Hoorcollege 5
Onderpresteren (ookwel suboptimaal presteren): leveren van een prestatie die aanzienlijk minder goed is dan waar de onderzochte feitelijk toe in staat zou zijn als hij of zij een redelijke inspanning zou opbrengen bij het uitvoeren van de tests.
Simuleren (ofwel malingering): Opzettelijk produceren van valse of sterk overdreven lichamelijke of psychische symptomen waarbij externe motieven de aanleiding vormen
Nagebootste stoornis: voorwenden van lichamelijke of psychische klachten het doelbewust opwekken van verwonding of ziekte, waarbij aantoonbare sprake is van misleiding
Functionele neurologische symptoomstoornis/conversie: onbewuste simulatie van neurologische symptomen (motorische of sensorische functies) waarbij intern motief wordt verondersteld
Somatische symptoomstoornis: 1 of meer lichamelijke klachten waarbij er excessieve gedachten, gevoelens of gedragingen bestaan samenhangen met lichamelijke klachten. Klachten worden niet bewust nagebootst.
Mogelijke verklaringen
Psychische klachten (depressie, angst)
Somatische klachten (pijn, vermoeidheid)
Faalangst
Cry for help
Patiënt voelt zich onvoldoende gezien
Ziekterol/bekrachtigde gedragspatronen
Persoonlijkheidsproblematiek
Andere psychiatrische stoornis
Verantwoordelijkheid ontlopen
Ziektewinst (bijv. uitkering, woning)
Entitlement (recht doen)/boosheid/frustratie
Good-old-day bias: overschatting huidige symptomen
Verkeerde attributie van normale symptomen
Prevalentie: is sterk afhankelijk van onderzochte populatie. Bvb als er een schadeclaim of uitkering bij betrokken is eerder. Het gebeurt vaker dan clinici denken. Clinci zitten voor 25% van de gevallen er naast, dit is waarom testen van belang is.
Handvaten voor aanpak voor, tijdens en na het meten van prestatievaliditeit (onderpresteren)
Geef vooraf uitleg over procedure en benoem dat het NPO ook taken voor prestatie validiteit zal bevatten
Bespreek bij aanwijzingen voor onderpresteren dat de scores lager zijn dan verwacht; je hebt niet de optimale prestatie van patiënt gezien
Geef uitleg over factoren die van invloed kunnen zijn op de testprestaties
Documenteer je gesprek
Algemene feedbackmodel
Benoem en verhelder de verwachtingen
Overweeg of de test moet worden voltooid zoals gepland wanneer vroeg in de evaluatie ondubbelzinnig bewijs van ongeldige peformantie wordt aangetroffen
Rapporteer het goede en het slechte nieuws
testresultaten beschrijven in het kader van vergelijking tussen de scores van de patiënten en die van groepen patiënten met verschillende gradaties van neurologische aandoeningen
Documenteer de resultaten van de feedback sessie
Algemene richtlijnen
Zet standaard prestatie validiteit taken (PVT) in
Uitval op de 1e taak → ga in gesprek en vervolg daarna de testafname
Uitval op de 2e taak → testonderzoek moet worden afgebroken en prestaties mogen niet worden geïnterpreteerd
PVT
Taak wordt geïntroduceerd als moeilijke (geheugen)taak
In werkelijkheid zeer eenvoudig, ook voor mensen met cognitieve problematiek.Alleen bijforse cognitieve stoornissen zou er laag worden gescoord en is PVT dus verminderd betrouwbaar
Patiënt ontvangt feedback op antwoorden
Vaak meerkeuzeopties (en dus gokkans)
Rey Fifteen Items Test (FIT): voorbeeld PVT
Er wordt gevraagd een set van 15 items (letters, nummers, figuren) te onthouden die vrij makkelijk zijn door hun overeenkomsten. Vervolgens worden 30 items getoont en gevraagd welke herkent worden
Indien de totaalscore onder de 22 is is dit een aanwijzing voor onderpresteren
Visuele Associatie Test- Extended (VAT-E): voorbeeld PVT
Plaatjes worden getoont die bestaan uit 2 onderdelen. Bvb kinderwagen met rare vogel. Hiermee worden vervolgens 4 prestatie validiteitsschalen toegepast: onmiddellijke herkenning, uitgestelde herkenning, consistentie tussen onmiddellijk en uitgesteld, vergelijking geheugenschaal vrije recall en meerkeuze recall
Amsterdamse Korte Termijn Geheugen Test (AKTG): voorbeeld PVT
5 woorden worden getoont en gevraagd deze te lezen en te onthouden. Hierna volgt een rekensom die moet worden opgelost. Hierna worden weer 5 woorden getoont en gevraagd welke 3 er herkend worden. De test bestaat uit 30 items
De maximale score is 90 en de cut off is 85
Test of Memory Malingering (TOMM): voorbeeld PVT
50 afbeeldingen worden getoond en gevraagd deze te onthouden. Hierna worden 50 meerkeuze opties gegeven waarbij wordt gevraagd welke worden herkend. Hiervan zijn 2 trials met elk 50 afbeeldingen
Bij trial 1 een cut off van 42, specificiteit is dan 0.90 en heeft optimale sensitiviteit, je kunt dan doorgaan met testen. Zo niet? dan ga je door met trial 2, hierbij is de maximale score 50 en de cut off 45. Deze cut off leidt tot zeer hoge specifiteit maar gaat ten koste van sensitiviteit
Structured Inventory for Malingered Symptomatology:
Zelfrapportage Schaal met 75 stellingen (ja/nee) gericht op cognitieve disfuncties, depressies, neurologische stoornissen, psychose en geheugenstoornissen.
Als de totaalscore hoger is dan 16 is dit een aanwijzing voor overrapportage van klachten