Vraag 1a (3 punten)
Hieronder vindt u een bepaling uit de huidige Warenwet en een daarop gebaseerde bepaling uit het Warenbesluit Gereserveerde Aanduidingen.
Warenwet: Artikel 8.
Ten behoeve van de duidelijkheid voor de afnemers van waren kan bij algemene maatregel van bestuur worden verboden om waren, behorende tot een bij de algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie, te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften, bij de algemene maatregel van bestuur gesteld met betrekking tot hun aanduiding.
Warenbesluit Gereserveerde Aanduidingen: Art. 3.
De aanduiding azijn mag uitsluitend worden gebezigd voor een vloeibare waar die azijnzuur als kenmerkend bestanddeel bevat, met dien verstande dat het gehalte aan azijnzuur van de waar ten minste 4 gram per 100 ml bedraagt.
Waaraan moet een besluit voldoen om als algemene maatregel van bestuur te kunnen worden aangemerkt?
Vraag 1b (3 punten)
Stel dat een grote meerderheid van de Tweede Kamer artikel 3 Warenbesluit Gereserveerde Aanduidingen gewijzigd wil zien, wat kan zij dan doen?
Vraag 1c (4 punten)
Stel dat de eisen voor het gebruik van de aanduiding ‘azijn’ niet in het Warenbesluit Gereserveerde Aanduidingen zouden zijn opgenomen, maar in de wet, en stel dat een grote meerderheid van de Tweede Kamer die eisen gewijzigd wil zien. Zou de invloed van de Tweede Kamer dan groter of kleiner zijn dan in de bij 1b beschreven situatie?
Vraag 2 (10 punten)
Is het bepaalde in artikel 3 Warenbesluit Gereserveerde Aanduidingen een algemeen verbindend voorschrift?
Vraag 3a (5 punten)
Zou artikel 3 van het Warenbesluit Gereserveerde Aanduidingen mogen bepalen dat nadere eisen voor het bezigen van de aanduiding ‘wijnazijn’ bij ministeriële regeling worden vastgesteld?
Vraag 3b (5 punten)
Zou artikel 3 van het Warenbesluit Gereserveerde Aanduidingen mogen bepalen dat azijn niet in glas verpakt mag worden?
Vraag 4a (5 punten)
Kan het in artikel 3 van het Warenbesluit Gereserveerde Aanduidingen opgenomen verbod door straffen gehandhaafd worden?
Vraag 4b
Stel dat een azijn fabrikant een boete opgelegd krijgt en hij voor de rechter aanvoert dat artikel 3 Warenbesluit in strijd is met EU-recht. Indien de rechter tot hetzelfde oordeel komt, moet hij de bepaling van het Warenbesluit dan buiten toepassing laten?
Vraag 5a (5 punten)
In het Reisbureau Rita arrest toetst de rechter aan een verdragsbepaling. Beargumenteer dat het inderdaad ging om een verdragsbepaling waaraan de rechter mag toetsen.
Vraag 5b (5 punten)
In bepaalde staten bestaat, anders dan in Nederland, een dualistische verhouding tussen de internationale en nationale rechtsorde. Hoe kan een dergelijke staat ervoor zorgen dat een burger toch in de nationale rechtsorde een beroep op het in art. 10 EVRM vastgelegde recht op vrijheid van meningsuiting kan doen?
Vraag 6a (5 punten)
Draagt een minister die in de ministerraad tegen een door de ministerraad genomen besluit heeft gestemd, voor dat besluit van de ministerraad politieke verantwoordelijkheid?
Vraag 6b (5 punten)
Draagt een Nederlandse minister die in de Raad van Ministers van de EU een stem uitbrengt, voor het uitbrengen van die stem politieke verantwoordelijkheid?
Vraag 7a (4 punten)
De gemeenteraad van C. wil de bestaande wegenverkeerswetgeving aanvullen met de bepaling ‘Het is verboden te fietsen zonder fietshelm’.
Waar hangt het vanaf of die aanvulling is toegestaan?
Vraag 7b (6 punten)
Is de verordening, los van de verhouding tot hogere regelingen, verbindend?
Vraag 8a (5 punten)
Een burger vraagt op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur bepaalde informatie van de overheid. Deze wordt geweigerd. Stel dat er een rechtsgang openstaat bij de bestuursrechter, maar de burger zich tot de burgerlijke rechter wendt omdat de weigering naar zijn mening een onrechtmatige daad oplevert. Wat zal de uitspraak van de burgerlijk rechter zijn?
Vraag 8b (5 punten)
Stel dat de betreffende persoon zich tot de bestuursrechter had gewend en daar onder meer had aangevoerd dat de weigering in strijd is met het EU-recht. Stel dat de rechter niet zeker is van de uitleg van het EU-recht in dezen. Moet hij dan een prejudiciële vraag stellen?
Vraag 9 (20 punten)
Betoogvraag (250 woorden) Geef commentaar op de stelling ‘het regeerakkoord versterkt de democratie, maar verzwakt het parlementaire stelsel’.
Vraag 1a
KB, art. 89 lid 1 Gw; advies RvS, art. 73 lid 1 Gw jo. Art. 17 lid 1 WRvS; publicatie in Staatsblad, art. 3 sub b Bkw.
Vraag 1b
Druk uitoefenen op de verantwoordelijke minister (art. 42 lid 2 Grw); motie aannemen, niet bindend; vertrouwensregel in stelling brengen [evt. initiatiefvoorstel (82 Gw) om wettelijke grondslag aan amvb te ontnemen]
Vraag 1c
Mogelijkheid initiatiefwetsvoorstel, art. 82 Gw; ook dan instemming regering nodig, art. 87 Gw.
Vraag 2
Het bepaalde in art. 3 van de amvb is een avv: het is algemeen, voor herhaalde toepassing vatbaar, namelijk steeds opnieuw op producenten van azijn toe te passen; het werkt extern, namelijk niet alleen binnen administratie; het is afkomstig van een orgaan dat bevoegd is avv’s vast te stellen, er is namelijk een wettelijke grondslag voor de amvb, de bevoegdheid is door de wetgever aan de regering gedelegeerd, art. 8 Warenwet.
Vraag 3a
(Sub)delegatie door de regering aan de minister is niet toegestaan, in de Warenwet staat ‘bij amvb’, vgl. Vuurwerkarrest.
Vraag 3b
Wetgever heeft niet deze bevoegdheid gedelegeerd; regering zou dan buiten de strekking van art. 8 Warenwet, die ziet op de aanduiding,handelen; verplichting glas heeft geen wettelijke grondslag, vgl. Jodiumhoudend broodzout.
Vraag 4a
Art. 89 lid 2 Grondwet bepaalt dat dat mogelijk is, indien de amvb berust op de wet; dat is hier het geval; de op te leggen straffen dienen volgens art. 89 lid 2 GRw in de wet te zijn opgenomen.
Vraag 4b
Ja, voorrang (direct werkend) EU recht, ook boven latere nationale wetgeving, Costa ENEL.
Vraag 5a
Art. 10 EVRM is een ieder verbindend in de zin van art. 93/94 Grw, want kan zonder meer als objectief recht functioneren; het bevat geen opdracht tot wetgeving (CASpoorwegen).
Vraag 5b
Internationale en nationale rechtsorden twee gescheiden sferen, transformatiewetgeving nodig: verdragsnorm in nationale wet vastleggen.
Vraag 6a
Hij is verantwoordelijk voor het besluit dat door de meerderheid genomen is. Als hij die verantwoordelijkheid niet wil dragen, moet hij ontslag aanbieden, zie art. 12 lid 1 en 2 RvOMR.
Vraag 6b
Jazeker, de minister is verantwoordelijk voor zijn eigen handelen als minister. In de Raad vertegenwoordigt hij de Nederlandse regering, verantwoordelijk op grond van art. 42 lid 2 Gw [hier geldt daarnaast ook de collectieve m.v., zie 4 lid 2 sub i RvOMR]. Ook goed: De leden van de Raad van de EU zijn geen verantwoording schuldig aan het Europese parlement.
Vraag 7a
Het hangt ervan af of de wegenverkeerswetgeving uitputtend bedoeld is of niet; 121 Gmw; Anti-kraak Arnhem.
Vraag 7b
De verordening ziet niet alleen op de huishouding van de gemeente maar treedt ook in de privé sfeer; voorbeeld: achtertuin; overschrijdt ondergrens, in strijd met art. 149 Gemw jo. Art. 124 lid 1 Grw (of: art. 108 lid 1 GemW); het is een onsplitsbare wilsverklaring, vgl.Wilnisser Visser.
Vraag 8a
De burgerlijk rechter is bevoegd, vgl. Noordwijkerhout/Guldemond; de eiser is echter niet ontvankelijk nu er bij bestuursrechter in de rechtsbescherming voorziet, Changoe.
Vraag 8b
Als het EU-recht onduidelijk is, mag de lagere rechter en moet de hoogste rechter een prejudiciële vraag stellen, art. 267 VWEU
Vraag 9
Duidelijke uitleg betekenis regeerakkoord binnen formatie en parlementair stelsel, met bijbehorende artikelverwijzingen.
Nadruk op doorwerking verkiezingsuitslag naar vaststelling regeringsbeleid dan wel nadruk op het afnemen van de controlefunctie van de TK. Beide adequaat beargumenteerd. N.B. bij deze vraag tellen ook opbouw, redeneerwijze, woordkeus, zinsbouw en spelling mee.