Trias Politca:
Rechtsprekende macht;
Wetgevende macht;
Uitvoerende macht.
Rechter en machtenscheiding:
Onafhankelijkheid:
117 Gw; 6 EVRM wet.
-geen verstrengeling of ‘dubbelfuncties’;
-rechterlijke beslissing niet door bestuur te vernietigen
De rechter is aan de wet onderworpen.
De regering (het bestuur) benoemt wel de rechter. Bij benoeming van leden van de Hoge Raad is ook de Tweede Kamer betrokken (voordracht).
Niet alleen rechters behoren tot de rechterlijke macht. Ook het OM, rechtbank, Gerechtshof, en de Hoge Raad (art. 116 lid 1 Gw jo. art. 2 WRO). Dan zijn er tevens rechters die niet tot de rechterlijke macht behoren als bedoeld in de Grondwet. (ABRvs, CBB, CRvB).
Rechterlijke instanties:
algemene bestuursrechter: Awb-rechter administratieve sector Rb (daarna meestal Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State of CRvB);
bijzondere bestuursrechter: denk bijvoorbeeld aan de belastingrechter in eerste aanleg (thans rechtbanken); CBB; CRvB; soms afdeling Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State in enige instantie);
gewone rechter (burgerlijke rechter en strafrechter): de burgerlijke rechter in bestuursrechtelijke zaken de ‘rest-rechter’, Nederland bevoegd wanneer er geen andere rechtsgang openstaat.
De rechter mag niet toetsen aan de formele wet en de Grondwet (en algemene rechtsbeginselen. Formele wetten mogen wel getoetst worden aan ‘een ieder verbindende bepalingen van verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties’ (art. 94 Gw).
Er geldt voor de rechter dus niet alleen een verbod op het toetsen aan de Grondwet (art. 120 Gw), maar ook aan ongeschreven rechtsbeginselen. Zie hiervoor het ‘Harmonisatiewet-arrest’ . Ook mag geen toetsing van de formele wet aan het Statuut plaatsvinden.
Wat mag door welke rechter worden getoetst?
De bestuursrechter toetst concrete bestuursgeschillen, zoals beschikkingen. De burgerlijke rechter toetst formele wetten niet aan de Gw en algemene rechtsbeginselen. Hij toetst wel avv’s aan hogere regelingen.
Rechtsbescherming tegen bestuurlijk handelen
Welk bestuurlijk handelen? Primair: toepassingen van de wettelijke voorschriften (wettelijke voorschiften=algemeen verbindende voorschriften/wet in materiële zin). Bestuursrechter primair tegen: concrete bestuursbesluiten. Er is hier wel een voorwaarde: er moet eerst bezwaar worden gemaakt bij het betreffende bestuursorgaan. Er kan bij de bestuursrechter geen beroep worden ingesteld tegen: een besluit; inhoudende een avv of een beleidsregel.
Let op:
Rechter en toetsing lagere regelgeving
Burgerlijke rechter wel bevoegd indien OD (HR Noordwijkerhout/Guldemond).
Bestuursrechter niet bevoegd.
Voorstel-Halsema
Hier wordt kritiek getoond op artikel 120 van de Grondwet. Verandering: wel toetsing aan klassieke grondrechten. Wat dan overanderd blijft: geen toetsing aan: sociale grondrechten; procedurele belangen; andere grondwettelijke voorschriften aan de wetgever; algemene rechtsbeginselen;
Collegejaar Collegereeks
Gebaseerd op collegejaar 2015-2016