Samenvatting artikel Bandone-Cone et al (2018) An Overview of Conceptualizations of Eating Disorder Recovery, Recent Findings, and Future Directions

In deze review wordt gekeken naar herstel van patiënten met een eetstoornis. Omdat er specifiek weinig over herstel gepubliceerd is, wordt er gekeken naar goede uitkomsten op gebied van herstel.

De grote spreiding in herstel in onderzoeken, komt omdat de term herstel breed geïnterpreteerd wordt. Er worden in het eetstoornissenveld twee routes gebruikt in definitie van herstel:

  • Filosofie
  • Methoden

Filosofie is een kwantitatieve benaderingswijze. Criteria zijn gebaseerd op vastgestelde overeenkomsten, werkgroepen of kritische reviews uit de literatuur. Om de stevigheid te testen wordt gebruik gemaakt van empirische validiteit. Validiteit testen kan door middel van een herstelgroep en een controlegroep. Validiteit kan ook getest worden door middel van longitudinaal onderzoek.

  • Kritiekpunt: alleen medische professionals en onderzoekers definiëren herstel. Gezondheid wordt gezien als een vermindering van symptomen en niet als opgebouwde gezondheid.

Methoden is een kwalitatieve manier. Deze manier gaat uit van verhalen van ervaringen van patiënten.

  • Bevindingen zijn moeilijk te operationaliseren, daarnaast zijn de uitkomsten te breed en moeilijk te specificeren.

Medische settings zetten fysieke en gedragsmatige criteria centraal in definitie van herstel. Echter stelt de klinische literatuur voor om psychologische criteria te includeren in het herstel omdat bij de patient het veranderen in denken centraal staat.

Bardon-Cone en collega’s hebben verschillende criteria gebruikt in het vergelijken van onderzoeken.

  • Eetstoornis: De meeste onderzoeken zijn gedaan naar anorexia nervosa. Er worden ook vergelijkingsonderzoeken van zowel anorexia nervosa als boulimia nervosa gedaan.
  • Fysieke criterium: Body Mass Index (BMI). BMI wordt gebruikt als indicator voor fysieke criteria. Onderzoeken hebben een range van >17.5 >18.5 als grens voor wat gezond is. BMI van >18.5 wordt het meest gebruikt.
  • Gedragsmatig criteria: onthouding van eetstoornis gedrag. Dit kan zich uiten in vermindering in eetbuien, laxeermiddelen, spugen en een beter normaal eetpatroon.
  • Psychologisch/cognitieve criteria: hierbij wordt gebruik gemaakt van vragenlijsten: de Global EDE en EDEQ.
  • Duur van herstel: dit heeft een brede spreiding. Het ene onderzoek heeft een hersteltijd van 28 dagen, het andere uiterste is een herstelperiode van 5 jaar. In sommige onderzoeken wordt alleen de duurtijd van gedragsmatige criteria genoemd en andere criteria worden niet in hersteltijd uitgedrukt. De afwezigheid van eetstoornisgedrag varieert van 8 weken tot 12 maanden.
  • Verder is er nog een kopje ‘extra opmerkingen’. Sommige onderzoeken hebben bepaalde psychiatrische status vragenlijsten gebruikt, ook verschillen sommige onderzoeken in het benadrukken van gewichtsverlies of volledig herstel. 

Meeste onderzoeken noemen het niet langer hebben DSM criteria, het teken van herstel. Hiermee wordt niet rekening gehouden met de kans op terugval. De afwezigheid van een eetstoornis is belangrijk maar niet voldoende. In sommige onderzoeken wordt niet duidelijk hoe herstel geoperationaliseerd is. Door de afwezigheid van een duidelijk beschreven operationalisatie, wordt replicatie verhinderd. 

Het beschrijven van operationalisatie wordt op verschillende manieren gedaan.Het is van belang om de uniformiteit te definiëren bij herstel. Veel operationele definities zijn rijp voor empirische validatie. Met de validatie kan de meest geschikte definitie ondersteund worden door klinische realiteit.

Welzijn is belangrijk in het begrijpen van herstel en het doel van het monitoren van interventie. Toch moet het geen onderdeel van de definitie worden omdat niet-eetstoornis gerelateerde factoren verantwoordelijk kunnen zijn voor welzijn, onder andere psychiatrische comorbiditeit.

Keski-Rahkonen en collegas hebben gevonden dat de sterkste voorspeller voor het falen in herstel, premorbide(voorafgaand) depressie is.

Er zijn een aantal neurocognitieve ontwikkelingen gedaan.Angst blijkt de cognitieve inhibitie te beinvloeden bij degenen die hersteld zijn van AN. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat hogere activatie in frontale regio’s tijdens een visuele stimulus verwerkingstaak, geassocieerd wordt met slecht schakelen bij vrouwen die hersteld zijn van AN.Het blijkt dat sommige neurocognitieve en biologische verschillen een mogelijke trek-kwetsbaarheid voorspellen voor eetstoornissen. Sommige abnormaliteiten bij mensen met een eetstoornis normaliseren gedurende de periode van herstel. 

Kwalitatief onderzoek op perspectief van patiënten met een eetstoornis herstel, is van belang in het ontwikkelen van betekenisvolle operationalisaties en herstel.

Een hoofdbevinding in kwalitatief onderzoek was dat de klinische afhankelijkheid van biometrie (gewicht) en voedselinname onvoldoende was, en zich niet richtte op het psychologische deel van herstel. Het welzijn was in deze meta-analyse het meest gesteunde criterium. De tweede bevinding in deze studies is dat herstel een proces is en geen uitkomst. 

Toekomstplannen

  • Een universele definitie van herstel voor de vordering van wetenschap. Om dit te bereiken moeten operationalisaties uitvoerig beschreven en gerepliceerd worden. Ook moet er gekeken worden welke definities het meest overeenkomen met dat van de patiënten, zoals zelfacceptatie en levenskwaliteit.
  • In aanmerking daarop moet de term ‘real world usability’ hebben, om zo de behandeling consistent te maken.
  • Consensus in terminologie dat komt kijken bij herstel; gedeeltelijk herstel, remissie etc.

Conclusie

Op basis van deze beoordeling van recent onderzoek concluderen we dat een geschikte conceptualisatie van herstel de beoordeling van fysieke, gedrags- en (eetstoornis-specifieke) psychologische / cognitieve domeinen omvat, evenals de afwezigheid van een eetstoornis (niet alleen de aanwezige eetstoornis).

Verder bevelen we een conceptualisatie aan die transdiagnostisch kan worden toegepast voor spaarzaamheid en waarbij de realiteit wordt gegeven van diagnostische migratie. Nuttige toevoegingen die relevant zijn voor inzicht in herstel, maar niet zijn opgenomen in de definitie van herstel omvatten kwaliteit van leven en breder psychologisch welbevinden (d.w.z. comorbide psychopathologie, zelfacceptatie).

Image

Access: 
Public

Image

Join WorldSupporter!

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Image

Spotlight: topics

Check the related and most recent topics and summaries:
Activities abroad, study fields and working areas:
Institutions, jobs and organizations:
This content is also used in .....

Image

Check how to use summaries on WorldSupporter.org
Submenu: Summaries & Activities
Follow the author: Tabitha
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

Statistics
Search a summary, study help or student organization