Open vraag 1
In de zaak Stichting Urgenda tegen de Staat der Nederlanden, Rb Den Haag 2015, overwoog de rechtbank het volgende:
“Het voorgaande voert de rechtbank tot de slotsom dat uit […] het no harm-beginsel [en] het VN Klimaatverdrag met bijbehorende protocollen […] niet een rechtsplicht van de Staat jegens Urgenda kan worden afgeleid. […] Urgenda [kan] aan deze regels […] niet rechtstreeks rechten ontlenen.”Leg met een voorbeeld uit wat onder het no harm-beginsel wordt verstaan. Geef een voorbeeld van een document waarin we dit beginsel kunnen vinden. Geef aan wat voor soort rechtsbron dit is.
Open vraag 2
Beargumenteer waarom de rechtbank van mening is dat Urgenda aan dit beginsel en aan andere genoemde regels geen rechten kan ontlenen.
Open vraag 3
De rechtbank heeft Urgenda deels in het gelijk gesteld door te oordelen dat Nederland onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig handelt ten opzichte van Urgenda door uit te gaan van een reductiedoelstelling voor broeikasgassen van minder dan 25% in 2020.Stel dat Urgenda het niet eens is met deze beslissing en dit wil voorleggen aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Denkt u dat het Europese Hof tot een uitspraak zal komen? Geef een beargumenteerd advies aan Urgenda over de bevoegdheid van het Hof en de ontvankelijkheid van de klacht van Urgenda.
Open vraag 1
Verplichting grensoverschrijdende milieuvervuiling tegen te gaan; bijvoorbeeld beginsel 2 in de verklaring van Rio de Janeiro 1992; de Rio verklaring is een voorbeeld van soft law, een niet als zodanig juridisch bindend document dat heeft bijgedragen aan de vorming van het gewoonterecht op dit terrein. Indien en ander voorbeeld wordt gegeven, kan uiteraard het laatste deel van het antwoord anders zijn. Nr. 571/ 572 + relevante Nrs uit H.5 Nollkaemper.
Open vraag 2
Geen rechtstreekse werking, artikel 93 Gw moet genoemd worden en duidelijk gemaakt wat dit in het Nederlandse recht betekent (aard en inhoud; voldoende duidelijk; nadere uitwerking niet nodig). Nr. 690-693 Nollkaemper.
Open vraag 3
Nr. 655-657 Nollkaemper. Korte bespreking van artikel 32, 34 en 35 EVRM. Geen ontvankelijkheid wegens niet uitputting lokale rechtsmiddelen.
als vastgelegd in het internationaal gewoonterecht (zie wederom de Nicaragua zaak). Nrs. 487-490 Nollkaemper.