Hoofdstuk 1 |
Theorie | Samenhangend geheel van uitspraken over de werkelijkheid |
Empirie | Het teruggrijpen op waarneming |
Pseudowetenschap | Vakgebieden die de pretentie hebben wetenschappelijke standaarden na te streven, maar toch tekortschieten in het gebruik van systematische methoden |
Systematische benadering | Het gebruik van strikte wetenschappelijke standaarden met het doel om wetenschap te laten ontwikkelen en wetenschappelijke kennis zo min mogelijk wordt beïnvloed door persoonlijke overtuigingen |
Paradigma | Een gedeelde opvatting van een groep wetenschappers over wat wetenschap inhoudt, waar een theorie aan moet voldoen en op welke manier wetenschap bedreven zou moeten worden |
Sociale wetenschappen | Onderzoek naar het doen en laten van mensen, aangeduid in handelingen of gedrag |
Gedragswetenschappen | Onderzoek naar individueel gedrag en factoren die dit beïnvloeden |
Maatschappij- wetenschappen | Onderzoek naar sociaal gedrag van mensen in groepen en samenlevingen |
Ontologie | Ideeën over (sociale) structuren die in de werkelijkheid aanwezig zijn |
Epistemologie | Opvattingen over wat als kennis beschouwd wordt en de manier waarop kennis over de werkelijkheid verkregen zou moeten worden |
Empirisch-analytische benadering | Een dominante benadering waarbij kennis gebaseerd wordt op logische uitspraken die voortkomen uit zintuiglijke waarneming |
Positivisme | Een beweging die ervan uit gaat dat er een positieve ontwikkeling is in de wetenschap: die wordt steeds meer gebaseerd op feiten waarvan de juistheid nagegaan kan worden |
Empirisme | Een beweging die ervan uit gaat dat alle wetenschappelijke kennis gebaseerd zou moeten zijn op waarnemingen |
Logisch | Samenhangend, consistent en helder |
Analytisch | Met een logische opbouw en goed gedefinieerde betekenis van begrippen |
Nomothetische kennis | Hierin worden wetten geformuleerd |
Variabelen | Kenmerken waarop onderzoekseenheden kunnen verschillen |
Reductionisme | Eenheden worden gereduceerd tot waarden, uitgedrukt in variabelen |
Waardenvrij | Persoonlijke opvattingen, normen en waarden worden zo veel mogelijk buiten beschouwing gelaten |
Derdepersoonsperspectief | Hierbij zijn onderzoekers niet participerend in het onderzoek |
Intersubjectiviteit | Streven naar overeenstemming tussen verschillende wetenschappers in het gemeenschappelijk onderzoeksveld |
Kwantitatief onderzoek | Onderzoek waarbij de resultaten in cijfers uitgedrukt worden |
Interpretatieve benadering | Benadering waarbij onderzoekers pogen te begrijpen wat mensen beweegt |
Eerstepersoonsperspectief | Hierbij proberen door de ogen van de mensen die ze bestuderen te kijken |
Hermeneutiek | De filosofie van het uitleggen van teksten door schriftgeleerden |
Fenomenologie | Filosofie waarbij het wezenlijke van verschijnselen onderzocht wordt |
Idiografische kennis | Kennis die het unieke beschrijft |
Holistisch | Een benadering om dingen te bekijken als geheel |
Waardenverheldering | De betekenis en ervaring van mensen die bestudeerd worden verduidelijken, en dus de betekenissen en ervaringen van onderzoekers betrekken in het onderzoek |
Kwalitatief onderzoek | Dataverzameling door observatie of interviews, met als doel de visie van de betrokkenen op gebeurtenissen te bestuderen |
Kritisch-emancipatoire benadering | Een benadering die gekenmerkt wordt door maatschappelijke betrokkenheid |
Actieonderzoek | Onderzoek waarbij onderzoekers en onderzochten samen een leerproces doormaken |
Empowerment | Onderzoek waarbij nadrukkelijk wordt nagestreefd dat de onderzochten meer grip krijgen op hun persoonlijke leefomstandigheden |
Wederkerige adequaatheid | Hierbij is er continue reflectie van onderzoekers en onderzochten op de voortgang van het onderzoek |
Waardengebonden | Onderzoek is gericht op het ideaal van de onderzoekers; er wordt niet alleen kennis geleverd maar ook nagegaan wat er me gebeurt. |
Peer research | Onderzochten participeren als medeonderzoekers |
Mixed methods | Het gebruik van verschillende benaderingen |