Hoorcollege 7 : Autismespectrumstoornissen
Autisme komt voor bij 1% van de mensen, net zo vaak als schizofrenie. Qua verschil tussen mannen en vrouwen staat twee tot drie mannen in verhouding tot één vrouw. Dit zou komen doordat vrouwen genetisch gezien wat beschermd zijn. Autisme is voor 85% genetisch bepaald. In NL is er waarschijnlijk sprake van overdiagnostiek, we stellen dus te vaak de diagnose. Redenen hiervoor zijn:
- De criteria zijn verruimd sinds de DSM 4. Hierdoor zijn we steeds meer diagnoses gaan stellen bij mildere casussen.
- Daarnaast heerst er minder taboe op psychiatrie. Ook de maatschappij is meer veeleisend geworden.
- Bovendien is ons zorgsysteem erop ingericht dat je alleen zorg krijgt als er een diagnose is. Deze diagnose wordt dan binnen vier gesprekken op basis van gedrag gesteld.
Gedrag
Autisme gaat over:
1) Beperkingen in de sociale communicatie in wederkerigheid, non-verbale communicatie en vriendschappen en relaties. Dit gaat dus over sociaal inzicht. Zo kijken ze minder naar de ogen en meer naar bewegende onderdelen.
a) Wederkerigheid: gaat over aanvoelen en troosten. Ze hebben minder cognitieve empathie (bedenken wat een ander denkt/voelt=theory of mind), maar wel emotionele empathie (juist een "dunne huid" en snel geraakt)
b) Non-verbale communicatie: Gaat over oogcontact maken, en het gebruiken begrijpen van non-verbale communicatie (gezichtsuitdrukkingen). Mensen met autisme hebben dit in mindere maten. Er is sprake van double empathy (vermindere mate in het aanvoelen van de gevoelens van een ander, maar anderen kunnen ook iemand met autisme minder goed lezen). Dit maakt therapie ingewikkelder.
c) Vriendschappen/relaties: Hierbij gaat het om relaties aangaan en onderhouden. Mensen met autisme vertonen verminder iniatief en hebben meite met hierarchie omgaan. Verder is er ook moeite met taalgebruik in sociale situaties zoals sarcasme
2) Beperkt repetitief gedrag. Denk aan stereotype spraak, motoriek, routines, rituelen, moeite met veranderingen, beperkte interesses etc
a) Gedrags Routines, rituelen, moeite met veranderingen: moeite met veranderingen en overgangen. Rigiditeit in denkpatronen.
b) Beperkte, gefixeerde interesses: interesses zijn ongewoon qua aard en intensiteit. Mede doordat een fixatie rust kan bieden
c) Over- en ondergevoeligheid voor sensorische prikkels : Er is overgevoeligheid voor externe prikkels (aanraking, geluid etc), maar ondergevoelig voor interne prikkels (pijn, ziekte, hongergevoel etc)
d) Ongewone belangstelling voor prikkels: facinatie voor bepaalde prikkels
Autisme bij vrouwen
- Diagnose: ervaren voorafgaand meer problemen en crisis. Wordt minder snel erkend doordat vrouwen meer gestimuleerd worden tot sociaal gedrag.
- Internaliserend: meer emotionele problematiek. Fijne motoriek, zoals oogcontact, beter door oefening.
- Meer gewone interesses
- Worden sneller geconfronteerd met "anders zijn". Er is veel sprake van schaamte, terugtrekking, pesten, afwijzing en zo een aangedaan zelfbeeld.
Mensen met autisme passen zich aan aan de omgeving, middels kopiering. Dit leidt tot:
- Het leggen van sociaal contact
- Het behalen van een opleiding
- Het vinden en behouden van werk
- Minder zelfvertrouwen
- Meer vermoeidheid en psychische klachten
- Late of onjuiste diagnose
- Meer depressie, angst, suïcidaliteit en minder algemeen welzijn