Oefententamen bij artikelen 2018/2019: Methoden en Technieken van de Rechtswetenschap - Universiteit Leiden


Oefenvragen bij The Ethics of Belief van Clifford - Artikel

Vraag 1

In welke gevallen hebben we volgens Clifford de plicht ons geloof in verhouding te laten zijn tot het bewijs?

  1. In de meeste gevallen
  2. In alle gevallen
  3. Wanneer er mensenlevens op het spel staan
  4. Deze plicht hebben we volgens Clifford niet

Vraag 2

Wanneer er een oprecht geloof bestaat welk tot een handeling leidt, is de houder van dat geloof volgens Clifford nog steeds schuldig wanneer:

  1. Het geloof op onjuiste gronden gebaseerd was
  2. De actie zelf fout was
  3. Er geen schade plaats heeft gevonden als gevolg van de actie
  4. Het in de praktijk toch fout gaat

Vraag 3

Volgens Clifford is het verwerven van geloof op basis van onvoldoende bewijs:

  1. Alleen te rechtvaardigen door externe invloeden
  2. Vooringenomen
  3. Een perceptuele fout
  4. Fout

Vraag 4

Wat stellen Milton en Coleridge over geloof en waarheid?

Vraag 5

Wat is het gewicht van autoriteit?

Antwoordindicatie

Vraag 1

B

Vraag 2

A

Vraag 3

D

Vraag 4

Milton en Coleridge zijn beide dat geloof zondig of onjuist is als het blindelings gevolgd wordt. Men moet de waarheid zoeken.

Vraag 5

Men zou zich moeten laten leiden door deze regel: de gezamenlijke getuigenis van onze naasten moet voldoen aan dezelfde eisen als de getuigenis van een van hen. Kortom er is geen reden om iets te geloven omdat iedereen dat zegt, tenzij er een gegronde reden is om aan te nemen dat ten minste een persoon de waarheid kent, en deze spreekt voor zover hij die kent.

Oefenvragen bij Rethinking the Law School van Stolker

Vraag 1

Wat was lange tijd de dominante visie van wetenschap op het recht?

Vraag 2

Wat maakt de rechtsleer kwetsbaar?

Vraag 3

Welke overlap bestaat er tussen juridisch onderzoek en de juridische praktijk?

Vraag 4

Welke drie benaderingen van de rechtsleer onderscheidt de auteur?

Vraag 5

De rechtsleer heeft een ietwat dubbelzinnige identiteit. Op welke wijzen kan het recht worden versterkt tot een academische discipline?

Antwoordindicatie

Vraag 1

Er werd lange tijd gezegd dat universele wetten en theorieën kunnen worden gegeneraliseerd, getest en voorspeld, maar dit is niet meer het geval.

Vraag 2

Rechtsgeleerden moeten in staat zijn om ethische, culturele en gedragsmatige aspecten en dilemma's te herkennen. Rechtsleer is een evenwichtsoefening, ongeëvenaard door elke andere discipline in de universiteit.

Vraag 3

De meeste juridische theorie boeken die zijn voorgeschreven voor de studenten, zijn een perspectief van rechters (jurisprudentie). Maar weinig wetenschappelijk onderzoek komt echter aan bod in deze boeken.

Vraag 4

Er kan onderscheid worden gemaakt tussen:

  • analytisch onderzoek
  • multidisciplinair onderzoek
  • normatief onderzoek.

Vraag 5

  • We moeten dealen met normativiteit. Normatief staat niet gelijk aan subjectief. Normatieve uitspraken moeten geverifieerd en bediscussieerd kunnen worden, zodat ze naar een meer objectief en verifieerbaar (en dus academischer) niveau worden gebracht.
  • Rechtsleer moet ernaar streven om innovatief te zijn

Oefenvragen bij Positivism and the separation of law and morals van Hart

Vraag 1

Waar drongen de utilitaristen als Bentham en Austin op aan?

Vraag 2

Welke dingen kunnen worden onderscheiden die de utilitaristen niet wilden onderscheiden?

Vraag 3

Wie was een van de eerste juristen die brak met de traditie van Austin?

Vraag 4

Waarvan is ‘behoren’ volgens Hart slechts een weerspiegeling van?

Vraag 5

Wat stelde Radbruch?

Vraag 6

Wat is ‘The natural law’?

Vraag 7

Hoe beantwoordt Hart de vraag of het proefschrift kan worden toegepast op rechtsstelsels?

Vraag 8

Wat voor varianten bestaan er op de morele theorie?

Antwoordindicatie

Vraag 1

De Utilitaristen, zoals Bentham en Austin, drongen voortdurend aan op de noodzaak om onderscheid te maken, tussen de wet zoals het is en de wet zoals het zou moeten zijn.

Vraag 2

Ten eerste hebben ze nooit ontkend dat de ontwikkeling van de rechtsstelsels sterk was beïnvloed door morele mening, en omgekeerd, dat de morele normen diep door de wet is beïnvloed, zodat de inhoud van een groot aantal juridische regels vele morele regels of principes weerspiegelde. Ten tweede ontkenden noch Bentham noch zijn volgelingen dat door expliciete wettelijke bepalingen morele principes op verschillende punten in een juridisch systeem zouden kunnen worden gebracht, of dat de rechter wettelijk zou kunnen worden verplicht om in overeenstemming met wat ze dachten te beslissen.

Vraag 3

Salmond. Hij klaagde erover dat de analyse in termen van opdrachten de notie van een recht verliet.

Vraag 4

Het woord "behoren" is slechts een weerspiegeling van de aanwezigheid van een norm van kritiek. Een van deze normen is een morele standaard, maar niet alle normen zijn moreel. Intelligente beslissingen die we verzetten tegen mechanische of formele besluiten zijn niet noodzakelijk identiek met beslissingen die verdedigbaar zijn op morele gronden.

Vraag 5

Radbruch stelde dat de weerstand tegen de wet een zaak was voor de persoonlijk geweten, wat door het individu moest worden gezien als een moreel probleem. De geldigheid van een wet kon niet worden weerlegd door aan te tonen dat zijn eisen waren moreel kwaad, of zelfs door te laten zien dat het effect van naleving van de wet meer kwaad dan het effect van ongehoorzaamheid zou brengen.

Vraag 6

The Natural Law positie: de doctrine dat de fundamentele beginselen van het humanitaire moraal onderdeel waren van het concept van legaliteit en dat er geen positieve vaststelling of statuten waren, hoewel duidelijk tot uitdrukking werd gebracht dat in overeenstemming met de formele criteria van geldigheid van een bepaald rechtsstelsel, in strijd kan zijn met fundamentele beginselen van de moraal.

Vraag 7

Hart lijkt enkele concessies te maken naar Fuller, de natuurlijke wet theoreticus, en hij verdedigt een minimale inhoud theorie van de natuurlijke wet.

Vraag 8

Er zijn veel hedendaagse varianten van morele theorie. Gemeenschappelijk voor al deze varianten is het aandringen van de beslissingen voor wat gedaan moet worden, omdat ze "non-cognitieve" elementen bevatten.

Oefenvragen bij Of the constitution of England van Montesquieu

Vraag 1

In zijn werk The Spirit of the Laws legt Montesquieu uit dat de beste manier om vrijheid te waarborgen:

  1. bestaat uit het verdelen van de macht over verschillende takken van de regering
  2. bestaat uit het behouden van een ferme scheiding tussen kerk en staat
  3. bestaat uit het waarborgen van de vrijheid van geloof
  4. bestaat uit het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting

Vraag 2

Wat maakt de scheiding der machten volgens Montesquieu mogelijk?

Vraag 3

Wat kunnen we volgens Montesquieu voorkomen door gebruik te maken van een scheiding der machten?

Antwoordindicatie

Vraag 1

A

Vraag 2

Burgerlijke vrijheid

Vraag 3

Tirannie

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.
Promotions
Image

Op zoek naar een uitdagende job die past bij je studie? Word studentmanager bij JoHo !

Werkzaamheden: o.a.

  • Het werven, aansturen en contact onderhouden met auteurs, studie-assistenten en het lokale studentennetwerk.
  • Het helpen bij samenstellen van de studiematerialen
  • PR & communicatie werkzaamheden

Interesse? Reageer of informeer