HC1 Introductie college
12-11-2019
Systematische aanpak > 5 vragen
- Over wie gaat het? Hoe spelen betrokkenen een rol? (aanmeldingsfase/intake)
- Wat is het probleem? (onderkennende diagnose)
- Waardoor komt het probleem/ waardoor wordt het in stand gehouden? (verklarende diagnoes)
- Wat is er aan te doen? (indicerende diagnose)
- Wat is mijn advies? (adviesgesprek)
De hele boeken zijn tentamenstof!
Diagnostiek: het hele proces van informatieverwerving, verwerking ten behoeve van de hulpverlening bij gedrags- of leerproblemen. Meestal n.a.v. klachten, of in geval van risicofactoren of eerdere problemen om het ontwikkelingsverloop te volgen.
Screening, assessment en classificatie m.b.t. ontwikkeling, gedrag en functioneren worden geïntegreerd tot een (klinisch) beeld om:
1. De problemen te begrijpen = onderkennen en verklaren
2. Advies te geven m.b.t. verdere begeleiding of behandeling
3. De ontwikkeling te volgen
Orthopedagogische diagnostiek:
- Kind als opvoedeling; kind of jeugdige in relatie tot zijn (beroeps) opvoeders.
- Dus een (cliënt)systeem met een pedagogische relatie.
- Bij aanmelding kind is de context (ouders en leerkracht/groepsleider) en de wederzijdse beïnvloeding (relatie) tussen kind en context vaak onderwerp van onderzoek (transactioneel uitgangspunt).
- Een ontwikkelingsperspectief is daarbij van groot belang: in welke ontwikkelingsfase is het kind?
Doel: bijdrage tot verminderen van probleem/oplossen van een probleem. Daarbij niet alleen letten op risicofactoren, maar ook op protectieve factoren. Empowerment (mogelijkheden om om te gaan met problemen) van cliëntsysteem (bijv. gezin) vergroten.
Orthopedagogische diagnostiek:
- Verschil kind-adolescent:
- Afstemmen op ontwikkelingsniveau;
- Kind is nog afhankelijk van anderen;
- Ethische kwesties: bijv. vanaf welke leeftijd een kind zelf kan tekenen voor toestemming;
Een onderdeel van een diagnostisch proces kan een classificatie zijn: DSM, ICD (voor jongere kinderen) etc.
Belangrijkste DSM-categorieën voor kinderen
Voordelen en nadelen van het stellen van een diagnose
Voordelen
- Betere communicatie met professionals en ouders;
- systematisch onderzoek naar aard, voorkomen, oorzaak en gevolg;
- duidelijke koppeling met prognoses;
- en met behandelingsmogelijkheden
Nadelen
- Stigmatiserend;
- te simplificerend,
- gaat voorbij aan omstandigheden en relaties die van belang zijn bij de ontwikkeling van psychopathologie;
- zet aan tot onjuist gebruik;
Diagnostische cyclus is gebaseerd op
- Empirische cyclus van De Groot: wetenschappelijk onderzoek
- Hypotheses die getoetst worden mbv empirische gegevensverzameling
- Regulatieve cyclus van Van Strien: praktijk zorgverlening
- Het zorgverleningsproces is systematisch en in fases ingedeeld; sommige fases worden herhaald indien nodig.


Diagnostische cyclus is gebaseerd op het Hypothese Toetsend Model (HTM)
- Hypothese: er is sprake van..
- A
- B
- Indicaties en contra-indicaties
- Aard van de hypotheses:
- Onderkennende hypotheses
- Verklarende hypotheses
- Belang hypothesen:
- Voor keuze en richting van diagnostisch scenario en behandeling;
- Oog hebben voor alternatieve verklaringen;
- Inzichtelijkheid diagnostisch proces;
- Theorie als basis;
- Doelgericht onderzoeken
- Richtlijn voor behandeling
De diagnostische cyclus stap voor stap:
- Aanmelding: over wie gaat het? Wie zijn er betrokken in deze casus? Is er sprake van een specifieke doelgroep?
- Klachtanalyse: wat is het probleem?
- Aanmeldings- en/of verwijzingsredenen
- Screening: eerste informatie ten aanzien van de problemen die duidelijk worden uit de eerste vragenlijsten (of observaties) en eventueel eerder verzamelde gegevens (dossieronderzoek).
- Klachtanalyse op grond van de hulpvraag die bij het eerste gesprek naar voren gebracht wordt.
- Hulpvraag/vragen
- ‘uitfilteren’ tot diagnostische hulpvragen
- Bepalen van het type vraagstelling: verhelderend, onderkennend (diagnose), verklarend, indicerend;
- Bepalen van het type (de typen) diagnostisch onderzoek: verheldering, onderkenning, verklaring, indicatie;
- Vasststellen van het diagnostisch scenario (en informeren van de cliënt).
- Probleemanalyse
- Probleembeschrijving en inventarisatie: in vaktermen
- Ordening probleemgedrag
- In bijv. categorieën van DSM
- Thematische ordening
Cognitief functioneren, schools presteren, functieontwikkeling, emotioneel functioneren, relationeel functioneren, medisch en neurologisch functioneren.
- Chronologische ordening
- Ernsttaxatie: hoe erg is het?
- Screeningslijsten, criteria van Rutter, balansmodel: afwegen risico- en protectieve factoren
- Onderkennende hypothese: bevat een stelling dat er sprake is van een syndroom of stoornis (classificatie).
Contra-indicaties: wat heb je gehoord dat niet zo past bij de diagnose?
Verschil klacht en probleem:
Klacht: ‘uitspraak van de cliënt, waaruit blijkt dat bepaalde ervaringen als zorgwekkend of negatief worden beleefd.’
Probleem: ‘er is in psychologisch en opvoedkundig opzicht sprake van een bedreigende situatie.’ > je zet de bril van orthopedagoog op om klachten te herformuleren.

Diagnostische onderzoeksinstrumenten: vaststellen wat je wil operationaliseren. Tests, observaties, vragenlijsten en interviews om de opgestelde hypothesen te toetsen. Keuze instrumenten: tijd en geld, kwaliteit tests, meetpretentie, informant, typen onderzoek, domeinen van onderzoek.
Diagnostische onderzoeksinstrumenten: na een eerste ronde, moet je o.b.v. de resultaten de verdere onderzoeksplan aanscherpen/bijstellen > diagnostiek als cyclisch proces.
- Verklaringsanalyse: wat kan de verklaring zijn v/d problemen of psychopathologische beelden die bij de onderkennende hypotheses zijn aangegeven en die zich uiten op gedragsniveau? > voorlopig denkschema
Verklarende hypothese: bevat een conditie of een combinatie van condities waarmee een probleem in gedrag met een zekere waarschijnlijkheid kan worden verklaard. Gedrag wordt dus verklaard door conditie(s). factoren:
- Biologische factoren
- Cognitief-affectieve / psychologische factoren
- Sociale en contextuele omstandigheden
Componenten van verklarende hypothese:
- Een of meerdere probleemclusters;
- Een conditie of combinatie van condities: een in wetenschappelijke literatuur genoemde veroorzakende, in stand houdende of versterkende factor;
- Een causale relatie;
- Gebaseerd op een theoretisch kader;
Laatste stap: integratief beeld
- Resultaat van diagnostische informatieverzameling
- Eventueel aan de hand van een definitief denkschema (pijlenschema)
- Antwoorden op onderkennende en verklarende hypothesen
- Onverwachte resultaten
- Terugkoppeling naar de hulpvraag
- Beschermende factoren
- Indicatieanalyse

1 of 2 gestandaardiseerde interventies die tot reductie van klachten moeten leiden. Advies m.b.t. probleemgedrag + aanduiding van positieve of beschermende factoren die instandhouding of versterking behoeven.
- Advisering
- Voorlichting/psycho-educatie met betrekking tot het belangrijkste probleem;
- Controle/check of ouders en kind het begrijpen;
- Overleg of zij met het advies kunnen instemmen;
- Concretisering hoe een verwijzing of behandeling geregeld kan gaan worden;
- Goed opschrijven in het verslag!
- Rapportage
- Diagnostisch verslag: verantwoording van verschillende stappen, schriftelijke rapportage over gehele diagnostisch proces: uitgevoerde diagnostiek geobjectiveerd en overdraagbaar.
- Afrondend advies met betrekking tot verwijzing voor nadere behandeling of handelingsaanpak op basis van de specifieke wensen van de cliënt en mogelijkheden van de instelling.
- Weergave in het verslag van de reactie van de cliënt(en) op het adviesgesprek.
- Afspraken met betrekking tot afronding van het contact of monitoring van de verdere ontwikkeling.