Belastingrecht - UL - Oefententamen 2018 - Exclusive

Meerkeuzevragen bij oefententamen

MC vraag 1

Roberto bezit een zeiljacht, waarmee hij elk weekend gaat varen op de Noordzee. Tijdens vakanties gaat hij nog veel verder: soms naar de Middellandse Zee, soms ook naar Amerika. Het gaat dan ook om een flink jacht, met een waarde in het economisch verkeer van € 4.000.000. Bij zo’n groot schip horen ook kosten. Jaarlijks onderhoud etc. kost €150.000. De vaste ligplaats van het schip laat Roberto bewaken met vechthonden. De ligplaats kost jaarlijks € 20.000, de bewaking met vechthonden jaarlijks € 30.000. Vrienden vragen hem geregeld of ze het schip eens tegen betaling mogen gebruiken, maar daar begint Roberto niet aan. Wat zijn de gevolgen voor de heffing van inkomstenbelasting? U mag daarbij aannemen dat Roberto geen ander vermogen heeft, noch schulden.

  1. Roberto wordt in box 3 belast naar een bedrag van € 4.000.000, minus het heffingvrije vermogen.
  2. Roberto wordt in box 3 belast naar een bedrag van € 3.800.000 (dat is de waarde van het jacht minus de kosten die Roberto heeft gemaakt), minus het heffingvrije vermogen.
  3. Roberto wordt in box 3 belast naar een bedrag van € 3.830.000 (dat is de waarde van het jacht minus de kosten die Roberto heeft gemaakt; de kosten van de bewaking met vechthonden zijn echter van aftrek uitgesloten), minus het heffingvrije vermogen.
  4. Geen van bovenstaande antwoorden is juist.

MC vraag 2

Jan verkoopt een pakket aandelen met winst. Dit vervreemdingsvoordeel blijft onbelast mits:

  1. de aandelen behoorden tot het vermogen van Jan’s onderneming.
  2. het voordeel voor Jan een resultaat uit overige werkzaamheden vormt.
  3. de aandelen voor Jan behoorden tot een aanmerkelijk belang.
  4. de aandelen behoorden tot Jan’s box 3 vermogen.

MC vraag 3

Voor een aanmerkelijk belang is vereist dat:

  1. de aandeelhouder economisch eigenaar is van de aandelen.
  2. de aandeelhouder juridisch eigenaar is van de aandelen.
  3. het gaat om aandelen in een in Nederland gevestigde vennootschap.
  4. het gaat om direct aandeelhouderschap.

MC vraag 4

Judith, een studente van 22 jaar, heeft een 5%-aandelenbelang in X BV. Haar vader Kees houdt de overige 95% van de aandelen. De afgelopen jaren heeft Judith telkens een leuk dividend ontvangen als aanvulling op haar studiebeurs. Maar tijdens het kerstdiner waarschuwt Kees zijn dochter: de zaken lopen slecht, en X BV gaat komend jaar waarschijnlijk een fors verlies draaien. Hij biedt haar aan om een deel van haar aandelen te kopen, zodat zij haar tegenvaller kan beperken. Wat zouden de fiscale gevolgen zijn als Judith de helft van haar aandelen aan haar vader verkoopt?

  1. Zij heeft dan geen aanmerkelijk belang meer en wordt voor haar resterend aandelenbezit belast in box 3.
  2. Zij heeft dan nog steeds een aanmerkelijk belang, en wel op grond van art. 4.6 Wet IB 2001.
  3. Zij heeft dan nog steeds een aanmerkelijk belang, en wel op grond van art. 4.10 Wet IB 2001.
  4. Zij zal worden belast voor een fictieve vervreemding, en wel op grond van art. 4.16 lid 1 onderdeel g Wet IB 2001.

MC vraag 5

In het kader van de belastingvereenvoudiging besluit de wetgever om box 2 van de Wet IB 2001 af te schaffen. Wat is (aannemend dat verder niets wordt gewijzigd in de belastingwetgeving) het gevolg van deze stap voor de wijze waarop aandeelhouders met een belang van 5% (of meer) in de inkomstenbelasting worden betrokken?

  1. Zij worden voor de reguliere en vervreemdingsvoordelen uit hun aandelenbezit belast ter zake van winst uit onderneming; zij drijven immers een onderneming.
  2. Zij worden voor de reguliere en vervreemdingsvoordelen uit hun aandelenbezit belast ter zake van loon; zij zijn immers als directeur in dienst van hun eigen vennootschap.
  3. Zij worden voor de reguliere en vervreemdingsvoordelen uit hun aandelenbezit belast ter zake van resultaat uit overige werkzaamheden; zij zijn immers fiscaal gezien geen ondernemers en evenmin werknemers.
  4. Zij worden voor de waarde van hun aandelenbezit belast ter zake van voordeel uit sparen en beleggen.

MC vraag 6

Waarom zijn naast de reguliere voordelen ook de vervreemdingsvoordelen uit een aanmerkelijk belang in box 2 belast?

  1. Omdat vervreemdingsvoordelen onder de deelnemingsvrijstelling vallen.
  2. Anders zouden aanmerkelijkbelanghouders hun familieleden die geen aanmerkelijk belang hebben, kunnen bevoordelen door hen vervreemdingsvoordelen toe te kennen.
  3. Om te voorkomen dat aanmerkelijkbelanghouders belasting uitstellen door zichzelf geen reguliere voordelen toe te kennen.
  4. Omdat de vervreemdingsvoordelen anders zouden moeten worden belast als resultaat uit overige werkzaamheden.

MC vraag 7

Wat is het doel van de zogeheten gebruikelijkloonregeling (art. 12a Wet LB 1964) voor aanmerkelijkbelangaandeelhouders?

  1. Zorgen dat aanmerkelijkbelanghouders zichzelf niet excessief belonen in vergelijking met hun werknemers.
  2. Zorgen dat aanmerkelijkbelanghouders, net als ondernemers, toegang krijgen tot de ondernemersfaciliteiten in box 1.
  3. Zorgen dat hun arbeidsinkomen zo veel mogelijk wordt belast in box 1, in plaats van in box 2.
  4. Zorgen dat ze hun beloningen niet als “normaal vermogensbeheer” wegsluizen naar box.

MC vraag 8

Bij het starten van een onderneming kan een keuze worden gemaakt uit verschillende rechtsvormen. Veelal staan ondernemers voor de keuze “eenmanszaak of BV?” Wat zijn de belangrijkste fiscale afwegingen?

  1. Bij een lage winst is de BV aantrekkelijker: voor lage winsten bedraagt het tarief vennootschapsbelasting slechts 20%. Bij een hoge winst is een eenmanszaak aantrekkelijker door het progressieve tarief van box 1.
  2. Bij een lage winst is de eenmanszaak aantrekkelijker: de ondernemer heeft doorgaans toegang tot de ondernemingsfaciliteiten van de Wet IB 2001 en betaalt daardoor weinig inkomstenbelasting. Bij een hogere winst is de BV aantrekkelijker. Het gecombineerde tarief van vennootschapsbelasting en box 2 van de Wet IB 2001 is lager dan het toptarief van box 1.
  3. Een ondernemer die kiest voor de eenmanszaak wordt voor de kostenaftrek beperkt door de aftrekbeperkingen van art. 3.14 e.v. Wet IB 2001. Een ondernemer die kiest voor een BV zal niet worden beperkt in de kostenaftrek.
  4. Een ondernemer die kiest voor de eenmanszaak, moet zelf aan het urencriterium voldoen om in aanmerking te komen voor de ondernemingsfaciliteiten. Een ondernemer die kiest voor de BV-vorm, moet zelf én ook met zijn vennootschap aan het urencriterium voldoen om in aanmerking te komen voor de ondernemingsfaciliteiten.

MC vraag 9

Welke van de onderstaande beweringen over informeel kapitaal is juist?

  1. Het verstrekken van informeel kapitaal is in beginsel aftrekbaar bij de verstrekker.
  2. Van informeel kapitaal is sprake wanneer een moedermaatschappij haar dochtermaatschappij bevoordeelt op basis van de aandeelhoudersrelatie.
  3. Van informeel kapitaal is sprake wanneer een dochtermaatschappij een pand voor een te lage prijs aan haar moedermaatschappij verkoopt.
  4. Wanneer geconstateerd is dat sprake is van informeel kapitaal, moet het voordeel dat voortvloeit uit de aandeelhoudersrelatie worden belast bij degene die het voordeel ontvangt.

MC vraag 10

Wat is het doel van de deelnemingsvrijstelling?

  1. a. Er voor zorgen dat de aanmerkelijkbelanghouder niet met een dubbele heffing wordt geconfronteerd.
  2. b. Er voor zorgen dat de dochtervennootschap slechts eenmaal wordt belast over haar winst.
  3. c. De fiscale behandeling van eigen versus vreemd vermogen binnen de vennootschapsbelasting gelijktrekken.
  4. d. De gevolgen van het klassieke stelsel ongedaan maken voor de vennootschap die deelneemt in een andere vennootschap.

 

Antwoorden meerkeuzevragen bij oefententamen

MC vraag 1

D

MC vraag 2

D

MC vraag 3

A

MC vraag 4

C

MC vraag 5

D

MC vraag 6

C

MC vraag 7

C

MC vraag 8

B

MC vraag 9

B

MC vraag 10

D

Meer TentamenTests - Vraag 11 t/m 44 (Exclusief voor wie volledige online toegang heeft)

    Exclusive section of this page (for members with extra services and online access)

    Image

    Access: 
    Public

    Image

    Join: WorldSupporter!

    Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

    Check: concept of JoHo WorldSupporter

    Concept of JoHo WorldSupporter

    JoHo WorldSupporter mission and vision:

    • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

    JoHo concept:

    • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
    • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

    Join JoHo WorldSupporter!

    for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

    Check: how to help
    Share: this page!
    Follow: Law Supporter (author)
    Add: this page to your favorites and profile
    Statistics
    4200
    Submenu & Search

    Search only via club, country, goal, study, topic or sector