Casus I
NV Z wordt bij notariële akte van 19 september 2011 opgericht en nog dezelfde dag ingeschreven in het handelsregister. De heer A is enig bestuurder en enig aandeelhouder van NV Z. BV X is de zustervennootschap van NV Z en daarvan is de heer A eveneens enig bestuurder en enig aandeelhouder. Het geplaatste kapitaal van NV Z bij oprichting bedraagt €45.000.
Volgens de akte van oprichting zijn de aandelen volgestort in geld door de heer A. De op naam van NV Z i.o. bij de Rabobank aangehouden bankrekening vertoont op 10 september 2011 als gevolg van een bijschrijving van € 45.000 door de heer A op dezelfde datum een creditsaldo van € 45.000. Op basis van dit creditsaldo geeft de Rabobank op 11 september 2011 een zogenoemde b-verklaring af. Vervolgens wordt op 13 september 2011 van de bankrekening van NV Z een bedrag van € 10.000 aan BV X en een bedrag van € 35.000 aan de heer A overgemaakt, beiden met als betalingskenmerk ‘weer terug’. Beide onttrekkingen worden na haar oprichting door NV B bekrachtigd.
Vraag 1 (10)
NV Z wordt op 1 juni 2013 in staat van faillissement verklaard. De benoemde curator zint op manieren de boedel van NV B te spekken. Daartoe vordert zij bij de rechtbank de heer A in zijn hoedanigheid van aandeelhouder te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 45.000, omdat de aandelen in het kapitaal van NV Z bij haar oprichting niet zouden zijn volgestort.
Heeft deze vordering van de curator kans van slagen?
Casus II
D, E en F gaan samenwerken en zullen hiertoe een nieuwe rechtspersoon, BV G, oprichten. Het is de bedoeling dat D voor 40 aandelen, E voor 30 aandelen en F voor 30 aandelen gaan deelnemen in het kapitaal van BV G. Ieder aandeel heeft een nominale waarde van € 1250. Voor wat betreft het aan de aandelen in BV G verbonden stemrecht, wordt vastgehouden aan de hoofdregel van art. 2:228 lid 2 BW.
Het bestuur van BV G zal bestaan uit drie bestuurders: H, I en J. De wens bestaat om aan D een beslissende invloed toe te kennen voor wat betreft de besluitvorming inzake het ontslag van bestuurder H.
Vraag 2 (10)
Werk twee mogelijkheden uit om deze wens via de statuten van BV G te realiseren.
Casus III
De vermogenssituatie van BV Waswel ziet er per 20 november 2013 als volgt uit. BV Waswel heeft 5000 aandelen uitgegeven met elk een nominale waarde van € 100. De aandelen zijn voor 50% volgestort. BV Waswel is eigenaar van een onroerende zaak die voor € 200.000 op de balans staat. Er is sprake van een herwaarderingsreserve van € 20.000. Verder heeft BV Waswel een bedrag van € 130.000 geleend van de Rabobank. Ten slotte heeft BV Waswel € 100.000 in kas.
Vraag 3a (5)
Maak de balans van BV Waswel per 31 december 2014.
Vraag 3b (5)
In januari van 2015 wenst BV Waswel over te gaan tot het doen van een dividenduitkering van € 150.000 aan haar aandeelhouders. Is deze uitkering geoorloofd?
Vraag 3c (5)
Stel dat BV Waswel de herwaarderingsreserve omzet in kapitaal. Tot welk maximumbedrag kan BV Waswel uitkeringen aan haar aandeelhouders doen ervan uitgaande dat aan de uitkeringstest wordt voldaan?
Vraag 1
De curator baseert haar vordering op art. 2:84 BW: de curator is bevoegd tot inning van alle nog niet gedane stortingen op de aandelen. Er is niet voldaan aan de stortingsplicht ex art. 2:67 lid 3 BW. Er is sprake van een ongeoorloofd kasrondje, waarbij een bedrag van € 45.000 ten titel van volstorting van de aandelen is gestort door de heer A. Vervolgens is ditzelfde bedrag binnen enkele dagen teruggestort op de rekeningen van BV X, een vennootschap waarover de heer A de volledige zeggenschap heeft, en de heer A, zodat NV Z het gestorte bedrag niet daadwerkelijk tot haar beschikking heeft gehad. Vgl. HR Bas-C. Uit de vermelding “weer terug” bij de terugboekingen, blijkt duidelijk dat van een reële storting geen sprake is geweest. De rechtbank zal de heer A veroordelen tot betaling van € 45.000 aan de curator. Dat een bedrag van € 10.000 is terugbetaald aan BV X leidt niet tot een ander oordeel.
Van de NV en de BV, Mr. P. van Schilfgaarde, hoofdstuk 3, paragraaf 21, bladzijde 80, alinea 1 en paragraaf 22, bladzijde 82, alinea 5
Vraag 2
Mogelijkheid 1: Aandelen van een bepaalde soort/aanduiding toekennen aan D en daaraan de bevoegdheid koppelen rechtstreeks bestuurder H te benoemen; art. 2:242 lid 1 BW. De vergadering van houders van aandelen van deze soort/aanduiding (BGA) is het benoemende orgaan. De BGA is ook het tot ontslag bevoegde orgaan voor wat betreft H; art. 2:244 lid 1 BW. 2) Bestuurder H laten benoemen door de AV, maar hier gebruik maken van de mogelijkheid van art. 2:244 lid 1 tweede volzin BW om statutair een alternatief orgaan aan te wijzen dat ook tot ontslag van bestuurder H bevoegd is. Dit kan de BGA zijn; art. 2:189a BW.
Alternatief: Bestuurder H laten benoemen door de AV, maar het AV-besluit tot ontslag statutair onderwerpen aan een versterkte stemmenmeerderheid, bijv. 65% van de uitgebrachte stemmen; hiermee blijft men binnen de grens van art. 2:244 lid 2 BW. Aldus wordt voorkomen dat E en F buiten D om tot ontslag van bestuurder H kunnen overgaan. D moet dan uiteraard wel tegenstem uitbrengen op AV.
Mogelijkheid 1: Van de NV en de BV, Mr. P. van Schilfgaarde, hoofdstuk 5, paragraaf 44, bladzijde 168, alinea 3 en bladzijde 169, alinea 4. Mogelijkheid 2: Van de NV en de BV, Mr. P. van Schilfgaarde, hoofdstuk 5, paragraaf 44, bladzijde 169, alinea 5. Alternatief: Van de NV en de BV, Mr. P. van Schilfgaarde, hoofdstuk 5, paragraaf 44, bladzijde 169, alinea 4
Vraag 3a
Activa - Onroerende zaak 200.000, Kas 100.000
Passiva - Gestort kapitaal 250.000, Herwaarderingsreserve 20.000, Lening 130.000, Verlies minus/-100.000. Resultaat: 300.000/300.000
Van de NV en de BV, Mr. P. van Schilfgaarde, hoofdstuk 11, paragraaf 101, bladzijde 325 (balans) en hoofdstuk 3, paragraaf 26, bladzijde 93, alinea 2 (verlies)
Vraag 3b
BV Waswel heeft een wettelijke reserve, nl. de herwaarderingsreserve. Dan geldt de beperkte balanstest van art. 2:216 lid 1 BW: het eigen vermogen van BV Waswel moet groter zijn dan die wettelijke reserve. Het EV bedraagt €170.000 (gestort kapitaal + herwaarderingsreserve - minus verlies). Van die €170.000 is €20.ooo (herwaarderingsreserve) echter niet-uitkeerbaar. Uitkeringsruimte bedraagt €150.000. Uitkering is daarom geoorloofd.
Van de NV en de BV, Mr. P. van Schilfgaarde, hoofdstuk 3, paragraaf 26, bladzijde 94, alinea 1 en 2
Vraag 3c
BV Waswel beschikt niet langer over een gebonden reserve, zodat de beperkte balanstest niet geldt. BV Waswel mag al het vermogen waarover ze de beschikking heeft uitkeren, ongeacht of ze dat vermogen ontvangen heeft als storting op aandelen of door het verkrijgen van een lening bij de bank. Het EV van BV Waswel bedraagt €170.000 en haar VV €130.000. De maximale uitkeringsruimte bedraagt daarom €300.000.
Van de NV en de BV, Mr. P. van Schilfgaarde, hoofdstuk 3, paragraaf 26, bladzijde 94, alinea 2