Open vraag 1
Week 2, HIV, paragraaf 6.4, blz. 184-185
Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘indirecte discriminatie’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.
Open vraag 2
Week 2, HIV, paragraaf 4.1, blz. 135-138
Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘attributie’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.
Open vraag 3
Week 7, HVIII, paragraaf 6.4, blz. 361-363
Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘diensten van algemeen economisch belang’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.
Open vraag 4
Week 4, HC7
Leg in uw eigen woorden uit wat het begrip ‘decentrale unierechters’ inhoud. Maak hierbij gebruik van de theorie, jurisprudentie van het Hof en Verdragsbepalingen om dit begrip uit te leggen.
Open vraag 1
Week 2, HIV, paragraaf 6.4, blz. 184-185
Er moet een definitie gegeven worden van discriminatie. Dus dat het gaat om maatregelen die formeel geen onderscheid maken conform nationaliteit, maar in de praktijk wel grotere gevolgen hebben voor niet-onderdanen dan voor wel-onderdanen. Bijvoorbeeld dat een taaleis wordt gesteld aan werknemers. Tevens het verschil moest worden aangegeven tussen directe en indirecte discriminatie zoals is toegelicht in het arrest O’Flynn. Daarnaast moesten voorbeelden gegeven worden uit ten minste twee fundamentele vrijheden. Bijvoorbeeld dat Gourmet betrekking had tot goederen en O’Flynn betrekking heeft tot personen en als voorbeeld nog de kans op rechtvaardiging zoals in het arrest Groener. Een ander woord voor indirecte discriminatie is verkapte discriminatie.
Open vraag 2
Week 2, HIV, paragraaf 4.1, blz. 135-138
De volgende elementen moesten worden gegeven voor een juist antwoord: bevoegdheidstoetreding art. 5 lid 1 en lid 2 VEU, een rechtsgrondslag en zijn inhoudelijke en procedurele effecten, bijvoorbeeld art. 114 VWEU voor de interne markt, gedeelde en gebonden bevoegdheden, art. 2 tot en met art. 6 VWEU, expliciete en gedeelde bevoegdheden. Tevens moesten de Tabaksrichtlijn en Bosbeschermingsverordening genoemd worden maar ook de zwaartekrachttoets van het arrest Titaandioxide.
Open vraag 3
Week 7, HVIII, paragraaf 6.4, blz. 361-363
De volgende elementen moesten worden gegeven voor een juist antwoord: Er moet naar art. 106 lid 2 VWEU worden verwezen met een uitleg dat het een uitzondering op de beide verdragen rechtvaardigt. Daarnaast moet Sydhavnens toegepast worden om uit te leggen hoe het begrip in dit arrest wordt toegepast, het is een ruimte toepassing. Tot slot moest met het dwingende vereiste in TPG Golden Shares en in de KPN een parallel worden gemaakt.
Open vraag 4
Week 4, HC7
De volgende elementen moesten worden gegeven voor een juist antwoord: er moest worden verwezen naar nationale rechters, de prejudiciële procedure art. 267 VWEU, het loyaliteitsbeginsel en het nuttig effect art. 4 lid 3 VWEU, conforme interpretatie, de plicht tot rechtstreekse werking, staatsaansprakelijkheid en de rechtmatigheidstoets. De volgende arresten moesten worden gebruikt: Francovich, Van Gend & Loos, Kraaijeveld, Köbler en Marleasing.