Beginselen van het Nederlandse staatsrecht - Belinfante - BulletPoints


Wat is staatsrecht? BulletPoints 1

  • Montesquieu beschrijft een staatsstelsel dat bestaat uit 3 onafhankelijke organen met ieder een eigen functie:

  1. de Koning (voert de wetten uit – de uitvoerende macht);

  2. het parlement (maakt de wetten – de wetgevende macht);

  3. de rechterlijke macht (controleert of de uitvoerende macht de wet in acht genomen heeft).

  • Er zijn in een democratisch stelsel 2 grondregels die moeten worden nageleefd:

    1. Het legaliteitsbeginsel: er is geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of grondwet. Regering en Staten-Generaal mogen geen dwangmaatregelen nemen zonder voorafgaande autorisatie van de volksvertegenwoordiging.

    2. De verantwoordingsplicht: niemand kan een bevoegdheid uitoefen zonder verantwoording schuldig te zijn of zonder dat op die uitoefening controle bestaat.

  • Meest belangrijke vormen van verantwoordingsplicht van en controle op overheidsorganen:

    • de politieke verantwoordingsplicht van bestuurlijke organen tegenover vertegenwoordigende lichamen;

    • de ambtelijke ondergeschiktheid waardoor ambtenaren verantwoording schuldig zijn aan hun chefs, die op hun beurt weer verantwoordelijk zijn voor de instructies die zij al of niet aan de ondergeschikte ambtenaren hebben gegeven;

    • het bestuursorgaan moet worden gecontroleerd door een hoger gegaan;

    • de strafrechtelijke verantwoordelijkheid wordt geëffectueerd wanneer ministers koninklijke besluiten mede ondertekenen terwijl ze zich ervan bewust zijn dat ze daarmee een wet schenden;

    • de wet de mogelijkheid geeft aan belanghebbenden om in beroep te gaan;

    • de burgerlijke rechter in bepaalde gevallen ambtshandelingen kan toetsen aan art. 6:162 BW en de rechterlijke toetsing van wetgeving.

  • Inspraak van het volk

    • Referendum: kiezers mogen zich in adviserende zin uitspreken over bepaalde beslissingen.

    • Burgerinitiatief: burgers hebben samen het recht om een uitspraak te vragen aan vertegenwoordigende organen over een aangelegenheid van overheidsbeleid.

    • Volksinitiatief: het laatste woord kan daarbij ook nog eens aan de kiezers zijn omdat het voorstel aan een bindend referendum wordt onderworpen.

Wat zijn de bronnen van het staatsrecht? BulletPoints 2

  • Het staatsrecht kent een viertal bronnen:

    • de Grondwet

    • gewoonterechtelijke regels

    • geschreven regelingen in de vorm van wetten of algemene maatregelen van bestuur

    • internationaal recht

  • Drie termen waaraan delegatie in de Grondwet valt te herkennen:

    • bij of krachtens de wet

    • de wet regelt

    • uit kracht van de wet

  • De Grondwet is een rigid construction: een wet die moeilijker te wijzigen is dan een gewone wet.

  • Het Koninkrijk der Nederlanden is niet voor te stellen zonder internationale bindingen. Nederland is onder andere lid van:
    • VN

    • Raad van Europa

    • NAVO

    • WEU.

Hoe werkt het staatsrecht? BulletPoints 3

  • Nederlanders hebben rechten die vreemdelingen in Nederland niet hebben.

  • Belangrijke verschillen hebben betrekking op het kiesrecht, benoembaarheid in openbare dienst, uitlevering en sociale grondrechten.

  • Vreemdelingen moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om in Nederland toegelaten te worden:

    • Men moet over de nodige identiteitspapieren en middelen voor verblijf en terugreis beschikken.

    • Soms een visum of een machtiging tot voorlopig verblijf tonen.

    • Wanneer een vreemdeling hier langer dan drie maanden wil blijven moet er een verblijfsvergunning aangevraagd worden. Alleen verleend indien:

      • internationale verplichtingen dit vereisen;

      • met de aanwezigheid van de vreemdeling een wezenlijk Nederlands belang is gediend; of

      • klemmende redenen van humanitaire aard daar aanleiding toe geven.

  • Verkrijgen van het Nederlanderschap kan op 3 manieren:

  1. van rechtswege: Nederlander van rechtswege is degene waarvan ten tijde van zijn geboorte de vader of moeder Nederlander is, en het kind van een Nederlander die voor de geboorte is overleden.

  2. door middel van optie, waarbij bepaalde categorieën vreemdelingen na het afleggen van een daartoe strekkende verklaring door een bevestiging door een aangewezen autoriteit het Nederlanderschap kunnen verkrijgen.

  3. door naturalisatie: dit gebeurt bij koninklijk besluit. Hiervoor moet de betrokkene in beginsel meerderjarig zijn, in de Nederlandse/Nederlands-Antilliaanse/Arubaanse samenleving zijn ingeburgerd en gedurende een bepaalde periode legaal in een van de landen van het Koninkrijk hebben gewoond.

  • Verliezen van het Nederlanderschap kan:

  1. in het geval van een dubbele nationaliteit: wanneer iemand die genaturaliseerd wil worden een andere nationaliteit bezit, moet hij al het mogelijke hebben gedaan om die andere nationaliteit te verliezen, tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden verlangd.

  2. door het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit

  3. door het afleggen van een verklaring van afstand

  4. door meer dan tien jaar te verblijven in een land buiten de EU van iemand met een dubbele nationaliteit.

Wat houdt de regering in? BulletPoints 4

  • Regering: gevormd door Koning en ministers.
  • De term “Koning” kan op 2 manieren worden gebruikt:

    • in persoonlijke zin (bij erfopvolging en regentschap);

    • in constitutionele zin (de Koning als regering).

  • Van regentschap is sprake wanneer:

    • de troonopvolger jonger is dan 18 jaar. Deze opvolger mag geen koninklijk gezag uitoefenen; er zal een regent aangewezen moeten worden om dat gezag uit te oefenen.

    • de Koning niet langer in staat is het koninklijk gezag uit te oefenen (art. 35 Grondwet);

    • de regerende koning krachtens een wet tijdelijk het koninklijk gezag heeft neergelegd (art. 36 Grondwet);

    • na het overlijden van de Koning of na diens afstand van het koningschap een opvolger ontbreekt (art. 30 lid 2 jo. art. 37 lid 1 sub e Grondwet).

  • Taken ministerraad:

    • beraadslagen en besluiten over het algemene regeringsbeleid en het bevorderen van de eenheid daarvan;

    • het keuren van de wetsontwerpen en algemene maatregelen van bestuur;

    • het instellen van adviesorganen die de regering moeten adviseren;

    • het bespreken van onderwerpen met betrekking tot het buitenlandse beleid.

  • Taken minister-president:

    • het representeren van het kabinet tegenover de Koning

    • het optreden als hoofd en vertegenwoordiger van het kabinet

    • lid van de Europese Raad

    • coördineren van de werkzaamheden van het kabinet

    • politieke leiding

    • Minister van Algemene Zaken (leiding geven aan diensten als de regeringsvoorlichtingsdienst).

  • Taken staatssecretarissen:

    • ondersteunen van de ministers

    • wetten en besluiten contrasigneren

    • verantwoordelijkheid nemen voor het indienen van wetsvoorstellen

    • deelnemen aan beraadslagingen in de ministerraad met een raadgevende staat

    • De staatssecretaris is verder politiek verantwoordelijk voor zijn optreden en moet aftreden wanneer hij niet langer vertrouwen van de volksvertegenwoordiging heeft.

Wat houdt de Staten-Generaal in? BulletPoints 5

  • Staten Generaal:

    • Tweede Kamer: 150 leden, rechtstreeks gekozen voor 4 jaar door Nederlanders die 18 jaar of ouder zijn. Recht van initiatief en amendement.

    • Eerste Kamer: 75 leden, gekozen worden door getrapte verkiezing door de leden van de provinciale staten.

  • Onderscheid maken tussen relatieve meerderheid en absolute meerderheid in het meerderheidsstelsel.

    • Relatieve meerderheid: de kandidaat die de meeste stemmen krijgt, wordt gekozen.

    • Absolute meerderheid: een kandidaat moet de helft plus 1 van de uitgebrachte stemmen in zijn district behalen.

Evenredige vertegenwoordiging

  • Geen districten maar kieskringen: iedere partij krijgt het aantal zetels dat overeenkomt met het aantal keren dat de lijstengroep de kiesdeler heeft behaald. Kiesdeler is aantal uitgebrachte stemmen gedeeld door het aantal beschikbare plaatsen.

  • Problemen die zich kunnen voordoen bij evenredige vertegenwoordiging:

  1. het probleem van de restzetels: er blijven zetels over, en de vraag is wie deze restzetels krijgt;

  2. het probleem van het aantal zetels per lijstengroep: overblijvende restzetels moeten worden toegewezen aan de lijsten van de groep die de grootste overschotten hebben;

  3. het probleem van de voorkeursstemmen: de toegewezen zetels die nog niet aan een kandidaat zijn toegekend moeten aan de nog niet gekozen kandidaten worden gekoppeld op wie het meest is gestemd;

  4. het probleem van Gerrymandering: men probeert de stemmen van een niet gewenste partij te verliezen door middel van een districtenstelsel;

  5. het probleem van de politieke partijen: kiezers kennen eigenlijk alleen de lijsttrekker, maar niet de personen lager op de lijst die ook gekozen worden;

  6. het probleem dat kiezers geen directe invloed hebben op de samenstelling van het kabinet.

Wat zijn de functies van de Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman en vaste College van Advies? BulletPoints 6

  • Taken Raad van State:

    • advisering met betrekking tot wetgeving;

    • advisering in geschillen en rechtspraak;

    • (advies)taken en bevoegdheden die niet in de Grondwet zijn vermeld.

  • Taken Algemene Rekenkamer:

    • belast met het onderzoek van inkomsten en uitgaven van het Rijk

    • ontdekte problemen mededelen aan de betreffende minister, waarna deze een maand de tijd heeft om aan te geven wat hij van plan is om aan dat bezwaar tegemoet te komen

    • afhankelijk van die informatie kan de Rekenkamer het bezwaar handhaven of opheffen

    • controlebevoegdheden met betrekking tot privaatrechtelijke rechtspersonen waarin de staat deelneemt dan wel waaraan de staat een financiële bijdrage verleent.

  • Taken Nationale Ombudsman:

    • onderzoeken van klachten over de manier waarop een bestuursorgaan zich tegenover een natuurlijk of rechtspersoon heeft gedragen

    • met name onderzoek op gebied van het feitelijk handelen van de overheid.

    • ook bevoegd om op eigen initiatief een onderzoek in te stellen.

Hoe is de verhouding tussen het parlement, de ministers en de Koning? BulletPoints 7

  • Strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid = Een minister die een koninklijk besluit mede ondertekent terwijl hij weet dat dit in strijd met de wet is, kan strafrechtelijk worden vervolgd.

  • Stappen kabinetsformatie:

  1. Een kabinetsformatie begint wanneer het zittende kabinet zijn ontslag heeft aangeboden. Meestal is dit op de dag van de Tweede Kamerverkiezingen, maar het aanbod van ontslag kan ook bij een motie van wantrouwen of een kabinetscrisis.

  2. De Koning nodigt vervolgens de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer uit om hem van advies te dienen over de samenstelling van het te vormen kabinet en de benoeming van een informateur en een formateur.

  3. Naar aanleiding van het eindrapport van de formateur benoemt en ontslaat de Koning bewindslieden.

  4. Ten slotte stelt het nieuwe kabinet een regeringsverklaring op waarin ze verantwoording aflegt voor de benoeming van het kabinet en de kabinetsformatie.

  • Inhoud verantwoordingsplicht:

    • de plicht tot antwoorden. De plicht om inlichtingen te verschaffen opgenomen is in de Grondwet;

    • het recht van interpellatie. Een Kamerlid heeft de mogelijkheid om vragen aan de minister te stellen over een door dat Kamerlid aangeduide onderwerp;

    • het individuele vragenrecht;

    • Kamerleden kunnen schriftelijke vragen stellen of mondelinge vragen tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer;

    • openbare hoorzittingen;

    • een rondetafelgesprek of een informeel onderzoek;

    • een motie waarin tot uitdrukking wordt gebracht waarom de kamer niet tevreden is met het gevoerde beleid en welk beleid de kamer wel gevoerd wil zien;

    • het recht van enquête.

Hoe is de wetgevende macht geregeld in Nederland? BulletPoints 8

  • Wet in formele zin: wet die door de Staten-Generaal en de regering is vastgesteld.

  • Wet in materiële zin (een algemeen verbindend voorschrift): een algemeen besluit dat voor herhaalde toepassing vatbaar is en die buiten de administratie burgers of overheidsorganen binden. Wordt gekenmerkt door de inhoud van het besluit en moet een grondslag hebben in een wet.

  • Totstandkoming van een wet:

  1. De regering (met name de minister) neemt meestal het initiatief tot het indienen van een wetsvoorstel bij de Staten-Generaal.

  2. Commissie benoemen door de minister om het wetsvoorstel voor te bereiden

  3. Om na te gaan hoe de kamer over het onderwerp denkt stuurt men meestal eerst een conceptwetsvoorstel of een nota over de voorgenomen wetgeving naar de Tweede Kamer.

  4. Het wetsvoorstel vervolgens wordt ingediend bij de ministerraad.

  5. De met het voorstel de betrokken minister verzoekt machtiging te vragen aan de Koning om het wetsvoorstel aanhangig te maken bij de Raad van State, zodat deze een advies kan uitbrengen.

  6. Advies van de RvS wordt aan de koning gezonden, die het om bericht en raad naar de minister stuurt.

  7. De minister zal dan wijzigingen aanbrengen in het wetsvoorstel en het voorzien van een memorie van toelichting opsturen naar de Koning.

  8. De Koning stuurt deze dan door naar de Tweede Kamer.

  9. Het wetsvoorstel wordt onderzocht door een commissie die verslag uitbrengt van dat onderzoek aan de betrokken minister en de Tweede Kamer. De commissie kan dan besluiten tot een wetgevingsoverleg, een openbare hoorzitting houden of een rondetafelgesprek beleggen.

  10. Dan volgt de openbare behandeling in de plenaire kamer waarbij de leden van de Tweede Kamer amendementen kunnen inbrengen die (wanneer ze aangenomen worden) het wetsvoorstel wijzigen.

  11. De behandeling in de Eerste Kamer is gelijk aan die van de Tweede Kamer maar is vaak minder gedetailleerd. De Eerste Kamer kan een wetsvoorstel alleen aanvaarden of verwerpen.

  12. Ten slotte dient de wet bekendgemaakt of afgekondigd te worden.

  • Twee methoden om wetgeving op te dragen aan andere instanties dan de formele wetgever:

  1. Algemene decentralisatie (algemene regelingsbevoegdheid geven aan organen van een lager lichaam).

  2. Specifieke decentralisatie (vindt plaats op specifiek in de wet aangegeven gebieden).

  • Delegatie, attributie, mandaat

    • Delegatie is het opdragen van uitwerking van regelingen aan een ander orgaan.

    • Algemene decentralisatie wordt ook wel attributie genoemd.

    • Bij een mandaat treedt de gemandateerde op in naam en onder verantwoordelijkheid van degene die een taak heeft gemandateerd, de mandaatgever.

Hoe wordt de Grondwet herzien? BulletPoints 9

  • Grondwetsherzieningsprocedure:

  1. Art. 137 lid 1 Grondwet: bij een grondwetsherziening verklaart de wet dat een verandering in de Grondwet in overweging zal worden genomen. Dit is de eerste lezing.

  2. Als een voorstel tot herziening van de Grondwet in eerste lezing de status van wet verkrijgt en is bekendgemaakt, moet de Tweede Kamer worden ontbonden (art. 137 lid 3 Grondwet).

  3. Na ontbinding van de Tweede Kamer volgt de tweede lezing in de Staten-Generaal. In de tweede lezing wordt over het voorstel een beslissing genomen door de kamers, samen met de regering.

  4. Men kan toch nog bepaalde veranderingen aanbrengen, indien noodzakelijk. Dit kan door middel van het splitsingsrecht, of door middel van toepassing van art. 138 Grondwet.

  5. Op de verdere afhandeling van het wetsvoorstel zijn de bepalingen van de eerste paragraaf van het vijfde hoofdstuk van toepassing.

  • Een grondwetswijziging vindt plaats, indien “feitelijke verhoudingen en levensbeschouwelijke visies in de samenleving veranderen”.

Hoe is de bestuurlijke macht geregeld in Nederland? BulletPoints 10

  • Bestuur: uitvoering Grondwet en andere wetten.

  • Parlement: controleren van beleid, d.m.v. stellen van vragen, enquête en behandelen van rijksbegroting.

  • Decentralisatie: wet draagt taak op aan bestuursorganen van provincies of gemeenten.

  • Deconcentratie: wet draagt bestuurstaak op aan ambtenaar in plaats van aan een orgaan van een zelfstandig opererend lichaam.

  • Medebewind: decentralisatie vindt plaats op grond van speciale wettelijke bepaling die beperkte taak opdraagt aan provincie of gemeente.

  • Autonomie: decentralisatie is te vinden in grondwetsregel van meer algemene strekking.

  • Decentralisatie:

    • territoriaal: decentralisatie naar provincies en gemeenten

    • functioneel: decentralisatie naar de lichamen van bedrijfsorganisaties.

    • Waterschappen zijn hierin een mengvorm.

  • Wob legt informatieverplichting op aan:

    • ministers

    • bestuursorganen van provincies

    • gemeenten

    • waterschappen

    • publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties

    • bestuursorganen die onder verantwoordelijkheid van genoemde organen werkzaam zijn.

  • Twee manieren van parlementaire goedkeuring:

  1. Door aan beide kamers van de Staten-Generaal stilzwijgende goedkeuring te vragen

  2. Door indiening van een wetsvoorstel ter uitdrukkelijke goedkeuring van het verdrag.

  • Gevallen waarin goedkeuring van verdrag niet nodig is:

    • bij verdrag waarvoor dit bij wet is bepaald

    • bij een uitvoeringsverdrag

    • bij een verdrag dat geen belangrijke financiële verplichtingen oplegt aan het Koninkrijk en voor maximaal een jaar is gesloten

    • bij een geheim of vertrouwelijk verdrag

    • bij een verdrag betreffende de verlening van een aflopend verdrag

    • bij een verdrag tot wijziging van een bijlage bij een goedgekeurd verdrag.

  • Uitzonderingstoestanden in tijden van oorlog of zeer ernstige binnenlandse spanningen:

    • beperkte noodtoestand

    • algemene noodtoestand.

Wat is er geregeld omtrent de financiën, het buitenlands beleid en de defensie? BulletPoints 11

  • Taken Minister van Financiën:

    • toezicht houden op de uitvoering van de begrotingen (art. 39)

    • toezicht houden op de financiële administraties van de ministeries (art. 41)

    • stelt daartoe regels vast (art. 37, 38)

    • biedt 1 juni van ieder jaar aan de Staten-Generaal de voorjaarsnota aan

    • meldt in de Miljoenennota de noodzakelijk geachte wijzigingen

    • brengt op 1 december van ieder jaar de najaarsnota uit.

  • Dualistische leer: internationale en nationale rechtsorde zijn gescheiden

  • Monistische leer: internationale en nationale rechtsorde worden als één geheel beschouwd.

  • Functie van de Wet BBBG (Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag):

    • géén betrekking op de uitoefening van een militaire taak, maar

    • verleent aan burgerlijke autoriteiten buitengewone bevoegdheden met betrekking tot de handhaving van de openbare orde en veiligheid.

    • Alle activiteit wordt dan aan de militaire taak ondergeschikt gemaakt.

Hoe is de rechterlijke macht geregeld in Nederland? BulletPoints 12

  • Verdeling rechtspraak:

    • strafrechtspraak: vervolging van strafbare feiten

    • burgerlijke rechtspraak: geschillen over burgerlijke rechten en schuldvorderingen

    • bestuursrechtspraak: oordelen over geschillen die niet uit burgerlijke rechtsbetrekkingen zijn ontstaan.

  • Wet op de RO: organisatie van de rechterlijke macht

  • Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren: rechtspositie van rechtelijke ambtenaren

  • Toetsingsverbod: art. 120 GW (rechter mag wetten en verdragen niet toetsen aan de Grondwet).

  • Uitzondering toetsingsverbod: een rechter kan een formele, door regering en Staten-Generaal samen gemaakte wetsbepaling buiten toepassing aten, omdat de toepassing ervan strijdig zou zijn met een ieder verbindende vedragsbepaling of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie.

  • Controle op rechterlijke uitspraken door middel van:

    • rechter moet in het openbaar vonnis wijzen en ieder vonnis moet gemotiveerd zijn

    • rechterlijke uitspraken moeten openbaar zijn

    • de gehele rechterlijke procedure moet in beginsel openbaar zijn.

Hoe is de rechtsbescherming tegen de overheid geregeld? BulletPoints 13

  • Belangrijkste algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb):

    • verbod van détournement de pouvoir (overheid mag bevoegdheid niet gebruiken voor ander doel dan waarvoor de bevoegdheid gegeven is)

    • verbod van willekeur

    • zorgvuldigheidsbeginsel

    • motiveringsbeginsel

    • rechtszekerheidsbeginsel

    • gelijkheidsbeginsel

    • beginsel van “fair play”

  • Bestuursrechtspraak in twee instanties:

    • rechtbank (algemene bestuursrechter

    • hoger beroep (ABRvS, CRvB of CBb).

  • Drie stadia beroepszaak:

  1. bezwaarschriftprocedure

  2. beroep bij rechtbank

  3. hoger beroep

  • Uitzonderingen op eis van bezwaar maken:

    • wanneer het besluit op bezwaar in administratief beroep is genomen

    • wanneer het besluit aan goedkeuring is onderworpen

    • wanneer het besluit of de goedkeuring van een ander besluit de weigering van die goedkeuring inhoudt

    • wanneer het besluit is voorbereid met toepassing van afd. 3:4 Awb.

  • Doelstellingen bezwaarschriftprocedure:

    • heroverweging van het besluit op grond van het bezwaarschrift verbetert de kwaliteit van het bestuur

    • de verplichte heroverweging is dienstbaar aan de rechtsbescherming van de burger

    • de bezwaarschriftprocedure zal het aantal beroepen op de administratieve rechter verminderen, omdat de heroverweging ertoe kan leiden dat de belanghebbende of tevreden wordt gesteld of van zijn ongelijk overtuigd raakt.

  • Mogelijkheden bij gegrondverklaring van het beroep:

    • rechtbank kan bestuursorgaan opdragen een nieuw besluit te nemen

    • een andere handeling te verrichten

    • haar uitspraak in de plaats van het (gedeeltelijk) vernietigde besluit laten treden

    • termijn stellen

    • dwangsom opleggen

    • veroordelen tot schadevergoeding

    • partij veroordelen in proceskosten van andere partij

  • Op welke terreinen is er toch nog een taak voor burgerlijke rechter weggelegd?

    • schadevergoeding

    • besluiten die zijn uitgezonderd in de Awb

    • feitelijk handelen van bestuursorganen

    • onrechtmatige rechtspraak

    • verdragssluiting

Wat is de rol van grondrechten en welke worden er onderscheiden? BulletPoints 14

  • Grondrechten:

    • klassiek: gericht op fundamentele aanspraken van de burger op overheidsonthouding op die terreinen waar de mens een zekere vrijheid behoeft

    • sociaal: taakstellingen van de overheid

    • gelijkheidsrechten: verlenen burgers aanspraken op overheidshandelen op die gebieden waar het handelen bijdraagt tot een menswaardig bestaan

  • Internationale regelingen grondrechten:

    • EVRM

    • ESH

    • IVBPR (klassieke grondrechten)

    • IVESCR (sociale grondrechten)

    • VN conventie inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie

    • VN verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen

    • VN verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandelingen of bestraffingen

    • VN verdrag inzake de rechten van het kind.

  • Werking van grondrechten:

    • horizontaal: grondrechten hebben werking tussen burgers onderling

    • verticaal: grondrechten hebben werking tussen overheid en burgers

  • Conflicterende grondrechten:

    • sociaal in conflict met klassiek grondrecht: beroep op klassieke grondrecht gaat voor

    • twee sociale of twee klassieke grondrechten: afweging van belangen zal moeten plaatsvinden.

Wat houdt decentralisatie in? BulletPoints 15

  • Toezicht bij decentralisatie:

    • preventief toezicht: de wet eist goedkeuring voor bepaalde daden van lagere lichamen door een orgaan van een hoger lichaam

    • repressief toezicht: de mogelijkheid van vernietiging van bepaalde besluiten van lagere lichamen door organen van hogere lichamen bestaat wegens strijdigheid van die besluiten met het recht of het algemeen belang

  • Beperkingen op het goedkeuringsrecht:

    • goedkeuring mag niet worden gebruikt om mee te gaan wetgeven of besturen

    • gedeelte goedkeuring is strijdig met het karakter ervan

  • Vernietiging van een besluit wegens strijd met het recht is mogelijk:

    • in geval van strijd met de formele wet

    • strijd met hogere regelingen

    • niet zijnde wet in formele zin

    • niet in de wet opgenomen algemene beginselen van behoorlijk bestuur

    • algemene rechtsbeginselen

  • Financiën komen grotendeels uit opbrengst van rijksbelastingen die overheid uitkeert aan

    • provincies (Provinciefonds)

    • gemeenten (Gemeentefonds)

    • bijdrage van burger naar de algemene maatstaven van de rijksbelastingen in de kosten van de gezamenlijke provincies en gemeenten.

Welke rol vervullen de provincie, gemeente en waterschap? BulletPoints 16

  • Bevoegdheden provinciale bestuur:

    • instellen van Statencommissies die besluitvorming van PS kunnen voorbereiden en met GS of de commissaris kunnen overleggen.

    • instellen van bestuurscommissies en daaraan eigen bevoegdheden overdragen.

    • instellen van adviescommissies.

  • Taken van de commissaris van de Koning:

    • coördinerende taak

    • bevorderen van de samenwerking met andere provincies en andere overheden

    • bewaken kwaliteit van procedures

    • jaarlijks uitbrengen van burgerjaarverslag

    • bevordering van goede behartiging van de provinciale aangelegenheden

    • vertegenwoordiging van de provincie in en buiten rechte

    • informeren over de uitkomsten van de collegeonderhandelingen

    • mening over ontwerp collegeprogramma kenbaar maken

  • Organen gemeente

    • gemeenteraad

    • college van burgemeester en wethouders

    • burgemeester

  • Drie soorten commissies in gemeente:

    • raadscommissies (voorbereiden van besluitvorming van de raad en overleg met college van B&W)

    • bestuurscommissies (bevoegdheden uitoefenen die door de raad, het college van B&W of burgemeester zijn gedelegeerd)

    • adviescommissies.

Welke structuur heeft het Koninkrijk? BulletPoints 17

  • Koninkrijk der Nederlanden:

    • Nederland

    • Nederlandse Antillen

    • Aruba

  • Statuut: geldt voor hele Koninkrijk der Nederlanden

  • Grondwet: geldt alleen voor Nederland

Vertegenwoordiging Koninkrijk

  • Aruba & Nederland: Koning is vertegenwoordigd door gouverneur waarvan de bevoegdheden in een rijkswet geregeld worden.

  • 1 oktober 2010: wijziging Statuut

    • Nederlandse Antillen opgeheven

    • Curaçao en Sint Maarten hebben status van land gekregen

    • BES-eilanden hebben staatsrechtelijke positie binnen het Nederlandse staatsbestel die vergelijkbaar is met de Nederlandse gemeenten.

Wat is de rol van de Europese Unie? BulletPoints 18

  • Ontstaan van de Europese Unie uit:

    • - Europese gemeenschap voor kolen en staal (EGKS)

    • - Verdrag tot oprichting van de Europese gemeenschap voor atoomenergie (Euratom)

    • - Verdrag tot oprichting van de Europese economische gemeenschap (Verdrag van Rome)

  • Instellingen van de EU:
    • Europese Raad

      • Bestaat uit staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten en voorzitter van Commissie

      • Komt minimaal 2 keer per jaar bijeen

      • Geeft impulsen voor ontwikkeling van Unie en stelt algemene politieke beleidslijnen vast

      • Neemt belangrijke regelgevende besluiten op voorstel van de Commissie

    • Commissie

      • Worden per vijf jaar benoemd

      • Is verantwoording schuldig aan Europees Parlement

    • Parlement

      • Betrokken bij nemen van regelgevende besluiten

  • Verdeling van Europees recht in:

    • primair recht: in verdragen neergelegd

    • secundair recht: door instelling gevormd, op grond van verdragen

  • Secundair recht onderscheiden in:

    • verordening: algemene strekking, verbindend en rechtstreeks toepasselijk in iedere lidstaat

    • richtlijn: verbindend tav het te bereiken resultaat voor iedere lidstaat waarvoor zij bestemd is, maar aan nationale instanties wordt vorm en middelen overgelaten

    • beschikking: verbindend in al haar onderdelen voor degenen tot wie zij uitdrukkelijk is gericht

  • Hof van Justitie:

    • Hof van Justitie : voornamelijk het beantwoorden van prejudiciële vragen van rechterlijke instanties van lidstaten

    • Gerecht van Eerste Aanleg (in eigenlijke zin en rechterlijke kamers)

    • Rechterlijke kamers: zijn in feite afzonderlijke gerechten en doen met betrekking tot bepaalde categorieën beroepen in specifieke aangelegenheden uitspraak.

  • Prejudiciële vragen zijn vragen van rechters aan hogere rechters over hoe zij een bepaalde rechtsregel moeten uitleggen of interpreteren.

  • Vijf vrijheden in het Europese recht verankerd:
  1. vrij verkeer van goederen

  2. vrij verkeer van werknemers

  3. vrij verkeer van diensten

  4. vrij verkeer van kapitaal

  5. vrijheid van vestiging voor ondernemingen en personen

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.