Intelligentie, hoogbegaafdheid en onderwijs aan hoogbegaafde kinderen - Universiteit Utrecht

HC4    Intelligentie, hoogbegaafdheid en onderwijs aan hoogbegaafde kinderen

23-9-2019

Intelligentie

Wat is intelligentie?

  • Eéndimensionaal of multidimensionaal?
  • Aangeboren of aangeleerd?
  • Stabiel of veranderbaar?

Het meten van intelligentie; meerdere dingen meten, voorbeeld Nationale IQ-test:

  • Verbale intelligentie (woordenschat, verbaal redeneren);
  • Logisch redeneren;
  • Techniek en visueel (ruimtelijk inzicht, visueel redeneren);
  • Numerieke intelligentie (cijfermatig inzicht, numeriek redeneren);
  • Geheugen

Geschiedenis intelligentietesten

  • Galton (1800s): sensorische reacties, reactietijden
  • Binet (begin 20e eeuw): Binet-Simon scale: test om sterke en zwakke eigenschappen te testen > niet 1 cijfer.
      • Wie was er wel/niet geschikt voor school?
  • Terman (1916): revised Stanford-Binet
    • Berekening IQ-scores (Stern)
  • Yerkes (en Terman): WWI army tests > bij welke rang komen soldaten?
  • Spearman (1920’s): g-factor: overlap tussen verschillende domeinen. Dus grondslag is algemene intelligentie.
  • Wechsler (1939): WISC/WAIS: non-verbale toevoegingen.
  • Raventest: non-verbale test

Intelligentie quotiënt

  • IQ = (mentale leeftijd / chronologische leeftijd) x 100

Eéndimensionaal of multidimensionaal?

  • General intelligence: g-factor (Spearman) > ééndimensionaal

    • S-factor
  • Multidimensionele perspectieven
    • Fluid en crystalized intelligence (Cattell; Horn)
      • Aangeboren en verworven kennis;
    • Triarchic intelligence (Sternberg) > succesvolle intelligentie
      • 3 soorten intelligentie:
        • Analytisch: IQ-test
        • Creatief: vindingrijkheid
        • Praktisch: problemen oplossen, organiseren
    • Multiple intelligence (Gardner): 8 soorten > niet bewezen.
    • IQ-EQ: sociaal emotionele intelligentie > moeilijk te meten.

Aangeboren of aangeleerd?

  • Nature vs. Nurture
  • IQ-correlaties: hogere correlatie? > meer nature, erfelijkheid
  • Galton: Hereditary Genius (1869)
  • Binet: cultuur, scholing
  • Overschatting invloed genen
    • Grote verschillen (tot 24 IQ punten tussen eeneiige tweelingen)
    • Groot verschil in uitkomsten tussen studies (40-60%)
    • Invloed zwangerschaps-gerelateerde factoren: zwangerschap heeft ook al invloed, niet alleen de wel/niet gedeelde omgeving na de geboorte.
    • “Reinforcement of genes”: de omgeving beïnvloedt de sterkte van genotype (evocatief).

Intelligentie en levensloop

  • 1920s: Army alpha test voor legerofficieren
  • Verschillen tussen generaties: afname IQ?
  • Oorzaak? > scholing, leerinput
  • Verschillende aspecten van intelligentie ontwikkelen zich anders
    • Crystallized intelligence neemt tot lang in de volwassenheid toe.
    • Fluid intelligence neemt op een gegeven moment af.
  • Relatieve intelligentie (in een groep) is vrij stabiel over de levensloop.

Individuele verschillen

  • ‘relatieve’ intelligentie vrij stabiel over de levensloop.
  • Intelligentie op 11-jarige leeftijd is een sterke voorspeller van intelligentie op 70-jarige leeftijd (r=.49).
  • Stabiliteit met name voorspeld door genen, maar mogelijk ook door omgeving (bijv. door opleiding ouders).
  • Instabiliteit met name door omgeving.

Flynn effect

  • Toename IQ: iedere generatie slimmer
  • Veroorzaakt door scholing (inhoud sluit ook beter aan bij IQ-testen), voeding en leefomgevingen.
  • Reversed Flynn-effect: geen toename/wel afname na 1978.
    • Sekse-ratio bleek het niet te zijn.
    • Te weinig immigranten in steekproef om afname te verklaren.
    • Leeftijd ouders was ook niet de oorzaak.
    • Dysgenics: genetische basis voor intelligentie neemt af. Hoe kan dat? Intelligente mensen krijgen minder kinderen.
  • Reactietijd is afgenomen sinds 1889 (afname ca 14 IQ-punten).

(hoog)begaafdheid

Macroperspectief: landen vergelijken > NL doet het goed, behalve in de topgroep

  • Laten we potentieel liggen? > Meer aandacht voor hoogbegaafdheid.

Oorzaken hoogbegaafdheid/talent

  • Aangeboren talenten
  • Hard werken/oefenen?
  • Mogelijkheden/kansen
    • Onderwijs
    • Stimulering gezin
    • Sociale positie

Definities van (hoog)begaafdheid

  • Hoogbegaafdheid als aangeboren eigenschap (IQ > 130);
  • Klinisch perspectief: hoge intelligentie gaat samen met emotionele kwetsbaarheid;
  • Multidimensionaal: intelligentie + creativiteit + motivatie;
  • Begaafdheid in andere domeinen;
  • Expertise-ontwikkeling: begaafdheid door oefenen en mogelijkheden;
  • Begaafdheid als ontwikkelingsproces: potentieel + motivatie + oefening + mogelijkheden;

Identificatie hoogbegaafdheid

  • Lastig vast te stellen

    • Geen eenduidige definitie
    • Geen homogene groep
    • Potentieel moeilijk te meten
    • Onderpresteren
      • Absoluut: valt heel erg op.
      • Relatief: gemiddeld > valt niet op.
  • Stappen
  1. Screenen
  2. Signaleren
  3. Diagnostiek
    1. Belangrijk: wat heeft deze leerling nodig? Niet altijd het label ‘hoogbegaafdheid’ nodig.

Screenen

  • Screeningsinstrument

    • Quick scan (groep)
  • Indicatoren (o.a.)
    • Grote en uitzonderlijke kennis;
    • Grote interesse;
    • Goede prestaties of wisselend schoolwerk/afnemende prestaties;
    • Geringe taakgerichtheid;

Signaleren

  • Signaleringsinstrument

    • Individuele leerlingen;
    • Vragenlijsten ouders/leerkracht;

Diagnostiek

  • Geen DSM diagnose
  • ‘diagnosticeren’ hoogbegaafdheid
    • Sterkte-zwakte analyse (vragenlijsten), prestatietoetsen;
    • Veel nadruk op IQ test (>130);
    • Binnen een groter diagnostisch onderzoek;
    • Verandert richting meer dynamisch testen, focus op leerpotentieel;
  • Nadruk dient te liggen op de vraag ‘Wat heeft deze leerling nodig?’
  • UK “Gifted&Talented”
    • Domein-specifiek: intra-individuele verschillen;
    • Niet stabiel: geregeld (prestatie)testen;
    • Verschillende typen testen;

Onderwijs voor (hoog)begaafden

  • Nederland: jarenlang een vergeten groep;
  • Egalitaire cultuur, ‘zesjescultuur’;
  • Weerstand tegen speciale programma’s
    • ‘deze leerlingen redden zich wel’
      • Leraren hebben niet de tijd om alle leerlingen te helpen.
    • Eliteonderwijs > Mattheus effect: rijken worden rijker, armen worden armer.

Interne differentiatie

  • Verrijking

    • Binnen de klas, extra uitdagende materialen;
    • Effecten binnen de klas beperkt onderzocht (i.t.t. verrijkingsprogramma’s buiten de klas);
  • Versnellen
    • Sneller door de leerstof;
    • Klas overslaan;
    • Over het algemeen positieve effecten;
    • Individuele verschillen;

Externe differentiatie

  • Externe differentiatie = groeperen
  • Selectieve programma’s
    • Toenemende populariteit;
    • Part-time: plusklas, honours programma’s;
    • Full-time: e.g. “Leonardo”;
    • Kleine positieve effecten op prestaties, maar sociaal-emotionele/motivationele effecten niet duidelijk.

 

Image

Access: 
Public

Image

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Image

Spotlight: topics

Check the related and most recent topics and summaries:
Institutions, jobs and organizations:

Image

Check how to use summaries on WorldSupporter.org
Submenu: Summaries & Activities
Follow the author: AnnevanVeluw
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Statistics
Search a summary, study help or student organization