Artikel: Sociale sport- en bewegingspsychologie


Tegenwoordig weten we dat regelmatige lichaamsbeweging ons mentale, fysieke, cognitieve en gezondheidsvoordelen oplevert. De meeste fysiologische systemen worden geholpen door regelmatig te bewegen en lichaamsbeweging helpt ook met het beschermen tegen chronische ziektes (kanker, diabetes, obesitas en hart- en vaatziekten). Het bouwt spieren op en versterkt te botten. Het helpt de oude mensen om hun balans te behouden en dit verlaagt hun risico op vallen. Dat is belangrijk, want vallen leidt redelijk vaak tot dood of invaliditeit onder mensen van 65 jaar of ouder. Lichaamsbeweging reduceert ook depressie en angst en het is een buffer tergen stress. Regelmatig bewegen zorgt voor het behoud van je hersenintegriteit en het verbetert het cognitief functioneren door je leven heen. Fysieke inactiviteit is een belangrijke oorzaak van gezondheidsproblemen in westerse landen. De mate van sedentair gedrag (lezen, gamen, surfen op het internet) per dag, voorspelt slechte gezondheid. Dit is onafhankelijk van hoeveel fysieke activiteiten je wel doet. Vanwege deze bevindingen hebben veel overheden over de wereld campagnes ontwikkeld om lichamelijke activiteit te promoten.

De hoofdvraag in sport psychologie is om te begrijpen welke factoren sport en lichaamsbeweging psychologie voorspellen en om deze informatie te gebruiken om interventies te ontwikkelen die de fysieke activiteit van mensen vergroten en behouden. Sport psychologie probeert daarnaast te begrijpen hoe sport prestaties vergroot kunnen worden. Ook probeert het te achterhalen hoe mensen bepaalde attitudes, motivaties en overtuigingen ontwikkelen over sport participatie.

Het uitleggen en promoten van lichaamsbeweging

Sociaal psychologische theorieën helpen uit te leggen waarom mensen niet zo actief zijn als ze kunnen zijn en wat er gedaan moet worden om deze mensen actiever te maken. Er kunnen theorieën gebruikt worden om interventie strategieën te ontwerpen en om deze interventies te evalueren. Intervention mapping is een raamwerk voor plannen, implementeren en evalueren van gedrag. Interventie mapping houdt zich bezig met:

  1. Het probleem diagnosticeren en het identificeren van welk gedrag het probleem veroorzaakt

  2. Het onderzoeken van welke theorie het gedrag kan verklaren

  3. Het ontwikkelen van interventies die gericht zijn op antecedenten van het gedrag

  4. Het evalueren van het interventie proces

Het zelf

Percepties over het uiterlijk kunnen de mate van fysieke activiteit of lichaamsbeweging van kinderen beïnvloeden. Volgens een onderzoek wordt de fysieke zelf-waarde bepaald door vier subcomponenten: lichamelijke aantrekkelijkheid, fysieke kracht, fysieke conditie en sport competentie. De sterkste voorspeller van globale zelfwaarde in kinderen is de perceptie van het fysieke zelf. Dit betekent dus dat kinderen wel of juist geen actieve sporters kunnen worden door zelf-preservatie redenen. Kinderen kunnen zich druk maken om de impressie die ze maken terwijl ze aan het sporten zijn. Hele dikke of hele dunnen kinderen willen misschien niet gezien worden terwijl ze aan het joggen zijn, in hun badkleding zijn of rond huppelen tijdens gymlessen. Kinderen kunnen zich druk maken om beoordeeld te worden door anderen. Het is daarom belangrijk om naar de bezorgdheid over de zelfpresentatie te kijken wanneer je een interventie wil promoten.

Het verhogen van de sport prestatie

Bewegingsonderzoek kijkt hoe men meer gemotiveerd kan worden om te sporten en hoe dit behouden kan worden. Sport psychologie heeft daarentegen meer te maken met gemotiveerde mensen. Onderzoek in de sport psychologie probeert om prestatie verbetering te begrijpen en helpt atleten optimaal te presteren. In het volgende stuk worden de sociaal psychologische constructen die belangrijk zijn voor het begrijpen en verbeteren van sport prestaties van individuen, groepen en teams besproken.

Het teamdynamiek

De meeste sporten zijn gebaseerd op teams, ook al lijkt dat in eerste instantie niet zo te zijn. Neem golf als voorbeeld. Golf wordt gezien als een individuele sport. Er zijn echter veel mensen betrokken bij de prestaties van een professionele golfer. Je hebt een caddy, een swing coach, een sport psycholoog en een fysiotherapeut. Daarnaast spelen sociale en omgevingsfactoren (familie) een rol bij het succes van een atleet. Sport vraagt om complexe interacties tussen teamgenoten en het ondersteunend personeel. Het wordt daarom aanbevolen om teamwerk te ontwikkelen. Dit zal elk individu helpen om zijn/haar ware potentieel te bereiken. Onderzoek toont aan dat teamwerk in het algemeen tot hogere productiviteit en efficiëntie in sport leidt.

Sport psychologie neemt theorieën van basis sociaal psychologische raamwerken aan. Teamwerk is essentieel voor een hoge prestatie van een team. Groepen ontwikkelen zich continue en zijn niet statisch. Op sommige momenten zal een groep in harmonie zijn en goed presteren, terwijl de groepsleden op andere moment met elkaar in conflict liggen en op die manier de prestaties van de groep verminderen. Groep cohesie is een belangrijke factor voor het begrijpen van prestaties in teams. Het conceptuele model van cohesie wordt vaak gebruikt om teams te bestuderen. Volgens het model hangt cohesie af van twee dimensies: groepsintegratie vs. persoonlijke aantrekking en sociale vs. taak aspecten. Groepsintegratie gaat over de hechtheid binnen een groep, terwijl individuele aantrekking tot de groep gaat over de individuele motivatie en perceptie van aantrekkelijkheid van de groep. Deze twee dimensies hebben sociale (ontwikkelen en behouden van sociale relaties) en taak (groepsdoelen bereiken) aspecten. Deze zijn onafhankelijk van elkaar. Een atleet kan betrokken blijven bij een team vanwege de sociale aspecten, de teamdoelen of beide dingen.

Wat is de relatie tussen atletische prestatie en cohesie? Onderzoek heeft een sterk positief cohesie-prestatie relatie (r=.65) gevonden. Dit was het geval voor zowel taak als sociale cohesie. Geslacht was een moderator en vrouwelijke teams laten een hogere associatie zien tussen cohesie en prestatie in vergelijking met mannelijke sport teams. Het is echter onduidelijk wat de richting van deze relatie is, omdat de studies correlationeel van aard waren. Is een team met meer cohesie ook meer succesvol of gaan succesvolle teams meer cohesie bevatten? Een onderzoek liet zien dat de correlatie tussen prestaties aan het begin van het seizoen en cohesie later in het seizoen sterker was dan de correlatie tussen vroege cohesie en latere prestatie. Het lijkt erop dat winnen eerder in cohesie resulteert dan andersom. Het is echter wel lastig om een definitief antwoord te vinden. Succes is lastig om te definiëren. Waarschijnlijk is de relatie tussen succes en cohesie bi-directioneel.

Cohesie is belangrijk in teams en het is voor sport psychologen daarom belangrijk om te weten welke factoren cohesie in een groep voorspellen. Enkele antecedenten die groep cohesie versterken zijn:

  • Team factoren: de stabiliteit van een team is gerelateerd aan cohesie. Het is moeilijk om cohesie te ontwikkelen als teamgenoten vaak afwezig zijn of vaak vervangen worden. In professionele sporten komt het vaak voor dat spelers thuis rehabiliteren (niet bij het team). Dit kan de cohesie slechter maken. echter, spelers uit teams met een hoge cohesie zullen eerder bij het team blijven dan spelers uit een team met een lage cohesie. Dit zal de stabiliteit van het team versterken. Samenwerking is ook belangrijk voor team cohesie. A cohesief team werkt samen en blijft bij elkaar. Normen en regels over de tijd, communicatie en kledingvoorschriften kunnen de cohesie beïnvloeden door de ontwikkeling van een team identiteit.

  • Omgevingsfactoren: de grootte van de groep en de individuele contracten binnen groepen zijn belangrijk voor groep cohesie. Groep cohesie wordt kleiner wanneer de grootte van het team toeneemt. Dat komt doordat het moeilijker is om team activiteiten te coördineren en effectief te communiceren in grotere groepen. Contractuele verantwoordelijkheden hebben ook een invloed op de cohesie. Sommige spelers kunnen ontevreden zijn met hun contract en willen daarom naar een ander team. Dit zal de groepscohesie verminderen.

  • Individuele factoren: individuele cognities en gedragingen hebben een invloed op team cohesie. Opofferingsgedrag zal de cohesie in een team ten goede komen, terwijl zelf-handicap en sociaal meeliften de cohesie zullen verminderen.

  • Leiderschapsfactoren: de manier waarop een team wordt gecoacht, en met name hoe spelers hun relatie met de coach zien, heeft een invloed op team cohesie. Cohesie zal goed zijn wanneer atleten hun coaches als betrokken en nabij zien en ook als er reciprocale relaties bestaan tussen spelers en coaches. Coaches die democratischer zijn, hebben teams die meer cohesie hebben.

Het maken van succesvolle teams

Er zijn verschillende team building strategieën voorgesteld om meer cohesieve sport teams te maken. De meeste strategieën zijn erop gericht om de individuele verantwoordelijkheid binnen een team te vergroten. Team building kan onder andere ontwikkeld worden door:

  • Leden moeten zich aansprakelijk voelen: atleten moeten voelen dat ze lid zijn van een team. Ze moeten betrokken worden bij de beslissingen die genomen moeten worden. Op die manier zullen ze betrokken zijn bij het team.

  • Het verbeteren van collectieve efficacy: wanneer de atleten een gevoel hebben van collectieve competentie, dan zullen ze geloven dat het team succesvol zal zijn.

  • Rol acceptatie: elke speler moet het idee hebben dat hij/zij een unieke rol in het succes van een team heeft en deze rol accepteren. Dit geldt ook voor de spelers die op de bank zitten.

  • Team oefeningen die de coöperatie vergroten

  • Het vermeiden van clique vorming: coaches kunnen cliques vormen door spelers voor te trekken of bepaalde spelers het bokje te laten zijn. Cliques verhinderen het bereiken van teamdoelen en ze zullen de prestaties niet ten goede komen.

  • Verwacht conflict: het uitblijven van conflicten kan er op duiden dat de teamleden niet geïnteresseerd zijn in de groepsdoelen. Hierdoor zal het team slechter presteren dan het eigenlijk kan. Een gezonde mate van conflict zal de groepscohesie ten goede komen en groepsdenken zal vermeden worden.

  • Persoonlijke informatie: coaches zouden enkele persoonlijke aspecten over het leven van de atleten moeten leren kennen. Atleten zullen dit waarderen en hierdoor beter met de coaches werken.

De beste individuen in een team

De beste individuele sporters samen betekent niet automatisch dat je een succesvol team hebt. Een verklaring voor de slechte prestaties van getalenteerde teams is een verkeerde coördinatie of verminderde motivatie. Dit wordt het Ringleman effect genoemd. Ringleman had gevonden dat groepen die toenamen in grootte leden had die steeds minder goede prestaties lieten zien. Atleten in een team laten niet altijd zien wat ze daadwerkelijk kunnen. Dit is vooral het geval op momenten waarop de inspanningen van individuen minder goed te zien zijn (in grotere teams dus).

Er zijn verschillende redenen voorgesteld die proberen te verklaren waarom individuen meeliften. Een van die dingen is het minder goed zichtbaar zijn van individuele prestaties. Dit kan de motivatie reduceren en er voor zorgen dat atleten minder hard werken. Volgens het Collective Effort Model, zal het werken aan een taak in een groep resulteren in minder individuele motivatie omdat het de verwachtingen van de individuen over het bijdragen aan het behalen van de groepsdoelen verzwakt. Sommige atleten zullen dus alleen helpen als ze denken dat hun hulp een bijdrage kan leveren aan het behalen van de groepsdoelen. Sociaal meeliften is onafhankelijk van cultuur, de aard van de groep of he geslacht. De volgende strategieën kunnen gebruikt worden om sociaal meeliften te reduceren:

  • Het monitoren van individuele prestaties

  • De taken persoonlijk betrokken maken: elk atleet moet voelen dat zijn/haar bijdrage belangrijk is voor het succes van het team

  • Het stellen van doelen

  • Posities roteren: tijd doorbrengen in een andere positie kan leden laten zien wanneer meeliften kan gebeuren

Sociale verlichting

Vrijwel alle lichamelijke oefeningsactiviteiten (gym, rehabilitatie en competitief sport) is sociaal van aard. Coaches, fitness instructeurs en fysiotherapeuten geven instructies en feedback en op die manier kunnen ze sociaal invloed uitoefenen. Toeschouwers kunnen ook sociaal invloed uitoefenen door aanwezig te zijn. De eerste experimenten in de sociale psychologie keken naar de rol van anderen op prestatie. Triplett had gevonden dat fietsers die in een groep reden beter presteerden dan wanneer ze individueel reden. Triplett stelde voor dat de aanwezigheid van anderen latente energie vrijmaakte en de inspanning verhoogde. Echter, tot 1965 waren de bevindingen over de invloed van anderen gemixt. Social facilitation theory geeft een verklaring voor de verschillende bevindingen. Deze theorie stelt dat alleen al de aanwezigheid (of de verbeelde aanwezigheid) van anderen die kijken naar je prestatie, fysieke opwinding levels verhoogd. Dit zal het uitvoeren van simpele of goed geleerde gedragingen vergemakkelijken, maar het uitvoeren van complexe, niet goed geleerde gedragingen verslechteren. Studies hebben echter laten zien dat de aanwezigheid van een publiek alleen maar een klein deel van de variantie in prestaties verklaart. Later werd deze theorie uitgebreid door er aan toe te voegen dat bezorgd zijn over het beoordeeld worden door toeschouwers een invloed heeft op de prestatie.

Een ander prestatie-effect in sport vindt plaats wanneer een atleet de vaardigheden en motivatie heeft om iets uit te voeren, maar een slechte prestatie neerzet. Dit kan gebeuren wanneer atleten zich onder druk voelen gezet om goed te presteren. Dit wordt choking genoemd. Het kan veroorzaakt worden door zelfbewustzijn (letten op het proces van de prestatie, dus het belemmeren van automatische processen). Er zijn twee tegenstrijdige verklaringen hiervoor gevonden:

  • De acclimatisatie hypothese: atleten die een predispositie hebben om zelfbewust te zijn, zullen niet beïnvloed worden door veeleisende situaties.

  • Reinvestment theory: atleten die de neiging hebben om te reinvesten (het proberen te beheersen van het eigen gedrag) zullen ook eerder choken dan atleten die niet geneigd zijn om te reinvesten. Deze theorie suggereert dat het uitvoeren van handelingen teruggaat van de automatische fase naar de cognitieve fase van motorische bewegingen leren tijdens periode met veel druk. Atleten denken te veel na over hun techniek en hierdoor zullen ze minder goed presteren. De aanwezigheid van anderen kan reinvestment induceren. Het complimenteren van de tegenstander over zijn techniek kan er voor zorgen dat de tegenstander zelfbewust wordt en gaat reinvesten (sluw).

Wedstrijd locatie

De locatie van de wedstrijd is een belangrijke factor voor het succes in een sport. Onderzoek heeft laten zien dat teams die thuis spelen een grotere kans om te winnen hebben. De locatie van een wedstrijd heeft invloed op fysiologische, psychologische en gedragsstaten van atleten en coaches. Dit zal hun prestatie vormen. Er zijn verschillende factoren die het thuisvoordeel kunnen verklaren. Een is dat een groter en hechter publiek het team dat thuis speelt ten goede komt. De atleten krijgen meer zelfvertrouwen en zullen beter presteren. Echter, het lijkt er op dat publiek meer invloed heeft op het slechter presteren van het uit-team dan op het beter presteren van het thuis-team. Wanneer het publiek protesteert (boe roepen), dan daalt de prestatie van het uit-team, terwijl de prestaties van het thuis-team alleen maar een beetje toenemen. Vijandig publiek leidt het uit-team af en inhibiteert hun prestatie. Publiek zorgt ook voor hogere arousal levels.

Er is ook een verband gevonden tussen reizen en een voordeel voor het thuis-team. Reizen kan vermoeidheid veroorzaken en de dagelijkse routines dwarsbomen. Er is niet veel onderzoek gedaan naar de psychologische of fysiologische staten van atleten die thuis of uit spelen. Waarschijnlijk is er een interactie tussen verschillende factoren. Coaches moeten proberen om de nadelen van het uit-spelen tegen te houden. Er moet dus een goed reisschema komen, zodat atleten niet moe zijn wanneer ze een wedstrijd hebben. Ook moeten ze hun dagelijkse routines behouden (eettijdens, trainingstijden en slaaptijden). Psychologische vaardigheidstraining kan atleten helpen om te gaan met de stress en angst die ze kunnen krijgen wanneer ze moeten gaan spelen in onbekende omgevingen.

Toegepaste sociale psychologie in de context

Om het gedrag van atleten goed te begrijpen, moet een onderzoeker de fysiologische responsen van een atleet kennen, maar ook hoe bepaalde bewegingen het beste uitgevoerd moeten worden en hij/zij moet ook een oefeningsprogramma opstellen die een atleet lang kan gebruiken. We weten allemaal dat regelmatig sporten belangrijk is voor de mentale en fysieke gezondheid, maar toch is de sportdeelname vrij klein. Toegepaste sociale psychologie is belangrijk om interventies te ontwikkelen die mensen fysiek actiever maken en de tijd die besteed wordt aan sedentaire activiteiten te verminderen. Toegepaste sociale psychologen moeten samen werken met bewegingsfysiologen om zo een programma te creëren dat resultaten oplevert en veel mensen trekt. Toegepaste sport psychologen kunnen ook samen werken met sport wetenschappers om atleten hun volle potentie te laten bereiken.

Bulletpoints Sociale sport- en bewegingspsychologie

  • Mensen weten dat regelmatige lichaamsbeweging ons mentale, fysieke en cognitieve voordelen oplevert. Toch zijn er veel mensen die niet doen aan sport of gauw stoppen met lichaamsbeweging. Veel overheden ontwikkelen campagnes die lichamelijke activiteit promoten. De hoofdvraag in sport psychologie is om te begrijpen welke factoren sport en lichaamsbeweging psychologie voorspellen en om deze informatie te gebruiken om interventies te ontwikkelen die de fysieke activiteit van mensen vergroten en behouden. Sport psychologie probeert daarnaast te begrijpen hoe sport prestaties vergroot kunnen worden. Ook probeert het te achterhalen hoe mensen bepaalde attitudes, motivaties en overtuigingen ontwikkelen over sport participatie. Bewegingsonderzoek kijkt hoe men meer gemotiveerd kan worden om te sporten en hoe dit behouden kan worden. Sport psychologie heeft daarentegen meer te maken met gemotiveerde mensen. Onderzoek in de sport psychologie probeert om prestatie verbetering te begrijpen en helpt atleten optimaal te presteren.

  • De meeste sporten zijn gebaseerd op teams, ook al lijkt dat in eerste instantie niet zo te zijn. Golf wordt gezien als een individuele sport. Er zijn echter veel mensen betrokken bij de prestaties van een professionele golfer (caddy, swing coach, fysiotherapeut en sport psycholoog). Daarnaast spelen sociale en omgevingsfactoren (familie) een rol bij het succes van een atleet. Sport vraagt om complexe interacties tussen teamgenoten en het ondersteunend personeel. Het wordt daarom aanbevolen om teamwerk te ontwikkelen. Groep cohesie is een belangrijke factor voor het begrijpen van prestaties in teams. Enkele dingen die groepscohesie versterken zijn: team factoren (stabiliteit van het team), omgevingsfactoren (grootte van de groep en individuele contacten binnen de groep), individuele factoren en leiderschapsfactoren. Er worden vaak teambuildingsstrategieën gebruikt om succesvolle teams te maken: leden moeten zich aansprakelijk voelen, rol acceptatie (spelers moeten het idee hebben dat ze een unieke rol in het succes van een team hebben en deze rol accepteren), het verbeteren van collectieve efficacy (dan komt er meer vertrouwen in dat het team succesvol kan zijn), team oefeningen voor het vergroten van coöperatie, het vermeiden van clique vorming en coaches moeten persoonlijke informatie kennen over het leven van de atleten (atleten voelen zich dan gewaardeerd).

  • De beste individuele sporters samen betekent niet automatisch dat je een succesvol team hebt. Een verklaring voor de slechte prestaties van getalenteerde teams is een verkeerde coördinatie of verminderde motivatie. Dit wordt het Ringleman effect genoemd. Ringleman had gevonden dat groepen die toenamen in grootte leden had die steeds minder goede prestaties lieten zien. Atleten in een team laten niet altijd zien wat ze daadwerkelijk kunnen. Dit is vooral het geval op momenten waarop de inspanningen van individuen minder goed te zien zijn (in grotere teams dus). Enkele dingen die het sociaal meeliften kunnen reduceren zijn: het monitoren van individuele prestaties, de taken persoonlijk betrokken maken, het stellen van doelen en het roteren van posities (zodat leden kunnen zien wanneer er in welke posities meeliften kan gebeuren.

Contributions

Summaries & Study Note of sanderP

Log in or Create your Free account

Why create an account?

  • Your WorldSupporter account gives you access to all functionalities of the platform
  • Once you are logged in, you can:
    • Save pages to your favorites
    • Give feedback or share contributions
    • participate in discussions
    • share your own contributions through the 11 WorldSupporter tools

Access level of this page

  • Public
  • WorldSupporters only
  • JoHo members
  • Private

Join World Supporter

Join World Supporter

to follow other supporters, see more content and use the tools
 
to see all content

Switch Font