Empirische bestudering van recht. Een inleiding voor Perspectieven op recht - van Rossum et al. - Artikel
De rechtssociologie onderzoekt het recht met behulp van empirische vragen. Omdat alle wetenschappen, waar het in dit artikel over gaat, zich bezighouden met menselijk gedrag, worden ze ‘sociale en gedragswetenschappen’ genoemd. Dat in tegenstelling tot rechtsgeleerdheid, welke doorgaans tot de geesteswetenschappen wordt gerekend, aangezien dat te maken heeft met geestesproducten van de mens. Rechtssociologie is een kruising tussen recht en sociologie. In de sociologie staan de interacties van mensen in de samenleving centraal. De sociologie bestudeert de mens als lid van een groep.
De rechtssociologie onderzoekt het recht met behulp van empirische vragen. Omdat alle wetenschappen, waar het in dit artikel over gaat, zich bezighouden met menselijk gedrag, worden ze ‘sociale en gedragswetenschappen’ genoemd. Dat in tegenstelling tot rechtsgeleerdheid, welke doorgaans tot de geesteswetenschappen wordt gerekend, aangezien dat te maken heeft met geestesproducten van de mens. Rechtssociologie is een kruising tussen recht en sociologie. In de sociologie staan de interacties van mensen in de samenleving centraal. De sociologie bestudeert de mens als lid van een groep.
Wat zijn empirische vragen?
Empirische vragen zijn vragen die beantwoord worden door een beroep te doen op zintuiglijke waarneming. Denk hierbij dus aan zien, proeven, voelen, ruiken en horen. Bij deze vragen moet er onderscheid gemaakt worden tussen dagelijks en wetenschappelijk taalgebruik. In het dagelijks taalgebruik is er vaak overeenstemming over begrippen, waar wetenschappers veel preciezer moeten zijn met de begrippen die ze gebruiken. Ze moeten eerst uitleggen wat ze precies onder het begrip verstaan, aangezien veel begrippen de feitelijke werkelijkheid lijken te beschrijven, maar bij nadere beschouwing hebben ze vaak een normatieve lading welke een oordeel over de feiten inhoudt.
Er zijn twee tradities te onderscheiden bij het stellen van empirische vragen. De positivistische traditie is gebaseerd op de natuurwetenschappen, de interpretatieve methode op de geesteswetenschappen. In de positivistische variant is men vooral geïnteresseerd in het kunnen doen van generaliserende uitspraken en het leggen van verbanden tussen cijfermatige onderzoeksgegevens. Het levert doorgaans cijfers en statistieken op waarmee de onderzoeker de sociale werkelijkheid wil beschrijven en verklaren. In de interpretatieve variant daarentegen, is men geïnteresseerd in de subjectieve percepties van actoren in het veld en de interpretaties en betekenissen die zij aan hun omgeving en het gedrag van anderen toekennen. Nogmaals, begrippen moeten duidelijk gedefinieerd worden. Als je wil weten of mensen te vertrouwen zijn, kan dat alleen als het begrip vertrouwen zodanig gedefinieerd wordt dat het meetbaar wordt.
De juristen stellen vooral de feiten van het geval vast, want het toepassen van een rechtsregel kan van één enkel feit afhankelijk zijn. De feiten van het geval zijn specifieke feiten, want het gaat om die feiten van die concrete casus. Deze specifieke feiten worden niet via een systematische wetenschappelijke methode gevonden en verantwoord. Juristen selecteren dus relevante feiten met het oog op de toe te passen rechtsregels. In plaats van met een wetenschappelijke methode zintuiglijk waarneembare feiten te onderzoeken, kijken juristen juist met een systematische wetenschappelijke blik naar het geheel van rechtsregels en jurisprudentie. Het is ook mogelijk dat juristen die primair rechtsinterpretatieve vragen aan het recht stellen juist wel gebruik maken van feiten die op wetenschappelijk verantwoorde wijze zijn verzameld. Het gaat dan bijvoorbeeld om statistisch onderzoek waaruit blijkt dat een bepaalde categorie mensen systematisch lager betaald krijgt dan andere.
Wat zijn de empirische disciplines?
Er zijn vier empirische disciplines die de werkelijkheid van het recht onderzoeken: rechtssociologie, rechtspsychologie, criminologie en rechtseconomie. Ze beschrijven en analyseren alle vier de werkelijkheid van het recht; ze beoordelen niet of die werkelijkheid goed of slecht is of verbetering behoeft. Daarom zijn het empirische disciplines.
Wat is de rechtssociologie?
De rechtssociologie bestond uit twee disciplines: de rechtssociologie en rechtsantropologie. De sociologie deed vooral kwantitatief (grootschalig, voornamelijk statistisch) onderzoek naar de relaties tussen sociale instituties als kerk en familie. De antropologie daarentegen verzamelde gegevens met kwalitatieve onderzoeksmethoden zoals participerende observatie. Nu spreken we over rechtssociologie als overkoepelende categorie.
De rechtssociologie bestudeert mensen als sociale wezens, als ‘groepsdieren’ en als wezens met sociale kenmerken die het individuele niveau overstijgen. Denk hierbij aan geslacht, leeftijd, opleiding en etnische achtergrond. Het gaat erom hoe groepen zich gedragen of wat er gemeenschappelijk is in een categorie. De rechtssociologie zoekt de interpretatie en verklaring van gedrag in relatie tot recht in de sociale omgeving.
In de rechtssociologie doet men zowel kwantitatief als kwalitatief empirisch onderzoek. In kwantitatief onderzoek worden zo veel mogelijk anonieme en op cijfers terug te brengen gegevens verzameld over gedrag in de maatschappij. De onderzoeker in kwalitatief rechtssociologisch onderzoek maakt onder andere gebruik van interviews en observaties om de beweegredenen van de actoren in de rechtspraktijk te achterhalen.
Wat is de rechtspsychologie?
De psychologie bestudeert het gedag en de mentale processen van individuen en binnen kleine groepen. Het bestudeert de werking van de menselijke geest in relatie tot het recht. Zo wordt onder andere de waarde van bewijsmateriaal onderzocht. De rechtspsychologie gebruikt, net als de rechtssociologie, kwantitatieve en kwalitatieve methoden, maar ze doet daarnaast ook experimenten. De rechtspsychologie nuanceert het uitgangspunt dat een rationeel denkende individu vrije keuzes maakt door te laten zien dat de vrije wil van mensen betrekkelijk makkelijk wordt beïnvloed en gemanipuleerd.
Wat bestudeert de criminologie?
De criminologie bestudeert crimineel gedrag, met inbegrip van de oorzaken en de maatschappelijke reactie daarop. De criminologie is eigenlijk geen aparte discipline, maar maakt gebruik van verschillende disciplines om het object ‘(oorzaken van) crimineel gedrag en de reacties daarop’ te bestuderen. Een juridische invalshoek is relevant vanwege strafrechtelijke normering van (crimineel) gedrag. De forensische psychologie is een bijzondere variant van de psychologie. Forensisch psychologen stellen een eventueel ziektebeeld (de diagnose) van daders en slachtoffers vast en proberen daders te behandelen. Vergelijkbaar hiermee is (neuro)biologisch onderzoek naar de oorzaken van crimineel gedrag. De vraag of strafbaar gedrag geheel of gedeeltelijk aangeboren is of door stoffen in de hersenen wordt veroorzaakt, kan eveneens gevolgen hebben voor de wijze waarop wij met daders omgaan.
Wat bestudeert de rechtseconomie?
De rechtseconomie bestudeert menselijk gedrag vanuit het perspectief van de mens als rationele actor die streeft naar economisch nut. Sterker dan de rechtssociologie probeert de rechtseconomie menselijk gedrag aan de hand van statistische verbanden te verklaren. Het onderzoekt recht en menselijk gedrag op efficiëntie en winstmaximalisatie. Soms hebben mensen niet alle informatie om alle kosten en baten correct tegen elkaar af te wegen en daarom geen rationele keuze maken. Er wordt tegenwoordig daarom gewerkt met een beperkt rationelekeuzemodel. Het rationaliseringsgebrek kan worden gebruikt om mensen aan te zetten tot wenselijk gedrag, het zogenaamde nudging.
De rechtseconomie gebruikt, net als de rechtspsychologie, kwantitatieve en kwalitatieve methoden en maakt gebruik van experimenten. De bijzondere variant daarin is het spel.
Hoe geschiedt theorievorming?
De sociale en gedragswetenschappen ontwikkelen theorieën. Daartoe worden conceptuele, interpretatieve en empirische vragen gesteld. Theorievorming gebeurt op in de positivistische wetenschappen toetsbare wijze, wat wil zeggen dat een theorie op juistheid moet kunnen worden geverifieerd en gefalsificeerd. Hoe meer weerleggingspogingen een uitspraak heeft doorstaan, hoe meer reden er is aan te nemen dat zij waar is. Theorievorming gebeurt door telkens opnieuw de sociale werkelijkheid te reconstrueren en omdat de (interpretatie van de ) werkelijkheid verandert, verandert ook de theorie
Stampvragen
Welke onderzoeksmethoden gebruikt de rechtseconomie en noem een variant daarvan.
Er zijn twee tradities voor het stellen van empirische vragen. Noem ze allebei en leg uit wat het verschil daartussen is.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
Concept of JoHo WorldSupporter
JoHo WorldSupporter mission and vision:
- JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it support personal development and promote international cooperation is encouraged.
JoHo concept:
- As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
- JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.
Join JoHo WorldSupporter!
for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for
- 1523 reads
Work for JoHo WorldSupporter?
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector









Add new contribution