HC14: Kliniek Parkinson
Algemene informatie
- Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?
- In dit college wordt besproken wat Parkinson is, hoe het ontstaat en wat de klinische kenmerken zijn
- Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
- Alle onderwerpen in dit college worden ook behandeld in de literatuur
- Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
- Er zijn geen recente ontwikkelingen besproken
- Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
- Er zijn geen opmerkingen over het tentamen gemaakt
- Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
- Er zijn geen mogelijke vragen behandeld
Kenmerken
Motorische kenmerken:
De ziekte van Parkinson wordt voornamelijk gekenmerkt door bewegingsstoornissen. Motorische kenmerken zijn:
- Bradykinesie: het traag worden van bewegingen
- Kleinere amplitude: de bewegingen worden kleiner
- Hypokinesie: afname van de hoeveelheid bewegingen
- Minder mimiek
- Er is een strakker gelaat omdat mensen minder knipperen
- Kwijlen
- Het niet meezwaaien van de armen tijdens het lopen
- Beven in rust
- Gebeurt vaak in stressvolle omstandigheden
- Langzame frequentie
- Rigiditeit: een weerstand bij het uitvoeren van een passieve beweging
- Tandrad fenomeen: er zijn schokjes in de beweging
- In vergevorderde stadia
- Ernstige spraak-/slikstoornis
- "Freezing" tijdens "on": midden in een beweging verstijven
- Loop-/balansstoornis
- Patiënten moeten in rolstoelen gaan zitten
Overige kenmerken:
Naast motorische kenmerken zijn er ook andere kenmerken:
- Cognitieve stoornissen
- Stemmingsstoornissen
- Reuk identificatie
- Pijn- en gevoelsstoornissen
- Visuele stoornissen
- Slaapstoornissen
- Doorslaapstoornissen
- Worden verergerd door het gebruik van pillen
- Droomslaapstoornissen
- Dromen worden hevig uitgeleefd
- Slaperigheid
- Worden verergerd door het gebruik van pillen
- Autonome dysfunctie
- Mictieproblemen
- Moeilijke stoelgang
- Orthostatische hypotensie
- Potentiestoornissen
- Zweetaanvallen
- Psychiatrische complicaties
- Psychotische stoornissen: steeds complexer wordende illusies
- Gevolg van het gebruik van levodopa
- Impuls stoornissen
Soms treden deze kenmerken al eerder op dan de motorische.
Diagnose
Een neuroloog begint aan Parkinson te denken bij de 3 hoofdkenmerken:
- Bradykinesie
- Rigiditeit
- Rust tremor
Er moet minstens bradykinesie, met 1 van de 2 andere kenmerken aanwezig zijn.
Behandeling
De behandeling van Parkinson is symptomatisch en vooral gebaseerd op dopamine. Dopamine speelt een rol in de motoriek. Dopamine wordt afgegeven door zenuwen in de substantia nigra en gaat vanuit daar voor de motoriek naar het putamen. Bij Parkinsonpatiënten is er te weinig dopamine aanwezig in het putamen → Parkinsonpatiënten worden behandeld met levodopa:
- Levodopa wordt in het bloed geïnjecteerd
- Het wordt opgenomen door de bloed-hersenbarrière
- In de zenuwen wordt het omgezet in dopamine
- Dopamine wordt op een gegeven moment weer afgebroken
Dopamine zorgt voor:
- Minder bradykinesie
- Minder rigiditeit
- In 50% van de gevallen minder rusttremoren
Levadopa heeft geen effect op de symptomen die in vergevorderde stadia optreden.
Bijwerkingen:
Bijwerkingen van levodopa zijn motorcomplicaties. Deze kunnen verdeeld worden in 2 groepen:
- Off: te weinig bewegingen
- Dyskinesie: overtollige bewegingen
Als de ziekte vordert, moet de hoeveelheid toegediende levodopa nauwkeuriger gecontroleerd worden → de marges worden kleiner.
Complicaties kunnen behandeld worden met diepe hersenstimulatie. Hier kunnen 2 redenen voor zijn:
- Motorcomplicaties
- Elektrodes worden op 2 plaatsen in de subthalamicus in de hersenen aangebracht
- De werking van levodopa wordt overgenomen, maar de bijwerkingen treden niet op
- Rust tremor
- Als levadopa niet werkt
- De stimulator wordt ingebracht in de thalamus
Diepe hersenstimulatie helpt tegen de symptomen, maar vormt geen genezing.
Pathogenese
In de zenuwen van Parkinsonpatiënten zijn Lewy-lichaampjes aanwezig. In deze Lewy-lichaampjes zit α-synucleïne. In de axonen is ook α-synucleïne aanwezig. Hierdoor begint een zenuw in zijn functie gestoord. Als de zenuw α-synucleïne niet meer opgeruimd kan worden, ontstaat degeneratie van de axonen en synapsen. Dit gaat over de hersenen uitbreiden, waardoor er een scala van symptomen ontstaat. Uiteindelijk is er geen zenuw in het lichaam meer die niet ziek is → het is een systeemziekte. Parkinson zit dus niet alleen maar in de substantia nigra.