Tentamenvragen bij Seksuologie van Gijs e.a. - 2e druk
- Wat is seksuologie? - TentamenTests 1
- Hoe is de seksuologie ontstaan? - TentamenTests 2
- Hoe kan er onderzoek gedaan worden binnen de seksuologie? - TentamenTests 3
- Wat is de biologische/medische invalshoek van de seksuologie? - TentamenTests 4
- Welke psychologische benaderingen bestaan er binnen de seksuologie? - TentamenTests 5
- Wat is de seksuele levensloop? - TentamenTests 6
- Welke seksuologische diversiteit is er? - TentamenTests 7
- Wat is de rol van commercie binnen de seksuologie? - TentamenTests 8
- Meer TentamenTests - Hoofdstuk 9 t/m 25 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft)
Wat is seksuologie? - TentamenTests 1
Vragen bij hoofdstuk 1
Vraag 1
Wie richtte het eerste seksuologische onderzoeksinstituut op? En in welk jaar?
Vraag 2
Noem de drie bekendste Nederlandse seksuologen en leg uit wat zij hebben betekend voor de ontwikkeling van seksuologie in Nederland.
Vraag 3
Welke seksuologen hebben sekstherapie ontwikkeld en wat is het doel van deze therapie?
Vraag 4
Wat is niet één van de kernvariabelen waarmee seksuologie seksualiteit onderzoekt?
- Sekse
- Seksuele gezondheid
- Genderrol
- Seksueel misbruik
Vraag 5
Welke stelling is juist?
I. De focus van interventies met betrekking tot seksuologie is verschoven van famacologische interventies naar psychologische interventies.
II. Seksuologie behandelt zowel normale als abnormale seksualiteit.
- Alleen stelling I is juist
- Alleen stelling II is juist
- Beide stellingen zijn juist
- Beide stellingen zijn onjuist
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 1
Vraag 1
De Duitse seksuoloog Hirschfield, in 1919.
Vraag 2
Theodoor van de Velde (schrijft in 1926 het boek ‘Het volkomen huwelijk’. Hij geeft hierin informatie over het seksueel functioneren van de mens. Van de Velde wil hiermee een positief beeld schetsen van seks), Emde Boas (onderscheidt de procreatieve functie, de lustdimensie, de relationele dimensie en de institutionele dimensie. Van Emde Boas vindt dat seksualiteit een combinatie van alle vier de dimensies moet zijn) en van Ussel (beschrijft hoe de seksualiteit in de loop der tijd wordt gezien).
Vraag 3
Masters en Johnson. Met deze behandeling moet de vicieuze cirkel van vermijding en faalangst worden doorbroken
Vraag 4
D. Seksueel misbruik. De kernvariabelen zijn: seksuele oriëntatie, seksuele interactie, seksuele gezondheid, sekse, seksueel gedrag, seksuele functie, genderidentiteit, seksuele relatie, genderrol en seksuele identiteit.
Vraag 5
B. Alleen stelling II is juist. De focus is juist verschoven van psychologische interventies naar farmacologische interventies, door de medicalisering van de hulpverlening.
Hoe is de seksuologie ontstaan? - TentamenTests 2
Vragen bij hoofdstuk 2
Vraag 1
Waarom stelden Masters en Johnson in hun therapie geen surrogaatpartner voor een vrouw beschikbaar maar wel bij de man?
Vraag 2
Waardoor veranderde de definitie van seks inhoudelijk van voortplanting naar seks met instemming?
Vraag 3
Noem de twee grote zienswijzen op seksuologie en hun kernpunten.
Vraag 4
Wat leidt tot het heen en weer pendelen tussen de twee grote zienswijzen wat betreft seks?
Vraag 5
Welk jaar kan gezien worden als het geboortejaar van de seksuologie als wetenschap?
- 1900
- 1906
- 1908
- 1913
Vraag 6
Waarover gingen de Kinsey-studies?
- Het ontwikkelen van behandeling voor abnormaal seksueel gedrag
- Het in kaart brengen van abnormaal seksueel gedrag
- Het in kaart brengen van het algehele seksueel gedrag in de populatie
- Het in kaart brengen van wat normaal seksueel gedrag is
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 2
Vraag 1
Omdat Masters en Johnson meenden dat seksuele effectiviteit voor vrouwen niet noodzakelijk is voor de voortplanting en omdat vrouwen ten gevolge van hun socialisatie meer behoefte hebben aan warmte en expressie van wederzijdse emotionele reacties.
Vraag 2
Doordat de APA homoseksualiteit niet langer als mentale stoornis bestempelde.
Vraag 3
- Seksualiteit als sociaal-maatschappelijk product. De maatschappelijke regulering bepaalt wat mensen als seksualiteit ervaren, geeft aan welke betekenis seksualiteit heeft en bepaalt in welke mate mannen en vrouwen het recht hebben hun eigen seksualiteit vorm te geven.
- Seksualiteit als biologische benadering. Door seksuele reproductie ontstaat een grote genetische diversiteit. Om dit te realiseren, hebben mannen en vrouwen een verschillende investering te maken. Vrouwen hebben een beperkte vruchtbaarheidscapaciteit (door een zwangerschap van 9 maanden) en mannen hebben een relatief onbeperkte vruchtbaarheidscapaciteit. Om succesvol te kunnen reproduceren zullen vrouwen terughoudender moeten zijn.
Vraag 4
In de jaren ’70 heerste de opvatting dat seksualiteit in sterke mate sociaal en maatschappelijk bepaald was. Effectieve psychologische interventies boden dan ook een goed instrument om op individueel niveau veranderingen te bewerkstelligen, waardoor mensen leerden hun eigen seksualiteit vorm te geven. Sinds 1985 is de invloed van de psycholoog afgenomen, mogelijk door een tekort aan bewijs over effectiviteit van behandeling; door de hermedicalisering van de seksuologie; de snellere acceptatie van biomedische interventies ten opzichte van psychologische interventies; en de slechtere opleidingen tot seksuoloog. De huisarts werd door de komst van de pil niet alleen voorschrijver, maar ook voorlichter en adviseur. Daarom kreeg seks onder huisartsen meer aandacht en werden er cursussen ontwikkeld. Hiernaast werd er betere medicatie ontwikkeld voor seksuele disfuncties.
Vraag 5
B. 1906. In 1908 verschijnt voor het eerst een seksuologische tijdschrift en in 1913 worden er twee seksuologische verenigingen opgericht.
Vraag 6
C. Het in kaart brengen van het algehele seksueel gedrag in de populatie.
Hoe kan er onderzoek gedaan worden binnen de seksuologie? - TentamenTests 3
Vragen bij hoofdstuk 3
Vraag 1
Geef bij het essentialistische model, het sociaal-constructionistische model en het biopsychosociale model kort de inhoudt weer en welke onderzoeksmethoden het best gebruikt kunnen worden.
Vraag 2
Waarom is er naar geneesmiddelen beter en meer onderzoek gedaan dan naar psychologische behandelingen?
Vraag 3
Noem een voordeel en een nadeel van klinisch onderzoek ten opzichte van niet-klinisch onderzoek.
Vraag 4
Noem een voordeel en een nadeel van observationeel onderzoek.
Vraag 5
Noem een voordeel en een nadeel van zelfrapportage onderzoek.
Vraag 6
Noem een voordeel en een nadeel van psychofysiologisch onderzoek.
Vraag 7
Wat is geen vorm van validiteit?
- Test-hertestvaliditeit
- Constructvaliditeit
- Inhoudsvaliditeit
- Criteriumvaliditeit
Vraag 8
Wat houdt interne inconsistentie in?
- Een inconsistentie van de score van een persoon op tijdstip A, vergeleken met tijdstip B
- Een inconsistentie in de score wanneer gebruik wordt gemaakt van verschillende beoordelers
- Een inconsistentie in de mate waarin verschillende vragen van de test hetzelfde construct meten
- Een inconsistentie in de mate waarin de geobserveerde score overeenkomt met de werkelijke score
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 3
Vraag 1
- Bij het essentialistische model wordt ervan uit gegaan dat bepaalde verschijnselen natuurlijk, onvermijdelijk en universeel zijn. Dergelijke theorieën kunnen onderzocht worden met experimentele methoden door de hypothesen te toetsen die in een eerdere onderzoeksfase ontwikkeld zijn. Hierbij kan vragenlijst- en interviewonderzoek een rol spelen.
- Sociaal-constructionistische theorieën hebben als uitgangspunt dat de mens de buitenwereld beleefd door de ogen van de sociale omgeving en niet objectief. De bestaande wereld kan een mens alleen waarnemen door zijn bestaande schema’s. Ook seksuologie is een product van de cultuur, waarover scripts bestaan (wat is normaal, met wie, hoe moet het er uit zien). Om deze te onderzoeken wordt gebruik gemaakt van interviews, zelfrapportage en inhoudsanalyses.
- De biopsychosociale theorieën van seksualiteit zijn in feite een combinatie van het essentialisme en het sociaal-constructionisme. Seksuologie valt volgens deze theorie niet te verklaren vanuit een strikt biologisch of psychologisch kader. Er moet dus sprake zijn van een meervoudige bepaling, waarbij beide onderzoeksmethoden gebruikt kunnen worden.
Vraag 2
Behandelingen (farmaceutisch of psychologisch) hebben een bepaald effect op een cliënt. Naast de feitelijke werking van de behandeling is ook het vertrouwen in de behandeling en de relatie met de arts van invloed op het herstel. Bij geneesmiddelen is het effect van deze nonspecifieke factoren makkelijk mee te nemen door placebo-onderzoek. Placebo-onderzoek is moeilijk bij psychologische behandelingen omdat niet duidelijk is hoe de placebo-behandeling er uit zou moeten zien, zonder ongeloofwaardig te worden.
Vraag 3
Voordeel: Klinisch onderzoek heeft een grotere ecologische realiteitswaarde. Doordat de omstandigheden waaronder het onderzoek wordt uitgevoerd in verschillende opzichten hetzelfde zijn als die van de dagelijkse klinische praktijk. Hierdoor worden de mogelijkheden om de bevindingen naar deze dagelijkse praktijk te generaliseren aanzienlijk vergroot, waarmee de externe validiteit toeneemt.
Nadeel: Om een effect goed te kunnen meten, moeten de onderzoeksgroepen uit deelnemers bestaan met zoveel mogelijk dezelfde kenmerken. Dit is moeilijk te bereiken, waardoor een risico ontstaat voor een daling van de interne validiteit.
Vraag 4
Voordeel: Experimentele interventies zijn niet altijd mogelijk, waardoor observatie een goed alternatief instrument kan zijn (zoals bij de invloed van een chronische ziekte).
Nadeel: bij observationeel onderzoek speelt interpretatie een belangrijke rol. Dit is een gevaar voor de interne en externe validiteit.
Vraag 5
Voordelen: Het is goedkoop en het kost weinig tijd. Er kunnen constructen mee gemeten worden die de innerlijke beleving van iemand betreffen. Ook kan er vastgesteld worden dat een bepaalde situatie een probleem vormt voor iemand. Dit wordt uit observatie of experimenteel onderzoek niet altijd duidelijk.
Nadelen: de interne en externe validiteit is niet te verzekeren. Een respondent kan namelijk sociaal wenselijke antwoorden geven of de vraagvorm niet begrijpen.
Vraag 6
Voordeel: Variabelen zijn nauwkeurig te isoleren waardoor er betere verbanden gelegd kunnen worden. Dit leidt tot een hoge meetprecisie.
Nadeel: Het onderzoek kan leiden tot een te grote focus op fysieke metingen. Het is belangrijk om de bijbehorende subjectieve ervaring mee te nemen in de analyse. Ook vindt dit type onderzoek plaats in laboratoria en onderzoekskamers, waardoor de reactie van de proefpersoon kan verschillen met de dagelijkse praktijk.
Vraag 7
A. Test-hertestvaliditeit. Test-hertestbetrouwbaarheid bestaat wel, dit betekent dat een test dezelfde resultaten zou moeten vinden wanneer deze meerdere keren wordt herhaald. Constructvaliditeit zegt iets over de mate waarin de test het beoogde construct meet. Inhoudsvaliditeit laat zien hoe goed de test een afspiegeling is van de verschillende facetten van de beoogde construct. Criteriumvaliditeit meet de mate waarin de geobserveerde score overeenkomt met de werkelijke score.
Vraag 8
C. Een inconsistentie in de mate waarin verschillende vragen van de test hetzelfde construct meten. A beschrijft test-hertestbetrouwbaarheid, B beschrijft interbeoordelaarsbetrouwbaarheid en D beschrijft criteriumvaliditeit.
Wat is de biologische/medische invalshoek van de seksuologie? - TentamenTests 4
Vragen bij hoofdstuk 4
Vraag 1
Bespreek de normale embryonale ontwikkeling van de geslachtsorganen voor zowel de man als de vrouw.
Vraag 2
Noem twee fysiologische verschillen tussen het mannelijk en vrouwelijk orgasme.
Vraag 3
Bespreek de psychosomatische cirkel van seks (van Bancroft).
Vraag 4
Leg uit waardoor de productie van geslachtshormonen wordt beïnvloed en hoe de negatieve feedbackloop werkt.
Vraag 5
Waardoor kan onze genderidentiteit verschillen van ons fysieke gender?
Vraag 6
Welke fase wordt door Kaplan toegevoegd aan de seksuele responscyclus van Masters en Johnson?
- Opwinding
- Verlangen
- Plateau
- Herstel
Vraag 7
Welke stelling over de menopauze is correct?
I. Een kenmerk van de menopauze is dat een vrouw minimaal een jaar niet heeft gemenstrueerd
II. Een kenmerk van de menopauze is dat er lage LH- en FSH- waarden in het bloed gevonden worden
- Alleen stelling I is juist
- Alleen stelling II is juist
- Beide stellingen zijn juist
- Beide stellingen zijn onjuist
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 4
Vraag 1
Als de celkernen een X en Y-chromosoom bevatten, ontstaat een testis. Als ze twee X-chromosomen bevatten ontstaat een ovarium. Tot vijf weken na de conceptie zijn de genitalia voor man en vrouw hetzelfde: ze bevatten twee genitale plooien, twee buizen van Wolff en twee buizen van Müller.
Seksuele differentiatie vindt plaats doordat tijdens de embryonale ontwikkeling de testes wel en de ovaria niet sturend werken in de morfologische ontwikkeling: zonder sturing groeit de foetus dus automatisch uit tot een vrouw.
De sturing bij het mannelijke embryo: de genitale plooien ontwikkelen zich tot testes. Bij ongeveer acht weken beginnen de Leydig-cellen in de testes met de productie van testosteron, onder invloed van een gonadotrofine uit de placenta (HCG). Testosteron is het actieve hormoon voor differentiatie en groei van de buizen van Wolff. Uit deze buizen ontstaan later vasa deferentia (zaadleiders), epididymidos (bijballen) en vesiculae seminales (zaadblaasjes). Later groeien de mannelijke uitwendige genitalia: penis en scrotum (balzak). In die fase worden de testes aangestuurd door de gonadotrofinen LH en FH. De nog onrijpe Sertoli-cellen in de foetale testes maken AMH, dat aanzet tot de blokkering van de aanmaak van de buizen van Müller. Bij de vrouwelijke foetus ontwikkelen de buizen van Müller zich tot uterus (baarmoeder), tubae uterinae (eileiders) en het diepe deel van de vagina.
Tot de negende week kunnen de uitwendige genitalia differentiëren tot beide geslachten. Aanvankelijk bestaan er een tuberculum genitale, genitale plooi en genitale zwellingen. Deze differentiëren tot de glans, de urethrale plooien, die de urethrale spleet omgeven, en de labioscrotale zwelling. Voor de differentiatie van de mannelijke sinus urogenitalis en de mannelijke uitwendige genitalia is testosteron nodig, in het bijzonder de metaboliet dihydrotestosteron (DHT). Zoals gezegd zijn er voor de vrouwelijke differentiatie van de uitwendige genitalia geen hormonen nodig.
Vraag 2
- Ten eerste is de vrouw in staat verschillende orgasmen kort na elkaar te hebben als doorgegaan wordt met seksuele stimulatie. De meeste mannen ervaren een refractaire periode waarin seksuele stimulatie niet effectief is en hun erectie en seksuele opwinding uitblijven.
- Ten tweede is de vrouw in staat een orgasme langer te beleven. In de bijzondere gevallen kan er een ‘status orgasmus’ optreden die tussen de 20 en 60 seconden kan aanhouden.
Vraag 3
Het schema benadrukt het cirkelvormige karakter van het psychosomatisch systeem. Cognitieve factoren, als tactiele prikkels, worden verondersteld bepaalde centra in het limbisch systeem en in het ruggenmerg te beïnvloeden, te ‘prikkelen’. Deze centra zijn vervolgens verantwoordelijk voor het al dan niet optreden van veranderingen in genitalia of elders in het lichaam. Bewustwording van deze lichamelijke veranderingen kan stimulerend of remmend werken. Deze bewustwording maakt de cirkel rond. Het is belangrijk te beseffen dat op elk punt in de cirkel zowel stimulerende als remmende mechanismen invloed kunnen hebben (plussen en minnen in het figuur). Wanneer het systeem positief geactiveerd is, ‘ontrolt’ het zich totdat een orgasme optreedt, waarna, speciaal bij de man, een tijdelijk ‘uitschakelmechanisme’ werkzaam is.
Vraag 4
De hypothalamus bevat neurosecretoire cellen die GnRH afscheiden. GnRH zorgt ervoor dat de gonadotrofinen (gonadestimulerende hormonen) LH en FSH worden aangemaakt. Deze hormonen zetten de gonaden aan, waardoor bij de man testosteron wordt geproduceerd en bij vrouwen oestradiol, progesteron en testosteron. Hoge concentraties geslachtshormonen hebben een remmend effect op GnRH. Hierdoor vermindert de productie van geslachtshormonen in de gonaden. Lage concentraties stimuleren juist het vrijkomen van GnRH.
Vraag 5
Dit ontstaat door structuurverschillen in de hersenen. Factoren die interfereren met de interactie tussen hormonen en de zich ontwikkelende hersensystemen kunnen onze genderidentiteit beïnvloeden. Aangezien de seksuele differentiatie van de genitalia veel vroeger in de ontwikkeling plaatsvindt (namelijk in de eerste twee maanden van de zwangerschap) dan de seksuele differentiatie van de hersenen (beginnend in de tweede helft van de zwangerschap tot aan de volwassenheid), kunnen beide processen onafhankelijk van elkaar beïnvloed worden.
Vraag 6
B. Verlangen. De vier fasen van Masters en Johnson zijn opwinding, plateau, orgasme en herstel.
Vraag 7
A. Alleen stelling I is juist. Tijdens de menopauze worden juist hoge LH- en FSH- waarden in het bloed gevonden.
Welke psychologische benaderingen bestaan er binnen de seksuologie? - TentamenTests 5
Vragen bij hoofdstuk 5
Vraag 1
Deel het mannelijk en vrouwelijk orgasme in naar adaptatie, bijeffect of ruis en leg uit waarom.
Vraag 2
Geef aan bij welke sekse het proces van seksuele selectie het sterkst aanwezig en leg uit waarom.
Vraag 3
Noem de vijf relaties tussen de Big Five en seksueel gedrag.
Vraag 4
Is verkrachting een adaptatie of een neveneffect?
- Een adaptatie
- Een neveneffect
- Beide
- Hierover is nog geen overeenstemming bereikt
Vraag 5
Welke twee systemen worden onderscheiden door Holstege?
- Emotioneel-somatisch systeem en motorisch systeem
- Emotioneel motorisch systeem en somatisch motorisch systeem
- Somatisch motorisch systeem en emotioneel systeem
- Emotioneeel motorisch systeem en somatisch systeem
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 5
Vraag 1
Het mannelijk orgasme is adaptatie, omdat het onderdeel is van de ejaculatie en zodoende bijdraagt aan genetisch reproductief succes.
Het vrouwelijk orgasme is een bijeffect, omdat het niet leidt tot een groter genetisch reproductief succes. Of: het vrouwelijk orgasme is een adaptatie omdat het de hechting tussen twee partners in een lange termijnrelatie zou versterken (kan dus zowel adaptatie als bijeffect zijn).
Vraag 2
De sekse met de hoogste ouderschapsinvestering zal relatief gezien het meest interseksuele selectie gebruiken. De verklaring daarvoor is dat de sekse die het meeste investeert er het meeste belang bij heeft om kieskeurig te zijn, zodat de kansen op genetisch reproductief succes vergroot worden. Aangezien een zwangerschap negen maanden duurt en vrouwen daardoor een beperkte vruchtbaarheidscapaciteit hebben, hebben ze er evolutionair belang bij om zo aantrekkelijk mogelijk te zijn – en dus onder elkaar te concurreren – voor de genetisch beste mannen. Tevens hebben ze er belang bij om kieskeurig te zijn, zodat ze de tijd hebben om vast te stellen of een potentiële partner een genetisch goede partner is. Omgekeerd zal de sekse met de laagste investering in het ouderschap vooral intraseksuele competitie vertonen. Bij de mens is dat de man, die met een bijna onbegrensde vruchtbaarheidscapaciteit in staat is met een eenmalige seksuele daad een bevruchting te bewerkstelligen. Toegang tot meer vrouwen en dus competitie met andere mannen om hen deze toegang te onthouden, verhoogt dan de kans op genetisch reproductief succes.
Vraag 3
- Openheid is positief gecorreleerd met een sterkere seksuele motivatie en meer aandacht voor en preoccupatie met het seksuele.
- Consciëntieusheid is positief gecorreleerd met minder aandacht voor en preoccupatie met seksualiteit.
- Extraversie is positief gecorreleerd met een sterkere seksuele motivatie, meer aandacht en preoccupatie en negatief gecorreleerd met seksuele angst.
- Aardigheid is negatief gecorreleerd met seksuele motivatie, aandacht en preoccupatie.
- Neuroticisme is positief gecorreleerd met seksuele angst en negatief gecorreleerd met seksuele motivatie, aandacht en seksuele satisfactie.
Vraag 4
D. Hierover is nog geen overeenstemming bereikt
Vraag 5
B. Emotioneel motorisch systeem en somatisch motorisch systeem
Wat is de seksuele levensloop? - TentamenTests 6
Vragen bij hoofdstuk 6
Vraag 1
Bespreek de ontwikkeling van genderidentiteit in de leeftijd van 0 tot 12 jaar.
Vraag 2
Noem de zes ontwikkelingsfasen van intieme relaties..
Vraag 3
Relaties krijgen vaak geleidelijk aan een meer vriendschappelijk karakter en dat heeft invloed op de beleving van seksualiteit. Leg uit waar het verschil tussen vriendschap en seksuele aantrekkingskracht op gebaseerd is.
Vraag 4
Noem twee punten waar de vrijfrequentie door wordt beïnvloed.
Vraag 5
Vanaf welke fase begint een kind zichzelf als jongetje of meisje in te delen?
- Direct vanaf de geboorte
- Na ongeveer een half jaar
- Als peuter
- Als kleuter
Vraag 6
Vanaf welke leeftijd kunnen de eerste tekenen van homoseksuele oriëntatie zichtbaar zijn?
- 5- tot 6-jarige leeftijd
- 6- tot 8-jarige leeftijd
- 8- tot 10-jarige leeftijd
- 10- tot 14-jarige leeftijd
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 6
Vraag 1
Voor het eerste levensjaar kunnen baby’s het verschil zien tussen een man en vrouw. Tussen het tweede en derde jaar gaan kinderen beseffen dat ze zelf een jongetje of meisje zijn en tot welke sekse anderen behoren. Tussen het derde en vierde jaar dringt door dat gender een constant gegeven is. Kinderen weten welk gedrag mannelijk en vrouwelijk is en ze zijn hierbij beter op de hoogte van de eigen rol dan van die van de andere sekse. In deze leeftijd gaan leeftijdsgenoten een steeds grotere invloed uitoefenen op genderrolgedrag. Vanaf het zesde jaar wordt de voorkeur voor het spelen met kinderen van de eigen sekse sterker. Doordat er culturen binnen jongens- en meisjesgroepen ontstaan, doen de seksen ieder hun eigen ervaringen op. De relaties van jongens zijn hiërarchisch en competitief; ze lopen vaak te koop met hun kennis van seksualiteit. Meisjes spelen in kleinere groepen en paren, hierbij gaat het om samenwerken en aardig zijn.
Vraag 2
- De kennismakingstijd
Gaan samenwonen of trouwen, de eerste tijd samen
De geboorte en opvoeding van jonge kinderen
Midlifeproblemen en de opvoeding van adolescenten
Samen overblijven als de kinderen het huis uitgaan
Pensionering, samen oud worden, grootouders worden
Vraag 3
In vriendschap zoekt men bevestiging van zichzelf. Men zoekt ondersteuning voor eigen ideeën en opvattingen en bevestiging in de keuzen die men maakt. Dit kan gaan over politieke voorkeur, beroep, kledingkeuze. Vriendschap is dus gebaseerd op overeenstemming, op gelijkheid en werkt egoversterkend en identiteitsbevestigend.
Seksuele aantrekkingskracht heeft een andere basis dan vriendschap. Iemand die men seksueel aantrekkelijk vindt blijkt altijd belangrijke kenmerken te hebben die men zelf niet heeft. Bij seksuele aantrekkingskracht wordt de eigen identiteit overschreden. Seksualiteit wordt door Tripp in het kader van een ruilmodel geplaatst: men exporteert bepaalde kenmerken die de ander niet heeft maar wel aantrekkelijk vindt en men importeert aantrekkelijke kenmerken van de ander waar men zelf niet over beschikt.
Vraag 4
Seksuele en relationele satisfactie en relatieduur (niet zozeer door leeftijd).
Vraag 5
C. Als peuter. Vanaf het moment dat het kind geboren is, is bekend aan de omgeving van welk geslacht het kind is. Als peuter begint het kind zichzelf en anderen als jongetje of meisje te zien en in te delen. Ook beginnen peuters voorkeuren te ontwikkelen voor spelletjes die passen bij hun gender. Als kleuter leert het kind dat gender een vast gegeven is en welke gedragingen bij welk gender hoort. Het kind gaat zich ook aanpassen aan deze rollen, hierbij gaat er ook een grote invloed van de leeftijdsgenootjes uit.
Vraag 6
A. 5- tot 6-jarige leeftijd. Tekenen van homoseksuele oriëntatie kunnen al zo vroeg als op vijf- of zesjarige leeftijd aanwezig zijn. In de puberteit kan een homoseksuele oriëntatie zorgen voor extra verwarring. Bij vrouwen is seksuele oriëntatie minder standvastig dan bij mannen. Vaak wordt de homoseksuele oriëntatie pas onthuld als het individu zelf zeker is van zijn zaak
Welke seksuologische diversiteit is er? - TentamenTests 7
Vragen bij hoofdstuk 7
Vraag 1
Noem enkele voorbeelden van seksuele diversiteit tussen de seksen.
Vraag 2
Welke mogelijke reden wordt gegeven voor de 150-jarige cyclus in seksuele permissiviteit?
Vraag 3
Noem twee verschillen tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden op het gebied van gezondheidszorg ten aanzien van seksualiteit.
Vraag 4
Welke dimensie van diversiteit is in de seksuologie het meest onderzocht?
- Etnische achtergrond
- Sociaal-economische status
- Seksuele ervaring
- Sekse
Vraag 5
Tot welk jaar werd homoseksualiteit door de DSM als verstoorde ontwikkeling en persoonlijkheidsstoornis gezien?
- 1917
- 1930
- 1973
- 1992
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 7
Vraag 1
Vrouwen willen hun partners langer en beter kennen voordat ze er seks mee willen. Ook geven ze sterker de voorkeur aan relationele in tegenstelling tot recreatieve seks. Vrouwen hechten meer belang aan de sociale en economische status van hun partner.
Mannen vinden jeugdigheid en lichamelijke aantrekkelijkheid van hun partners belangrijker dan vrouwen. Mannen zijn jaloerser om seksuele ontrouw van de vrouw en vrouwen zijn jaloerser om emotionele ontrouw. Het seksuele verlangen van mannen is groter dan van vrouwen, mannen willen dikwijls vaker seks dan ze hebben. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen meer kunnen (ze zijn minder afhankelijk van coïtus voor seksuele opwinding, zijn gevoelig voor een bredere range van seksuele stimuli en zijn vaker in staat tot meervoudige orgasmen) en dat mannen meer willen (Baumeister en Tice).
Vraag 2
De incidentie van soa. Bij een vrijere seksuele moraal en complexere seksuele netwerken ontstaat een grotere verspreiding van soa. Die doet vervolgens de roep om beperking, abstinentie en huwelijke trouw aanzwellen. Is de soa-incidentie dientengevolge weer omlaag gegaan, dan waant men zich weer veilig en herneemt men de verloren vrijheid. Zo is er sprake van een slingerbeweging.
Vraag 3
- Vrouwen in ontwikkelingslanden ondergaan driemaal vaker een abortus en zelfs 24 maal vaker een illegale abortus dan vrouwen in ontwikkelde landen.
- HIV-medicijnen zijn nog lang niet algemeen verkrijgbaar voor alle mensen in ontwikkelingslanden, terwijl dit wel beschikbaar is voor mensen in ontwikkelde landen.
Vraag 4
D. Sekse. De diversiteit van sekse is het meest onderzocht en ligt het meest voor de hand. Dit wordt gedeeltelijk verklaard door de fysiologische/anatomische geslachtskenmerken die wezenlijk verschillen tussen mannen en vrouwen. Naast de lichamelijke verschillen bestaan er ook duidelijke sekserollen in verschillende samenlevingen.
Vraag 5
C. 1973. Lange tijd is homoseksualiteit gezien als een verstoorde ontwikkeling en een persoonlijkheidsstoornis. Pas in 1973 is homoseksualiteit als geestelijke stoornis verwijderd uit het DSM. Dit is grotendeels te danken aan de homo emancipatiebewegingen uit de jaren zeventig.
Wat is de rol van commercie binnen de seksuologie? - TentamenTests 8
Vragen bij hoofdstuk 8
Vraag 1
Wat zijn loverboys en hoe gaan ze over het algemeen te werk?
Vraag 2
Noem twee redenen voor een prostitutiebezoek.
Vraag 3
Waarom kunnen mannen die vaak prostituees bezoeken later moeite hebben met het vinden van seksuele bevrediging in een normale relatie?
Vraag 4
Welke stelling is waar?
I. Porno is in de meeste westerse landen nog steeds illegaal
II. Prostitutie is in Nederland volledig legaal.
- Alleen stelling I is juist
- Alleen stelling II is juist
- Beide stellingen zijn juist
- Beide stellingen zijn onjuist
Vraag 5
Wat is géén bekend risico dat een prostituee loopt?
- Geslachtsziektes
- Depersonalisatie
- Seksverslaving
- Emotionele uitputtting
Antwoordsuggesties bij hoofdstuk 8
Vraag 1
Loverboys zijn mannen die een meisje verleiden, haar de familiebanden laat verbreken en als ze geïsoleerd is, wordt ze tot prostitutie gedwongen. Deze meisjes worden vaak sterk uitgebuit.
Vraag 2
- Het niet (kunnen) hebben van een seksuele partner.
- Het vaker seks willen hebben dan de partner, net als het verlangen naar variatie.
Vraag 3
Een prostituee wil soms dingen doen die de klant niet durft te verlangen van een partner.
Vraag 4
B. Alleen stelling II is juist. Sinds de seksuele revolutie is porno in de meeste westerse landen in ieder geval voor een deel gelegaliseerd. Sinds oktober 2000 is prostitutie in Nederland legaal, daar is Nederland uniek in.
Vraag 5
C. Seksverslaving. Prostituees worden in de maatschappij vaak veroordeeld, dit kan ertoe leiden dat een prostituee gedwongen wordt een dubbelleven te leiden. Veel prostituees raken geïsoleerd in de wereld van de prostitutie en een verleden als prostituee kan de persoon nog lang achtervolgen, zelfs als iemand uit het vak gestapt is. Ook het risico van geslachtsziektes wordt gezien als een beroepsrisico, vooral in ontwikkelingslanden zijn veel prostituees besmet. Veel prostituees krijgen op den duur last van depersonalisatie en emotionele uitputting, ze kunnen als het ware de knop niet meer omzetten.
Meer TentamenTests - Hoofdstuk 9 t/m 25 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft)
- Ben je aangesloten bij JoHo, log dan in en lees hieronder verder voor tentamentests bij hoofdstuk 9 t/m 25
- Nog niet aangesloten, sluit je dan eerst hier aan.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results







