Open Vraag 1
Voorrang en rechtstreekse werking zijn belangrijke begrippen in het Gemeenschapsrecht. Wat houdt dit in en hoe verhouden deze beginselen zich tot elkaar?
MC Vraag 2
Wat is de belangrijkste conclusie die uit het arrest Dassonville van het Hof van Justitie van de EG kan worden getrokken?
- De enige mogelijkheid om een belemmering van vrij verkeer van goederen te rechtvaardigen, is artikel 36 Vweu (art. 30 EG).
- Wanneer een maatregel de vorm heeft van een verkoopmodaliteit, valt deze maatregel niet binnen de reikwijdte van artikel 34 Vweu (art. 28 EG).
- Elke, al dan niet potentiële, belemmering van de intracommunautaire handel is een verboden maatregel van gelijke werking als een kwantitatieve invoerbeperking op grond van artikel 34 Vweu (art. 28 EG).
- Ook buiten het Werkingsverdrag kunnen er publieke belangen zijn die voorrang kunnen hebben op de bepalingen van het vrij verkeer. Hiertoe dient de rule of reason, die lidstaten onder een aantal voorwaarden de mogelijkheid biedt om het vrij verkeer van goederen te beperken.
MC Vraag 3
Beoordeel onderstaande stellingen.
Stelling I: De hoogste nationale rechter moet, wanneer het uitlegging van het Unierecht betreft, altijd een prejudiciële vraag stellen aan het Hof van Justitie.
Stelling II: De lagere nationale rechter kan, wanneer het de uitleg van het Unierecht betreft, altijd een prejudiciële vraag stellen aan het Hof van Justitie.
- Stelling I is juist en stelling II is onjuist.
- Stelling I en II zijn juist.
- Stelling I en II zijn onjuist.
- Stelling I is onjuist en stelling II is juist.
MC Vraag 4
Welke stelling over de Europese Commissie is juist?
- De Commissie kan in uitzonderingsgevallen het Europees Parlement ontbinden.
- De samenstelling van de Commissie als college weerspiegelt altijd de politieke samenstelling van het Europees Parlement.
- Tegenwoordig worden de leden van de Commissie rechtstreeks verkozen.
- De Commissie kan door het Europees Parlement worden afgezet.
MC Vraag 5
Het Brasserie du Pêcheur-arrest van het Hof van Justitie van de EG is met name van belang voor het leerstuk van de:
- Autonomie van het Gemeenschapsrecht ten opzichte van het nationale recht van de lidstaten.
- Staatsaansprakelijkheid voor schending van het Gemeenschapsrecht.
- Voorrang van het secundaire Gemeenschapsrecht.
- Rechtstreekse/directe werking van het Gemeenschapsrecht.
MC 6
Beoordeel onderstaande stellingen.
Stelling I: Al het EG recht heeft voorrang op het nationaal recht van de lidstaten.
Stelling II: Al het EG recht heeft rechtstreekse werking.
- Stelling I is juist; Stelling II is onjuist.
- Stelling I is onjuist; Stelling II is juist.
- Beide stellingen zijn juist.
- Beide stellingen zijn onjuist.
MC Vraag 7
Wat is een belangrijk kenmerk van een beschikking?
- Een beschikking is gericht tot de lidstaten, die de beschikking moeten omzetten in nationale regelgeving.
- Een beschikking is individueel gericht aan lidstaten of particulieren.
- Een beschikking heeft een algemene strekking en is verbindend in al haar onderdelen.
- Een beschikking is niet rechtstreeks toepasselijk.
Open Vraag 8
Solfite is een onderneming naar Belgisch recht. Solfite heeft het alleenrecht om kippen te fokken die gouden eieren leggen. Solfite heeft een grote klantenkring die de eieren afnemen. Solfite is tevens de grootste producent van speciale ‘gouden vitamines’, waardoor de kippen deze eieren kunnen leggen. Solfite heeft 80% marktaandeel op de markt voor de productie van ‘gouden vitamines’ en heeft een zeer goed distributienetwerk voor haar vitamines in de EU kunnen opbouwen. Hamster Ltd, een onderneming naar Iers recht, heeft door levering van deze vitamines van Solfite met veel succes een konijn gefokt die nageslacht met gouden haren voortbrengt. Hamster heeft klanten in geheel Europa.
Zonder enige reden heeft Solfite na jarenlange leveranties van deze vitamines, onlangs aangekondigd geen vitamines meer aan Hamster te leveren. Hamster vraagt zich af of een klacht op grond van artikel 102 Vweu zinvol is?
MC Vraag 9
Welke uitspraak met betrekking tot de rechtstreekse werking van richtlijnen is juist?
- Een staat kan zich alleen op een bepaling van een richtlijn beroepen ten laste van een particulier, wanneer de termijn voor omzetting van de betreffende richtlijn is verstreken.
- Een particulier kan zich tegenover een staat op een bepaling van een richtlijn beroepen, ongeacht de vraag of de termijn van omzetting van de richtlijn is verstreken.
- Een rechtstreeks beroep op een bepaling uit een richtlijn staat voor een particulier open ten aanzien van een andere particulier, wanneer de staat de richtlijn helemaal niet heeft omgezet in nationaal recht.
- Een particulier kan zich nooit ten laste van een andere particulier rechtstreeks op een richtlijn beroepen.
Vraag 1
Verhouding: Met rechtstreekse werking kan het beginsel van voorrang geëffectueerd worden. Als particulieren Europees recht kunnen inroepen voor de nationale rechter, kan vervolgens de voorrang worden gerealiseerd. Zonder het beginsel van voorrang, heeft het inroepen van Europees recht weinig zin. Dit geldt ook visa versa.
Voorrang: Al het Europees recht heeft voorrang boven nationaal recht in de visie van het Hof van Justitie (arrest Costa/ENEL)
Rechtstreekse werking: Particulieren kunnen voor de nationale rechter een beroep doen op Europees recht (arrest Van Gend en Loos).
Vraag 2
C
Vraag 3
D
Vraag 4
D