
Individual differences science for treatment planning: Personality traits - Harkness & Lilienfeld - 1997 - Artikel
Inleiding
Er komen steeds meer regels en verplichtingen voor het geven van behandelingen. Zo zijn er ethische verplichtingen (informed consent), legale verplichtingen en financiele verplichtingen. Om rekening te houden met deze verplichtingen, is het opstellen van een plan vóór een behandeling erg belangrijk. Ook de wetenschap legt verplichtingen op.
De fundamentele regel voor het plannen van behandelingen
De ‘fundamentele rol van het plannen van behandelingen’ stelt dat een plan gebaseerd moet zijn op wetenschappelijk onderzoek met een zo hoog mogelijke kwaliteit. Ethische en wettelijke verplichtingen zijn belangrijk, maar de wetenschap moet bepalend zijn voor de behandeling. Deze fundamentele regel zorgt voor grote verantwoordelijkheid voor de therapeut: deze moet er namelijk voor zorgen dat hij of zij goed op de hoogte is van de recente wetenschappelijke bevindingen.
Carnap stelt dat als X, Y en Z relevante feiten zijn, alle drie moeten worden meegenomen bij het plannen van een behandeling en niet één van deze feiten genegeerd moet worden. In dit artikel gaat het over dat feit Z vaak genegeerd wordt. Feit Z gaat over de individuele verschillen in persoonlijkheid bij cliënten en is wel heel belangrijk om rekening mee te houden bij het geven van behandelingen.
De geschiedenis van het plannen van behandelingen
In 1950 en 1960 werd er vanuit de dynamiek van therapeutische sessies beslist hoe er verder wordt gegaan. Het plannen van behandelingen werd dus niet gedaan en werd zelfs gezien als een schending van de echtheid van therapie of van de vrije associatie die in die tijd hoorde bij de psychodynamische therapie. Kritiek hier op is dat er bij therapie in dit tijdperk vaak sprake was van klinische hermeneutische fouten (interpretatiefouten).
Sinds 1980 was er een Neo-Kraepelin benadering, die stelde dat er drie dingen belangrijk zijn bij therapie:
- De vaststelling van feiten om te bepalen of iemand wel of niet voldoet aan diagnostische criteria;
Differentiële en multitaxiele diagnoses opstellen met behulp van de categorieën en taal die in de huidige DSM gangbaar is;
Op basis van de verschillende diagnoses, verschillende behandelingen opstellen.
Dit werd veel gebruikt en zorgde er voor dat therapeuten het gevoel hadden dat zij wetenschappelijk te werk gingen. De auteurs van het artikel vinden dit echter niet wetenschappelijk genoeg. Zij vinden dat het stellen van diagnoses zonder rekening te houden met verschillen in persoonlijkheid, niet compleet is. Veel symptomen die horen bij bepaalde diagnoses kunnen namelijk ontstaan door de persoonlijkheid van individuen. Zo kunnen de symptomen waar er naar gekeken wordt bij het opstellen van een diagnose:
Extreme uitingen van persoonlijkheidstrekken zijn;
Problematische uitingen van persoonlijkheidstrekken zijn;
Extreme aanpassingen van normale persoonlijkheidstrekken zijn.
Deze vormen van therapie voldeden dus niet aan de fundamentele regel.
Loevinger stelde wetenschappelijke elementen op om de menselijke persoonlijkheid te bekijken. Hij stelde dat:
Trekken echt zijn. Trekken zijn gedefinieerd als een redelijke stabiele dispositie die leidt tot een typische manier van reageren in bepaalde situaties;
Trekken geen constructen zijn. Trekken worden ontdekt door te kijken naar gedrag en worden gemeten aan de hand van antwoorden op vrangelijsten;
Trekken bestaan in individuen, maar bestaan uit concepten voor de populatie. Mensen kunnen verschillen in hun niveau op een trek, dit heet een trek dimensie. Door te kijken naar de populatie kan er gekeken worden naar op welke dimensies mensen verschillen.
Belangrijke bevindingen over persoonlijkheidstrekken
Er zijn drie belangrijke dimensies van trekken die belangrijk kunnen zijn bij het plannen van behandelingen. Zo is er het verschil tussen extraversie en introversie (Eysenck), vervolgens zijn er de dimensies van Positief Affect en Neuroticisme. Ten slotte is er de bevinding van de term constraint (beperking) wat gerelateerd lijkt te zijn aan psychotisme en sensation-seeking.
Er zijn ook drie manieren waarop individuen kunnen verschillen:
Individuen kunnen een predispositie hebben om van het leven te genieten of juist niet;
Individuen kunnen geneigd zijn om zich slecht of goed te voelen;
Individuen kunnen verschillen in mate waarin zij risico’s opzoeken.
Deze verschillen hebben een genetische basis.
Persoonlijkheidstrekken zijn redelijk stabiel gedurende het leven. Stabiliteit lijkt vooral genetisch bepaald te zijn en verandering komt vaak door de invloed van de omgeving. Het gen-omgevingsinteractie model stelt dat mensen met bepaalde genen ook bepaalde, bij hen passende omgevingen kiezen. Er is hierbij verschilt ussen passiviteit en reactiviteit. Passiviteit gaat over de ouders: wanneer deze bijvoorbeeld impulsief zijn, bieden zij vaak rommelige omgevingen aan hun kinderen. Reactiviteit gaat over dat een kind dat heel sociaal is, positieve reacties krijgt uit de omgeving.
Éen van de belangrijskte bevindingen is dat de invloed van de omgeving een klein effect heeft op iemand zijn of haar persoonlijkheid. Dit effect is wel aanwezig in de kindertijd, maar lijkt te verdwijnen wanneer iemand ouder wordt.
De wetenschap die zich richt op individuele verschillen stelt dat aanpassing niet alleen gaat over aanpassen op een omgeving, maar ook aanpassen op basis van zijn of haar omgeving.
De voordelen van het toepassen van kennis over individuele verschillen
Naast het verminderen van de hermeneutische fout, zijn er vier andere voordelen voor het rekening houden met individuele verschillen tijdens behandelingen:
Er is meer informatie over welke problemen aangepakt moeten worden;
Er kunnen meer realistische verwachtingen worden opgesteld;
Behandelingen kunnen aangepast zijn aan persoonlijkheid;
De patient heeft meer mogelijkheid om zichzelf te kennen en te ontwikkelen.
McCrae en Costa maken ook onderscheid tussen basis neigingen en karakteristieke aanpassingen. Basis neigingen gaan over iemand zijn trekken, bijvoorbeeld: iemand is hoog in negatief affect. Karakterisieke aanpassingen gaan over dat mensen bijvoorbeeld roken of drinken. Het is belangrijk dat de persoon die de behandeling plant rekening houdt met dat er nieuwe, gezonde karakteristieke aanpassingen worden gecreeërd, die passen bij de basis neigingen van een individu.
Al met al stellen de auteurs dat therapeuten dus rekening moeten houden met de wetenschap naar persoonlijke verschillen om zo te voldoen aan de fundamentele regel van het plannen van behandelingen.
Join with a free account for more service, or become a member for full access to exclusives and extra support of WorldSupporter >>

JoHo can really use your help! Check out the various student jobs here that match your studies, improve your competencies, strengthen your CV and contribute to a more tolerant world
Add new contribution