Beroerte (stroke) | Het optreden van neurologische symptomen na het wegvallen van bloedtoevoer in (een deel van) de hersenen. |
Ischemie | Gebrek aan bloed als gevolg van een geknepen bloedvat of een bloedprop. |
Nucleus | Een groep cellen die histologisch te onderscheiden is van de omgeving |
Ipsilateraal | Gelokaliseerd aan dezelfde kant van het lichaam als het referentiepunt. |
Contralateraal | Gelokaliseerd aan de overkant van het lichaam ten opzichte van het referentiepunt. |
Bilateraal | Aan beide zijden van het lichaam |
Proximaal | Dichtbij het referentiepunt |
Distaal | Op afstand van het referentiepunt |
Afferent | Wanneer de informatiestroom naar het CZS toestroomt. |
Efferent | Wanneer de informatiestroom van het CZS af stroomt. |
Precentrale gyrus | De gyrus die voor de centrale sulcus ligt |
Parasympatisch zenuwstelsel | Het deel van het autonome zenuwstelsel dat het lichaam in een staat van rusten en verteren brengt. |
Sympatisch zenuwstelsel | Het deel van het autonome zenuwstelsel dat het lichaam in een staat van opwinding brengt, klaar om te vechten of vluchten. |
Meningen | Een drie-lagige structuur die het CZS beschermt. Deze bestaat van buiten naar binnen uit de dura mater, subarachnoïdale ruimte en pia mater. |
Hydrocephalus | Een zogenaamd waterhoofd, ontstaat wanneer de hersenvochtproductie groter is dan de -afvoer (mechanisch of regulatie). Dit vergroot het (voor-)hoofd en leidt tot afbraak van de hersenen, mentale achteruitgang en epileptische aanvallen. |
Bloed-brein barrière | Een barrière tussen bloed en hersenen, gevormd door dicht opeengepakte bloedwandcellen. Dit voorkomt de doorgang van schadelijke stoffen naar de hersenen. |
Arteria cerebri anterior | Slagader die de voorzijde van het brein en tussen de hemisferen van bloed voorziet. |
Arteria cerebri media | Slagader die het ventrale deel van de frontaalkwab, de gehele temporaalkwab en een deel van de pariëtaalkwab van bloed voorziet. |
Arteria cerebri posterior | Slagader die de occipitaalkwab en het limbisch systeem van bloed voorziet. |
Neurale stamcel | Een cel waar alle neuronen in het zenuwstelsel uit ontstaan. |
Voorlopercel | Cel ontstaan uit een stamcel, die migreert naar de goede plek en daar een neuron of gliacel maakt. |
Blasten | Een niet volgroeide neuron of gliacel |
Somatosensorische neuronen | Afferente perifere zenuwen die extra snel het ruggenmerg ingaan doordat er een directe verbinding is van dendriet op axon en het cellichaam wordt overgeslagen. |
Interneuronen | Een neuron dat een sensorisch neuron en een motorisch neuron verbindt. |
Motorneuronen | Een efferent neuron met cellichaam in het ruggenmerg en informatiestroom naar spieren. |
Grijze stof | Het deel van de hersenen wat voornamelijk uit cellichamen bestaat |
Witte stof | Het deel van de hersenen wat voornamelijk uit gemyeliniseerde axonen bestaat |
Reticulaire stof | Het deel van de hersenen wat zowel uit cellichamen als gemyeliniseerde axonen bestaat, en dus zowel witte als grijze stof bevat. |
Zenuwbaan | Een groep samenlopende axonen binnen het CZS. |
Prosencephalon | Het voorste gedeelte van het embryonale driedelige brein waar later het telencephalon en diencephalon uit ontstaan. |
Mesencephalon | Het middelste gedeelte van het embryonale driedelige brein. Het bevat het tectum en tegmentum. |
Rhombencephalon | Het achterste deel van het embryonale driedelige brein. Hier onstaan het metencephalon en myelencephalon uit. |
Telencephalon | Ook wel eindhersenen genoemd, opgebouwd uit cortex, basale ganglia, limbisch systeem en de bulbus olfactorius. |
Diencephalon | Bestaat uit de hypothalamus, thalamus en epithalamus. |
Metencephalon | Het voorste deel van het rhombencephalon, bestaat uit de pons en het cerebellum. |
Myelencephalon | Het achterste deel van het rhombencephalon, bestaande uit medulla oblongata en 4e ventrikel. |
Ventrikel | Een met hersenvocht gevulde ruimte in het brein |
Dermatoom | Het stuk huid dat door één paar afferente spinale zenuwen wordt geïnnerveerd. |
Ventrale wortel | Een zenuw, bestaande uit vezels met motorische informatie die op elk ruggenmergsegment het ruggenmerg verlaten aan de ventrale zijde. |
Dorsale wortel | Een zenuw, bestaande uit vezels met sensorische informatie die op elk ruggenmergsegment het ruggenmerg binnentreden aan de dorsale zijde. |
Wet van Bell-Magendie | De wet, vernoemd naar zijn bedenkers, die stelt dat sensorische informatie altijd via de dorsale wortel gaat en motorische informatie altijd via de ventrale wortel. |
Paraplegie | Wanneer beide benen zijn verlamd door schade aan het ruggenmerg |
Quadriplegie | Wanneer alle vier de ledematen zijn verlamd door schade aan het ruggenmerg. |
Reflexen | Een specifieke beweging die door specifieke sensorische informatie wordt ingezet. Dit gaat snel doordat de informatieloop in het ruggenmerg blijft in plaats van naar de cortex in het cerebrum en weer terug te lopen. |
Flexie | Buigen |
Extensie | Strekken |
Hersenzenuwen | 12 paar zenuwen die zowel motorische als sensorische informatie tussen hoofd en hersenen afwisselen. |
Gerefereerde pijn | Pijn die in een ander deel van het lichaam wordt gevoeld dan waar deze wordt geproduceerd. |
Cerebellum | De kleine hersenen, deel van de achterhersenen en gespecialiseerd in motorische coördinatie. |
Folia | De kleine vouwen van het cerebellum. |
Reticulaire formatie | Een groep neuronen en vezels die zowel processen in de hersenen als in het lichaam aansturen om wakker te worden. De formatie ligt vooronder in de hersenstam tussen ruggenmerg en thalamus. |
Tectum | Dit is het dak van het cerebrale aquaduct (tussen 3e en 4e ventrikel) en bevat de colliculi superior en colliculi inferior welke respectievelijk visuele en auditieve stimuli omzetten in lichamelijke reflexen. |
Tegmentum | De bodem van het cerebrale aquaduct en bevat een aantal kernen en de sensorische en motorische zenuwbanen. |
Colliculi superior | Deze kernen reguleren de lichamelijke reflex op visuele stimuli. |
Colliculi inferior | Deze kernen reguleren de lichamelijke reflex op auditieve stimuli. |
Substantia nigra | Een groep dopamine-bevattende cellichamen en axonen in de middenhersenen. Het gebied kleurt zwart in pas geprepareerde hersenen. |
Hypothalamus | Groep kernen onder de thalamus. Deze groep reguleert gedrag: beweging, eten, sexuele activiteit, emotionele expressie. Maar ook temperatuur- en hormoonregulatie. |
Thalamus | Groep kernen in het diëncephalon |
Epithalamus | De oudste groep kernen van de thalamus, deze bevat habenulae, epifyse en stria medullaris. |
Basale ganglia | Groep grote kernen in de voorhersenen, met onder andere het putamen, de nucleus caudatus, globus pallidus, claustrum en amygdala. |
Putamen | Kern in de basale ganglia betrokken bij regulatie van motoriek. |
Globus pallidus | Deel van de basale ganglia, ontvangt informatie van de nucleus caudatus en stuurt informatie naar de ventro-laterale kern van de thalamus. |
Nucleus caudatus | Kern van de basale ganglia, betrokken bij leren, vrijwillige bewegingen, onthouden en slaap . |
Ziekte van Huntington | Een erfelijke en dodelijke aandoening, herkenbaar aan grote onvrijwillige beweging ook wel chorea genoemd, progressieve dementie. |
Ziekte van Parkinson | Verlies van dopamine leidend tot tremor, stijfheid en een vermindering van vrijwillige bewegingen. |
Gilles de la Tourette | Ziekte gepaard gaande met onvrijwillige bewegingen en het onvrijwillig uiten van woorden en geluiden. |
Septum | Een kern in het limbisch systeem |
Cingulate cortex | Een stuk cortex, onderdeel van het limbisch systeem, wat boven het corpus callosum ligt aan de mediale zijde van beide hemisferen. |
Hippocampus | Een primitief stuk cortex, wat in het anterieure mediale deel van de temporaalkwab ligt. |
Amygdala | Een duo kernen aan de onderkant van de temporaalkwab, de amygdala is deel van het limbisch systeem. |
Projectiekaart | Een overzicht van de motorische en sensorische delen van de cortex wat betreft hun verbinding met de rest van het lichaam (bijvoorbeeld benen, armen, mond, buik.) |
Primaire gebieden | De gebieden op de cortex die in direct contact staan met de rest van het lichaam: de primaire motorcortex stuurt direct signalen naar de spieren, de primaire sensorische cortex ontvangt direct signalen van de zintuigen. |
Secundaire gebieden | De gebieden van de cortex die direct informatie uit de primaire gebieden ontvangen en deelnemen aan meer complexe sensorische informatieverwerking of meer complexe motorische functieuitvoeringen |
Tertiaire gebieden | De gebieden op de cortex die informatie ontvangen van of sturen naar de secundaire gebieden |
Cytoarchitectonische kaart | Een kaart van de cortex op basis van de organisatie, structuur en celverdeling. |
Kaart van Brodmann | Een cytoarchitectonische kaart waarbij alle functionele cortexdelen zijn genummerd. |
Homotoop | Wanneer iets in dezelfde plaats in het lichaam ligt, zoals beiderzijds van de scheidingslijn tussen de twee hemisferen. |
Decussatie | Het kruisen van zenuwbanen van het ene deel naar het andere deel van de hersenen. |