Pedagogy and education - Theme
- Login of registreer om te kunnen reageren
- 19856 keer gelezen
Dit artikel gaat over een studie waarbij de relatie tussen vaderlijk opvoedgedrag en kind executieve functies wordt onderzocht. Vaderlijk opvoedgedrag is gemeten met behulp van het meten van autonomie-ondersteunend en autonomie-controlerend opvoedgedrag. Kind executieve functies zijn gemeten met behulp van meerdere taken.
Dit artikel bespreekt het belang van vroege hechting en opvoedingsgedrag bij het vormgeven van de ontwikkeling van de executieve functies (EF) van kinderen. EF verwijst naar denkvaardigheden op een hoger niveau, zoals remming, werkgeheugen en mentale flexibiliteit, die nodig zijn voor doelgericht gedrag. Autonomie-ondersteuning door ouders, waarbij kinderen worden aangemoedigd om beslissingen te nemen en een actieve rol te spelen bij taken, wordt consistent gecorreleerd aan positieve EF-ontwikkeling. De meeste eerdere onderzoeken zijn echter gericht op moeders, waardoor er weinig bekend is over de rol van vaders. Eerder onderzoek laat zien dat vaders unieke ervaringen kunnen bieden en een belangrijke rol kunnen spelen bij het bevorderen van EF-ontwikkeling in de peutertijd.
De auteurs van dit artikel hebben eerst een voorbereidend onderzoek gedaan met de focus op het vergelijken van vaderlijke betrokkenheid met moederlijke betrokkenheid. Om de ouderbetrokkenheid te meten bij 84 kinderen tussen de 29 en 61 maanden oud, is er gebruik gemaakt van een enquête. Uit de resultaten blijkt dat moeders gemiddeld meer betrokken zijn dan vaders, maar dat vaders soms ook even of zelfs meer betrokken zijn dan moeders. Dit suggereert dat kinderen verschillende patronen van betrokkenheid van beide ouders ervaren, wat benadrukt hoe belangrijk het is om rekening te houden met de bijdragen van vaders in ouderschapsonderzoek.
Deze studie onderzoekt de relatie tussen de kwaliteit van vader-kind interacties, gemeten aan de hand van autonomie-ondersteuning en -controle, en de executieve functies van zowel vader als kind. Er wordt verwacht dat kinderen van vaders die veel autonomie-ondersteunend en weinig controlerend gedrag vertonen meer EF-vaardigheden ontwikkelen. Daarnaast wordt er verwacht dat vader-EF gerelateerd is aan kind-EF, omdat is aangetoond dat EF in hoge mate erfelijk is.
De steekproef bestaat uit 110 vader-kind duo's van blanke afkomst en verschillende inkomstenniveau's, waarbij de kinderen gemiddeld 38 maanden en vaders gemiddeld 36 jaar oud waren. De meeste vaders hadden een hoger onderwijs diploma of hoger, waren allemaal biologische ouders en de meerderheid woonde samen met de moeder van het kind.
Om de executieve en cognitieve vaardigheden van de kinderen te meten, werden de volgende taken afgenomen:
Om de mate van autonomie-ondersteuning en -controle en executieve functies van vader te meten, werden de volgende taken afgenomen:
De mate van autonomie-ondersteuning door vader is gecodeerd op vier schalen met elk een 5-punt Likertschaal en mate van controle is ook met een 5-punt Likertschaal gecodeerd.
Van de demografische factoren correleert alleen familie inkomsten significant met kind EF en vaderlijk opvoedgedrag. Verder blijkt de PPVT gecorreleerd te zijn met kind EF, de Bear/Dragon en Minnesota Executive Function Scale (MEFS) taken en autonomie-ondersteuning en -controle van vader. De totale betrokkenheid van de vader was gerelateerd aan autonomie-ondersteuning, maar niet aan vadercontrole of EF-taken van het kind.
Zowel autonomie-ondersteuning als -controle van vader is significant gecorreleerd aan kind EF en uitstel van voldoening (delay of gratification). Deze correlatie tussen vaderlijk opvoedgedrag en kind EF blijft ook significant wanneer er gecontroleerd wordt voor de hoeveelheid tijd die samen doorgebracht wordt. Verder blijkt dat vadercontrole significant gecorreleerd te zijn aan resultaten van de MEFS. Er was in eerste instantie ook een significante correlatie tussen autonomie-ondersteuning en de Bear/Dragon-taak, maar deze correlatie is niet-significant wanneer er gecontroleerd wordt voor familie inkomsten en verbale vaardigheden van het kind.
Deze studie onderzoekt de rol van vaders bij de ontwikkeling van executieve functies bij kinderen. De resultaten tonen aan dat het opvoedgedrag van vaders significant correleert met de EF-vaardigheden van hun 3-jarige kinderen. Ondersteuning van autonomie had een positieve invloed op EF, terwijl controle een negatieve invloed had. Dit suggereert dat de kwaliteit van het ouderschap van de vader belangrijk is voor de EF-ontwikkeling van kinderen. Betrokkenheid van de vader was gerelateerd aan autonomie-ondersteuning, maar niet aan EF-vaardigheden van het kind. Het betrekken van vaders bij onderzoek en interventies kan gunstig zijn voor het begrijpen en bevorderen van de cognitieve ontwikkeling van kinderen.
Beperkingen aan deze studie waren onder andere de bescheiden steekproefomvang en het ontbreken van onderzoek naar een causaal verband. Daarnaast zou het kunnen dat de gevonden resultaten niet meer significant zijn wanneer er gecontroleerd wordt voor moederlijk opvoedgedrag.
Toekomstig onderzoek zou zich moeten richten op grotere steekproeven en longitudinale ontwerpen, waarbij zowel moeders als vaders worden betrokken. Hierdoor kunnen meer uitgebreide inzichten worden ontwikkeld.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>
JoHo WorldSupporter mission and vision:
JoHo concept:
Volunteering: WorldSupporter moderators and Summary Supporters
Volunteering: Share your summaries or study notes
Student jobs: Part-time work as study assistant in Leiden
Search only via club, country, goal, study, topic or sector
Select any filter and click on Search to see results