College constitutioneelrecht
Week 1
Thema 1: democratische rechtsstaat in context
Constitutioneel recht = Recht betreffende de instellingen en vormen van openbare machtsuitoefening over burgers
Staatsrecht = Recht betreffende de instellingen en vormen van openbare machtsuitoefening over burgers in de staat. De staat is een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over een gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied.
Belinfante: “De staat is een organisatie die met voorrang boven andere organisaties effectief gezag uitoefent over een gemeenschap van mensen op een bepaald grondgebied. De gemeenschap heeft een gemeenschappelijke cultuur en is een rechtsgemeenschap.”
Het eigene van Nederlands staatsrecht
- Grondwet alleen van relatief belang
- Geen rechterlijke toetsing van de wet aan de Grondwet; met onderworpenheid van wetgever, bestuur, en rechter onderworpen aan de Grondwet!
- Weinig ideologie
- Openheid naar internationale rechtsorde
- Belang van de eenheidsstaat als decentrale staat
Bronnen staatsrecht
- Internationale verdragsbepalingen en EU-recht, met name ‘klassieke’ mensenrechten
- Statuut voor het Koninkrijk
- Grondwet
- Wet
- Lagere wetgeving
- Decentrale regelgeving (m.n. provinciale en gemeentelijke verordeningen)
Kenmerken democratie
- “Regering door het volk”
- Verantwoording
- Meerderheidsbesluitvorming
Kenmerken rechtsstaat
- Grondrechten
- Legaliteit
- Machtenscheiding
- Rechtspraak
Week 2 Regering en parlement (I)
Democratie: regering van en voor het volk door het volk namens het volk.
Vormen van democratie
- Rechtstreekse democratie: door het volk zelf
- Sterke vormen: (grond)wetgevende volksvergaderingen
- Meer gematigd:
- Bindende burgerinitiatieven
- Bindende correctieve referenda
- Voorstel tot wijziging Grw en invoering van een bindend correctief referendum
- In eerste lezing aangenomen
- Zwakkere vormen:
- ‘Inspraak’
- Niet bindende referenda
- Wet raadgevend referendum (2014)
- Niet-bindende burgerinitiatieven
- Vertegenwoordigende democratie: namens het volk
Correctief raadgevend referendum
- Referendum na
- Opkomstdrempel van 30%
- De uitslag van een referendum geldt als een raadgevende uitspraak tot afwijzing, indien een meerderheid zich in afwijzende zin uitspreekt (art. 3)
Uitgezonderde wetten waar geen referendum over gehouden kan worden(art.5)
Onder andere:
- Grondwetswijzigingen (eerste lezing-wetten)
- Koningschap
- Koninklijk huis
- Begrotingswetten
Problemen
- Juridisch raadgevend maar feitelijk bindend?
- Lage drempel
- Maak beslissend niet de opkomst maar hoeveel stemmen tegen wet
- Corrigerend besluit moet wel representatief zijn
- Maak beslissende % van kiesgerechtigden (in verhouding tot laatste TK verkiezingen)
Politieke mandatering
- Mandaat is de bevoegdheid om in naam van een ander te handelen, maar zonder de daarbij horende verantwoordelijkheid. Bij mandateren worden geen bevoegdheden overgedragen. De mandaatgever blijft zelf bevoegd.
De tweede regel van Benifante
- Geen
-
-
- bevoegdheid zonder verantwoordelijkheid
Week 3
Rechtsregels die kabinetsformatie beheersen
- Vertrouwensregel
- Artikel 43 Grw
- Artikel 48 Grw
- Artikel 139a RvO TK
Hoe komen we van een kabinet af?
- Periodieke verkiezingen
- na 4 jaar (of maximaal 5 jaar)
- Tussentijdse verkiezingen
- onenigheid in boezem kabinet
- onenigheid met kamermeerderheid
- breuk in coalitie
- motie van wantrouwen
Hoe komen we aan een nieuwe kabinet?
- aanvraag ontslag bij koning
- kabinet ‘demissionair’
- TK verkiezingen
- volgt kabinetsformatie
Oud
- Koning raadpleegt adviseurs,
- o.m. vz EK, vice pres RvSt, fractieleiders TK
- Koning wijst informateur(s) aan
- aard van opdracht en aanvaarding
- onderhandelingen over regeerakkoord
- Koning benoemt formateur(s)
- Formatie culmineert in kabinetsvorming
Nieuw
- Debat (oude) TK
- Kamervoorzitter (oude) wijst ‘verkenner’ aan
- overleg met fractieleiders TK
- TK benoemt informateur
- onderhandelingen regeerakkoord
- TK benoemt formateur
- Formatie clumnieert in kabinetsvorming
Week 4 De grondwet & grondwetgeving
De eigen aard van de Nederlandse constitutie
- Grondwet alleen van relatief belang
- Geen rechterlijke toetsing van de wet aan de Grondwet; met onderworpenheid van wetgever, bestuur, en rechter onderworpen aan de Grondwet!
- Weinig ideologie
- Openheid naar internationale rechtsorde
- Belang van de eenheidsstaat als decentrale staat
constitutionele tradities in twee soorten
- Evolutionaire
- Revolutionaire
- Republiek Verenigde Nederlanden
- (+ 1579-1795)
- opstand/ Unie van Utrecht/ afzwering
- Bataafse/ Franse periode (1795-1813)
- Intermezzo (constitutionele instabiliteit )
- Nederland (1813/1815 - nu)
- Proclamatie 21 november 1813
- 1814 of 1815 (of 1840?) oorspronkelijke Grondwet van Nederland?
Grondwet is bepalend voor de erkenning van recht door de staat (daardoor wordt dat recht afdwingbaar voor de rechter die immers een staatsinstelling is)
Bedenk echter twee dingen:
- De Grondwet is niet de enige bron van constitutioneel recht: dat zijn ook verdragen, het Statuut (en daarnaast worden constitutionele normen gegeven bij wet en andere lagere regelingen dan de Grw zelf)
- De grondwetgever is in principe op grond van het constitutionele recht (en ook de Grw zelf) gebonden aan internationaal recht!
In tweede lezing:
Rechterlijke toetsing aan grw grondrechten, referenda, benoeming burgemeester regelen bij wet (2014), BES eilanden
In eerste lezing:
Nog negen andere wijzigingen, over: Dierenrechten, modernisering koningschap, NL taal, discriminatiegronden art 1 Grw, goedkeuring EU verdragen met 2/3e meerderheid, brief- en telecommunicatiegeheim
Procedure grondwetswijziging: art.137 GW.
Week 5
