Samenvatting The Incredible Years deel 1

Deze samenvatting is gebaseerd op het studiejaar 2013-2014.


Introductie: de omgang met het gedrag van het kind

 

Er zijn verschillende positieve manieren te noemen om met het gedrag van het kind om te gaan. Deze verschillende manieren van aanpak vormen de basis voor alle tips die in het vervolg worden genoemd. Deze basisregels worden hieronder toegelicht.

 

·         Aangeleerd gedrag

Het gedrag dat kinderen vertonen is aan en af te leren. Een belangrijke rol die ouders hierin hebben, is dat zij leren hoe zij met bepaald gedrag van het kind kunnen omgaan. Elk kind geeft namelijk bepaalde signalen af met het gedrag dat het vertoont. Ouders dienen dit gedrag op een positieve manier te hanteren.

 

·         Kinderen vragen om aandacht

Ieder kind vraagt om aandacht met het gedrag dat het vertoont. Aandacht kan echter positief of negatief zijn. Ouders kunnen op een positieve manier op het gedrag van het kind reageren door bijvoorbeeld te prijzen of belonen. Een negatieve manier van reageren is wanneer de ouder bijvoorbeeld kritiek geeft op het gedrag van het kind. In sommige gevallen maakt het kinderen niet uit of zij positieve of negatieve aandacht krijgen. Als het maar aandacht is!

 

·         Ethisch verantwoord

Het is van belang om op een ethisch verantwoorde wijze te reageren op negatief gedrag van het kind. Uit onderzoek blijkt dat het straffen van kinderen geen effect heeft. Het gewenst gedrag wordt door straffen niet gestimuleerd. In plaats hiervan kan de ouder kiezen voor een aanpak waarbij het kind leert wat de gevolgen zijn van het ongewenst gedrag. Hierdoor zal ongewenst gedrag steeds minder voorkomen.

 

·         Ieder kind is uniek

Niet elk kind is hetzelfde. Sommige kinderen zijn meer energiek dan anderen. Uit onderzoek blijkt dat 10 tot 20% van de kinderen een moeilijk temperament (hyperactief, impulsief) heeft. Het is voor ouders van belang het gedrag van het kind te begrijpen. Kinderen met een moeilijk temperament vertonen bepaald gedrag niet uit onwil. Voor een hyperactief en impulsief kind is het lastiger om een langere tijd zich op een bepaalde activiteit te richten. Ouders dienen de verwachtingen dan ook aan te passen aan het kind.

 

·         Ongewenst gedrag is normaal en negatieve etiketten

Elk kind vertoont ongewenst gedrag. Dit is een normaal onderdeel van het ontwikkelingsproces van het kind. Daarom is het van belang dit gedrag niet negatief te etiketteren. Hierdoor kan het gedrag namelijk in stand worden gehouden. Kinderen gaan door negatieve etiketten zich steeds meer gedragen naar de verwachtingen van de ouders.

 

·         Vaardigheden aanleren door oefening

Ook voor ouders is het nodig om bepaalde vaardigheden eigen te maken om met het gedrag van het kind om te gaan. Zo zijn vaardigheden als het kind belonen, luisteren, negeren en grenzen stellen belangrijk binnen de opvoeding. Deze vaardigheden worden door steeds te oefenen aangeleerd. Na veelvuldig gebruik van deze vaardigheden zullen ouders dit ook gaan automatiseren.

 

·         Ouderlijk gezag

Ouders dienen de leiding te nemen wanneer het kind ongewenst gedrag vertoont. Bepaald gedrag dient direct aangepakt te worden. Zo kan het kind door bepaald gedrag zichzelf of de ander schade toebrengen. In dat geval dient de ouder direct dit ongewenste gedrag aan te pakken. In andere gevallen is het belangrijk de leiding aan het kind te geven. Zo kan het kind zeggenschap krijgen over het eten of wat het wil aantrekken.

 

·         Ouderschap is iets positiefs

Wanneer ouders het gedrag van het kind leren begrijpen zullen zij hier ook meer grip op hebben. Ouders zullen hierdoor de verschillende vaardigheden die in het vervolg worden beschreven makkelijker toepassen. Hierdoor zullen zij ook meer genieten van het ouderschap.

 

·         Opvoedingspiramide

De opvoedingspiramide geeft manieren aan om met het gedrag van het kind  om te gaan. De onderste lagen van de piramide geven vaardigheden weer die vaak gebruikt dienen te worden binnen de opvoeding. De bovenste lagen dienen enkel te worden gebruikt wanneer het gedrag van het kind niet te hanteren is door de vaardigheden die onderin de piramide staan. De treden van de opvoedingspiramide worden hieronder beschreven.

 

De laatste laag van de piramide is het stellen van consequenties. Voorbeelden van consequenties zijn het invoeren van een time-out, het wegnemen van privileges en het doorvoeren van natuurlijke of logische gevolgen (zie hoofdstuk H). De winst voor het kind van consequenties zijn het verminderen van agressief gedrag. Consequenties dienen echter niet te vaak worden gebruikt.

Opvoedingspiramide laag 4

 

De vierde laag van de opvoedingspiramide geeft vaardigheden weer die gebruikt kunnen worden wanneer het gedrag van het kind storend is. De winst die ermee wordt gehaald voor het kind is dan ook het verminderen van storend gedrag.

Opvoedingspiramide laag 3

 

De derde laag van de piramide geeft weer dat het van belang is om grenzen te stellen en regels op te stellen waar het kind zich aan moet houden. Het houden aan regels is niet enkel van belang voor kinderen, maar ook voor de ouders. De ouders dienen het juiste voorbeeld te geven aan de kinderen door zich ook aan de regels te houden.

Opvoedingspiramide laag 2

 

De tweede laag van de opvoedingspiramide geeft manieren van aanpak weer die gewenst gedrag doen stimuleren. Daarom dienen deze vaak te worden gebruikt binnen de opvoeding. De winst van deze manieren van aanpak voor het kind is denken, motivatie en sociale vaardigheden.

Opvoedingspiramide laag 1

 

In de eerste laag staan manieren van aanpak die vaak gebruikt moeten worden binnen de opvoeding. Deze manieren van aanpak vormt de basis voor een goede relatie tussen ouder en kind. De winst voor het kind is problemen oplossen, samenwerken, zelfvertrouwen en het versterken van de vertrouwensband.

 

 

De tips die in het vervolg worden gegeven zijn gebaseerd op onderzoek van Carolyn Webster-Stratton. Bij het onderzoek zijn een groot aantal ouders en kinderen betrokken. In het vervolg wordt vaak gesproken over onderzoek. Hiermee wordt gerefereerd naar het onderzoek van Carolyn Webster-Stratton.

 

 

Hoofdstuk 1 Het spelen met kinderen

 

Het is belangrijk dat ouders  van jongs af aan spelletjes doen met hun kinderen. Het vrijmaken van tijd voor spel is essentieel in de opvoeding. Kinderen krijgen dan later minder gedragsproblemen en worden hierdoor creatiever. Bovendien stimuleren ouders door middel van spel de sociale, emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen. Om het spelen met kinderen zo effectief mogelijk te laten verlopen, kunnen ouders, leerkrachten of begeleiders rekening houden met een aantal punten. Deze tips worden hieronder benoemd met een korte toelichting.

 

·         Het kind mag het spel leiden

Een valkuil bij het spelen is om kinderen zo veel mogelijk te sturen. Om de zelfstandigheid van het kind te stimuleren is het juist beter om het kind een actieve rol te geven in het leiden van het spel. Kinderen vinden dit alleen maar leuk en hiermee zorg je er ook voor dat het kind het spel interessant vindt en zijn fantasie gebruikt!

 

·         Volg het tempo van het kind

Voor kinderen kan het verwarrend zijn als het spel in een hoog tempo wordt gespeeld. Hierdoor kunnen ze mogelijk niet hun aandacht richten op het spel. Daarom is tijdens het spel met kinderen belangrijk goed te kijken of het kind al zo ver is om verder te gaan met iets anders. Voor kinderen is het blijven oefenen erg belangrijk. Hier moeten kinderen ook de ruimte voor krijgen door hen tempo te volgen.

 

·         Let op het ontwikkelingsniveau van het kind

Het is belangrijk om rekening te houden met het ontwikkelingniveau van het kind bij het kiezen van een spel. Een spel kiezen wat ver boven het niveau van het kind ligt, kan tot gevolg hebben dat het kind hierdoor gefrustreerd raakt. Ook hier is het dus van belang het kind te volgen. Daarnaast kan een kind niet geïnteresseerd zijn in een bepaalde vorm van spel. Zo zou het kind het niet leuk kunnen vinden om een puzzel te maken. Het is dan aan te raden om het spel stap voor stap aan te bieden.

 

·         Spelen met het kind moet geen wedstrijd worden

Het is niet de bedoeling dat het spel een wedstrijd wordt van wie er gaat winnen. Voor jonge kinderen is het lastig om te begrijpen wat spelregels zijn. Pas ongeveer met zeven jaar beginnen kinderen spelregels te begrijpen. Voor kinderen is het leuk en leerzaam als ze tijdens een spel hun eigen regels kunnen bedenken.

 

·         Aanmoediging

Voor het zelfvertrouwen van het kind is het belangrijk dat het kind geregeld wordt aangemoedigd en geprezen. Ook spelmomenten zijn geschikte situaties om het kind te aanmoedigen. Kinderen worden echter tijdens het spel vaak verbeterd. Het is belangrijk om het kind tijdens het spelen goed te observeren en verschillende vaardigheden te prijzen. Zo zijn het samenwerken met andere kinderen, het richten van de aandacht op het spel en motivatie belangrijke vaardigheden die aangemoedigd kunnen worden.

 

Verder is het belangrijk om fantasiespel aan te moedigen. Dit heeft een aantal redenen. Ten eerste leren kinderen de werkelijkheid te onderscheiden van de fantasiewereld. Ten tweede delen kinderen gevoelens van angst eerder door middel van fantasie.

 

·         Enthousiasme tijdens spel

Voor kinderen is het belangrijk om aandacht te krijgen. Om die reden is het belangrijk om enthousiast te zijn tijdens het spel van het kind.  Door enthousiast te zijn tijdens het spel van het kind wordt het kind aangemoedigd verder te spelen. Door de positieve aandacht die het kind krijgt, wordt voorkomen dat het zich ongewenst gaat gedragen.

 

·         Beschrijving geven van wat het kind doet

In plaats van het stellen van vragen tijdens het spel, is het beter om te beschrijven wat het kind op dat moment doet. Hierdoor worden kinderen niet overspoeld met vragen en trekt het kind zich niet terug.

 

·         Het kind voorbereiden op school

Het kind kan voorbereid worden op school door tijdens het spel verschillende spelmaterialen te benoemen. Dit kan door te vertellen welke kleur een bepaald voorwerp heeft, of het voorwerp groot of klein is enz. Hierdoor wordt de woordenschat van het kind spelenderwijs vergroot.

 

·         Gevoelens benoemen

Het vergroten van de woordenschat is ook belangrijk voor woorden die gevoelens weergeven. Tijdens het spel kunnen gevoelens beschreven worden, waardoor kinderen de betekenissen van verschillende woorden/gevoelens leren.

 

·         Het samenspelen stimuleren

Door samen te spelen met andere kinderen worden de sociale vaardigheden van het kind verbeterd. Wanneer kinderen sociaal vaardig zijn, kunnen zij gemakkelijker vriendschappen aangaan en de bestaande contacten met andere kinderen versterken. Ook hier is het weer belangrijk om vaardigheden te benoemen van het kind. Voorbeelden van vaardigheden die gestimuleerd kunnen worden zijn wachten op de beurt en delen.

 

·         Aanmoedigen van problemen oplossen

Het kind leert problemen oplossen wanneer het hiermee oefent. Daarom is het belangrijk om het kind enkel te stimuleren als het ergens niet uitkomt. Zo kan de ouder gemakkelijk een puzzel of opdracht voor het kind afmaken als het kind dit niet zelf kan. Hier leert het kind echter weinig van. Door samen met het kind aan de slag te gaan, wordt het kind gestimuleerd om ook zelf het probleem op te lossen. Dit is ook goed voor het zelfvertrouwen!

 

·         Omgaan met agressiviteit tijdens spel

Kinderen kunnen gefrustreerd raken tijdens het spel en hierdoor ongewenst gedrag vertonen. Wanneer het kind ongewenst gedrag vertoont kan gekozen worden om het spel te onderbreken of het gedrag te negeren. Het eerste is een juiste oplossing wanneer het kind agressief wordt en geen controle heeft over zijn gedrag. Wanneer het ongewenste gedrag in minder ernstige mate voorkomt kan gekozen worden om het gedrag te negeren.

 

Kinderen vinden het vaak lastig wanneer ouders het kind vertellen dat ze stoppen met het spel. Ook hierdoor kunnen zij  ongewenst gedrag vertonen. Deze situaties kunnen echter voorkomen worden door het kind voor te bereiden op het moment dat het spel zal eindigen.

 

Hoofdstuk 2 Het geven van positieve aandacht aan het kind
 

Het geven van positieve aandacht en het prijzen van kinderen heeft veel voordelen. Zo worden kinderen door positieve aandacht aangemoedigd om het gedrag dat zij vertonen vaker te laten zien. Ook hebben deze kinderen meer zelfwaardering. Daarnaast geven deze kinderen eerder positieve aandacht aan andere kinderen. Het doel van prijzen is het stimuleren van positief gedrag zodat dit steeds vaker voorkomt. Soms wordt echter gedacht dat kinderen door het prijzen verwend kunnen raken en enkel iets zullen doen om een beloning te krijgen. Onderzoek lijkt dit echter niet bevestigen. Juist kinderen die weinig of geen positieve aandacht krijgen of worden geprezen, vertonen bijvoorbeeld bepaald gedrag in ruil voor een beloning. Deze kinderen eisen veel vaker iets van hun ouders voordat ze akkoord gaan met het verzoek.

 

Kinderen hebben aanmoediging van ouders of leerkrachten nodig om te leren dat bepaald gedrag gewenst is en dus vaker vertoont kan worden. Wanneer ouders het gedrag van het kind als iets vanzelfsprekends zien, is de kans groter dat het kind dit gedrag op den duur niet meer zal vertonen. Het is dan ook belangrijk om het prijzen niet lang te laten wachten. Kinderen prijzen is ook nodig als zij iets proberen. Juist de kleine stapjes naar het eindresultaat zijn de moeite waard om te prijzen. Dit stimuleert het kind namelijk om aan het einddoel te werken.

 

Het prijzen van kinderen met moeilijk gedrag is vaak lastiger. Doordat deze kinderen vaker ongewenst gedrag vertonen, reageren ouders of leerkrachten boos op deze kinderen. Hierdoor komen zij in een negatieve spiraal terecht wat het lastig maakt om het positieve te zien. Alleen hebben juist deze kinderen meer baat bij prijzen. Daarom is extra alertheid op positief gedrag bij deze kinderen erg van belang. Steeds als het kind gewenst gedrag vertoont, kan het worden geprezen. Op die manier zal het kind een positiever zelfbeeld krijgen en het gewenste gedrag vaker vertonen. Ouders dienen niet enkel kinderen te prijzen, maar ook zichzelf en de andere ouder prijzen is van belang. Zo krijgt het kind het juiste voorbeeld te zien van de ouders en leren zij zichzelf ook te prijzen wanneer zij iets hebben gedaan. Ook leren kinderen hierdoor anderen te prijzen, zoals leeftijdgenoten of een broertje/zusje. Er zijn een enkele aandachtspunten hoe kinderen geprezen kunnen worden. Hieronder worden deze punten toegelicht.

 

·         Specifiek formuleren

Het prijzen dient zo specifiek mogelijk geformuleerd te worden. Alleen dan snapt het kind waarom het zo belangrijk is dat het gedrag vaker vertoont kan worden. Zo worden opmerkingen als ‘Goed zo’ vaak gebruikt. Het is echter beter om heel specifiek het gedrag te noemen wat goed is. Een voorbeeld van een specifieke formulering is ‘Wat fijn dat je je boek aan het lezen bent’. Het is nuttig om als ouder/leerkracht/begeleider op specifiek gedrag van het kind te letten wat niet goed lukt. Zo zijn er kinderen die erg teruggetrokken zijn in de klas. Belangrijk is om deze kinderen juist op momenten dat zij hun vinger opsteken of iets vragen aan een ander kind te complimenteren. Het kind leert dan dat het gedrag gewaardeerd wordt en zal het daarom ook vaker vertonen. Het is handig om een lijst met gedragingen te maken die de ouder of begeleider wenst vaker te zien bij het kind. Vervolgens kan hier gericht op worden gelet om het gedrag te complimenteren wanneer het zich voordoet. Voorbeelden van complimenten zijn; ‘Ik vind het fijn als je zo….’, ‘Wat luister je goed naar de juf…’, ‘Dat is een goede manier om…’, ‘Ik word altijd vrolijk als jij…’.

 

·         Stel het prijzen niet uit

Wanneer prijzen wordt uitgesteld wordt de uitwerking ervan verloren. Kinderen die gewenst gedrag vertonen moeten daarom ook binnen vijf seconden worden geprezen. Ook komt het vaak voor dat men wacht totdat het kind iets perfect kan. Een kind dat leert om zijn broek aan te trekken moet juist eerst frequent worden beloond bij elke nieuwe kleine stap. Pas wanneer het kind het gedrag heeft aangeleerd kan het complimenteren afgebouwd worden door het steeds geleidelijker te doen.

 

·         Kleine stappen van prijzen/shaping

Kinderen kunnen vaak niet in één keer nieuw gedrag aanleren. Dit gebeurd in kleine stapjes. Door steeds de kleine stapjes te prijzen, leren kinderen te werken aan het einddoel. Dit wordt shaping genoemd. Gedrag hoeft daarom ook niet perfect te zijn. Wanneer men wacht met prijzen tot het gedrag perfect is, kan het kind halverwege al gestopt zijn met het leren van nieuw gedrag.

 

·         Anderen prijzen

Door kinderen het juiste voorbeeld te geven kunnen zij leren om ook anderen te prijzen. Hierdoor kunnen zij makkelijker relaties opbouwen met leeftijdgenoten. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die vaker anderen complimenteren populaire kinderen zijn. Ouders kunnen kinderen stimuleren om bijvoorbeeld tijdens een speelmoment een ander kind een compliment te geven. Vervolgens kunnen zij hun eigen kind prijzen voor dit gedrag. Ook leren kinderen zichzelf te prijzen. Ouders zijn hierin belangrijke rolmodellen voor kinderen om hen deze vaardigheid aan te leren.

 

·         Scheiden van een compliment en een negatieve opmerking

Een compliment moet niet gekoppeld worden aan een negatieve opmerking. Een opmerking als ‘Wat fijn dat je je spullen hebt opgeruimd, maar dit doe je bijna nooit’ is hier een voorbeeld van. De ouder wilt hiermee het kind een compliment geven, maar tegelijkertijd wordt dit ontkracht. Door te zeggen dat het kind dit bijna nooit doet, krijgt de boodschap weer een negatieve lading. Het is dus belangrijk om een compliment apart te houden van een dergelijke cynische opmerking. Een juiste compliment beschrijft specifiek het gedrag dat het kind op dat moment vertoont. Hier hoeven geen oude herinneringen aan gekoppeld te worden.

 

·         De uitwerking verdubbelen

Het effect van het belonen kan worden verdubbeld wanneer dit wordt gedaan in het bijzijn van anderen. Dit kan bijvoorbeeld de andere ouder zijn of vrienden. Ook is het effect groter als beide ouders het juiste voorbeeld aan het kind laten zien, zoals bij het prijzen van zichzelf.

 

·         Enthousiast zijn

Een compliment dient enthousiast gegeven te worden aan het kind. Een compliment die eentonig wordt gegeven is minder krachtig. Een ouder dient daarom ook met zijn houding te laten zien enthousiast te zijn over het gedrag van het kind. Enthousiasme kan worden getoond door oogcontact te maken met het kind, te glimlachen en op een leuke manier de compliment over te brengen.

 

·         Prijzen moet een aanleiding hebben.

Prijzen dient alleen te gebeuren als kinderen het gewenste gedrag laten zien. Dit moet echter niet verward worden met shaping waarbij het kind ook bij de kleine stapjes wordt geprezen. Wanneer een kind zich niet goed gedraagt, maar wel bepaalde aspecten van positief gedrag vertoont is dit geen compliment waard. Wanneer bijvoorbeeld kinderen hun kleurpotloden delen (positief gedrag) om op de muur te tekenen (ongewenst gedrag) kan uiteraard geen compliment volgen op dit gedrag.

 

Hoofdstuk 3 Het belonen van het kind

 

Binnen de opvoeding of in de schoolsituatie wordt vaak gebruik gemaakt van beloningen. Zo krijgen kinderen vaak stickers van de juf/meester of mag het nieuwe spel uitkiezen van de ouders bij een goed rapport. Er zijn twee soorten beloningen, namelijk tastbare (snoep, sticker enz.) en sociale (aanmoediging). De eerste vorm van belonen dient niet zo vaak te worden gebruikt. Tastbare beloningen dienen vooral gebruikt te worden als het kind iets nieuws leert. Wel is het van belang om daarnaast het kind sociale beloningen te geven.

 

Tastbare beloningen kunnen op twee verschillende manieren aan het kind worden gegeven. Beide manieren hebben tot doel het gewenst gedrag te stimuleren zodat het vaker voorkomt.

 

Wel worden deze manieren in verschillende contexten gebruikt.

 

1.      Een tastbare beloning als verrassing wanneer het kind gewenst gedrag vertoont. Dit is vooral in te zetten wanneer het kind het gewenste gedrag al regelmatig vertoont. Door de beloning als verrassing in te zetten weet het kind niet van te voren dat het vertoonde gedrag hem of haar een beloning zal opleveren. Het gewenste gedrag wordt gestimuleerd doordat het kind onverwachts een positieve reactie van de ouder/leerkracht heeft gehad.

 

2.      Een tastbare beloning na het plannen van welk gedrag een beloning oplevert. Deze manier van belonen wordt ingezet nadat er met het kind een duidelijke afspraak is gemaakt. Het kind weet dus van te voren dat het gedrag hem of haar een beloning zal opleveren en gaat hierdoor veel bewuster aan het gedrag werken. Dit wordt ook wel een beloningsprogramma genoemd. Een beloningsprogramma wordt ingezet wanneer bepaald gedrag bijna nooit voorkomt.

 

Tastbare beloningen kunnen ingedeeld worden in verschillende categorieën. Voorbeelden hiervan zijn (1) goedkope cadeautjes (vb. kleurboek, iets lekkers mee naar school, grabbelton met kleine cadeautjes), (2) bijzondere dingen binnenshuis (vb. een spel op de computer doen, op de stoel van vader zitten bij het avondeten), (3) bijzondere dingen buitenshuis (naar de film, zwemmen, dierentuin), (4) iets speciaals doen met een ouder (koekjes bakken, ergens alleen met moeder naartoe, een spelletje doen).

 

Een beloningsprogramma dient aangepast te worden aan het kind. Jongere kinderen kunnen namelijk minder lang wachten tot zij een beloning krijgen. Zo willen kinderen van vijf jaar elke dag de stickers die zij hebben gekregen inruilen voor een leuk speeltje. Terwijl bij oudere kinderen dit uitgesteld kan worden. Een beloningsprogramma gericht op kinderen van drie jaar waarbij zij stickers kunnen inwisselen voor een ander cadeautje kan tot verwarring zorgen en is daarom ook minder geschikt voor deze leeftijdgroep.

 

Het is belangrijk om een beloningsprogramma goed op te zetten. Er zijn namelijk een aantal valkuilen die het opzetten van een goed beloningsprogramma kunnen belemmeren. Hieronder volgen verschillende tips om dit op een effectieve manier te doen.

 

Het gedrag specifiek beschrijven

De allereerste stap die genomen wordt bij het opstellen van een beloningsprogramma is het opschrijven van welk gedrag vervelend is. Ook moet worden beschreven hoe vaak dit gedrag voorkomt en welk gedrag de plaats moet innemen van dit ongewenste gedrag. Zo kan de ouder bepalen of de situatie echt problematisch is. Ook kan na het invoeren van een beloningssysteem ook nagegaan worden of er een verbetering is opgetreden in de situatie.

 

·         Kiezen van gedrag dat een beloning verdient

Het is van belang om de lijst met de gedragingen die beloond moeten worden niet lang te maken. Wanneer een ouder te veel gedragingen op het lijstje zet, wordt het voor het kind lastig om hier aan te werken. Ook moet een ouder hierdoor gedurende de dag de vele gedragingen bijhouden die op het lijstje staan. Dit is dus zowel voor het kind als voor de ouder niet haalbaar. Om die reden moet gekozen voor een haalbaar aantal gedragingen die verbeterd kunnen worden door het beloningssysteem in te voeren. De ouder moet daarnaast ook rekening houden of het gedrag dat aangeleerd moet worden niet te moeilijk is voor het kind. De drie aandachtspunten hierbij zijn dus het observeren hoe vaak het gedrag voorkomt, het ontwikkelingsniveau van het kind en de haalbaarheid van het programma voor de ouder.

 

·         Aandacht schenken aan positief gedrag

Vaak wordt aandacht gegeven aan ongewenst gedrag. Het is echter beter om aandacht te schenken aan positief gedrag. Wanneer kinderen ongewenst gedrag vertonen dient de ouder/leerkracht te vertellen welk positief gedrag in de plaats moet komen van het ongewenste gedrag.

 

·         Het tempo aanpassen aan het kind

Een beloningsprogramma dient niet moeilijk te zijn voor het kind. Ook moet het programma niet te makkelijk zijn. In dat geval lopen de kinderen de stappen namelijk makkelijk door en krijgen hierdoor veel vaker de beloning. Kinderen kunnen dan al snel niet meer gemotiveerd zijn om zich te houden aan de afspraken die gemaakt zijn doordat de beloning niets meer waard is. Een goede oplossing hiervoor is de beloningen geleidelijk aan te verminderen. Het doel is uiteindelijk dat het kind het gedrag ook vertoont zonder de beloning te krijgen. De ouder dient voortdurend het tempo van het kind te volgen wanneer een beloningsprogramma wordt ingezet. Wanneer het programma moeilijker wordt gemaakt terwijl het kind er nog niet aan toe is kan terugval optreden.

 

·         Kleine stappen

Het einddoel moet in kleine stappen worden opgesplitst voor het kind. Zo kan het kind het uiteindelijke doel bereiken. Indien de stappen niet aansluiten bij het kind kan het gevoel ontstaan dat het krijgen van een beloning onmogelijk is. De juiste stappen kunnen bepaald worden door het kind eerst te observeren. Nadat is vastgesteld hoe vaak het gedrag optreedt kan worden bepaald wat het meest haalbare aantal stappen zijn om het einddoel te behalen.

 

Nadat is bepaald waar het beloningsysteem voor dient wordt nagedacht over de beloningen die het kind kan krijgen bij het vertonen van gewenst gedrag. Ook hier zijn enkele aandachtspunten aan verbonden. Deze punten worden hieronder toegelicht.

 

·         Goedkope beloningen

Het is niet nodig om kinderen dure beloningen te geven. Hierdoor leren zij dat zij voor elke prestatie dure beloningen kunnen verwachten. Hier ligt de nadruk niet meer op het gedrag van het kind maar op de beloning die het zal krijgen. Voor kinderen werkt het motiverend om een lijst te maken met de beloningen die het kan verdienen.

 

·         Gevarieerde beloningen

De lijst met beloningen dient gevarieerd te zijn. Ook is het belangrijk dat de lijst flexibel is. Dit betekent dat er nieuwe beloningen op de lijst kunnen komen. Kinderen vinden het namelijk in het begin lastig om te bepalen wat ze na een bepaalde periode wille krijgen. Als het beloningssysteem flexibel is blijft het ook na een bepaalde periode interessant voor het kind.

 

·         Betrekken van kinderen

Bij het maken van de lijst met beloningen is het belangrijk om de mening van de kinderen hierin mee te nemen. Het systeem heeft meer slagingskans als de kinderen mee mogen beslissen bij het kiezen van de beloningen. Door hen actief te betrekken, krijgen zij ook meer verantwoordelijkheidsgevoel. Ook zijn zij dan meer gemotiveerd om aan het gewenste gedrag te werken. Zo kan de ouder samen met het kind naar de winkel om stickers uit te kiezen. Voor het maken van een lijst kan ook meerdere momenten gebruikt worden. Dit hoeft niet per definitie in één avond klaar te zijn.

 

·         Een heldere en concrete beloningslijst

Een concrete beloningssysteem bevat de exacte punten die het kind kan behalen en welke beloning gekoppeld is aan een bepaald aantal punten. Dit wordt van te voren afgesproken en op een plek opgehangen zodat het zichtbaar is voor iedereen. Een duidelijke beloningssysteem voorkomt misverstanden voor zowel het kind als de ouder. Ook is het goed om de beloningenlijst tussentijds bij te stellen. Zo kan bijvoorbeeld het aantal punten veranderd worden om het programma iets moeilijker te maken (anders wordt het te gemakkelijk om de beloning te krijgen en zijn de beloningen weinig waard doordat het kind deze te snel kan krijgen). Als echter blijkt dat het voor het kind lastig is om de punten te behalen kunnen de punten ook worden verlaagd. Ook kunnen er nieuwe beloningen worden toegevoegd aan de lijst om het zo spannend mogelijk te houden.

 

·         Sociale beloningen

Sociale beloningen moeten uiteindelijk de plaats innemen van tastbare beloningen. Wanneer de tastbare beloningen een te lange periode wordt gegeven aan het kind kunnen twee ongewenste situaties ontstaan. In de eerste situatie is de ouder stickerverslaafd. De ouder geeft in dat geval voortdurend stickers aan het stickers bij alles wat het ziet. Er worden echter geen sociale beloningen gegeven door de ouder. De tweede situatie treedt op wanneer de ouder het moment uitstelt om de tastbare beloningen te vervangen door sociale beloningen. Tastbare beloningen moeten gezien worden als een tijdelijke maatregel en moeten alleen gebruikt worden om nieuw gedrag aan te leren. Nadat het kind het gedrag heeft geleerd kunnen tastbare beloningen geleidelijk worden verminderd.

 

·         Belonen bij het gewenste gedrag

Een beloning dient alleen te worden gegeven als het kind het gewenste gedrag heeft vertoont. Als een ouder het kind een beloning geeft voordat het naar bed gaat is dit geen beloning meer (‘Je krijgt een zakje snoep als je daarna naar bed gaat). Dit is omkopen van het kind! Het kind krijgt namelijk voordat het gewenste gedrag vertoont een beloning. Een geheugensteun hierbij is de ‘als/dan-regel’. Als het kind het gewenste gedrag vertoont dan volgt een beloning.

 

·         Dagelijks en wekelijks belonen

Voor kinderen rond de drie en vier jaar is het van belang om dagelijkse beloningen te geven. Zij geven namelijk op als de beloning te lang wordt uitgesteld. Kinderen vanaf zes jaar kunnen al langer wachten. Voor hen is het haalbaar als zij de behaalde stickers wekelijks voor een beloning kunnen inwisselen. Een beloningsprogramma is pas effectief als de punten die gekoppeld zijn aan de beloningen haalbaar zijn.

 

·         Beloningen voor alledaagse prestaties

Ook hier is het van belang om de kleinere stappen van het kind te belonen. Het gedrag is ook een beloning waard als het kind iets probeert. Het kind kan het uiteindelijke einddoel bereiken door te oefenen. Door in deze periode het kind frequent te belonen, blijft de motivatie voor het kind bestaan.

 

·         Houdt het programma onder controle

Een beloningssysteem kan door verschillende redenen uit de hand lopen. Een eerste oorzaak is wanneer het kind gemakkelijk bij de stickers kan komen. De stickers verliezen dan hun waarde en doet het kind geen moeite meer om sticker te verdienen. Een tweede oorzaak is als een beloning wordt gegeven zonder dat het kind het totale aantal punten heeft. Meestal geeft de ouder dan toe aan het kind als het erover in discussie gaat. Een derde oorzaak is afspraken niet worden nagekomen. Dit kan gebeuren wanneer de beloningen niet bij het afgesproken aantal punten worden toegekend. Ook bij een beloningssysteem zullen zij de grenzen uittesten. Een beloning krijgen bij minder punten kost voor hen namelijk minder inspanning. Voor ouder is het van belang om consequent te houden aan de afspraken die bij het opstellen van het systeem zijn gemaakt.

 

·         Positief blijven en straf gescheiden houden

Positief blijven in elke fase van het systeem is erg van belang. Ook als het voor het kind niet lukt om stickers te verdienen. Ouders dienen het kind dan te motiveren door positieve verwachtingen uit te spreken gericht op de toekomst dat het zal lukken. Verder is het nuttig om te kijken of de stappen niet te moeilijk zijn voor het kind waardoor het niet lukt om punten te verdienen. Vaak wordt er bij ongewenst gedrag stickers weggehaald van de stickerkaart. Dit is echter geen geschikte methode. Het ongewenste gedrag kan op een andere manier worden aangepakt. Dit moet niet ten koste gaan van de stickers die het kind heeft behaald door zijn successen. Het doel van het beloningsprogramma raakt op die manier verloren. De aandacht moet voortdurend gericht zijn op gewenst gedrag!

 

·         Houdt rekening met de leeftijd van het kind

Bij het maken van een beloningsprogramma moet er rekening worden gehouden met de leeftijd van het kind. Voor jonge kinderen (drie jaar) moet het programma speels en simpel zijn. Deze kinderen vinden stickers en stempels erg aantrekkelijk. Ook een grabbeldoos is geschikt voor de leeftijdgroep. Programma’s waarbij punten ingewisseld kunnen worden voor beloningen is aantrekkelijk voor kinderen die getalbegrip hebben en begrip in tijd hebben (zes jaar).

 

·         Samenwerken

Ouders staan op één lijn als zij beide werken volgens het beloningssysteem. Dit geeft het kind meer duidelijkheid. Ook is het nuttig als ouders samenwerken met leerkrachten wanneer het gewenste gedrag ook in de schoolsituatie vaker moet voorkomen. Het programma is effectiever als in verschillende contexten dezelfde aanpak wordt gehanteerd.

 

Hoofdstuk 4 Het stellen van grenzen
 

Grenzen stellen is een essentieel onderdeel van de opvoeding. Door grenzen te stellen bieden ouders kinderen veiligheid. Kinderen weten op die manier tot hoever zij mogen gaan. Vaak gaan kinderen wel de grenzen uittesten. Op zulke momenten is het belangrijk niet toe te geven en consequent de regels te hanteren die zijn afgesproken. Uit onderzoek is gebleken dat een derde van de kinderen wel eens ongehoorzaam is. Het uittesten is dus normaal gedrag! Kinderen ontdekken de wereld en hebben steeds meer behoefte aan onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Voor ouders is het van belang om dit gedrag niet als negatief te interpreteren, maar te zien als een onderdeel van de ontwikkeling. Grenzen stellen betekent niet streng optreden. Een ouder hoeft niet streng op te treden als er  effectieve opdrachten aan het kind wordt gegeven.

 

De ouder moet vaak de beslissing maken of het nodig is een opdracht wel of niet te geven aan het kind en hier consequenties aan te verbinden als het niet wordt uitgevoerd. In sommige situaties dienen opdrachten echter onvoorwaardelijk te zijn. Zo mag het kind absoluut een broer of zusje niet slaan. Wanneer dit wel gebeurt moet er ook onmiddellijk een consequentie volgen. Verder is het nuttig om kinderen (vanaf 4 jaar) te betrekken bij het opstellen van regels. Hiermee wordt de kans groter dat het kind mee zal werken. Toch stuiten ouders vaak op problemen als het gaat om grenzen stellen. Deze problemen worden hieronder beschreven.

 

·         Haalbare opdrachten

Bij het geven van opdrachten dient er rekening te worden gehouden met het ontwikkelingsniveau van het kind. Wanneer een ouder het kind een te moeilijke taak geeft kan het kind dit mogelijk niet waarmaken. Het kind kan hierdoor ook teleurgesteld raken. Bij kinderen met moeilijk gedrag (zoals bij hyperactiviteit, impulsiviteit, etc.) is dit ook een aandachtspunt. Zo kan het kind zijn aandacht op een bepaalde activiteit niet lang richten. De ouder dient hier rekening mee te houden bij het maken van afspraken.

 

·         Duidelijkheid en beleefdheid

Wanneer de ouder het kind een opdracht geeft, dient deze ook duidelijk geformuleerd te zijn. Vage opdrachten zorgen voor verwarring bij kinderen. Een opdracht als ‘Lief zijn hè?’ of ‘Pas op’ zijn voorbeelden van opdrachten die niet duidelijk zijn. Het kind krijgt geen duidelijke boodschap van de ouder over welk gewenst gedrag het moet gaan vertonen. Daarnaast krijgen kinderen in veel gevallen beschrijvend commentaar. Dit is een vorm van kritiek waarmee niet duidelijk wordt gemaakt wat er van het kind wordt verwacht. Een voorbeeld is ‘Pas nou eens op! Je knoeit’. Ook scheppen formuleringen als ‘Laten we eens…’ geen duidelijkheid voor kinderen. Hiermee verwacht de ouder dat het kind de opdracht zelf zal uitvoeren, terwijl er wordt benoemd het samen te doen (‘Laten WE eens’). Zulke formuleringen kunnen het kind in verwarring brengen. Om die reden dienen in opdrachten specifiek het gedrag worden benoemd die de ouder wenst te zien bij het kind. De opdracht die wordt gegeven aan het kind dient ook op een beleefde en respectvolle manier overgebracht te worden. Door opdrachten op een boze manier over te brengen kunnen kinderen zich onzeker voelen. Ook kunnen kinderen in verdediging schieten en de opdracht juist niet meer uitvoeren. Daarnaast voelt het kind zich niet gewaardeerd door de ouder wanneer kritiek wordt gegeven.

 

·         Beperkt aantal opdrachten

Uit onderzoek is gebleken dat een gemiddelde ouder in een half uur 17 opdrachten of verbeteringen geeft aan het kind. Ouders van kinderen met moeilijk gedrag doen dit zelfs 40 keer in een half uur. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat kinderen die veel verzoeken van de ouders krijgen in zo’n kort tijdsbestek vaker gedragsproblemen krijgen.

 

Het is vanzelfsprekend dat het voor een kind (maar ook voor een volwassene) niet haalbaar is om al deze opdrachten uit te voeren. Bij het geven van een opdracht dient daarom altijd worden nagegaan of de opdracht echt zo belangrijk is. Daarnaast dient te worden afgewogen of het de moeite waard is om consequenties door te voeren wanneer de opdracht niet is uitgevoerd.

 

·         Waarschuwen

Het waarschuwen van kinderen is een handig middel ter voorbereiding op een opdracht. Zo kan een kind een aantal minuten  van te voren gewaarschuwd worden dat het bijna bedtijd is en kan het beginnen met de spullen langzaam op te ruimen. Het kind krijgt dan niet plotseling te horen dat het moet stoppen met spelen. Vaak verzetten kinderen zich dan ook als zij zonder waarschuwing te horen krijgen dat ze moeten stoppen met spelen. Het spel wordt zo onderbroken waar zij met volle aandacht mee bezig waren. Er zijn verschillende manieren om het kind waar te schuwen. Bij jonge kinderen is het handig om een kookwekker te gebruiken. Bij de wat oudere kinderen (besef in tijd) kan het helpen om naar de wijzer te wijzen. Kinderen gehoorzamen makkelijker als zij voorbereidingstijd krijgen dan wanneer dit onmiddellijk wordt verwacht.

 

·         Beide ouders op één lijn

Beide ouders dienen op één lijn moeten staan. Het is verwarrend voor het kind wanneer ouders tegenstrijdige opdrachten geven. Ook is het belangrijk om het kind de tijd te geven om een opdracht af te ronden wanneer beide ouders tegelijk een opdracht geven.

 

·         Geen meerdere opdrachten

Een valkuil bij het geven van opdrachten is dat de ouder meerdere dingen van het kind kan vragen. Wanneer het kind deze opdrachten niet waarmaakt kan er een conflict ontstaan tussen ouder en kind. Het is voor een kind niet haalbaar om meerdere opdrachten tegelijk uit te voeren. Jonge kinderen kunnen één of twee opdrachten onthouden.  Daarnaast werkt het motiverend voor kinderen als zij na het uitvoeren van de opdracht een compliment krijgen van de ouder. Een andere valkuil van het geven van meerdere opdrachten is dat de ouder hierdoor niet de gelegenheid heeft om het kind te complimenteren.

 

·         De opdracht niet meerdere malen herhalen

Een opdracht hoeft niet meerdere malen herhaald te worden. Wanneer dit wel wordt gedaan is de kans groter dat het kind de opdracht gaat negeren. Dit omdat het kind weet dat de ouder toch de opdracht nog een enkele keer herhaalt en het dus niet direct hoeft te gebeuren.

 

·         Formuleren als doe-opdracht

Opdrachten dienen in de vorm van een stelling te worden gegeven. Het werkt het beste wanneer het werkwoord aan het begin van de zin wordt gebruikt, zoals bij ‘Ruim nu je speelgoed op’. Op deze manier is de opdracht het meest duidelijk voor het kind. Opdrachten die in de vorm van een vraag aan het kind worden gesteld werken in de meeste gevallen niet handig. Kinderen kunnen hier namelijk op reageren dat zij de opdracht niet willen doen. Het kan verwarrend zijn doordat het lijkt alsof het kind een keuze kan maken tussen het wel en niet uitvoeren van de opdracht.

 

·         Benoemen van gewenst gedrag

Opdrachten die worden gegeven aan het kind moeten zo specifiek mogelijk worden geformuleerd. Hierin dient ook het gedrag dat de ouder wenst te zien, benoemd te worden. Zo kan het kind precies weten wat de ouder van hem of haar verwacht en worden onduidelijkheden voorkomen. Een opdracht als ‘Stop nou eens’ is een voorbeeld van een vage en negatieve opdracht. Door het gewenste gedrag te benoemen, krijgt het kind een alternatief aangeboden wat duidelijkheid schept in de situatie. Ook dient een opdracht niet lang te zijn.

In lange zinnen zitten namelijk vaak onnodige uitleg wat de opdracht voor het kind alleen maar verwarrender maakt. Het kind kan hierdoor de boodschap van de ouder niet begrijpen of vergeten. Wanneer de ouder het kind toch uitleg wil geven over het belang van de opdracht dan kan dit het beste nadat het kind de ouder heeft gehoorzaamd. Verder dient een ouder zich er altijd bewust van te zijn dat elk kind wel eens ongehoorzaam is en de ouder zal tegenspreken om de opdracht te vermijden. Belangrijk is om aan tegenspraak geen aandacht te besteden. Dit gedrag kan het beste genegeerd worden.

 

·         Waardering en consequenties

Een opdracht die netjes is uitgevoerd is altijd een compliment waard. Dit werkt zeer motiverend voor kinderen. Hiermee worden zij gestimuleerd dit gedrag vaker te laten zien. Indien het kind echter niet gehoorzaamt aan de ouder en de opdracht niet uitvoert, dient een consequentie te volgen. Het doel hiervan is het voorkomen dat dit gedrag zich in de toekomst herhaalt. Nadat de ouder het kind een opdracht heeft gegeven, moet dus altijd worden gecontroleerd of het kind dit daadwerkelijk heeft gedaan. Vervolgens volgt een waardering of consequentie op het gedrag van het kind.

 

·         Alternatieven en tijd om te gehoorzamen

Een alternatief wordt gegeven wanneer een ouder een verbod geeft op een bepaalde activiteit (zoals buitenspelen omdat het al laat is). Kinderen hebben vaak moeite met een verbod waardoor zij de ouder gaan tegenspreken. Wanneer echter een alternatief wordt gegeven, hebben kinderen hier veel minder moeite mee. Een verbod dient dus daarom altijd vergezeld te worden met ideeën over andere bezigheden. De aandacht wordt hierdoor verschoven naar de positieve activiteit in plaats van het verbod. Verder is het van belang het kind de tijd te geven nadat de ouder een opdracht heeft gegeven. In sommige situaties (vb. als het kind iemand slaat of iets gevaarlijks doet) wordt het kind onmiddellijk gevraagd om de ouder te gehoorzamen. Een ouder kan het beste even tot 10 tellen nadat de opdracht is gegeven aan het kind. Pas daarna kan de ouder ingaan op gehoorzaamheid.

 

·         Als/dan formuleringen

Ten slotte is het een goede oplossing om als/dan formuleringen te gebruiken wanneer het kind duidelijk moet worden gemaakt wat de consequentie is van bepaald gedrag. De ouder kan op deze manier een duidelijke en beleefde boodschap aan het kind doorgeven. Deze zin kan als volgt worden ingevuld: Als …………….. (positief gedrag) dan ……………… (positieve consequentie). Het kind weet dan precies welk gedrag er van hem/haar wordt verwacht en wat daar de consequentie van zal zijn.

 

Hoofdstuk 5 Het negeren van het kind
 

Kinderen wensen met het gedrag dat ze vertonen aandacht te krijgen van de ouders. Het gedrag wordt in stand gehouden wanneer kinderen ongewenst gedrag vertonen en aandacht krijgen. Negeren is een nuttig middel wanneer kinderen ongepast gedrag vertonen. Door het ongepaste gedrag geen aandacht te schenken, leert het kind het gedrag vanzelf af. Ook bij het negeren van kinderen is het consequent blijven erg nodig. Negeren van kinderen vermindert ongewenst gedrag maar heeft echter geen invloed op het bevorderen van positief gedrag. Om die reden is het belangrijk het kind ook alternatieve gedragingen te leren wanneer het ongewenst gedrag wordt genegeerd. Verder dient de ouder het gewenste gedrag te belonen en prijzen.

 

Sommige ouders vinden negeren een respectloze manier van het benaderen van het kind. Onderzoek toont echter aan dat negeren een effectief middel is om ongewenst gedrag af te leren en dat juist respect ten grondslag ligt aan deze methode. Enkele aandachtspunten bij het negeren van het gedrag van kinderen worden hieronder beschreven.

 

·         Niet elk gedrag kan worden genegeerd

Bepaald gedrag is niet te negeren. Voorbeelden van gedragingen die niet genegeerd kunnen worden zijn; gevaarlijk gedrag, pesten en slaan. Voor zulke gedragingen is het geschikter om een time-out te geven aan het kind. Negeren werkt bij gedrag waarvan aandacht de in stand houdende factor is. Voorbeelden van gedragingen die wel geschikt zijn om te negeren zijn; jengelen, gezichten trekken, protesteren als iets niet mag, babyachtig praten, kleine ruzietjes tussen kinderen en zeuren.

 

·         Discussies en oogcontact vermijden

Negeren kan het beste gedaan worden door een neutrale reactie aan te nemen. Wanneer de ouder in discussie gaat met het kind is dit geen negeren meer. Het kind krijgt in dat geval alsnog aandacht van de ouder en gaat het doel achter negeren verloren. Door discussies en oogcontact te vermijden, krijgt het kind geen aandacht. Ook is het belangrijk dat de ouder zich op dat moment afwendt van het kind.

 

·         Combinatie van negeren en afleiden

Bij het negeren van het kind is het nuttig om het kind ook alternatieven aan te bieden die het kind in de plaats van het ongepaste gedrag kan vertonen. Bij jonge kinderen kan het ook helpen wanneer het kind wordt afgeleid wanneer het ongepast gedrag vertoont. Op die manier kan de reactie op het negeren van het kind vermindert worden. Het afleiden gebeurt op het moment dat het kind zich weer beter gedraagt. Afleiding is ook nuttig voor de ouder zelf. Wanneer de ouder zelf afleiding zoekt kan het kind sneller het ongewenst gedrag opgeven. Dit omdat het kind dan geen aandacht krijgt van de ouder.

 

·         Consequentie en belonen positief gedrag

Bij het negeren neemt ongewenst gedrag in eerste instantie toe. De ouder dient zich hier steeds bewust van te zijn en dient vooral in de eerste fase niet toe te geven aan de ongewenste gedragingen van het kind. Juist bij het toegeven van de ouder leert het kind dat het toch zijn zin kan doordrijven. Ook is het belonen en prijzen van positief gedrag erg belangrijk. Juist wanneer het positieve gedrag het tegenovergestelde is van het negatieve gedrag. Verder is het nuttig om kinderen die gewenst gedrag vertonen in de groep te prijzen. Kinderen met ongepast gedrag kunnen dit gedrag dan sneller als voorbeeld nemen.

 

·         Blijf in de buurt van het kind en negeer subtiel

De ouder kan geen controle houden over het gedrag van het kind bij het verlaten van de kamer. Zo kan de ouder het kind dan niet complimenteren voor het gewenst gedrag. Handig is daarom om naar een ander gedeelte van de kamer te lopen. Wanneer het kind de ouder vasthoudt dient de ouder zich af te wenden. Indien de ouder toch kiest om de kamer te verlaten dan dient dit zo kort mogelijk te zijn. Door subtiel (geen oog- en lichamelijk contact, neutraal) te negeren wordt het kind duidelijk gemaakt dat de ouder niet is aangedaan door de situatie.

 

·         Aandacht niet te lang uitstellen

Kinderen die na het ongewenste gedrag weer gewenst gedrag vertonen dienen zo snel mogelijk weer aandacht te krijgen en geprezen te worden. De negatieve spiraal van negatieve aandacht voor negatief gedrag kan worden doorbroken door een combinatie van geen aandacht geven aan ongewenst gedrag en aandacht schenken aan gewenst gedrag.

 

·         Op één lijn staan met anderen en beperkt aantal te negeren gedragingen

Andere gezinsleden dienen het negeren te ondersteunen. Negeren werkt namelijk niet wanneer de ene ouder het gedrag negeert terwijl de andere ouder aandacht schenkt. In dat geval is het nuttig om het doel van negeren uit te leggen aan de andere ouder. Daarnaast dient negeren niet vaak te gebeuren. In sommige gevallen duurt het negeren te lang. Zo wordt vergeten om het kind weer aandacht te schenken nadat het ongewenst gedrag voorbij is. Ook gebeurt het dat ouders te veel gedragingen negeren. Het kind kan zich verwaarloosd voelen als het vaak wordt genegeerd. Voor ouders kan het nuttig zijn om een lijst te maken van gedragingen die genegeerd kunnen worden. Zo kunnen zij beoordelen welk gedrag het meest belangrijk is om geen aandacht te krijgen. Het voordeel van het negeren van een beperkt aantal gedragingen is dat goed kan worden bijgehouden of het gedrag daadwerkelijk vermindert.

 

·         Controle houden

Ouders dienen het negeren de baas te blijven. Een valkuil is wanneer er dreigementen aan het kind worden gegeven, zoals ‘Als je nu niet….., dan’. Wanneer ouders hier echter niets mee doen zullen kinderen in de toekomst zich hier niets van aantrekken. Bovendien leren kinderen dat ook zij dreigementen kunnen inzetten. Kinderen kunnen angstig worden wanneer ouders het kind dreigementen geven. Zo kunnen kinderen onzeker worden en problemen met hun eigenwaarde krijgen als zij worden gedreigd met verlating.

 

Hoofdstuk 6 Het invoeren van een time-out
 

Ouders gebruiken verschillende vormen van straffen bij ongewenst gedrag van het kind. Niet elke manier van aanpak is echter effectief. Bovendien zijn bepaalde vormen van straf niet ethisch verantwoord. Uit onderzoek blijkt dat vormen van lichamelijk straffen (tik, standje geven) geen effect hebben. Door het kind een tik te geven kan waarschijnlijk het ongepaste gedrag direct gestopt worden. Op lange termijn heeft het geven van lichamelijke straffen echter nadelen. Kinderen kunnen dit gedrag van de ouders overnemen. Ouders zijn namelijk rolmodellen voor kinderen. Een ander nadeel van lichamelijke straffen is dat een ouder zijn zelfbeheersing kan verliezen. Dit kan erg beangstigend voor het kind zijn. Bovendien krijgt het kind een ‘schone lei’ na een lichamelijke straf. Het kind leert hierdoor niet van de situatie. De ouder biedt namelijk geen alternatief gedrag in de plaats van het ongewenste gedrag. Het kind ervaart verder geen spijt van het ongewenste gedrag doordat hij/zij een lichamelijke straf heeft gekregen.

 

Andere manieren zoals kritiek geven, schreeuwen of discussiëren zijn eveneens geen goede manieren van aanpak. Dit omdat het kind dan alsnog aandacht krijgt van de ouder voor het ongepaste gedrag. Ook dit zijn vormen van gedrag dat kinderen kunnen overnemen van de ouders.

 

Een effectieve manier om ongewenst gedrag te doen stoppen is door het invoeren van een time-out. Dit is een extreme vorm van negeren. Het kind wordt verwijderd uit de situatie en krijgt voor een bepaalde tijd geen positieve aanmoediging van de ouder/leerkracht. Een time-out biedt het kind de mogelijkheid om af te koelen. Nadat het kind is afgekoeld kan het kind weer bij de ouders komen.

 

Hieronder worden enkele stappen genoemd om een time-out op een effectieve manier in te voeren.

 

1.      Tijd en controle

Een time-out dient niet langer te duren dan 5 minuten. Een vuistregel die hier gebruikt kan worden is dat bij 3-jarigen de time-out 3 minuten kan duren. Bij 4-jarigen 4 minuten en bij 5-jarigen en ouder 5 minuten. Een ander belangrijk punt is dat ouders tijdens de time-out in de gaten houden dat het kind minstens 2 minuten stil is geweest. Bij het invoeren van de time-out kunnen kinderen flink tegenwerken. In dat geval zijn 5 minuten niet voldoende. De eerste keren kan de time-out daarom ook langer duren (half uur). Het kind mag namelijk de kamer alleen verlaten als het ook echt gekalmeerd is. Een time-out is minder geschikt voor kinderen jonger dan 3 jaar. Bij deze groep kinderen werkt afleiden en negeren beter. Verder moet een ouder controle houden over de start en het einde van de time-out.

 

2.      De plek van de time-out

Een time-out kan het beste plaatsvinden buiten de plekken waar een kind zich alsnog kan vermaken, zoals bij aanwezigheid van een televisie in de kamer. Niet elk gezin heeft echter een kamer zonder prikkels. In dat geval kan de ouder het kind in de hoek van de kamer op een stoel laten zitten. Wanneer het kind zich dan bezighoudt met andere spullen in de kamer kan de ouder het kind waarschuwen voor het afnemen van een privilege (zoals minder computertijd, niet fietsen etc.). Daarnaast is het nuttig om de time-out plek geen negatieve naam te geven. Zo is een ‘strafstoel’ geen geschikte benaming. Geschikter is om de time-out plek een ‘kalmeerplek’ of ‘denkplek’ te noemen. In principe moet het ongewenste gedrag binnen een aantal weken voorbij zijn na de invoering van een time-out. Wanneer een ouder na zes weken voor hetzelfde gedrag een time-out moet inzetten, is het de moeite waard om nog eens naar het probleem te kijken.

 

3.      Het gedrag bepalen

Een belangrijke stap bij de invoering van een time-out is stil te staan bij het ongewenste gedrag dat het kind vertoont. Er dient namelijk niet voor elk ongepast gedrag een time-out te volgen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen 1 op de 3 keer ongehoorzaam zijn en is dit een onderdeel van het ontwikkelingsproces van kinderen. Bepaalde gedragingen zijn al goed op te lossen door een waarschuwing te geven en het te negeren. Voorbeelden van gedragingen waarvoor een time-out ingezet kan worden zijn, extreme ongehoorzaamheid, slaan en destructief gedrag. In de opvoedingspiramide (Hoofdstuk A) wordt ook beschreven dat het toevoegen van consequenties niet te vaak dient te gebeuren. Het uitgangspunt is dat de onderste lagen (praten, spelen, prijzen etc.) vaker gebruikt dienen te worden.

 

Nadat de ouder heeft nagedacht over de bovenstaande punten kan de time-out worden ingezet. De onderstaande tips kunnen ouders helpen bij het inzetten van de time-out.

 

·         Overtreden van huisregels

Voor bepaald gedrag dient er direct een time-out te volgen. Zo geldt de regel dat een kind niet zijn broertje of zusje mag slaan. Wanneer dit wel gebeurt kan de ouder het kind direct naar de kalmeerplek sturen. Het kind krijgt wel uitleg waarom hij of zij naar de kalmeerplek moet sturen. Een ouder kan daarom in zo’n situaties zeggen ‘Je mag niet je broertje slaan. Daarom moet jij nu naar de kalmeerplek gaan om af te koelen’.

 

·         Een wekker als hulpmiddel

Voor kinderen die geen tijdsbesef hebben is het handig om een wekkertje te gebruiken. Het kind krijgt dan de uitleg dat het op de kalmeerstoel moet blijven zitten tot de wekker is gegaan. Voor jonge kinderen kan het namelijk eng zijn wanneer de ouder zegt dat het een ‘tijdje’ op de stoel moet gaan zitten. Door een wekker kunnen kinderen rustig worden en weten ze duidelijk wanneer de time-out weer eindigt.

 

·         Minstens 2 minuten rust

Wanneer het kind huilt of schreeuwt mag het niet de time-out plek verlaten. Anders leert het kind dat hij door het huilen en schreeuwen de time-out kan ontwijken. De ouder dient daarom met het kind af te spreken dat de time-out past eindigt als het kind ook echt rustig is geweest. De ouder kan hiervoor een tijd van 2 minuten hanteren.

 

·         De opdracht herhalen en positief blijven

Soms is het nodig om na de time-out de opdracht te herhalen die het kind weigerde te doen. Als het kind bijvoorbeeld uit boosheid zijn spullen op de grond heeft gegooid, dient het kind na de time-out alsnog de spullen op te ruimen. Anders kan het kind de time-out als uitweg gebruiken om aan bepaalde taken de ontkomen. Wanneer het kind echter de time-out heeft gekregen doordat het zich heeft misdragen (vb. broertje slaan) dan wordt na de time-out gekeken naar positief gedrag van het kind. Vooral als het positieve gedrag het tegenovergestelde is van het ongepaste gedrag kan een compliment worden gegeven om het kind aan te moedigen. Na de time-out dient er geen negatieve sfeer te hangen tussen de ouder en het kind. Door de time-out is het kind gekalmeerd. De ouder dient het kind weer nieuwe leermogelijkheden aan te bieden en vooral positief te blijven.

 

·         Toename ongewenst gedrag en weigeren om een time-out te nemen

Net zoals bij negeren neemt in eerste instantie ongewenst gedrag toe. In deze periode zal het kind de ouder uittesten en de time-out proberen te ontwijken. Deze periode kan worden doorstaan door niet toe te geven aan dit gedrag van het kind. Pas dan kan de time-out in het vervolg worden ingezet als effectief middel. Vaak komt het ook voor dat kinderen weigeren om een time-out te nemen. Zo kan het kind de time-out plek verlaten of opstandig gedrag laten zien. Wanneer dit gebeurt dient de ouder het kind direct weer terug te sturen naar de time-out plek. Bij kinderen vanaf 7 jaar kan een privilege worden afgenomen wanneer zij geen gehoor geven aan de waarschuwing om terug te gaan naar de time-out plek.

 

·         Handvaten bij het weigeren om een time out te nemen

Er zijn verschillende manieren om het gedrag van kinderen aan te pakken wanneer zij weigeren om een time-out te nemen. Deze manieren van aanpak zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind. Bij kinderen die 6 jaar of jonger zijn is vaak het geven van een waarschuwing voldoende. Wanneer het kind dan alsnog weigert om een time-out te nemen kan het kind rustig vastgepakt worden om het naar de time-out kamer te brengen. Bij kinderen vanaf 7 jaar kan het aantal minuten dat het kind in de time-out kamer moet zitten worden verlengd wanneer het kind weigert. Dit kan worden opgevoerd tot 10 minuten. Als het verlengen van de time-out geen effect heeft wordt het kind gewaarschuwd voor het ontnemen van een privilege. Uiteindelijk zal het kind leren dat het hem niets oplevert wanneer hij/zij in discussie gaat met de ouder. Daardoor zal het kind eerder instemmen om een time-out te nemen bij ongepast gedrag.

 

·        Leren time out te nemen

Voordat een time-out wordt ingezet kan de ouder samen met het kind gaan oefenen. Zo snapt het kind dat een time-out niet negatief is bedoeld. Kinderen begrijpen door deze uitleg dat een time-out een middel is om weer rustig te worden. De uitleg is minder geschikt voor jonge kinderen. Voor hen is het lastiger om de boodschap achter een time-out te begrijpen d.m.v. uitleg. Zij begrijpen dit beter door de situatie te ervaren.

 

Bij het invoeren van een time-out lopen ouders ook tegen problemen. Mogelijke valkuilen bij het invoeren van dit systeem worden hieronder benoemd.

 

·         Time-out voor de ouder zelf

Ook voor de ouders zelf kan het nuttig zijn om geregeld een time-out te nemen. Ouders kunnen boos worden wanneer het kind ongewenst gedrag vertoont. Door juist op zulke momenten een time-out te nemen kan de ouder veel rustiger op het probleemgedrag van het kind reageren. Wanneer ouders geïrriteerd zijn kunnen zij het gedrag van het kind als vervelender ervaren. De ouder kijkt dan als het ware vanuit een andere bril naar het kind.

 

·         Niet voor elk ongewenst gedrag

In sommige gevallen is het gunstiger om het kind enkel te negeren. Zo is het voor gedragingen als huilen, jengelen of zeuren geschikter om deze methode te gebruiken. Ook zou de ouder natuurlijke of logische gevolgen kunnen invoeren. Verder is het van belang om het kind te stimuleren voor positief gedrag. Een time-out is alleen effectief als het niet regelmatig wordt toegepast.

 

·         Verwachten dat het kind zich schuldig voelt

Straf is niet effectief als het kind zich verdrietig voelt of pijn heeft. Het is een misverstand dat men denkt dat kinderen door lichamelijke straffen pijn ervaren en hierdoor sneller stoppen met het ongewenste gedrag. Het doel van een time-out is niet om kinderen pijn te doen. Met een time-out wordt beoogt om het ongewenste gedrag te doen stoppen door het kind tijdelijk uit de situatie te halen. Het kind kan tijdens een time-out nadenken over wat het verkeerd heeft gedaan.

 

·         Het probleem tijdig aanpakken en geen aandacht geven tijdens de time-out

Wanneer kinderen probleemgedrag vertonen is het noodzakelijk dit direct aan te pakken. Als dit wordt uitgesteld kunnen kinderen niet leren dat er negatieve gevolgen bestaan voor ongewenst gedrag. Ook is het belangrijk om tijdens de time-out geen aandacht te geven aan het kind. Er dient geen communicatie te zijn met het kind tijdens de time-out. Anders wordt aan het kind toch aandacht gegeven waardoor het doel van de time-out verloren gaat.

 

·         In combinatie met liefde en steun & vermijden van lichamelijke straffen

Een time-out dient altijd samen te gaan met liefde en steun. Door enkel een time-out in te zetten kan de ouder het ongewenste gedrag van het kind niet laten stoppen. Door vooral oog te hebben op de dingen die het kind goed doet wordt positief gedrag gestimuleerd. Daarnaast is de ouder hiermee een rolmodel voor de kinderen. Een time-out is dan ook alleen effectief als de ouder een goede relatie met het kind heeft en hem of haar liefde geeft en steunt. Een time-out is het eenmalig intrekken hiervan. Verder dient de ouder lichamelijke straffen te vermijden. Zo kan een kind zich verzetten om een time-out te nemen. In zo’n situatie kan de ouder het kind de vrijwillige keuze geven om te gaan naar de time-out plek. Indien dit niet gebeurt kan de ouder een andere consequentie inzetten (dit is van te voren met het kind afgesproken). De ouder behoudt op die manier een goede relatie met het kind. Ook geeft de ouder het kind het juiste voorbeeld.

 

·         Time-out plek niet willen verlaten

Een ander veelvoorkomend probleem treedt op wanneer het kind niet uit de time-out plek wilt komen. Dit gebeurt wanneer het kind na de time-out de opdracht moet hervatten (bijv. speelgoed opruimen). In zo’n situatie kan de ouder er in eerste instantie voor kiezen om de time-out te verlengen (2 tot 10 minuten). Wanneer de ouder merkt dat het verlengen van de time-out geen zin heeft, kan het ervoor kiezen om een privilege te ontnemen. Wanneer het kind een time-out heeft gekregen door bijvoorbeeld een ruzie met broertje/zusje, is het niet erg als het kind de time-out plek niet wilt verlaten. In dit geval hoeft het kind namelijk geen opdracht te hervatten.

 

·         Geduld en de tijd nemen

Het kost enige tijd tot het probleemgedrag gestopt is. Een time-out doet het ongewenste gedrag namelijk niet direct stoppen. Daarom is het verkeerd om te denken dat het probleemgedrag na 4 of 5 time-outs niet meer zal optreden. Voor kinderen is het belangrijk dat zij leren van de fouten die zij maken. Het kost enige tijd tot zij leren van de consequenties. Verder is het van belang om de tijd te nemen voor de time-out situatie. Hierdoor wordt de time-out consequent toegepast. Kinderen kunnen ongewenst gedrag vertonen op momenten dat moeder/vader haast heeft. Wanneer de ouders op zulke momenten door tijdsnood de time-out niet doorvoeren, blijft het gedrag in stand houden. Een oplossing is om goed te plannen tijdens deze uren. Door bijvoorbeeld iets eerder op te staan kan de ouder voorkomen dat in de ochtenduren tijdsgebrek ontstaat. Wanneer het kind tijdens zulke momenten toch ongewenst gedrag vertoont kan de ouder alsnog een time-out inzetten. Daarnaast dienen de ouders niet toe te geven wanneer het kind bijvoorbeeld op de deur slaat of vloekt. Ouders kunnen hierdoor de moed verliezen en somber of boos worden. Als ouders vervolgens geen time-out meer inzetten wanneer ongewenst gedrag optreedt, leert het kind dat hij door te schreeuwen en te slaan invloed kan uitoefenen op de ouders. Een andere valkuil is wanneer ouders bij de deur gaan staan en terug schreeuwen naar het kind. Hierdoor geeft de ouder het kind alsnog de aandacht die het krijgen wil. Het wangedrag wordt dan alleen maar versterkt.

 

·         Relatie herstellen na time-out

Voor ouders kan het lastig zijn om na de time-out weer op een positieve manier met het kind om te gaan. Het kind heeft echter positieve aanmoediging nodig van de ouder om gewenst gedrag te vertonen en te leren van fouten. Het is niet nodig om boos te blijven op het kind na een time-out. Ook wanneer ouders weigeren om tegen het kind te praten na een misdraging voert de spanning en de boosheid op. Door een time-out te krijgen heeft het kind al de boodschap gekregen dat het gedrag echt niet kan. Na de time-out gaat alles weer gewoon verder.

 

·         Op één lijn staan met alle gezinsleden

Het heeft geen nut wanneer enkel één gezinslid een time-out invoert, terwijl de andere gezinsleden niets met deze maatregel doen. Om die reden is het nuttig om van te voren al zaken te bespreken omtrent een time-out. De volgende onderwerpen zijn handig om te bespreken; (1) welk gedrag leidt tot een time-out, (2) wie heeft de leiding bij het uitvoeren van een time out, (3) op welke manieren kunnen de gezinsleden elkaar steunen, (4) hoe kunnen de gezinsleden elkaar duidelijk maken dat zij hulp nodig hebben bij het afronden van de time-out, (5) op welke manier kunnen de gezinsleden elkaar feedback geven. Gezinsleden dienen dus onderling samen te werken. Op die manier wordt voorkomen dat het kind de ene ouder tegen de andere ouder uit gaat spelen. Ook ontstaan er minder vaak negatieve discussies over de time-out doordat er al afspraken zijn gemaakt.

 

·         Als/dan waarschuwingen

Door het dreigen met een time-out zonder deze uit te voeren, leren kinderen dat deze maatregel nooit wordt gebruikt. Om die reden is het beter om het kind ‘als/dan’ waarschuwingen te geven. Een aandachtspunt is dat kinderen met een time-out niet moeten leren om een bepaald klusje te ontwijken. Consequentie betekent daarom ook dat de opdracht na de time-out weer herhaald moet worden.

 

·         Alert zijn op probleemgedrag en grenzen stellen

Wanneer ouders het probleemgedrag niet vanaf het begin aanpakken, kunnen zij op een bepaald moment exploderen van woede. De ouder dient daarom eerst bij zichzelf goed na te gaan welk gedrag sterke emotionele reacties losmaakt. Vervolgens kan de ouder dat gedrag van het kind zo snel mogelijk effectief aanpakken. Wel dient de ouder steeds kalm te blijven.

 

Sommige ouders vinden het lastig om een time-out in te zetten doordat ze de relatie met hun kinderen willen baseren op democratie en gelijkheid. Een misverstand hierbij is dat de ouders deze manier van aanpak zien als een bepaald opvoedingsstijl. Een time-out is slechts een kortdurende middel om ongewenst gedrag te doen stoppen. Daarnaast gelden er ook binnen een democratie regels. Het is vrijheid binnen bepaalde grenzen. Ook voor een kind dienen er regels te gelden waar het zich aan moet houden. Daarnaast is een time-out geen vervanger van middelen als praten en luisteren. Het is een tijdelijke maatregel dat gebruikt wordt wanneer het kind boos of gefrustreerd is.

 

·         Kritiek niet uiten

Wanneer het kind ongewenst gedrag vertoont is het begrijpelijk dat de ouder boos kan worden. Voor ouders is het belangrijk om juist op zulke momenten rustig en beleefd te blijven tegenover het kind. De ouder dient negatieve opmerkingen en reacties niet te uiten naar het kind. In plaats van kritiek kan de ouder het kind duidelijk maken wat het van hem verwacht en waarom. Verder dient de ouder het kind na een time-out niet de les te lezen. Ouders hebben vaak de neiging om het kind te herinneren waarom het een time-out moest gaan nemen. Zo blijft de ouder en het kind hangen in een negatieve spiraal en wordt de fouten van het kind benadrukt.

 

·         Kinderen verantwoordelijk stellen over hun gedrag

De situatie kan ook uit de hand lopen tijdens een time-out. Zo kan het kind iets stuk maken in de kamer door boosheid. In zo’n situatie kan de ouder als volgt handelen. (1) De opdracht waarvoor het kind een time-out heeft gekregen moet in eerste instantie herhaald worden. (2) Vervolgens dient het kind de kamer op te ruimen. (3) Iets wat stuk is kan het kind terugbetalen van zijn gespaarde geld of door een privilege te verliezen. Op die manier ervaren kinderen wat de gevolgen zijn van het gedrag en worden zij dus verantwoordelijk gesteld.

 

·         Time out in het openbaar

Een ouder dient het kind een time-out in het openbaar te geven enkel als dit thuis probleemloos verloopt. Pas wanneer de ouder het gevoel heeft controle te hebben over de time-out situatie kan deze ook buiten worden toegepast. Zo kan de ouder het kind een time-out geven wanneer het zich misdraagt in de supermarkt. Dit betekent dat de ouder en het kind de winkel moeten verlaten en het kind 5 minuten in de auto of een park moet kalmeren. Indien dit niet mogelijk is kan de ouder het kind waarschuwen met een time-out die het thuis zal krijgen.

 

Hoofdstuk 7 Het ervaren van natuurlijke en logische gevolgen

 

Eerder is beschreven dat wanneer een kind zich ongepast gedraagt het kind kan worden genegeerd of een time-out kan worden ingezet. Een andere manier om met ongewenst gedrag van het kind om te gaan is het inzetten van natuurlijke of logische gevolgen. Een natuurlijk gevolg is hetgeen wat gebeurd/ontstaat door het gedrag van het kind. De ouder mengt zich niet in de situatie en het kind ervaart het gevolg van zijn gedrag (vb. kapotte speelgoed wanneer het kind dit stuk heeft gemaakt, kleding blijft vies als het niet in de was wordt gegooid, schoenen worden nat als het kind in plassen springt). Bij een logisch gevolg bepaalt de ouder wat er moet gebeuren nadat bepaald gedrag is opgetreden. De ouder legt iets op als gevolg van het ongewenste gedrag. Belangrijk hier is dat het gevolg moet passen bij het ongepaste gedrag dat het kind heeft vertoont (vb. kind krijgt geen toetje als het niet aan tafel blijft eten, de bibliotheek moet worden verlaten als er niet zachtjes wordt gepraat, de potloden worden afgenomen als het kind niet op het blaadje tekent).

 

Natuurlijke en logische gevolgen kunnen worden ingezet wanneer bepaald gedrag steeds terugkeert. Ouders spreken dan van de te voren af wat het gevolg zal zijn van het gedrag dat het kind vertoont. Hieronder worden enkele tips  genoemd die gebruikt kunnen worden bij het inzetten van natuurlijke en logische gevolgen.

 

·         Oprecht en vriendelijk

Het doel van natuurlijke en logische gevolgen wordt tenietgedaan als er niet vriendelijk wordt gereageerd tegenover het kind. Het belangrijkst is dat het kind van de gevolgen leert zich verantwoordelijk te gedragen. Ook wanneer het kind de gevolgen weigert te doen kan de ouder kalm en rustig reageren. Op zo’n moment kan een time-out ingevoerd worden. Wel is het belangrijk om het gevolg na de time-out alsnog in te zetten. Het kind kan namelijk denken dat het via een time-out het gevolg kan ontwijken. Verder dient de ouder bij het invoeren van natuurlijke en logische gevolgen zich er van bewust te zijn dat het kind zich kan verzetten. Ook hier dient de ouder niet toe te geven aan het gedrag van het kind en de gevolgen op een consequente manier door te voeren.

 

·         Rekening houden met het ontwikkelingsniveau van het kind

Natuurlijke en logische gevolgen is minder geschikt voor peuters. Vanaf een jaar of vijf beschikken kinderen de cognitieve vaardigheid om te begrijpen waarom een natuurlijke of logische gevolg is ingezet. Bij peuters helpt het wel om als/dan formuleringen te gebruiken. Zo is het voor deze kinderen duidelijk als de ouder zegt ‘Als je de kauwgum niet in je mond houdt dan gooi je het weg’. Het is echter ingewikkeld voor deze kinderen om te begrijpen dat kleding vies blijft als het niet in de wasmand wordt gedaan. Om die reden is het bij het inzetten van natuurlijke en logische gevolgen van belang om rekening te houden met het ontwikkelingsniveau van het kind.

 

·         Passende gevolgen en niet straffend

Een natuurlijk en logisch gevolg dient niet lang te duren. Het kind moet namelijk weer de kans krijgen om te laten zien iets weer goed te doen. De gevolgen dienen kort, passend en direct te zijn. Zo is de mond met zeep spoelen omdat het kind heeft gevloekt geen passend gevolg. Ook dienen de gevolgen niet bestraffend te zijn. Dit kan de ouder doen door kalm en vriendelijk te zijn. Gepaste gevolgen zijn; ‘wanneer het kind zonder jas naar buiten gaat krijgt het koud’ of ‘wanneer het kind geen huiswerk maakt, wordt er geen tv gekeken’. Dit zijn gevolgen die het kind geen lichamelijke pijn veroorzaken en zijn dus geschikt om door te voeren. Wel is het echter van belang om het kind niet zonder jas naar buiten te laten gaan als het erg koud is. Het kind kan hierdoor ziek worden en ondergaat het alsnog lichamelijke pijn. Het doel van natuurlijke en logische gevolgen is dat kinderen meer verantwoordelijkheidsgevoel krijgen en leren zelf beslissingen te nemen.

 

·         Het betrekken van het kind

Voordat de gevolgen worden ingezet kunnen er samen met het kind afspraken worden gemaakt over ongepast gedrag. Het succes van deze methode is groter wanneer het kind wordt betrokken bij het maken van deze afspraken. Kinderen gaan hierdoor hun grenzen minder uittesten en gaan zich sneller houden aan de gemaakte afspraken. Kinderen voelen zich gewaardeerd en gerespecteerd als zij ook hun woordje mogen doen. Door van te voren duidelijke afspraken met het kind te maken wordt er een positieve situatie gecreëerd waarin het kind van kan leren.

 

·         Het kind de keuze geven

De ouders dienen het kind uitleg te geven over de gevolgen bij ongepast gedrag voordat deze methode wordt ingezet. Wanneer het kind hierover geen uitleg krijgt kan het zich ook niet verantwoordelijk gedragen over het gedrag dat het vertoont. Zo kan de ouder het kind een waarschuwing geven dat hij precies om 8 uur aangekleed moet zijn zodat de ouders het kind op tijd naar school kunnen brengen. Indien het kind hier geen duidelijke uitleg over krijgt kan hij in verwarring raken over de verwachtingen die de ouders hebben.

 

·         Directe gevolgen

Het is van belang dat de gevolgen van het ongepaste gedrag niet ver in de toekomst liggen. Zo kan het kind elke avond televisie kijken in plaats van huiswerk maken. Het kind kan uiteindelijk met een slecht rapport naar huis komen als gevolg hiervan. Dit is echter geen geschikt gevolg omdat het pas op later termijn volgt. Het kind leert juist van directe gevolgen. Bovendien is een dergelijk gevolg schadelijk voor het zelfvertrouwen van het kind. Gevolgen moeten snel op het ongewenste gedrag volgen zodat het kind direct kan ervaren welk nadeel het gedrag voor het kind oplevert. Op die manier kan het kind leren om zich verantwoordelijk te gaan gedragen zodat het gevolg niet hoeft op te treden.

 

·         Sta achter de gevolgen

Ouders vinden het soms lastig om natuurlijke en logische gevolgen in te voeren bij ongepast gedrag. Vaak komt dit voort uit het feit dat ze het zielig vinden voor hun kind. Hierdoor krijgen zij schuldgevoelens en gaan het kind uiteindelijk toch helpen. Voordat de gevolgen worden ingezet is het daarom belangrijk dat de ouders goed nadenken welk regel zij willen doorvoeren. Het kan nuttig zijn om de voor- en nadelen van het gevolg op papier te zetten en deze tegen elkaar af te wegen. Het gezag van de ouder zal eronder leiden wanneer het gevolg niet wordt doorgevoerd terwijl dit wel is afgesproken.

 

Hoofdstuk 8 Het leren oplossen van problemen

Voor kinderen is het lastig om zelfstandig een probleem op te lossen. Meestal reageren kinderen onhandig op problemen. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen moeite hebben om met problemen om te gaan doordat ze geen andere manieren weten of omdat ze onbewust worden aangemoedigd door ouders. Daarnaast is uit onderzoek gebleken dat ook het temperament van kinderen van invloed is op de vaardigheden om problemen op te lossen. Kinderen kunnen geholpen worden om na te denken over oplossingen die leiden tot positieve gevolgen. Ouders vervullen hierin een belangrijke sleutelrol.

 

Het aanleren van probleemoplossende vaardigheden staat net zo centraal als het aanleren van andere vaardigheden zoals fietsen en lezen. Kinderen kunnen probleemoplossende vaardigheden het beste leren door de stap-voor-stapprocedure te volgen. Ook leren kinderen deze vaardigheden aan door de ouder als voorbeeld te nemen.

 

Elke nieuwe vaardigheid kost tijd om onder de knie te krijgen. Kinderen leren om effectief met een probleem om te gaan is daarom iets wat niet binnen een jaar gebeurd is. Het ene kind leert het sneller om met conflictsituaties om te gaan, terwijl een ander kind hier moeite mee heeft. Zo vinden sommige kinderen het moeilijk om sociale signalen te ‘lezen’ en het gezichtspunt van de ander te begrijpen. Voortdurende aanmoediging van de ouder is hierbij erg van belang.

 

·         Rolmodel

Ouders zijn de belangrijkste rolmodellen voor kinderen. Zij leren enorm veel wanneer zij zien hoe de ouder met anderen omgaat en conflicten oplost. Het oplossen van problemen kan onderverdeeld worden in de volgende zes stappen:

 

1.      Probleem en gevoelens beschrijven (“Wat is mijn probleem?”)

 

2.      Brainstormen over oplossingen (“Welke oplossingen zijn er?”)

 

3.      Nadenken over gevolgen van de mogelijke oplossingen (“Wat gebeurt er dan?”)

 

4.      Beslissen welke van de oplossingen de beste is rekening houdend met onderwerpen als veiligheid, eerlijkheid en gevoelens (“Wat is de beste oplossing of keuze?”)

 

5.      Het toepassen van de oplossing (“Hoe gebruik ik de oplossing?”)

 

6.      Bekijken van de resultaten en het aanmoedigen van de inspanningen (“Hoe heb ik het gedaan?”)

 

De tweede stap is voor kinderen in de leeftijd van 3 tot 8 jaar een belangrijk onderdeel om te leren. Voor deze kinderen is het in eerste instantie van belang om te leren zo veel mogelijk oplossingen te bedenken.

 

De hierboven beschreven stappen komen hieronder uitgebreid aan de orde.

 

Stap 1: Hypothetische problemen bespreken

Het kan kinderen helpen om verschillende situaties te bedenken waarover zij kunnen nadenken over verschillende oplossingen. Een leuke manier om dit te doen is een doen-alsof spel. Zo kunnen de kinderen zich verplaatsen in de rol van detective om problemen te leren oplossen. Een voorbeeld van een situatie die ouders met kinderen kunnen bespreken is; een jonger kind begint te slaan, wat doe je dan? Ook kan besproken worden wat kinderen kunnen doen als zij beide met hetzelfde speelgoed willen spelen.

 

Verder is het nuttig voor de kinderen als zij leren stilstaan bij de gevoelens die in hen opkomen. Wanneer de ouders met het kind praten over gevoelens moeten zij ook geholpen worden om de gevoelens van verschillende personen te herkennen. Op die manier kunnen kinderen hun woordenschat op het gebied van gevoelens vergroten. Dit is een belangrijke vaardigheid om goede probleemoplossers te worden.

 

Stap 2: Brainstormen over oplossingen

De volgende stap is het bedenken van verschillende oplossingen voor het probleem. Wanneer het kind zelf geen oplossingen kan bedenken, kan de ouder het kind helpen. Het brainstormen over oplossingen kan gedaan worden door plaatjes, verhaaltjes en poppen te gebruiken.

 

Stap 3: De gevolgen doornemen

Vervolgens dient de ouder met het kind de mogelijke gevolgen van de oplossingen door te lopen. Dit helpt het kind om de beste oplossing te kiezen.

 

Stap 4: De beste oplossing

Nadat de ouder samen met het kind de gevolgen van de oplossingen heeft afgewogen, wordt gekozen welke oplossing de beste keuze is. Drie vragen die het kind hierbij kunnen helpen zijn: (1) is de oplossing veilig, (2) is de oplossing eerlijk en (3) leidt de oplossing tot prettige gevoelens?

 

Stap 5: Probleemoplossende vaardigheden toepassen

Uiteindelijk gaat het kind echt aan de slag met de bedachte oplossing. Wel dient de ouder er rekening mee te houden dat de oplossing makkelijker is toe te passen in een ‘gemaakte’ situatie. Kinderen kunnen bijvoorbeeld in een conflictsituatie van streek zijn en hierdoor niet meer helder nadenken. In zo’n geval kan het nodig zijn om een time-out in te voeren zodat het kind kan afkoelen. Pas daarna kan het kind de oplossing toepassen.

 

Stap 6: Bekijken van het resultaat

In de laatste stap ondersteunt de ouder het kind te beoordelen of de oplossing heeft geholpen. De ouder kan met het kind bespreken of deze oplossing ook in de toekomst gebruikt kan worden. In deze stap is het erg belangrijk dat de ouder het kind aanmoedigt voor zijn inspanningen. Dit stimuleert het kind om zijn probleemoplossende vaardigheden vaker te gebruiken. Net zoals bij de andere aspecten van de opvoeding, kunnen ouders tegen problemen aanlopen bij het leren van probleemoplossende vaardigheden aan hun kinderen. Hieronder worden enkele aandachtspunten beschreven.

 

·         Aanmoediging voor zo veel mogelijk oplossingen en ontdekken hoe het kind het probleem ziet

Vaak vertellen ouders allerlei manieren om een bepaald probleem op te lossen. Kinderen worden hierdoor niet aangemoedigd om zelf oplossingen te bedenken voor een probleem. Aanmoedigen betekent dat er geen kritiek wordt gegeven op de oplossingen die het kind noemt. In deze fase hoeft de ouder niet vooruit te denken naar het eventuele effect van de oplossing. Als het kind oplossingen heeft genoemd kan de ouder het kind aanvullen met een aantal suggesties. Daarnaast is het ook belangrijk om na te gaan hoe het kind zelf het probleem ziet. De ouder en het kind kunnen het probleem namelijk beide anders opvatten. Pas wanneer de ouder het gezichtspunt van het kind begrijpt, kan er een oplossing komen die ook aansluit bij de visie van het kind. Dit werkt ook motiverend voor het kind.

 

·         Positief zijn en prijzen

Ouders kunnen het kind prijzen wanneer zij zien dat het kind goede beslissingen maakt en effectief met problemen omgaat. Door te prijzen wordt het kind aangemoedigd dit gedrag vaker te laten zien. Verder dient de ouder altijd positief te blijven over de ideeën van het kind. Juist door ze te stimuleren om meerdere oplossingen te bedenken, leren kinderen steeds vaardiger te worden in het oplossen van conflictsituaties.

 

·         Het belang van open vragen

De ouder kan het kind stimuleren om over het probleem na te denken door open vragen (‘Hoe’ of ‘Wat’ vragen) te stellen. Voorbeelden van vragen zijn: ‘Wat is er gebeurd?’, ‘Wat denk je dat de ander voelt?’, ‘Hoe voel jij je?’. Een andere manier om kinderen te helpen is het herformuleren van zinnen. De ouder kan hetgeen wat het kind heeft gezegd iets anders formuleren waardoor het kind het gevoel krijgt dat de ouder hem of haar begrijpt en zijn of haar ideeën waardeert. Een ander voordeel van herformuleringen is dat het kind leert om een betere probleemoplossende woordenschat te ontwikkelen (de ouder gebruikt namelijk meer gepast taalgebruik).

 

·         Hardop denken en kinderen begeleiden

Bepaalde conflicten tussen ouders kunnen in het bijzijn van kinderen worden uitgepraat. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen betere probleemoplossende vaardigheden hebben en weinig stress ervaren als zij volwassenen zien die problemen bespreken. Kinderen leren op deze manier met meningsverschillen omgaan doordat zij volwassenen effectief problemen zien oplossen. Ook alleenstaande ouders kunnen het kind laten zien hoe zij een probleem of conflict kunnen oplossen. Zij kunnen bijvoorbeeld door hardop te denken het kind de juiste aanpak laten zien. Daarnaast helpt het kinderen ook om een oplossing te bespreken die niet goed heeft gewerkt.

 

Soms vragen ouders/leerkrachten twee kinderen het probleem zelf op te lossen. Deze aanpak is alleen geschikt als kinderen al goede probleemoplossende vaardigheden beschikken. De meeste kinderen hebben echter toch de begeleiding van de ouder nodig. Door de bovengenoemde stappen één voor één door te lopen kunnen kinderen ondersteund worden bij het oplossen van het probleem. Daarnaast dient de ouder de kinderen voor elke stap te prijzen en aan te moedigen.

 

·         Vragen naar gevoelens en positieve/negatieve gevolgen bedenken

In het proces van probleem oplossen is het ook belangrijk aandacht te schenken aan de gevoelens van het kind of de ander die betrokken is bij de situatie. Ouders kunnen hun kinderen stimuleren om hun gevoelens te uiten en de gevoelens van een ander te leren begrijpen. Het kind krijgt hierdoor meer inlevingsvermogen. Zo kan het kind het gezichtspunt van de ander begrijpen en meer bereid zijn om samen te werken bij het oplossen van het probleem. Een ander belangrijk onderdeel bij het oplossen van problemen is dat de ouder zowel de positieve als de negatieve gevolgen van de oplossingen bespreekt met het kind. Zo kan de ouder uitleggen dat slaan op korte termijn effectief kan zijn, maar op de lange termijn zal zijn vriendje waarschijnlijk niet meer met hem willen spelen. Kinderen kunnen dan een beter oordeel vormen over de mogelijke oplossingen.

 

·       Denkstrategie ontwikkelen

Vaak richten ouders zich in dit proces op het vinden van de beste oplossing. Belangrijker is echter dat het kind leert om een denkstrategie te ontwikkelen om zichzelf onder controle te houden in een conflictsituatie. Daarom moet de aandacht meer liggen op het denken van het kind i.p.v. het vinden van een specifieke oplossing voor een bepaalde situatie.

 

Hoofdstuk 9 Het leren omgaan met emoties

 

Kinderen en ouders kunnen verschillend reageren op situaties. Zo kan een kind van slag raken van een situatie terwijl een ander kind dit helemaal niet heeft. Kinderen kunnen geleerd worden om controle te houden over de situatie die emoties oproept. Een belangrijke stap hierin is eerst de oorzaak te leren begrijpen waarom een bepaalde emotionele reactie is ontstaan. Dan kunnen ze geleerd worden hoe ze met de situatie om kunnen gaan.

 

Emoties zijn reacties op prikkels of situaties die een persoon raken. Er worden drie niveaus onderscheiden in emotionele reacties (Webster-Stratton, 2007).
 

Niveau 1: dit is het meest basale niveau. Het gaat om de fysiologische en biochemische reacties en de lichamelijke processen die gereguleerd worden door het autonome zenuwstelsel. Het gaat om onder andere de hartslag, de ademhaling, de bloeddruk en de afscheiding van hormonen. Wanneer iemand boos is kan een hoger hartslag ontstaan.
 

Niveau 2: dit is het motorische en gedragsmatige niveau. Voorbeelden zijn; gezichtsuitdrukking, huilen, zich terugtrekken etc.
 

Niveau 3: dit is het gebruiken van woorden om gevoelens aan te geven, zoals ‘Ik ben erg boos’. Dit kan in de vorm van gedachten zijn of gesproken of geschreven taal.

 

Emotieregulatie; onder emotieregulatie wordt de mogelijkheden van iemand om controle te houden over de emotionele reacties op alle drie de niveaus bij het omgaan met situaties verstaan. Bij emotionele disregulatie kan iemand daarentegen de emotionele reacties niet onder controle houden. Emotieregulatie is niet aangeboren. Het moet geleerd worden.

Bij baby’s biedt de omgeving vooral controle over de emoties. Baby’s geven door te huilen signalen af. De buitenwereld (ouders) zorgt dat de innerlijke spanning van het kind afneemt. Bij peuters en kleuters vindt rijping plaats in de emotieregulatie. Kinderen leren hun emotionele reacties onder controle te houden wanneer zij leren praten. Dit omdat zij vaardiger worden in het benoemen van emoties en gedachten. Bij kinderen vanaf 6 jaar ontstaat er een grotere verantwoordelijkheid voor het emotionele functioneren. Kinderen beginnen rond deze leeftijd te reflecteren. Het kind kan zelf bekijken hoe het zijn emoties onder controle kan houden met behulp van zijn omgeving. Een belangrijk verschil met eerdere jaren is dat het kind minder een driftbui krijgt, maar zijn boosheid met woorden uitvecht of vertelt dat het boos is.

 

Drie processen die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van het onder controle houden van emoties zijn (1) neurologische rijping, (2) temperament en niveau van ontwikkeling en (3) sociaal functioneren van ouders en steun uit de omgeving. De neurologische rijping is de groei en ontwikkeling van het zenuwstelsel van kinderen. Dit is nodig om emotionele reacties onder controle te houden. Het tweede proces houdt in dat voor sommige kinderen het reguleren van emoties lastiger is. Dit omdat zij bijvoorbeeld leerproblemen of een moeilijk temperament hebben. Het derde proces geeft het belang van gezinnen weer. Kinderen die voortdurend stress ervaren binnen het gezin of stabiliteit missen hebben meer problemen met het onder controle houden van hun emoties.

 

Uit onderzoek blijkt dat kinderen die over hun emoties leren praten ook meer controle hebben over hun emoties. Er zijn drie manieren waarmee ouders hun kinderen kunnen helpen bij het leren omgaan met hun emoties. (1) Allereerst is het van belang om te zorgen voor stabiliteit en duidelijkheid. Ouders kunnen hiervoor zorgen door duidelijke grenzen te stellen en regels op te stellen waar de kinderen zich aan dienen te houden. (2) Daarnaast dienen de emoties en reacties van het kind geaccepteerd te worden.

 

Het helpt het kind emotionele spanning te verdragen en hiermee om te gaan wanneer de ouder hier begrip voor toont. (3) Verder helpt het kinderen wanneer ouders over hun eigen gevoelens praten. Op die manier leren kinderen emoties te herkennen en hun woordenschat over emoties te vergroten. Hieronder volgen nog meer tips voor ouders om kinderen te leren om te gaan met hun emoties.

 

·         Aanmoedigen om te praten over emoties

Belangrijk om aan kinderen mee te geven is dat zij leren dat alle gevoelens normaal zijn. Daarom dienen ouders uitspraken te vermijden als ‘Wees niet boos’ of ‘Niet verdrietig zijn’.   Alle gevoelens zijn natuurlijk. Sommige gevoelens zijn prettig, terwijl andere emoties pijn doen. Verder is het belangrijk om kinderen mee te geven dat zij controle over hun eigen gedrag kunnen krijgen en niet zo zeer over de gevoelens die zij ervaren.

 

·         De schildpadtechniek

In sommige situaties kunnen kinderen gefrustreerd raken. Hierdoor kunnen zij hun controle verliezen over hun zelfspraak of een probleem niet oplossen. In zo’n situatie kunnen kinderen de schildpadtechniek gebruiken. Dit is een techniek om rustig te worden en is daarom geschikt middel om problemen op te lossen. Deze techniek kan als volgt worden gebruikt: (1) Het kind stelt zich in eerste instantie voor dat het een schild heeft. Deze zogenaamde schild is een plek waar het kind zich terug kan trekken. Net zoals schildpadden dat doen. (2) Vervolgens leert het kind drie keer diep adem te halen en tegen zichzelf te zeggen ‘Stop, haal diep adem en wordt rustig’. Ook kan het kind uitgelegd worden dat het aan een ontspannende situatie kan denken. Verder kan het nuttig zijn om het kind aan te moedigen om tegen zichzelf te zeggen dat hij/zij rustig kan worden. Het kind kan in zijn schild blijven tot het zich weer rustig voelt. Voor jonge kinderen kan een schildpop gebruikt worden.

 

·         Positieve zelfspraak voordoen

Emoties kunnen versterkt worden door bepaalde gedachten (zelfspraak). Zo kan iemand angstig, gefrustreerd of boos worden door gedachten die opkomen. Onderzoek heeft aangetoond dat kinderen met negatieve zelfspraak eerder boos worden in vergelijking met kinderen met positieve zelfspraak. Om die reden is het van belang kinderen positieve zelfspraak te leren (vb. ‘Ik kan rustig worden’ en ‘Straks voel ik me gelukkiger’).

 

·         Lastige situaties gebruiken om problemen te leren oplossen

Kinderen kunnen het beste emoties leren reguleren door te zien hoe ouders dit doen. Ouders kunnen dit doen door te laten zien hoe zij reageren op bepaalde situaties en wat hiervan de gevolgen zijn. Dit kan gedaan worden door situaties te verzinnen en vervolgens met het kind hiermee te oefenen. De ouder en het kind kunnen hiermee aan de slag gaan door bijvoorbeeld rollenspellen te doen. Een geschikte manier is om een situatie te verzinnen waarin het kind boos zou worden. Vervolgens kan de ouder samen met het kind het probleem oplossen met de volgende zes stappen: (1) beschrijving van het probleem, (2) brainstormen over het probleem, (3) evalueren van verschillende oplossingen, (4) het kiezen van de beste oplossing, (5) het toepassen van de oplossing en (6) het evalueren van het resultaat.

 

·         Stadia van boos worden

Er zijn vier stadia van boos worden te onderscheiden wanneer een situatie zich voordoet. Stadium 1: In dit stadium moppert het kind en laat het de omgeving merken ergens ontevreden over te zijn. Ouders kunnen het kind in dit stadium helpen door bijvoorbeeld de schildpadtechniek toe te passen. Ook kunnen ouders het kind stimuleren om over de emoties te praten waar het kind mee zit. Op die manier kan worden voorkomen dat het kind in het tweede stadium terechtkomt. Stadium 2: In dit stadium wordt het kind rusteloos en gespannen. Kinderen kunnen dan ook op elk moment een emotionele uitbarsting krijgen. Stadium 3: Dit is het stadium nadat de uitbarsting heeft plaatsgevonden. Dit stadium wordt ook wel het ‘laat me alleen stadium’ genoemd. In het tweede en derde stadium kan de ouder het kind het beste negeren. Aandacht in deze twee stadia zou een aanmoediging betekenen voor het ongewenste gedrag. Stadium 4: In dit stadium kan het kind weer taken oppakken en zich gedragen alsof er niets is gebeurd. De ouder kan in dit stadium samen met het kind kijken wat er is gebeurd en bespreken hoe het kind de volgende keer kan handelen.

 

·         Inzetten van een time-out en passende manieren leren

Wanneer ouders meegaan met de emotionele uitbarstingen van het kind zal dit gedrag in de toekomst vaker voorkomen. Ouders kunnen tijdens zulke situaties het kind geen aandacht geven. Indien het gedrag echter erg uit de hand loopt kan de ouder kiezen voor een time-out. Het kind kan van tevoren uitleg krijgen dat bijvoorbeeld agressief gedrag een time-out tot gevolg heeft. Verder dienen ouders het kind te leren dat gevoelens als boosheid, angst en bedroefdheid normaal zijn. Belangrijk is dat kinderen zich bewust blijven over hoe zij deze gevoelens uiten. Zo kunnen zij geleerd worden om negatieve gevoelens op een duidelijke en niet-vijandige manier om te zetten.

 

·         De emoties niet de vrije loop laten

Er zijn verschillende methoden bekend waarin kinderen worden aangemoedigd om te slaan op kussens of te schreeuwen om stoom af te blazen. Onderzoek lijkt het effect van deze methoden echter niet te bevestigen. Er is geen bewijs dat het aanmoedigen van agressie leidt tot een vermindering van boosheid. Ook krijgen kinderen hierdoor geen controle over hun emoties. Kinderen kunnen door dit soort methoden zelfs agressiever worden.

 

·         Prijzen

Uit onderzoek blijkt dat kinderen met een moeilijk temperament vaker kritiek en minder complimenten krijgen. Deze kinderen vinden het lastiger om emoties te herkennen. Om die reden zijn ze zich er niet van bewust als het hen wel lukt om emoties onder controle te houden. Een belangrijke rol van de ouder hierin is om deze momenten te prijzen. Hierdoor worden kinderen zich bewust van hun vermogen om emoties te herkennen. Ook helpen ouders het kind een positiever zelfbeeld van zichzelf te vormen door hem/haar te prijzen.

 

Hoofdstuk 10 De omgang met leeftijdgenoten

 

Sommige kinderen hebben meer moeite met het aangaan van relaties met leeftijdgenoten. Zo blijkt uit onderzoek dat kinderen met een moeilijk temperament (hyperactiviteit, impulsiviteit, aandachtsproblemen) en zwakke gespreksvaardigheden meer moeite hebben om vriendschappen aan te gaan en relaties te onderhouden. Vriendschappen zijn belangrijk voor kinderen doordat zij sociale vaardigheden (samenwerken, delen, omgaan met conflicten, inlevingsvermogen) leren. Ook blijkt uit onderzoek dat problemen met leeftijdgenoten een voorspeller zijn van psychiatrische problemen en schooluitval in de puberteit en volwassenheid. Door vriendschappen krijgen kinderen het gevoel bij de groep te horen. Kinderen die weinig aansluiting vinden bij een groep worden vaak buitengesloten, afgewezen of belachelijk gemaakt. Hierdoor kunnen deze kinderen geïsoleerd raken en minder kansen krijgen om sociale vaardigheden te leren.

 

Voor ouders is het lastig om te zien dat het kind wordt afgewezen door leeftijdgenoten. Dit kan hen emotioneel erg aangrijpen. Ouders kunnen echter wel een belangrijke rol spelen in het leren van de vaardigheden aan kinderen door thuis veel te oefenen. De volgende stap is dan het kind te stimuleren deze vaardigheden te gebruiken bij leeftijdgenoten. Ook is samenwerking met de leerkracht nuttig. Ouders kunnen de hieronder genoemde tips gebruiken om het kind te helpen bij het leren omgaan met leeftijdgenoten.

 

·         Dagelijks oefenen in speelmomenten

Ouders kunnen tijdens speelmomenten het kind laten zien hoe zij op hun beurt kunnen wachten, delen en een compliment geven. Dit is vooral belangrijk voor kinderen met moeilijk gedrag en kinderen die een vertraagde ontwikkeling laten zien, zoals bij autisme en syndroom van Asperger. Maar ook voor kinderen die zijn geïsoleerd of afgewezen door bijvoorbeeld klasgenoten is dit belangrijk. Deze kinderen hebben minder ontwikkelde sociale- en spelvaardigheden.

 

·         Oefenen om een groep te benaderen

Ouders kunnen met het kind gaan oefenen hoe zij een groep kunnen benaderen. Sommige kinderen vinden het lastig om aan een groep spelende kinderen te vragen of zij mee mogen doen doordat zij verlegen zijn. Andere kinderen mengen zich echter zonder te vragen in het spel van een groep waardoor ze een vervelende reactie krijgen. Door te oefenen leren kinderen om te wachten op een geschikt moment. Tijdens oefeningen doet de ouder het steeds voor zodat het kind de ouder als voorbeeld kan nemen.

 

·         Plannen van afspraken met vriendjes thuis

Kinderen kunnen gestimuleerd worden om vriendjes thuis uit te nodigen na schooltijd of in het weekend. De ouder kan van te voren met het kind oefenen wat het tegen de klasgenoot kan zeggen om het uit te nodigen. Wanneer de kinderen thuis zijn, kan de ouder ervoor zorgen dat het speelmoment zo gestructureerd mogelijk verloopt. Zo kan de ouder spelletjes kiezen waarbij de kinderen moeten samenwerken. Op die manier kan in de gaten worden gehouden hoe het kind samenwerkt met de vrienden. Wel is het handig om ook rekening te houden wat de andere kinderen leuk vinden om te doen.

 

·         Samenwerken met leerkrachten

Samenwerking met de leerkracht is erg van belang. Op die manier kan de ouder te weten komen hoe het kind op school functioneert. De leerkracht speelt een belangrijke rol in de klas om het kind te stimuleren positieve relaties op te bouwen met leeftijdgenoten. Zo kan de leerkracht in de klas het kind taken geven. De klasgenoten krijgen hierdoor een positievere blik op het kind. Ook helpt het om kinderen in kleinere groepjes samen te laten werken. De kinderen zijn van elkaar afhankelijk doordat zij als groep moeten presteren. Dit bevordert het saamhorigheidsgevoel onder de leerlingen. De ouder kan ook elke dag een schriftje meegeven aan het kind, zodat de ouder en de leerkracht op de hoogte zijn van de situatie thuis en op school. Beide partijen kunnen ook communiceren over een beloningsprogramma. Het schept voor het kind duidelijkheid als hetzelfde beloningsprogramma ook op school wordt gehanteerd. Ook kan overlegd worden of het kind ondersteuning kan krijgen van een intern begeleider of remedial teacher.

 

·         Leren praten met leeftijdgenoten

Uit onderzoek blijkt dat het oefenen met gespreksvaardigheden kinderen helpt om aansluiting te vinden bij leeftijdgenoten. Eerst dient het kind deze vaardigheden met de ouder te oefenen. Vervolgens dient de ouder het kind te belonen en te prijzen wanneer het kind deze vaardigheden toepast in de thuissituatie. De ouder en het kind kunnen oefenen met onder andere de volgende gespreksvaardigheden; voorstellen, interesse tonen, luisteren, praten, complimenten geven, beurten nemen, de ander bedanken en excuses aanbieden.

 

·         Leren conflicten oplossen en omgaan met boosheid

Elk kind heeft wel eens een conflict met een vriend of klasgenoot. Kinderen behouden hun vriendschappen wanneer zij leren om te gaan met een conflict. Wanneer de ouder ziet dat de leerlingen een conflict hebben tijdens een speelmoment kan het de rol vervullen van coach langs de leerlijn. De ouder kan op zo’n moment met de kinderen bespreken wat het probleem is en oplossingen bedenken om het probleem op te lossen. Een andere manier om kinderen te leren om met conflicten om te gaan is in de vorm van een spel.

 

Zo kunnen kinderen grabbelen in een doos met papiertjes over conflictsituaties. Vervolgens vertellen zij hoe zij zouden omgaan met de situatie die op het papiertje staat. Voorbeelden van situaties zijn ‘een vriendje dat wordt gepest’ of ‘een vriendje is zijn jas verloren’.

 

Kinderen kunnen geholpen worden om met hun boosheid om te gaan door hen de schildpadtechniek te leren. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen met agressief gedrag en aandachtsproblemen situaties eerder als bedreigend ervaren. Wanneer kinderen door een situatie angstig, boos, verdrietig of agressief worden zijn zij minder goed in staat om probleemoplossende vaardigheden te gebruiken om met de situatie om te gaan. Om die reden is het nuttig om kinderen te leren om met hun gevoelens om te gaan. Ook voor leerkrachten kan het handig zijn om de schildpadtechniek in de klassensituatie te gebruiken.

 

·         Aanmoediging van positieve contacten en prijzen van sociale vaardigheden

Het kind kan worden aangemoedigd om contacten te maken door een inschrijving bij bijvoorbeeld een kamp waar activiteiten worden aangeboden. Wel dient de ouder rekening te houden met wat het kind leuk vindt en zijn of haar mogelijkheden. Zo is het voor kinderen met aandachtsproblemen lastiger om gedurende de gehele dag zich te concentreren op taken waarbij er samengewerkt moet worden. Deze kinderen hebben meer baat bij gestructureerde activiteiten met veel begeleiding vanuit volwassenen. Daarnaast kunnen competitieve taken frustrerend zijn voor kinderen. Het zelfvertrouwen van het kind wordt vergroot wanneer het deelneemt aan activiteiten waar het ook goed in is.

 

Bij het oefenen van sociale vaardigheden kan het nuttig zijn om na te denken welke vaardigheid het meest belangrijk is om mee te beginnen. Nadat het kind deze vaardigheid met de ouder heeft geoefend kan het kind dit ook tijdens speelmomenten doen. De ouder dient dan alert te zijn en het kind te prijzen wanneer het gedrag zich voordoet. Belangrijk is om ook het kind te herinneren aan de vaardigheid als het kind gaat spelen met leeftijdgenoten. Dit kan door bijvoorbeeld een kaart te maken en deze op te hangen op een plek waar het kind dit kan zien. Wanneer het prijzen zo specifiek mogelijk wordt gedaan, wordt het kind zich hier ook bewust van. Als het kind de vaardigheid onder de knie heeft, kan weer iets nieuws worden geleerd.

 

·         Oefenen met het inleven in anderen en positieve zelfspraak

Kinderen kunnen het gezichtspunt van een ander niet begrijpen als zij sociale situaties verkeerd inschatten of als zij niet weten hoe zij moeten reageren. Een goede relatie met de ouders helpt het kind om een goede relatie met leeftijdgenoten op te bouwen. Kinderen hebben meer zelfvertrouwen in zichzelf als zij een goede relatie met de ouders hebben. Dit is weer bevorderlijk voor het gevoel dat het kind zich als een waardevol persoon kan zien. Zelfacceptatie en zelfvertrouwen bij het kind zijn bepalend om relaties aan te gaan met leeftijdgenoten. Door een goed voorbeeld te zijn kan het kind leren hoe het zich kan inleveren in een ander.

 

Ook kan het kind geleerd worden om positieve zelfspraak toe te passen. Door positieve zelfspraak houden kinderen hun emoties onder controle. Ouders die positieve zelfspraak toepassen, zijn een goed voorbeeld voor het kind. Zo kan een ouder hardop zeggen: ‘Ik hoef niet boos te zijn. Ik kan de situatie beter oplossen als ik niet boos ben’. Op die manier leert het kind hoe het tegen zichzelf kan praten tijdens frustrerende situaties. Ouders kunnen het kind ook ondersteunen met het herkennen van negatieve zelfspraak. Het kind kan op die manier negatieve zelfspraak vervangen door positieve zelfspraak.

Check page access:
Public
Work for WorldSupporter

Image

JoHo can really use your help!  Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world

Working for JoHo as a student in Leyden

Parttime werken voor JoHo

How to use and find summaries?


Online access to all summaries, study notes en practice exams

Using and finding summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter

There are several ways to navigate the large amount of summaries, study notes en practice exams on JoHo WorldSupporter.

  1. Starting Pages: for some fields of study and some university curricula editors have created (start) magazines where customised selections of summaries are put together to smoothen navigation. When you have found a magazine of your likings, add that page to your favorites so you can easily go to that starting point directly from your profile during future visits. Below you will find some start magazines per field of study
  2. Follow authors or (study) organizations: by following individual users, authors and your study organizations you are likely to discover more relevant study materials.
  3. Search tool: quick & dirty - not very elegant but the fastest way to find a specific summary of a book or study assistance with a specific course or subject. The search tool is available at the bottom of most pages or on the Search & Find page
  4. Tags & Taxonomy: gives you insight in the amount of summaries that are tagged by authors on specific subjects. This type of navigation can help find summaries that you could have missed when just using the search tools. Tags are organised per field of study and per study institution. Note: not all content is tagged thoroughly, so when this approach doesn't give the results you were looking for, please check the search tool as back up

Do you want to share your summaries with JoHo WorldSupporter and its visitors?

Quicklinks to fields of study (main tags and taxonomy terms)

Field of study

Quick links to WorldSupporter content for universities in the Netherlands

Follow the author: Vintage Supporter
Comments, Compliments & Kudos:

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.