
The Universality of Childhood Emotional Abuse: A Meta-Analysis of Worldwide Prevalence - Stoltenborgh, Bakermans-Kranenburg, Alink, van IJzendoorn (2012) - Artikel
Inleiding
Er is tot nu toe weinig onderzoek gedaan naar emotionele mishandeling, omdat dit lange tijd niet als een sociaal probleem werd gezien. Echter tegenwoordig is het een aparte vorm van mishandeling, die overal voorkomt en een grote impact heeft op de ontwikkeling van kinderen. Daarnaast gaat emotionele mishandeling gepaard met enkele schadelijke uitkomsten, die in deze samenvatting niet opgesomd zullen worden maar na te lezen zijn in het artikel. Onbekend is hoe vaak emotionele misbruik voorkomt. Prevalentie cijfers variëren tussen de 0,7 en 93 procent. Daarom is deze meta-analyse uitgevoerd waarbij geprobeerd is een algemeen prevalentie cijfer vast te stellen en te bepalen werden factoren zorgen voor een variatie in de prevalentie cijfers.
Problemen met definities
Behalve de erkenning van emotioneel misbruik zijn er problemen geweest met het definiëren hiervan in onderzoek. Er moet namelijk sprake zijn van blijvende problemen in de interactie met de ouder om te kunnen spreken van emotionele mishandeling. Daarnaast worden er bij metingen gebruik gemaakt van veel verschillende methodes, variërend van een enkele vraag tot hele uitgebreide instrumenten. Mogelijk leiden uitgebreidere instrumenten tot een hogere prevalentie.
Procedurele factoren
Er is onderzocht of de prevalentie beïnvloed wordt door procedurele factoren, zoals zelfrapportage of rapportage door informanten, het aantal vragen en de steekproef methode. Uit eerder onderzoek blijkt dat zelfrapportage voor een hogere prevalentie zorgt dan rapportage door informanten. Daarnaast zorgen meer vragen ervoor dat er specifiekere vragen gesteld kunnen worden, waardoor verwacht wordt dat de prevalentie dan hoger is. Ook is uit onderzoeken naar andere vormen van mishandeling duidelijk geworden dat een convenience sample tot hogere prevalentie cijfers leidt dan gerandomiseerde steekproeven.
Steekproef karakteristieken
Geslacht blijkt weinig invloed te hebben op prevalentie, alhoewel sommige onderzoeken rapporteren dat meer meisjes dan jongens emotioneel mishandeld worden. Daarnaast is de geografische herkomst van de steekproef mogelijk van invloed, net als verschillen in culturele waardes en gezinssystemen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen tussen gezinnen in collectivistische landen, waarbij het draait om harmonie en afhankelijkheid binnen het gezin, en individualistische landen. Discipline strategieën die gebruikt worden om de harmonie in collectivistische gezinnen te bewaren kunnen misschien als emotionele mishandeling gezien worden. Tegelijkertijd kan de afhankelijkheid ervoor zorgen dat mensen minder snel mishandeling toegeven.
Dit onderzoek
Om prevalentie te kunnen bepalen is deze meta-analyse uitgevoerd. In totaal zijn 29 publicaties voer 46 steekproeven meegenomen, waarbij meer dan 7 miljoen mensen aan deelnamen. De variatie in prevalentiecijfers wordt bepaald door te kijken naar de effecten van problemen met definities, procedurele factoren en karakteristieken van de steekproef. Er wordt verwacht dat cijfers het zelfde zijn voor mannen en vrouw, maar dat cijfers hoger zijn voor convenience samples.
Methode
Literatuur onderzoek
Er werd op drie manier gezocht, namelijk in elektronische databases, specifieke tijdschriften en door middel van referenties die in de gevonden studies genoemd werden. Studies werden meegenomen wanneer zij 1) onderzoek deden op het kindniveau, 2) als de slachtoffers onder de 18 jaar waren, 3) de steekproef niet klinisch was en 4) als er informatie was over de proportie van de prevalentie en het aantal mensen.
Data extractie
De definitie van de studie werd vergeleken met de definitie die gebruikt werd in de Third National Incidence Study (NIS-3). Hierdoor ontstonden twee categorieën, namelijk procedurele moderatoren en steekproef karakteristieken. Onder procedurele moderatoren vallen de manier waarop emotioneel misbruik is vastgesteld, de periode van het vaststellen van de prevalentie, het instrument, validiteit van het instrument, de procedure van steekproeftrekking en aspecten zoals de grootte van de steekproef, het response niveau, aantal vragen en het jaar van publicatie. Tot de steekproef karakteristieken behoren het geslacht, continent van herkomst van de steekproef, etniciteit, economische ontwikkeling van het land, manier van steekproeftrekken en wie de informant was in het geval van rapportage door een derde.
Resultaten
Gecombineerde prevalentie
De gecombineerde prevalentie was in totaal 26.7 procent. Het verschil tussen de prevalentie door zelfrapportage en rapportage door informanten was significant. De prevalentie door zelfrapportage was 36.3 procent en door rapportage door anderen 0.3 procent.
Problemen met definities en procedurele factoren
De prevalentie werd niet beïnvloed door gebruik van een bredere of smallere definitie. Ook het instrument dat gebruikt werd was niet van invloed, ook als dit instrument valide of niet valide was. De procedure van steekproeftrekking was wel van invloed, waarbij gerandomiseerde steekproeven een lagere prevalentie lieten zien dan convenience samples. Het aantal vragen en de steekproefgrootte waren niet van invloed. Een hoger response niveau zorgde voor een hogere prevalentie. Tegelijkertijd blijk dat hoe recenter een studie uitgevoerd was, hoe lager de prevalentie.
Steekproef karakteristieken
Geslacht blijkt niet van invloed te zijn op de prevalentie, dit is onder meisjes en jongens dus gelijk. Ook de herkomst van de steekproef, de etniciteit en de economische ontwikkeling zijn niet van invloed. Het type steekproef was wel van invloed, waarbij bij studenten een hogere prevalentie gevonden is dan bij de algehele populatie. De prevalentie verschilde niet tussen kinderen en volwassenen.
Discussie
Uit de resultaten blijkt dat de prevalentie door zelfrapportage 363 per 1000 kinderen is en door rapportage door informanten 3 per 1000 kinderen. Er is tevens sprake van een universeel fenomeen. De prevalentie wordt meer beïnvloed door procedurele factoren dan steekproef karakteristieken.
Rapportage door informaten versus zelfrapportage
Er is een verschil gevonden in de prevalentie tussen zelfrapportage en rapportage door anderen. Dit verschil is ook in onderzoek naar andere vormen van mishandeling gevonden. Dit kan verklaard worden door het zien van mishandeling als een ijsberg waarbij vijf niveaus onderscheiden kunnen worden. Op het eerste niveau bevinden zich kinderen die door de politie aangewezen zijn als mishandeld of verwaarloosd. Daaronder bevinden zich kinderen waarbij mishandeling is vastgesteld door de kinderbescherming. Op het derde niveau hebben professionals mishandeling gemeld bij de kinderbescherming. Als vierde hebben bekende mishandeling opgemerkt, maar dit niet gemeld en op het laatste niveau bevinden zich kinderen mishandeld zijn maar waarbij dit door niemand opgemerkt is. Rapportage door informanten gebeurt op het derde niveau, terwijl zelfrapportage op het vijfde niveau plaatsvind. Alhoewel op het vijfde niveau meer gevallen van mishandeling laat zien, gaat deze methode ook gepaarde met meer onbetrouwbaarheid en een mogelijke overrepresentatie van het aantal gevallen.
Procedurele factoren
De methode van steekproeftrekking en het type steekproef zijn van invloed op het prevalentiecijfer. Het resultaat dat het jaar van publicatie van invloed is op de prevalentie kan mogelijk komen door iets wat de winner’s curse genoemd wordt. Vanwege de grote interesse bij studies naar nieuwe onderwerpen kan de effectgrootte groter lijken dan dit in werkelijkheid is, waardoor het lijkt alsof de prevalentie afneemt naarmate een studie recenter is.
Problemen met definities
In tegenstelling tot wat gedacht werd leiden bredere of smallere definities tot dezelfde prevalentie cijfers. Mogelijk komt dit doordat verbale mishandeling voorkwam in zowel bredere als smallere definities en doordat dit component heel belangrijk is. Echter zal onderzoeken moeten uitwijzen of dit klopt.
Steekproef karakteristieken
De prevalentie werd niet beïnvloed door herkomst of etniciteit, waardoor emotionele mishandeling als een wereldwijd probleem gezien kan worden. Echter kan het er ook op wijzen dat de variatie binnen groepen groters is dan tussen groepen.
Uit de resultaten blijkt dat het mogelijk is dat de prevalentie in collectivistische landen hoger is en minder vaak gerapporteerd wordt. Echter was het aantal studies hierover beperkt. Meer onderzoek is nodig naar de verschillen tussen en binnen landen.
Conclusie
Dit onderzoek wijst uit dat emotionele mishandeling een wereldwijd probleem is dat veel te vaak voorkomt. Daarnaast is de impact van deze vorm van mishandeling groot op veel verschillende gebieden en is er sprake van levenslange gevolgen.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

JoHo can really use your help! Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world
Add new contribution