Dit hoorcollege gaat wederom over Goederenrecht.
Er zijn geen onderwerpen besproken die niet worden behandeld in de literatuur. Hoofdstuk 4, Goederenrecht (G) 14 & 21 t/m 25 van belang.
Geen sprake van recente ontwikkelingen.
Geen opmerkingen specifiek met betrekking tot het tentamen.
Geen opmerkingen specifiek met betrekking tot tentamenvragen.
Tenietgaan van verbintenissen
Het doel van verbintenissen is dat ze zo snel mogelijk tenietgaan, dus nakoming van de verbintenis. De vorderingen die je hebt wil je graag inleveren bij de schuldenaar die de prestatie wil leveren. Betaling is het nakomen van de verbintenis. Gold in het Romeins recht hetzelfde -> De term van betaling is solutio, betekent letterlijk losmaken. Je maakt de verbintenis los, de verbintenis werd als een ketting gezien door de Romeinen.
Wanneer moet er worden betaalt?
Een schuldenaar heeft altijd een redelijk termijn om te presteren. Je kunt hierdoor bijv. een betalingstermijn afspreken of afspraken maken over de opeisbaarheid (bijv. pas presteren op een nader te bepalen tijdstip in toekomst). Naar Romeins Recht moest je enorm uitkijken dat je niet te snel begon te procederen, want als je de zaak verloor dan verdween jouw vordering (schuldvernieuwing) en werd die vervangen door het vonnis van de rechter. Als die beoogde dat je niks kreeg, dan had je niks meer in rechte. Men noemde dat petitio: de eiser heeft te veel geëist. Kan men spreken van een onverschuldigde betaling als de opeisbaarheid nog niet is verstreken? Dan is er geen onverschuldigde betaling, de schuld was er namelijk wel, ook al was die nog niet rechtens afdwingbaar. Je kan dan niet het geld terugvorderen.
Een derde betaalt voor de schuldenaar
In beginsel zal de schuldenaar zelf moeten betalen, maar op die regel bestaat een uitzondering: in beginsel is elke derde bevoegd om de schuld van de schuldenaar te voldoen. Het resultaat van die betaling is dan dat de verbintenis tenietgaat. In de praktijk werd een schuldenaar vaak bevrijd door een betaling van een derde, die hem vrij kocht van de crediteur. Als de schuldenaar niet betaalde nam de crediteur hem namelijk in gevang.
Waarom zou een derde betalen voor de schuldenaar? Kan vrijgevend zijn, dan is het een schenking, is niet vaak logisch. Kan de derde zijn betaling terugvorderen op schuldenaar? Er is vaak geen afspraak gemaakt, dat de derde voor de schuldenaar betaalt (als dit wel zo is dan is er gewoon een overeenkomst). Het is tevens geen onrechtmatige daad om voor een ander te betalen. Dus het moet een rechtmatige daad zijn, de enige optie die overblijft. Er is sprake van zaakwaarneming, want iemand neemt ten behoeve van ander de zaken waar. De derde kan zich proberen te verhalen via zaakwaarneming op de schuldenaar. Men haalde de digesten tekst van Labeo erbij D.3,5.42 -- Labeo werd bekend doordat hij niet in dienst van keizer Augustus wilde werken: jouw komt de actie zaakwaarneming toe als je betaalde voor een schuldenaar zonder afspraak, tenzij de schuldenaar er belang bij had dat het geld niet werd betaald. Wanneer heeft de schuldenaar er geen belang bij? Objectief (mening) of subjectief, daar is nog steeds geschil over. Daarnaast werd er duidelijkheid geschept door Justinianus in zijn 2e Codex, C.2.18.24: een derde die de schuld van ander voldoet, laat daar mee de ander teniet gaan, maar of dit te verhalen is, is nog maar de vraag. Als de schuldenaar niet wenst te betalen en dit heeft hij duidelijk gemaakt, heb je geen zaakwaarnemingrecht.
Aan wie moet je betalen?
De schuldenaar betaalt aan de adiectus solutionis gratia, dat is iemand die is toegevoegd aan de betaling. Doorgaans is dat de bank. De crediteur wilde de betaling graag ontvangen bij de bankier waar zij hun geld bewaarden. Soms had de schuldenaar een keuze of aan de bank of gewoon aan de crediteur. Vaak werd er bedwongen om aan de bank te betalen. De bank wordt overigens geen schuldeiser, de schuldeiser heeft enkel de bank aangewezen om de betaling in ontvangst te nemen. Maar wat als iemand denkt dat hij de schuld aan een ander dan de eigen crediteur moest betalen? Er moet dan sprake zijn van zaakswaarneming die staat dan tegenover een vordering die al is voldaan. Dan komt er dus verrekening aan te pas en komt er uit dat er al is voldaan via een ander persoon dan weliswaar de crediteur. Door verrekening gaat de vordering teniet.
Ter goede touw
Iemand treedt namens de schuldeiser op ter goede trouw. Als je ter goede trouw aan jouw schuldeiser betaalt dan werkt dit bevrijdend. Als de schijn bestaat die iemand schuldeiser is dan zal het meestal te wijten zijn aan de echte schuldeiser en het werkt dan ook bevrijdend voor de schuldenaar. Die hoeft niet nogmaals te voldoen aan de echte schuldeiser.
Weigering crediteur
Een schuldenaar is bereid te betalen, maar de schuldeiser weigert de betaling. Waarom zou hij dat doen? Meestal als een schuldeiser ziet dat het niet gaat om de juiste prestatie. Heeft de crediteur terecht geweigerd? Zo ja, dan is er wanprestatie van de debiteur en wordt de debiteur daarvoor aansprakelijk gesteld. Zo nee, dan heeft de crediteur ten onrechte geweigerd en spreekt met van crediteursverzuim.
Gevolgen crediteursverzuim
Kan de schuldenaar de crediteur in rechte aanspreken, dat de schuldeiser de prestatie accepteert? Nee dat kan niet bij de crediteur, die kun je niet in rechte aanspreken. Dit komt omdat er geen verplichting is van de crediteur om de prestatie te accepteren. De debiteur moet dus voortduren bereid blijven om de prestatie te verrichten. Dit is natuurlijk vervelend, daarom kon de schuldenaar zijn prestatie in de consignatiekas stoppen. Dit is een kas die bestemd is om het geld te bewaren van de debiteuren die ze aan de crediteur willen betalen maar die crediteuren willen het niet accepteren. In het Romeins Recht beoordeelt in het Digest 18,6.1.3 van Ulpianus: ' dat men moeite doet om ervoor te zorgen dat deze zaak zo weinig mogelijk schade voorde koper meebrengt'.
Dit staat heden ten dagen uitgewerkt in het Arrest Spoorwegmateriaal. En nu in art.6:90BW. Maar dit betekent niet dat je dan van de verbintenis af bent, dus als sluitstuk in artikel gekozen voor art.6:60BW: De rechter kan daarbij een vonnis uitspreken dat voortaan de debiteur niks meer verplicht is tot de crediteur, de bevrijding door de rechter. Rechtsgevolg hiervan is het ontstaan van risico het dragen van de nadelige gevolgen van overmacht. Er kunnen gevallen voordoen waarbij de schuldenaar het risico van overmacht heeft. Ligt het risico bij de debiteur? Dan slaat dat om naar de crediteur als er sprake is van bevrijding.
Nakoming verbintenis is onmogelijk
Overmacht en wanprestatie spelen hierbij een rol.
De leer van het risico - overmacht
Er is een zaak die buiten de schuld van wie dan ook te niet gaat. Wie moet dan het risico van die zaak op zich nemen? Hoofdregel: de eigenaar van de zaak.
Je kan als de zaak voorwerp is van een verbintenis, het risico bij de schuldenaar ofwel bij de schuldeiser leggen. Twee varianten:
Eenzijdige overeenkomst: slecht één verbintenis vloeit voort uit deze overeenkomst, één schuldenaar en één schuldeiser. (huidig BW bijv. schenking). Er hoeft maar van één van beide partijen te worden gepresteerd. De Romeinen werkten vaak met de stipulatio (mondelinge overeenkomst). Het risico ligt hier bij de crediteur.
Wederkerige overeenkomst: meerdere prestaties tegenover elkaar. Bijvoorbeeld, een huurovereenkomst. Hier draagt de debiteur (de schuldenaar die de zaak aan de ander ter gebruik moet leveren, bijv. de verhuurder) het risico. Als de ene overeenkomst teniet gaat, dan volgt de andere ook.
Uitzondering: het leveren van de koopovereenkomst, gold ook de wederkerige overeenkomst maar dan bleef de koper toch verplicht om de zaak te betalen. Het risico ligt hier bij de crediteur, de koper (heeft recht op levering van de zaak, maar krijgt niks en toch moet hij zelf betalen). Waarschijnlijk omdat koop werd gedaan door twee stipulatio, één om de prijs te betalen en één om een goed te leveren. Als er één weg viel, dan bleef de andere wel bestaan want er was eigenlijk sprake van twee eenzijdige overeenkomsten bij koop.