Vraag 1
Waar kan een bias voorkomen?
Vraag 2
Welke drie typen bias kunnen ontstaan in een steekproef?
Vraag 3
Waarom zijn uitschieters een belangrijke bron van bias?
Vraag 4
Waarom is de aanname van lineariteit zeer belangrijk?
Vraag 5
Wat betekent homoscedasticiteit?
Vraag 6
Hoe kun je de assumpties van homoscedasticiteit en lineariteit tegelijk bekijken?
Vraag 7
Wat kun je doen om bias te verminderen?
Vraag 8
Wat wordt er bedoeld met de zogenaamde selectiebias?
Vraag 1
Bias kan voorkomen bij de schattingen van de parameters, de standard error en het betrouwbaarheidsinterval, en de test statistieken en p-waarden.
Vraag 2
Sampling bias, response bias en nonresponse bias
Vraag 3
Uitschieters zijn een belangrijke bron van bias, omdat die het gemiddelde enorm omhoog of omlaag kunnen brengen.
Vraag 4
De aanname van lineariteit is belangrijk omdat het model niet meer klopt als de variabelen geen lineair verband vertonen.
Vraag 5
Homoscedasticiteit betekent dat alle groepen een ongeveer gelijke variantie hebben.
Vraag 6
De assumpties van homoscedasticiteit en lineariteit kun je tegelijk bekijken door een scatterplot te gebruiken.
Vraag 7
Om bias te verminderen kun je bepaalde extreme scores verwijderen, uitschieters vervangen door de hoogste score die geen uitschieter is, je data analyseren met robuuste methodes en de data transformeren.
Vraag 8
Dit houdt in dat de manier waarop je je participanten selecteert, kan leiden tot een vertekend beeld. Denk bijvoorbeeld aan internet-enquêtes. Mensen die geen internet hebben selecteer je hierdoor automatisch niet.