Basis tot Homeostase HC13: Contractiemechanismen

HC13: Contractiemechanismen

Algemene informatie

  • Welke onderwerpen worden behandeld in het hoorcollege?
    • In dit college wordt besproken hoe spiercontractie werkt en welke structuren hier een rol bij spelen
  • Welke onderwerpen worden besproken die niet worden behandeld in de literatuur?
    • Alle onderwerpen in dit college worden ook behandeld in de literatuur
  • Welke recente ontwikkelingen in het vakgebied worden besproken?
    • Er zijn geen recente ontwikkelingen besproken
  • Welke opmerkingen worden er tijdens het college gedaan door de docent met betrekking tot het tentamen?
    • Er zijn geen opmerkingen over het tentamen gemaakt
  • Welke vragen worden behandeld die gesteld kunnen worden op het tentamen?
    • Er zijn geen mogelijke vragen behandeld

Determinanten voor spiercontractie

Er zijn meerdere determinanten die invloed hebben op de cardiale functie (pompfunctie van het hart):

  • Neurohormonale systemen
  • Elektrische activatie
  • Excitatie-contractie
  • Cardiovasculaire interacties
  • Anatomie
  • Geometrie
  • Contractie mechanismen

Verschillende onderdelen helpen bij de spiercontractie. Van klein naar groot zijn deze:

  • Myofilamenten: eiwitten (actine en myosine) die samentrekken
    • 10 nm groot
  • Sarcomeren: units die samentrekken
    • Actine en myosinefilamenten die langs elkaar kunnen schuiven
    • 2 mm groot
  • Myofibrillen: contractiele eenheden (bundeltjes)
    • Hieromheen zit het sarcoplasmatisch reticulum
      • Hierin zit een hoge concentratie calcium
  • Myocyten: de spiercel
    • Cellen die zich aan de randen van spiervezels bevinden (20 bij 100 micrometer)
    • Verschillende myocyten worden door intercalated disks mechanisch en elektrisch gekoppeld
    • Hebben veel mitochondriën (30-40% van het volume)
    • Het sarcolemma is het celmembraan: vormt kanaaltjes naar de T-tubuli
    • T-tubuli: zorgen ervoor dat het binnenste deel van de cel in contact kan staan met de intracellulaire ruimte
  • Myovezel of spiervezel: een vertakte structuur
    • Cellen zitten door dwarsverbindingen in lengte- en zijwaartse richting aan elkaar vast
    • Cellen zijn op een specifieke manier geordend zodat het hart goed kan samentrekken
    • Cellen bevatten één of twee kernen
  • Myocardium: het hartspierweefsel (het samentrekkende hart)
    • 10 cm

Contractiele eiwitten

Actine en myosine zijn de contractiele eiwitten. Myosine is dikker dan actine. Een contractiele eenheid bestaat uit:

  • 2 Z-lijnen: de grens van het sarcomeer, het midden van de actine
  • A-band: de lengte van het myosinefilament
    • De donkere band
  • H-zone: het midden van het myosine, waar geen overlapping van actine is
    • Een lichtere band
  • I-band: het deel tussen de uiteindes van twee myosinefilamenten, waar alleen actine is
    • Een lichtere band
  • M-lijn: het midden van de myosine

Myosine:

Myosine eiwitten zijn ATP afhankelijke motoreiwitten. Ze maken onder andere transport mogelijk. Hierdoor wordt myosine ook gebruikt om binnen de cel moleculen te transporteren. Een myosinefilament bestaat uit 300-400 myosine-2 moleculen. Deze bestaan uit twee identieke myosine-1, dat bestaat uit:

  • Myosin heavy chain
    • 2000 aminozuren, 200 kilodalton
    • Bestaat uit:
      • De staart: hier zitten verschillende myosinemoleculen aan elkaar
        • Wordt gevormd door een ahelix
      • Het scharniergebied: maakt beweging van het molecuul mogelijk
      • De kop: zorgt ervoor dat het myosine kan binden aan actinemoleculen
        • Er zijn twee bindingsplekken: één voor actine, één voor ATP
        • Maken een hoek van 60 graden → er kan contact gemaakt worden met alle 6 de actinefilamenten rondom het myosinefilament
        • Heet ook wel het motordomain
    • 2 myosin light chain
      • Structurele (stabiliserende) en regulatiefunctie
      • Fosforylering van MLC-2
      • Stimuleert de cross-bridge interactie

Actine:

De actinefilamenten zijn gerangschikt in een zeshoekige honingraad structuur:

  • 1 myosinefilament kan contact maken met 6 actinefilamenten → 6 actinefilamentn zijn gerangschikt om 1 myosinefilament
  • De actinefilamenten maken contact met 3 myosinefilamenten

Een actinemolecuul bestaat uit:

  • Globulaire eiwitten: zitten in twee strengen om elkaar heen
  • Witte bolletjes op de strengen: bindingsplekken voor de myosinefilamenten

Titine:

Titine zorgt ervoor dat het eiwit niet oneindig uitgerekt kan worden

  • Zit tussen het uiteinde van het myosinefilament en de Z-lijn
  • Een zeer stijf molecuul → wanneer het sarcomeer verder wordt uitgerekt, wordt er uiteindelijk aan het titine getrokken waardoor de uitrekking wordt gestopt
  • De "restoring force" zorgt ervoor dat het sarcomeer wordt verkort
  • Een heel groot eiwit (25.000 aminozuren)
    • Gaat van de Z-lijn tot aan de M-lijn
      • Dus over de helft van het sarcomeer
  • Houdt myosine in het sarcomeer

Overig:

Hiernaast zijn er in het sarcomeer een aantal andere belangrijke eiwitten:

  • Tropomyosine: belangrijk voor de interactie tussen myosine en actine
  • Troponine complex: bestaat uit troponine T, C en I (TnT, TnC, TnI)
    • Troponine C: het deel van de structuur waar de calciumionen aan kunnen binden
    • Troponine I: voor inhibitie van de actine-myosine binding → blokkeert de bindingsplaats
    • Troponine T: voor stabiliteit → verbindt met tropomyosine

Crossbridge-cycling

Op een myosinefilament zitten uitsteeksels die met de actinefilamenten contact kunnen maken:

  1. De uitsteeksels klappen m.b.v. een bepaalde structuur uit
    • Zijn 60 graden gedraaid
  2. Het actinefilament wordt verplaatst
  3. De filamenten schuiven in elkaar

Dit proces heet de power stroke. Deze cyclus wordt bij een actiepotentiaal 5 tot 10 keer doorlopen, totdat de filamenten helemaal in elkaar zijn geschoven.

Spiercontractie verloopt als volgt:

  1. De myosinekop wil binden aan de bindingsplaats van de actine
    • Troponine zorgt ervoor dat deze bindingsplaats is afgeschermd → er kan geen interactie plaatsvinden
  2. Calciumionen binden aan het troponine C → er treedt vormverandering op
  3. Tropomyosine schuift van de bindingsplaatsen af → verplaatst naar de groef van de om elkaar gewikkelde eiwitten
  4. De myosinekop bindt aan de actine
    • Deze cyclus kan dus alleen verlopen als er voldoende calciumionen aanwezig zijn
  5. ATP bindt aan de bindingsplaats op de myosinekop → de binding tussen de myosinekop en actine laat los
    • Dit heet de attached state: ATP zit aan de myosinekop vast
    • Als er geen ATP is, is de binding tussen de myosinekop en het actine hecht
    • Het energievragende element van de cyclus is dus het loslaten van de myosinekop
  6. ATP wordt gehydrolyseerd: ATP → ADP + P
    • Dit heet de released state
  7. Het ADP en de fosfaat blijven gekoppeld aan de myosinekop → de cross bridge van myosine krijgt een gestrekte vorm
    • De cocked state: de kop is klaar om opnieuw te binden
  8. Het myosinefilament bindt verderop opnieuw aan de actine
    • De cross-bridge state
  9. De cross-bridge maakt een knikkende beweging
    • De power-stroke state wordt gevormd
  10. Het ADP dissocieert → de myosinekop is gebonden aan de actine
    • De post power stroke state
    • Dit is dus weer de eerste situatie
    • Dit heet rigor mortis
      • Een zeer stijve verbinding
      • Hier is geen ATP voor nodig → veroorzaakt de stijfheid

Tijdens de gerelaxeerde toestand is de calciumconcentratie dus laag, als er een actiepotentiaal is wordt deze hoger. Iedere cyclus gebruikt 1 ATP. Deze cyclus blijft lopen zolang er voldoende calciumionen en ATP-moleculen aanwezig zijn:

  • Bij depolarisatie gaat calcium de cel in
  • Bij repolarisatie gaat calcium de cel uit
    • Tropomyosine schuift weer over de bindingsplaatsen op de actine
    • Als het heeft losgelaten kan myosine niet opnieuw binden

Bij contractie van een sarcomeer gebeuren er een aantal dingen:

  • Het sarcomeer wordt korter → de Z-lijnen gaan naar elkaar toe
  • Het actinefilament schuift in het myosinefilament → de I-band wordt korter
  • Actinefilamenten schuiven naar elkaar → de H-zone wordt korter
  • De myosinefilamenten worden niet korter → de A-band behoudt zijn lengte
  • Het titine-eiwit wordt opgerekt

De interacterende myofilamenten heten ook wel de "sliding filaments".

Image

Access: 
Public

Image

Join WorldSupporter!

Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

Check: concept of JoHo WorldSupporter

Concept of JoHo WorldSupporter

JoHo WorldSupporter mission and vision:

  • JoHo wants to enable people and organizations to develop and work better together, and thereby contribute to a tolerant and sustainable world. Through physical and online platforms, it supports personal development and promote international cooperation is encouraged.

JoHo concept:

  • As a JoHo donor, member or insured, you provide support to the JoHo objectives. JoHo then supports you with tools, coaching and benefits in the areas of personal development and international activities.
  • JoHo's core services include: study support, competence development, coaching and insurance mediation when departure abroad.

Join JoHo WorldSupporter!

for a modest and sustainable investment in yourself, and a valued contribution to what JoHo stands for

Check more: this content is used in

Collegeaantekeningen bij Basis tot Homeostase 2019/2020

Image

 

 

Contributions: posts

Help other WorldSupporters with additions, improvements and tips

Image

Check more: related and most recent topics and summaries
Check more: study fields and working areas
Check more: institutions, jobs and organizations
Check more: this content is also used in

Image

Follow the author: nathalievlangen
Share this page!
Statistics
2510
Submenu & Search

Search only via club, country, goal, study, topic or sector