College 5
Uitoefening bevoegdheid: specialiteit en evenredigheid
Voor de bevoegdheid van een bestuursorgaan dient er te zijn aan het legaliteitsbeginsel. Dit houdt in dat er sprake moet zijn van een wettelijke grondslag die de bevoegdheid rechtvaardigd. Dit kan middels attributie of delegatie.
Het specialiteitsbeginsel is een uitwerking van legaliteit. Bij het nemen van beslissingen en bij het kijken naar belangen moet door het bestuursorgaan, en natuurlijk ook door de rechter het specialiteitsbeginsel in acht worden genomen. Dat betekent dat er bij het nemen van een beslissing altijd die belangen mogen worden meegenomen waarop het besluit toeziet. Alleen bij beleidsvrijheid volgt belangenafweging.
Van beleidsvrijheid is sprake indien de wet aan het bestuursorgaan de vrijheid laat om in een concreet geval te bepalen OF het de bevoegdheid en/of HOE het de bevoegdheid uitoefent.
Het specialiteitsbeginsel heeft zijn voor- en zijn nadelen. Een voordeel allereerst is dat het een waarborg is tegen ongebreidelde machtsuitoefening, een ander voordeel is dat er sprake is van doelmatigheid van het bestuur, immers niet alles wordt meegenomen. Een nadeel is dat er sprake is van verkokering: namelijk voor een evenement kun je soms wel 10 verschillende vergunningen moeten aanvragen. Als je er dan 9 van de 10 krijgt is dat best vervelend. Om dat op te lossen zijn er dingen als de wegwijsplicht in het leven geroepen.
Het belang van de wet staat meestal expliciet in de wet vermeld. Anders moet het uit de considerans of uit de memorie van toelichting worden gehaald.
Het specialiteitseginsel wordt verder ingevuld door het zorgvuldigheidsbeginsel van art. 3:2 Awb waaruit volgt dat het bestuursorgaan kennis moet vergaren omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. Hierbij speelt tevens het verbod van detournement de pouvoir van art. 3:3 Awb, dit houdt in dat de bevoegdheid van het te nemen besluit niet voor een ander doel mag worden gebruikt dan waarvoor de bevoegdheid is verleend. Het specialiteitsbeginsel zelf is gecodificeerd in art. 3:4 Awb en stelt het hierin verplicht dat de belangen die rechtstreeks bij het besluit betrokken zijn worden afgewogen.
Er zijn verschillende soorten belangen die kunnen worden meegewogen. Het algemeen belang, (dat is wat wat vaak in de wet wordt vermeld.) Het vreemde algemene belang, dit elk algemeen belang waar de bevoegdheid niet op ziet, en particuliere belangen. Deze belangen zijn niet publiek van aard.
Het specialiteitsbeginsel kan op verschillende manieren worden toegepast. Er is een precieze, een rekkelijke en een gematigde opvatting. De laatste opvatting wordt door Bestuursrecht 1 gehanteerd. Deze opvattingen worden het best geïllustreerd door middel van een paar tabellen, zie hieronder:
De precieze opvatting
Soort belang | Verlenen/weigeren | Voorschriften |
Algemeen belang | Ja | Ja |
Vreemd algemeen belang | Neen | Neen |
Particulier belang aanvrager | Ja | Ja |
Particulier belang derde | Neen | Neen (= verschil met de gematigde opvatting) |
De rekkelijke opvatting
Soort belang | Verlenen/weigeren | Voorschriften |
Algemeen belang regeling | Ja | Ja |
Vreemd algemeen belang | Ja (>) | Ja |
Particulier belang aanvrager | Ja | Ja |
Particulier belang derde | Ja (?) | Ja |
De gematigde opvatting wordt door de ons gehanteerd. Als de wet geen duidelijkheid biedt, dan het algemeen belang waar het wettelijke stelsel op ziet vs het particuliere belang van de aanvrager.
Het stellen van voorschriften/beperkingen.
Dat mag wanneer er een algemeen belang is waarop het wettelijke stelsel ziet, of het rechtstreekse betrokken particuliere belang van de derde tenzij er een ander wettelijk stelsel dat belang beschermd, het voorschrift een verkapte weigering zou inhouden.
De gematigde opvatting
Soort belang | Verlenen/weigeren | Voorschriften |
Algemeen belang | Ja | Ja |
Vreemd algemeen belang | Neen | Neen |
Particulier belang aanvrager | Ja | Ja |
Particulier belang derde | Neen | Ja, tenzij – andere regeling |
De rechter zal zich bij beoordeling va een op een belangenafweging berustend besluit dienen te beperken tot onderzoek of de afweging van de betrokken belangen zodanig onevenwichtig is, dat het bestuur niet in redelijkheid tot dat besluit heeft kunnen komen. Er is sprake van een marginale toetsing; arrest Kwantum/Venlo.