Is elevated risk of child maltreatment in immigrant families associated with socioeconomic status? - Alink, Euser, van IJzendoorn, Bakermans-Kranenburg - 2013 - Artikel


Het verband tussen een verhoogd risico op kindermishandeling bij immigranten en gezins- en sociodemografische factoren

Volgens het ecologisch-transactioneel model kan kindermishandeling worden vertaald naar een fenomeen dat bestaat uit interacterende onderdelen op verschillende niveaus, waarbij het gaat om de relatie tussen deze onderdelen. Het bio-ecologische systeem van Bronfenbrenner bestaat uit vier niveaus, het macrosysteem, het exosysteem, het microsysteem en ontogenetische ontwikkeling. De korte en lange termijn factoren op deze vier niveaus kunnen kindermishandeling verklaren.

In het huidige onderzoek wordt een poging gedaan eerdere onderzoeksresultaten te repliceren: kindermishandeling lijkt vaker voor te komen in minderheidsgroepen (een factor op niveau van het macrosysteem). Daarnaast willen de auteurs in het huidige onderzoek de oorzaak hiervoor aanwijzen, ze nemen daarom ook sociodemografische en gezinsfactoren mee in de analyses.

Risicofactoren: de minderheidsgroep

Eerder onderzoek toont aan dat minderheidsgroepen in Amerika vaker in verband worden gebracht met kindermishandeling. Met name de kinderen van Afro-Amerikaanse komaf lijken vaker slachtoffer te worden van mishandeling dan blanke kinderen, maar ook dan kinderen uit andere minderheidsgroepen.

In Nederland kunnen twee immigrantengroepen worden onderscheiden: de traditionele immigranten (uit Turkije, Marokko, Suriname en de Antillen) en de niet-traditionele immigranten (met name uit Afrika en West-Azië). Kinderen uit beide immigrantengroepen lijken vaker slachtoffer te worden van kindermishandeling dan Nederlandse kinderen.

Verklaringsfactoren

De reden voor een verhoogde kans op kindermishandeling in minderheidsgroepen kan worden gezocht op macroniveau: in culturele verschillen. In sommige culturen wordt het als normaler gezien kinderen fysiek te straffen, wat vaker leidt tot kindermishandeling. Toch lijkt onderzoek aan te tonen dat dit niet de oorzaak is van verschillen in de prevalentie van fysieke en emotionele mishandeling. Het is meer waarschijnlijk dat sociodemografische en gezinsfactoren een belangrijke rol spelen.

Gezinsfactoren als armoede, gezinssamenstelling en stress lijken een verklarende factor te zijn, maar meer onderzoek is nodig. Wat in ieder geval bekend is, is dat deze factoren een rol spelen bij kindermishandeling en dat gezinnen in minderheidsgroepen hier vaker mee te maken hebben. Wanneer echter wordt gecorrigeerd voor socioeconomische factoren zoals opleidingsniveau van de ouders, worden traditionele immigranten niet langer overgerepresenteerd als het gaat om kindermishandeling.

Het huidige onderzoek

In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van cijfers uit een onderzoek naar kindermishandeling uit 2010. Er wordt gepoogd resultaten uit een vergelijkbaar onderzoek uit 2005 te repliceren. In veel onderzoek wordt gebruik gemaakt van data van melders van kindermishandeling, maar dit is niet geheel objectief. Om hiervoor te corrigeren wordt ook gebruik gemaakt van zelfrapportage van jongeren.

De hypothese in deze studie is de volgende: het risico op kindermishandeling is groter bij immigrantengezinnen dan bij Nederlandse gezinnen en kan deels worden verklaard door sociodemografische en gezinsfactoren.

Methoden

Onderzoek 1

Nederland is opgedeeld in vijf gebieden met vergelijkbare kindaantallen. Er is gebruik gemaakt van rapportage van ongeveer 1100 professionals in at random geselecteerde organisaties. De professionals werd gevraagd informatie te verschaffen wat betreft ruim dertig factoren over het kind, de gezinnen, de verdachte mishandelaars en de ernst en zwaarte van de mishandeling. De rapportages werden ingedeeld in de groepen Nederlandse kinderen, kinderen van traditionele immigranten en kinderen van niet-traditionele immigranten. Daarnaast werd gekeken naar gezinssamenstelling en opleidingsniveau van de ouders.

De meldingen van mishandeling werden gecodeerd door vijf getrainde codeurs (wel/geen mishandeling) en ingedeeld in:

  • Seksueel misbruik

  • Fysieke mishandeling

  • Emotionele mishandeling

  • Fysieke verwaarlozing

  • Emotionele en onderwijsverwaarlozing

  • Andere typen van mishandeling

De gemiddelde interbeoordelaarsbetrouwbaarheid lag op 84%. In totaal werden 760 kinderen uit 549 gezinnen in het onderzoek meegenomen. Het uiteindelijke sample lag op 406 gezinnen.

Onderzoek 2

In Nederland kan op verschillende plaatsen melding worden gedaan van kindermishandeling. In dit onderzoek werd deze data geanalyseerd. Er werd gekeken naar ruim 22 duizend meldingen van kindermishandeling, verdeeld over een kleine veertienduizend gezinnen. Er werd gekeken naar dezelfde vormen van mishandeling als bij Onderzoek 1, waarbij ook het type 'getuige zijn van geweld in het gezin' werd toegevoegd. Zowel de immigrantenstatus als de gezinssamenstelling werd in dit onderzoek meegenomen. Uiteindelijk werd data van ruim twaalfduizend gezinnen meegenomen in dit onderzoek.

Onderzoek 3

At random zijn 42 scholen benaderd, waaronder alle middelbare scholen. Uiteindelijk deden 29 scholen mee in dit zelfrapportage onderzoek, waarbij net geen tweeduizend scholieren werden ondervraagd. Het uiteindelijke sample bestond uit 1759 scholieren. Ongeveer twee derde van deze scholieren ging naar het VMBO en ongeveer een derde naar de Havo of het VWO. Er was een gelijke verdeling tussen jongens en meisjes. De meerderheid (88%) was Nederlands.

De scholieren namen deel aan een vragenlijst bestaande uit vragen over mishandeling, conflicten tussen ouders en kind, vervelende gebeurtenissen, straffen door ouders en sociale wenselijkheid. Er werd gekeken naar seksueel misbruik, fysieke mishandeling en geweld tussen ouders. In het onderzoek werden afkomst, schooltype, SES en gezinsstatus meegenomen.

Resultaten

Onderzoek 1

Bijna 80% van de gerapporteerde gezinnen was Nederlands, 12% was traditioneel immigrant en 8% niet-traditioneel immigrant. De Nederlandse kinderen waren ondergerepresenteerd, terwijl er sprake was van een overrepresentatie van beide immigrantengroepen. Het relatieve risico op kindermishandeling bij traditionele immigrantengezinnen is 2.95 en bij niet-traditionele gezinnen 4.95, wat betekent dat kinderen uit deze groepen respectievelijk 2.95 en 4.95 keer zo vaak te maken krijgen met mishandeling.

Het verhoogde risico op mishandeling bij kinderen in de traditionele immigrantengroep verdween wanneer werd gecorrigeerd voor opleidingsniveau. Het verhoogde risico bleef echter wel bestaan voor kinderen uit de niet-traditionele immigrantengroep. Wanneer werd gecorrigeerd voor grote gezinnen en eenoudergezinnen, bleef het verhoogde risico voor beide immigrantengroepen verhoogd.

Onderzoek 2

Ruimt 70% van de gerapporteerde gezinnen was Nederlands, een kleine 20% traditioneel immigrant en 10% niet-traditioneel immigrant. De Nederlandse gezinnen bleken ondergerepresenteerd, terwijl de niet-traditionele immigrantengezinnen juist waren overgerepresenteerd bij alle typen van mishandeling. Na correctie voor grote gezinnen en eenoudergezinnen bleef het risico verhoogd. Ook na correctie voor stiefgezinnen bleef het risico verhoogd bij de niet-traditionele immigrantengezinnen.

Onderzoek 3

Ook in dit onderzoek waren de (niet-)traditionele immigrantengezinnen overgerepresenteerd. Na controle voor SES, opleidingsniveau van de scholier, gezinsgrootte en eenoudergezinnen bleef het verhoogde risico bestaan.

Discussie

Er is een verhoogd risico op kindermishandeling voor kinderen van zowel traditionele als niet-traditionele immigrantengezinnen. Na controle van meldingsbias door professionals (door scholieren een zelfrapportage vragenlijst in te laten vullen) bleek dit nog steeds zo te zijn. Meldingsbias kan dus niet de oorzaak zijn van de gevonden resultaten.

Het risico op kindermishandeling kan meer worden verduidelijkt wanneer niet enkel naar immigrantenstatus wordt gekeken, maar juist naar andere factoren, zoals een lage opleiding of een stiefgezin. Deze factoren deden het verhoogde risico voor immigranten verdwijnen.

Het verband tussen de risicofactoren en kindermishandeling wordt gemedieerd door factoren als ouderschapsstress, wat in verband wordt gebracht met een lage SES en stiefouderschap.

Het stress en coping model van Hillson en Kupier stelt dat kindermishandeling vaker voorkomt wanneer ouders signalen van het kind als stressvol ervaren en hier niet goed mee kunnen omgaan. Ook dit hangt samen met een lage SES en stiefouderschap. Wanneer andere risicofactoren als verminderde sociale steun ook meespelen, wordt de kans op kindermishandeling vergroot.

Onder de niet-traditionele vluchtelingen bevinden zich veel vluchtelingen, welke traumatische ervaringen hebben meegemaakt. Daarnaast is hun verblijfsstatus vaak onzeker, wat samen kan leiden tot het ontwikkelen van posttraumatische stress. Ondanks dat de huidige studie hier geen onderzoek naar heeft gedaan, is het mogelijk dat dit een (grote) rol speelt bij de verhoogde kans op kindermishandeling in deze gezinnen.

In het zelfrapportage onderzoek zorgde correctie voor andere risicofactoren niet voor het verdwijnen van het vergrote risico op kindermishandeling voor immigrantengezinnen. Een reden hiervoor kan zijn dat andere factoren, niet in dit onderzoek gemeten, verantwoordelijk zijn voor het vergrote risico. Daarnaast was de SES niet heel zuiver gemeten. Daarnaast was de participatiegraad (slechts 29 scholen) in deze studie laag te noemen, al was het uiteindelijke sample scholieren van goede grootte.

Een mogelijkheid tot het verlagen van het verhoogde risico op kindermishandeling is het verhogen van het opleidingsniveau van ouders. Dit kan onder andere leiden tot verminderde stressniveaus en een verbeterde financiële situatie. Ook een verbetering in de zekerheid van de vluchtelingenstatus lijkt een goede manier te zijn om het risico op kindermishandeling te verminderen.

Page access
Public
Comments, Compliments & Kudos

Add new contribution

CAPTCHA
This question is for testing whether or not you are a human visitor and to prevent automated spam submissions.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.