Doelgroep: 2454 2-4 jarigen met verschillende sociaal-culturele achtergronden
Doelgericht onderwijsbeleid als prioriteit stellen in de vroege kindertijd kan wel degelijk leiden tot een hogere participatie van minderheids- en lage SES-kinderen in een betere kwaliteit van Early Childhood Education Care (ECEC).
Niet alleen is vroege educatie op zich belangrijk maar het is ook belangrijk dat tegelijkertijd de kwaliteit van ECEC verbeterd
-> twee mechanismes zijn de oorzaak dat dit niet altijd gebeurt
1. ongelijke toegang: interactie ouderkeuze, omgevingsbeperkingen en het beleid
2. verschillende soorten ECEC beleid -> verschillende kwaliteit
-> hogere concentratie minderheids- en lage SES-kinderen zorgt over het algemeen voor een lagere kwaliteit van de leeromgeving.
-> Onderzoeksvraag: hoe zit het met deze mechanismes in Nederland?
Etnische minderheden en lage SES gezinnen maken minder gebruik van center-based ECEC
-> hiervan zijn veel patronen zichtbaar in zowel de US als in Europa.
Invloeden op de participatie in ECEC: ouderkeuze, ideeën, demografisch, omgeving context en het beleid van de ECEC.
Drie beleidsmotieven om de gelijke participatie van kinderen te bevorderen
1. gelijke kansen (geld)
2. gelijke behandeling (kwaliteit ECEC)
3. gelijke resultaten (dit is meer voor een specifiek gezin)
Universal approach: verhogen van de participatie van alle kinderen
Targeted approach: speciaal gericht op bepaalde groepen met een speciaal programma
-> meest kosteffectief, nadeel is wel dat het tot segregatie leidt
De kwaliteit in een klas is hoger wanneer deze meer divers is, helemaal wanneer er immigrantenkinderen en culturele minderheidskinderen aanwezig zijn.
-> desondanks kan het zo zijn dat meer kansarme kinderen in een groep leidt tot een slechte leeromgeving.
In beide systemen: positieve effecten van de ECEC worden bepaald door de kwaliteit van ECEC.
Participatiecijfers van ECEC in Nederland zijn vrij hoog, maar de kinderen gaan wel maar 2 à 3 dagen per week
- hoger opgeleide ouders gebruiken vaker de kinderopvang dan lager opgeleide ouders
- Turkse en Marokkaanse ouders in Nederland maken liever gebruik van ouderlijke/familie zorg dan center-based zorg, want:
- dit is het meest dichtbij de ouders, dus het meest natuurlijk
- zij hebben dezelfde ideeën etc.
- het is goedkoper dan center-based
Onderzoeksvragen:
1. Zijn er neigingen naar selectieve participatie in verschillende ECEC types in Nederland bij kinderen met verschillende achtergronden?
2. Wat is de kwaliteit van voorzieningen voor verschillende ECEC types in Nederland bij kinderen met verschillende achtergronden?
3. Is er een relatie tussen de kwaliteit van ECEC en de hoeveelheid kansarme kinderen in zo’n groep?
Methode
- longitudinaal PreCOOL: korte en lange termijn effecten van ECEC
- vragenlijsten, observaties
Resultaten
1. Zijn er neigingen naar selectieve participatie in verschillende ECEC types in Nederland bij kinderen met verschillende achtergronden?
-> er zijn significante ECEC participatie verschillen bij kinderen tussen de 0-2 jaar en tussen de 2-4 jaar. Nederlanders maken meer gebruik van center-based care.
2. Wat is de kwaliteit van voorzieningen voor verschillende ECEC types in Nederland bij kinderen met verschillende achtergronden?
-> er zijn wezenlijke groepsverschillen in de kwaliteit van ECEC centers.
Marokkaans-Nederlandse en Turks-Nederlandse kinderen trekken zich meer op aan hun leeftijdsgenoten dan Nederlandse kinderen.
3. Is er een relatie tussen de kwaliteit van ECEC en de hoeveelheid kansarme kinderen in zo’n groep?
-> preschools hebben vaker een hogere concentratie minderheids- en laag opgeleid gezinskinderen dan day-care centers.
Klassen met meer dan 50% kansarme kinderen verschilde van andere klassen door bijvoorbeeld minder kinder-docent verhoudingen (dit wordt als positief gezien).
Discussie
- wanneer het beschikbaar, toegankelijk en betaalbaar is kunnen/willen Turks-Nederlandse en Marokkaans-Nederlandse gezinnen ook meedoen aan center-based care.
-> de ongelijke toegang tot ECEC heeft niet alleen te maken met ouderlijke demografische en culturele kenmerken maar het is ook een effect van het beleid.
- er is geen negatieve relatie tussen selectieneigingen en de kwaliteit van ECEC
-> juist het tegenovergestelde
Tekortkomingen
- de steekproef is niet representatief voor de Nederlandse bevolking
- er is geen informatie verzameld over de toegang, betaalbaarheid en beschikbaarheid van de ECEC
- niet alle types ECEC in Nederland zijn bestudeerd
-> systemen veranderen ook, dus onderzoek blijft nodig
Een doelgerichte benadering, extra financiën en institutieondersteuning voor gelijke uitkomsten, kunnen effectief zijn bij het bereiken van een hogere kwaliteit ECEC voor kinderen die het het meeste nodig hebben.