich echter direct afvragen wat afwijkend of abnormaal gedrag dan precies inhoudt.
Wat is abnormaal gedrag?
Abnormaal gedrag moet niet alleen atypisch zijn, maar ook schadelijk. Een voorbeeld hiervan is externaliserend probleemgedrag, waarbij een persoon schade kan aanrichten bij een ander door agressief gedrag. Een minder makkelijke voorwaarde is dat het gedrag als ongepast moet worden gezien binnen de ontwikkeling. Dit is moeilijker om vast te stellen, omdat wat als normaal gezien wordt, afhangt van sociale contexten. Ouders en professionals kijken om die reden vaak ook verschillend naar of een kind wel of niet abnormaal gedrag vertoont tijdens de ontwikkeling. De samenleving in het algemeen heeft nog altijd veranderende visies over wat wel en niet als abnormaal wordt gezien. Daarnaast hangt abnormaal gedrag vaak af van verschillende variabelen, zoals leeftijd, situatie/context, het geslacht en de cultuur.
Vaststelling van afwijkingen
Desondanks de soms moeilijk vast te stellen voorwaarden, zijn er ook een aantal gedragsindicatoren van afwijkingen die enigszins makkelijker vast te stellen zijn. Zo moet er achterstand in de ontwikkeling zichtbaar zijn en moet er een verslechtering plaatsvinden binnen de ontwikkeling. Er moet daarnaast extreem frequent of juist non-frequent gedrag aanwezig zijn. Dit houdt in dat bepaalde kenmerken zich vrijwel altijd voordoen (repetitief gedrag) of dat iemand juist bepaald gedrag niet vertoond (niet spreken). Dit gedrag moet extreem intens of totaal niet intens zijn. Een ander kenmerk is dat gedragsmoeilijkheden over de tijd heen blijven bestaan en dat gedrag als ongepast gezien wordt in een bepaalde context. Dit laatste hangt uiteraard weer af van de cultuur waarin men leeft. Vaak moeten er ook abrupte veranderingen in het gedrag plaatsvinden en is er sprake van verscheidene gedragsproblemen. Afsluitend moet gedrag gezien worden als kwalitatief anders dan wat normaal is. Vanzelfsprekend hangt dit weer samen met de context.
Andere indicatoren voor een afwijking
Er is wat bewijs dat afwijkingen een bepaalde beginleeftijd hebben waarop het zich vaak laat zien. Deze leeftijd kan echter niet gezien worden als een zwart-wit grens. ADHD wordt bijvoorbeeld vaak op een vrij jonge leeftijd al vastgesteld, maar dit betekent uiteraard niet dat je de diagnose niet kan krijgen wanneer je 15 jaar oud bent. Geslacht schijnt ook een duidelijke invloed te hebben op eventuele afwijkingen. Zo verschilt de timing van de afwijking vaak en tegelijkertijd ook de intensiviteit waarmee de afwijking zich voordoet. De manier waarop gedrag zich uit wordt vaak bekeken vanuit een bepaald verwacht gedrag. Zo mogen jongens gerust een beetje stoeien op het schoolplein, maar kan dit bij meisjes al snel als afwijkend gedrag worden gezien. Een ander sekse verschil is dat jongens over het algemeen een hoger risico hebben voor meerdere afwijkingen (zie tabel 1.2 in het boek).
Historische invloeden
In de psychopathologie zijn er natuurlijk ook een hoop historische invloeden. Zo waren onderzoeken vroeger veelal gericht op volwassenen en zag men demonologie als een juiste verklaring voor afwijkend gedrag. Dit houdt in dat buitenaardse krachten gezien werden als een verklaring. Somatogenese werd daarnaast ook als een mogelijkheid gezien. Dit houdt in dat een disbalans in lichamelijke vloeistoffen een verklaring kon zijn voor afwijkend gedrag. Vroeger lag er bovendien een nadruk op een paar enkele gevallen, terwijl er nu vaak onderzoek gedaan wordt met duizenden respondenten tegelijkertijd. In de 19e eeuw ontstond de classificatie van Kraepelin. Dankzij hem kwamen sommige kinderlijke afwijkingen aan het licht en werden deze onderzocht. Dit onderzoek kwam in een versnelling terecht toen er een beter inzicht kwam in de etiologie van bepaalde afwijkingen.
Historisch invloedrijke theorieën
In de geschiedenis staan drie verschillende theorieën centraal wanneer het gaat over verklaringen voor afwijkend gedrag:
· Psychoanalytische theorie
· Behaviorisme
· Sociaal leren
De psychoanalytische theorie van Freud was een van de eerste theorieën over ontwikkelingsfasen. Het behaviorisme draait om de gedachte dat gedrag is aangeleerd en het resultaat is van interactie met de omgeving. Het sociaal leren ging er daarnaast vanuit dat aangeleerd gedrag ook voortkomt uit observaties van iemands omgeving.
Causale factoren
Er zijn vier soorten causale factoren:
· Directe oorzaak
· Indirecte oorzaak
· Mediatoren
· Moderators
Bij de directe oorzaak leidt variabele X tot een uitkomst. Bij een indirecte oorzaak beïnvloedt variabele X een andere variabele die zorgt voor een bepaalde uitkomst. Mediatoren verklaren de relatie tussen variabelen en moderators is de aanwezigheid of afwezigheid van een factor die de relatie tussen variabelen beïnvloedt. Naast deze vier soorten zijn er drie typen causale factoren. Zo is er de ‘necessary’ oorzaak die aangeeft dat een oorzaak aanwezig moet zijn voordat de afwijking zich voordoet. De ‘sufficient’ oorzaak is een oorzaak die in zijn eentje verantwoordelijk kan zijn voor bijvoorbeeld een afwijking. De ‘contributing’ oorzaak is niet altijd noodzakelijk, maar is wel voldoende voor een oorzaak. Anders gezegd, deze oorzaak draagt bij in combinatie met andere oorzaken.